Bart van Veen (SV Marum): Systemen zijn leuk voor aan de stamtafel

Geschreven door Bart van Veen op . Geplaatst in In de Dugout met...

Bart van Veen is voor het tweede seizoen actief als hoofdtrainer van SV Marum. Met Marum strijdt hij dit seizoen mee om de prijzen in de derde klasse C en wat past bij de doelstelling van de club. De doelstelling die er op gericht is om in de toekomst door te groeien tot een, in eerste instantie, stabiele tweede klasser. Voor Puurvoetbalonline ging de Marum-trainer dan ook even in de Dug Out zitten om enkele vragen en stellingen te beantwoorden.

verklein smoelenboek

Bart zou jij je eigen voetbalcarrière eens in het kort willen beschrijven: Ik heb mijn gehele actieve voetballeven bij de v.v. Hoogezand gespeeld. Vanuit de jeugd ben ik op 17-jarige leeftijd, 1e jaars A-junior, in het 1e team beland en heb daar 16 jaar gespeeld. In die jaren heb ik het overgrote deel gespeeld als libero en ben tevens een aantal seizoenen aanvoerder geweest. Al die seizoenen hebben we 1e en 2e klasse gespeeld en heb ik een aantal kampioenschappen en degradaties meegemaakt als speler. In de jeugd ben ik via selectievoetbal vanuit de KNVB nog geselecteerd bij de laatste 32 voor het Nederlands jeugdelftal O17, maar ik was niet goed genoeg.

 Wat doe je in het dagelijkse leven: Ik ben Manager Tenders & Calculatie bij Imtech Traffic & Infra CS&I, dit houdt in dat ik verantwoordelijk ben voor alle aanbiedingen en aanbestedingen die we verrichten.

Wat is volgens jou het grootste verschil tussen het trainen van junioren en senioren: Er is geen wezenlijk verschil tussen het trainen van junioren en senioren. Natuurlijk moet je bij jeugd rekening houden met de leeftijdscategorie, maar het belangrijkste is verder dat  je rekening houdt met wat de groep spelers beheerst en waar je progressie kunt boeken.

Dat spelers er tegenwoordig steeds minder voor over hebben dan vroeger is iets dat ik regelmatig hoor. Deel jij die mening: Die mening deel ik niet, als vereniging en begeleiding heb je een grote mate van invloed hierop. Zo werken we als begeleiding aan de doelstelling van de vereniging om deze naar een hoger niveau te brengen. Dit motiveert begeleiding en spelers. Bij de SV Marum werken we met een zeer jonge selectiegroep en de spelers zijn er bijna altijd. Verder hebben een aantal spelers in de voorbereiding een korte vakantie afgezegd en werken ze gemotiveerd thuis aan hun herstel indien ze geblesseerd zijn geraakt.

Systemen worden te vaak over genomen. Je moet altijd eerst kijken wat je als trainer in ‘huis’ hebt aan materiaal is mijn mening. Hoe kijk jij daar tegenaan: Systemen zijn leuk voor de stamtafel en aan de bar. Sommige mensen kunnen zich druk maken over het systeem dat er gespeeld wordt, maar zijn niet in staat om te herkennen hoe de veldbezetting is op het veld. Het gaat in het veld om de kwaliteiten die je hebt binnen je groep en hoe je kwaliteiten van spelers aanvullend kan laten functioneren. Wanneer de spelersgroep het op kan brengen om elkaar te steunen en de organisatie op het veld duidelijk is, ben je een heel eind op weg.

Het mooie aan het trainen van een team is: Het werken aan ploegbesef, met elkaar werken om beter te worden en natuurlijk om gezamenlijk te gaan voor de winst en successen te vieren.

Tegenwoordig heeft een jeugdspeler vaak te weinig geduld richting een eventuele basisplaats in het eerste elftal: Onzin, wel is het zo dat je rekening moet houden met het gegeven dat die jeugdspeler in de jeugd altijd zeker van zijn plaats was en dat de concurrentie bij de senioren groter kan zijn. Hij moet leren om te gaan met de teleurstelling dat hij niet elke week de volle 90 minuten speelt. Als je als begeleiding open en transparant bent, zijn jeugdspeler bereid om in zichzelf te investeren.

Als hoofdtrainer moet je ook goed op de hoogte zijn van wat er zich binnen de rest van de vereniging afspeelt voordat je een contract tekent: Je moet een beeld vormen van de vereniging en ook een beeld van de mogelijkheden van de selectie. Met deze zaken ga je in gesprek met het bestuur. Tijdens dit gesprek dien je allerlei zaken en situaties bespreken en er beide een goed gevoel over te hebben. Bij twijfel niet tekenen is mijn huidige mening.

Jij hebt op een hoger niveau getraind. Hoe moeilijk was de stap naar Marum voor jou; Eenvoudig en moeilijk. Eenvoudig om dat ik na 10 jaren in de stad Groningen weer te maken kreeg met een vereniging waar voldoende vrijwilligers zijn en waar liefde voor de vereniging breed gedragen wordt. In de stad Groningen zijn dat in het algemeen een kleine groep mensen en daardoor vallen er vaak gaten in de begeleiding. Moeilijk omdat ik na 10 jaar werken op 2e, 1e en hoofdklasse niveau moest wennen aan begeleiden van wedstrijden op 3e klasse niveau.

Welke trainer in het betaalde voetbal springt er op dit moment volgens jou bovenuit en waarom: Geen, ze kunnen allemaal een training verzorgen en wedstrijd coachen. En aangezien ik geen tijd heb om ze intensief te volgen, kan ik hier geen zinnig woord over zeggen.

Als trainer moet je tegenwoordig meer kunnen brengen dan alleen maar de trainingen verzorgen en het coachen op de wedstrijddag: Tegenwoordig? Volgens mij altijd, elke tijd heeft zijn specifieke kenmerken en als je met mensen werkt dien je jezelf hier voor open te stellen.

Wat is de zogenaamde beginnersfout die ook jij misschien gemaakt hebt: Ik maak nog elke week fouten en ik loop toch al langere tijd mee als trainer en ook als hoofdtrainer. Het mooie is dat fouten ook wel eens gunstig uitpakken en dan als fantastische ingrepen worden ervaren en ook vice versa. Belangrijk is dat je een staf met kennis om je heen hebt en als die staf ook nog integer en open is, zoals nu bij SV Marum, dan corrigeer en stuur je elkaar bij.

Wat vind jij persoonlijk de beste trainer waar jij als speler onder getraind hebt: Voor mij steken er twee trainers bovenuit en wel Peter Leiseboer en Sietse van Dellen. Beide waren tactisch sterke trainers die veel verantwoordelijkheid bij de spelers neerlegden. Wel waren ze beide erg verschillend als persoon. Simon Zoetebier vind ik een trainer die het vooral moest hebben van enthousiasme.

Moeten spelers je als trainer aardig vinden: Nee, want ik ben niet altijd aardig. Een trainer moet keuzes maken en dan ben je niet voor iedereen aardig. Spelers moeten voetballen leuk vinden en willen spelen met lef en beleving, waarbij teamgeest een belangrijke rol speelt. Het is tenslotte een teamsport. Als speler en begeleiding elkaars rol begrijpen en respecteren, is openheid en eerlijkheid de basis voor een goede samenwerking.