Arnold van der Kooi (Lycurgus): Onze doelstelling is handhaven.

Geschreven door Johan Staal op . Geplaatst in In de Dugout met...

Arnold van der Kooi is trainer bij de voetbalvereniging Lycurgus en speelt met zijn dit seizoen in de tweede klasse. Lycurgus werd vorig seizoen, na een felle strijd met CSVH, kampioen in de derde klasse en voor de ervaren oefenmeester is handhaven in de tweede klasse de doelstelling wat allemaal te lezen is in de rubriek ‘In de Dug Out met: Arnold van der Kooi.

Arnold van der Kooi is trainer bij de voetbalvereniging Lycurgus en speelt met zijn dit seizoen in de tweede klasse. Lycurgus werd vorig seizoen, na een felle strijd met CSVH, kampioen in de derde klasse en voor de ervaren oefenmeester is handhaven in de tweede klasse de doelstelling wat allemaal te lezen is in de rubriek ‘In de Dug Out met: Arnold van der Kooi.

                                           1314559258NDSC06437

                       Lycurgus-trainer Arnold van der Kooi geeft enkele jeugdige voetballers aanwijzingen                      

Beschrijf je eigen voetbalcarrière eens in het kort: Ik ben begonnen bij FVC in Leeuwarden. Op mijn 28e ben ik verkast naar Blauw Wit ’34 dat destijds in de hoogste klasse van het zaterdagvoetbal speelde. Daar heb ik tot mijn 38e in het 1e gespeeld. Ná mijn verhuizing naar Zuidhorn heb daar nog een paar jaartjes in het 1e zondagelftal gespeeld.

Wat doe je in het dagelijkse leven: Ik werk bij het CJIB in Leeuwarden, dat is een onderdeel van het Min. van Veiligheid en Justitie. Het CJIB is bekend vanwege de vele bekeuringen die we innen voor politie en justitie, overigens is dat niet het enige dat we daar doen.

Wat is volgens jou het grootste verschil tussen het trainen van junioren en senioren: De omgang met de spelers en intensiteit van de training zijn de grootste verschillen. Daarbij komt natuurlijk de soort training die je aanbiedt.  Ik vind dat techniek een belangrijke basis is voor het voetbal. Daar moet je vroeg aan gaan werken. Ik merk bij veel senioren dat er nog veel verbeterd kan worden op dat gebied, óók bij de senioren train ik dus veel op techniek. Afhankelijk van de leeftijd van de junioren voeg je aan techniektrainingen langzaam maar zeker tactische zaken aan toe en op een gegeven moment ook conditievormen.

Hoe diep gaat het contact met je spelers. Wil je bijvoorbeeld weten wat ze verder bezighoudt naast het voetballen: Dat lijkt me onmisbaar voor een goede relatie met elkaar. Werk, studie en gezin kunnen veel invloed hebben op de prestaties van spelers (overigens ook op die van trainers…..) en daar moet je soms op inspelen.

Jouw collega Henk Buikema vind dat je als trainer steeds meer randzaken naast het trainen en coachen ook moet beheersen. Deel jij zijn mening: Ach, de maatschappij wordt steeds complexer. Iedereen weet via sociale media alles van elkaar. Je kunt niet overal bij betrokken zijn. Maar de stelling dat een trainer alleen maar een passant is deel ik zeker niet. Ik kies mijn clubs zorgvuldig en vind dat ik als trainer en werknemer daar ook een beetje bezig moet zijn met de toekomst van de club.

 

Dat alle verenigingen die op sportpark Vinkhuizen gehuisvest zijn promoveerden is een mooie reclame voor alle clubs: Het is natuurlijk leuk maar bovenal toeval. Verder zegt me het weinig. Ik ben alleen bezig met mijn eigen club. Aan de andere kant levert het positieve reacties op; méér leden. Dan kom je al snel bij de knelpunten van een gezamenlijk sportpark namelijk de capaciteit van de velden. Daarin moet de Gemeente i.s.m. de clubs een rol gaan spelen. Er zijn voldoende opties om het sportpark te upgraden.

Tegenwoordig heeft een jeugdspeler vaak te weinig geduld richting een eventuele basisplaats in het eerste elftal: Bij Lycurgus valt dat nog een beetje mee. Vorig seizoen zijn enkele jeugdspelers doorgebroken die veel hebben gespeeld in het 1e. Dit seizoen zijn er (helaas) geen spelers vanuit de jeugd doorgekomen.

Als hoofdtrainer moet je ook goed op de hoogte zijn van wat er zich binnen de rest van de vereniging afspeelt: Misschien wel in grote lijnen. De details zijn er voor het bestuur en de leiders van diverse teams. Als het gaat om technische zaken zoals opleidingsplannen etc. wil ik graag mijn bijdrage leveren en dus op de hoogte zijn.

Welke trainer in het betaalde voetbal springt er voor jou uit bovenuit op dit moment en waarom: Ik vind Frank de Boer wel goed bezig zijn, zijn uitstraling en zijn visie op voetbal spreken me wel aan. Daarnaast ben ik fan van Bert van Marwijk, ook vanwege zijn visie op voetbal.

Als trainer moet je tegenwoordig meer kunnen brengen dan alleen maar de trainingen verzorgen en het coachen op de wedstrijddag: Je moet onderdeel van je team en club (spelers, begeleiding en supporters) willen en kunnen zijn. Je hebt bijna altijd met vrijwilligers te maken en die verdienen het niet genegeerd te worden. Een amateur-trainer is niet een verheven persoonlijkheid.

Wat is de zogenaamde beginnersfout die ook jij misschien gemaakt hebt: Beginnende trainers gaan vaak erg verwachtingsvol en helemaal gericht op hun eigen visie m.b.t. voetbal aan de slag. Daarna zie je pas de zaken waarmee je te maken krijgt, trainingsaccommodatie, de spelersgroep die je traint etc.

Wat vind jij persoonlijk de beste trainer waar jij als speler onder getraind hebt: Ik kan er niet een in het bijzonder noemen. In mijn tijd (en dat is al weer lang geleden) kregen trainers niet zo’n goede opleiding als tegenwoordig. Veel rondjes lopen en partijen, geen periodisering, geen specifieke techniektrainingen enz.

Moeten spelers je als trainer aardig vinden: Aardig vinden hoeft niet maar dat draagt wel bij aan een leuke sfeer. Per slot van rekening doen we het allemaal voor ons plezier.  Spelers moeten wel respect tonen. Dat geldt ook naar de andere begeleiders.