Bert van der Meer ( Trainer Gorecht A2 ):Als trainer moet je steeds meer People Manager zijn

Geschreven door Johan Staal op . Geplaatst in In de Dugout met...

De rubriek in de Dug Out met is een tijdje weggeweest. De rubriek waarin trainers aan het woord kwamen om over het trainersvak te praten. Deze week bedacht ik mij dat deze rubriek weer terug moest keren. In de nieuwe versie komen naast hoofdtrainers ook assistent-trainers en jeugdtrainers aan het woord. De eerste in de rubriek is Bert van der Meer, jeugdtrainer bij Gorecht A2.
Bert van der Meer
 Bert, jij maakte voor dit seizoen als jeugdtrainer de overstap van de jeugdafdeling van Noordpool naar die van Gorecht. Wat was de reden van deze overstap: ‘Vooral persoonlijke ontwikkeling. Miste een klankbord bij Noordpool en die zijn er voldoende bij Gorecht. Daarbij staat de jeugdafdeling bij Gorecht goed, de club is positief in ontwikkeling. Er is een redelijk hoog niveau van de jeugdselectieteams en zijn er gekwalificeerde trainers bij de jeugd waar je weer wat van opsteekt.” 
Bij Gorecht ben jij trainer van A2. Dat bekent dat jij regelmatig spelers aan A1 moet afstaan of werk jij met vaste groep: ‘We hebben een vaste spelers groep van vijftien spelers maar, daar waar dat nodig is, staan wekelijks spelers af aan A.. Dat kan betekenen dat wij niet altijd met de sterkste opstelling kunnen spelen, maar de A1 gaat uiteraard voor.”
Veel verenigingen op vooral het Hogeland hebben niet voldoende A-junioren om een team te formeren. Daarom komen jeugdige talenten te snel bij de senioren of spelen te lang in de B-junioren: ‘Ja dat kan van toepassing zijn bij kleine verenigingen. Ben daar geen voorstander van. Zie verenigingen liever samenwerken, zodat je een gezamenlijk elftal kunt vormen, denk dat het voor de ontwikkeling van spelers beter is.”
Vaak wordt er gezegd, clubs moeten meer in jeugdtrainers investeren. Denk jij dat dit ook daadwerkelijk gebeurt: ‘Als club moet je wel visie en beleid hebben met wat je met de jeugd wilt bereiken. Vanuit deze visie kijk je wat je nodig hebt aan trainers. Ik denk wel, dat als je het niveau van je jeugdafdeling omhoog wilt hebben, je ook moet investeren in jeugdtrainers, intern of extern.”
Veel grotere verenigingen werken met jeugdcoordinatoren die vaak nog niet veel ervaring als trainer hebben. Hoe denk jij over de stelling dat je op die positie altijd iemand neer moet zetten die zelf de nodige ervaring als trainer heeft opgedaan: ‘ Een ‘JC’  kan ook iemand zijn die zelf veel ervaring als voetballer opgedaan heeft. Het gaat er om dat je talent herkent, daarover communiceert en dat gebeurt toch weer met trainers erbij.”

Jij volgt op dit moment de trainerscursus TC3. Heb je tot nu toe al iets voorbij zien komen waar je van dacht, dat is nieuw voor mij: ‘Ja, vooral hoe je een wedstrijd analyseert. Je kijkt toch veel naar wedstrijden als voetballer en vooral naar de positie waar je eigen voorkeur ligt. Nu leren we toch echt de wedstrijd in “stukken” te knippen en vandaar uit te kijken wat gaat er goed en niet goed gaat en wat voor oplossing zou je kunnen bedenken. Ik vind dat wel leerzaam.”
Wat zijn jouw ambities in het trainersvak: Mijn TC3 en TC2 halen en misschien nog wel een keer een 1e elftal trainen. Een beloften team, zoals in de Jako competitie (onder 21), lijkt me ook wel leuk. Maar ik mag ook graag met jeugd werken en verder moet ik er vooral plezier aan beleven.
Veel jeugdtrainers zijn (te) vaak alleen maar bezig met kampioen worden maar kijken te weinig naar de persoonlijke ontwikkeling van de individuele speler: ‘Dat is ook een beetje afhankelijk van de visie van de club. Kampioen worden hoeft niet altijd met verzorgd aanvallend voetbal van achteruit. Wat wil je als club? Alle elftallen op dezelfde manier leren en laten spelen? Of is kampioen worden belangrijk? Uiteindelijk is winnen wel de doelstelling van het voetbalspel.”
Als clubs het jeugdvoetbal op het Hogeland qua niveau mee willen laten groeien, moet er tussen de diverse verenigingen nog veel meer samengewerkt worden: ‘Zou een optie kunnen zijn maar dat zie ik niet snel gebeuren.”
Velen zeggen dat een het voor trainer steeds belangrijker wordt dat hij een prima ‘peoplemanager’ is. Deel jij deze mening: ‘Daar ben ik het wel mee eens.”
Wat zie jij als het grootste verschil tussen de jeugdafdelingen van bijvoorbeeld Gorecht en Noordpool: ‘Gorecht heeft een duidelijke visie wat ze willen bereiken en hoe ze dat willen doen. De randvoorwaarden zijn daar helemaal op ingericht. Ik moet zeggen dat werkt prettig. Er is duidelijkheid over wie wat doet en wat er mogelijk is. Noordpool is daarin nog niet zo ver maar wat in de toekomst ongetwijfeld wel gaat komen.
Veel jonge voetballers missen in veel gevallen een functionele techniek. Dat komt mede omdat er behalve tijdens trainingsuren door bijna geen jeugdspeler meer in zichzelf geïnvesteerd wordt: Klopt, daarom ben ik voorstander van techniektraining vanaf de F- junioren naast de gewoonlijke trainingsuren.”
Deel jij de mening dat clubs een trainer aanneemt op zijn ‘verkooppraatje’ maar geen idee hebben wat ze in huis halen omdat er nooit een training of wedstrijd wordt bezocht: Heb ik geen mening over en ook geen ervaring mee. In principe zijn clubs daar zelf verantwoordelijk voor. Bij elke club zitten toch genoeg mensen die daar over kunnen oordelen lijkt me.
Als een club zijn eigen jeugdafdeling serieus neemt moet er voor iedere jeugdspeler een persoonlijk ontwikkelingsplan zijn: Ik zou daar mee beginnen in de bovenbouw. Ik werk graag met een voetbalcoachingmodel (VCM). Dat is een instrument om meer inzicht in de spelers te krijgen. Zo laat je spelers meer zelf bewust maken van het voetbal en zich beter te ontwikkelen wat wordt vastgelegd in een voetbalrapport en spelersontwikkelingsplan. Dat kun je digitaal vastleggen zodat andere trainers er hun voordeel mee kunnen doen. Op die manier krijg je ook een rode draad door je opleidingstraject van je spelers. Als clubs daar anders over denken betekent dat niet dat ze hun jeugdafdeling niet serieus nemen. Bij Noordpool is een VCM project mislukt. Het is ook weer een onderdeel van de visie van de club. Andries Kooi, algemeen jeugdcoordinator bij Gorecht, wil in de winterstop een dergelijk project opzetten.
Er wordt beweerd dat kunstgras er voor zorgt dat het niveau van het voetbal omhoog gaat. Onzin of waarheid: ‘Ben ik niet mee eens. Het niveau van het voetbal is toch sterk afhankelijk van de kwaliteit van de spelers en niet van gras of kunstgras.”