In de Dug Out met: Vincent Muskee ( Oranje Nassau)

Geschreven door Johan Staal op . Geplaatst in In de Dugout met...

Volgend seizoen is Vincent Muskee technisch manager van zaterdag hoofdklasser Oranje Nassau waar hij nu voor het vierde jaar als assistent-trainer werkzaam is. Voor Puurvoetbalonline is hij de eerste in de rij, wat 2011 betreft, die meewerkt aan de rubriek ‘ In de Dug Out met”

Volgend seizoen is Vincent Muskee technisch manager van zaterdag hoofdklasser Oranje Nassau waar hij nu voor het vierde jaar als assistent-trainer werkzaam is. Voor Puurvoetbalonline is hij de eerste in de rij, wat 2011 betreft, die meewerkt aan de rubriek ‘ In de Dug Out met”

 

ON

Vincent Muskee ( voorste rij vierde van rechts ) nu nog assistent-trainer bij Oranje Nassau

 

Voetbalcarrière ’Ik heb slecht tot mijn negentiende op niveau gespeeld. Ik scheurde toen mijn voorste- en achterste kruisband, terwijl er ook schade was aan het kraakbeen van de knie. Ik heb daar nog steeds last van. Daarvoor speelde ik overigens voor Musselkanaal en Valthermond. Ik was redelijk talentvol en speelde in vertegenwoordigende elftallen van de provincie Groningen onder leiding van Ruud Dokter. In de selectie zaten destijds ook jongens als Sander van Gessel en Paul Matthijs.’’

Trainersloopbaan tot nu toe ‘’Ik ben begonnen als jeugdtrainer bij SV Mussel. Daarna ben ik werkzaam geweest als jeugdtrainer bij SJS en Valthermond. Later werd ik assistent-trainer bij Nieuw Buinen en ik ben nu aan mijn vierde seizoen bezig bij Hoofdklasser Oranje Nassau. Tussendoor heb ik nog verschillende dingen gedaan bij FC Emmen. Volgend jaar ga ik van het veld. Ik word dan technisch manager van de club.’’

Wat voor werk doe je in het dagelijkse leven: Ik ben redacteur bij Media Totaal Noord. We geven wekelijks twee kranten uit. Een drukke, maar geweldige baan. Je zit het ene moment bij de burgemeester, een ander moment zit je bij de Vrouwen van Nu. Bijzonder afwisselend dus.’’

Bestaan er parallellen tussen het opvoeden van kinderen en hoe je met spelers omgaat? Die zie ik niet meteen. Je moet nooit vergeten dat voetbal – ook op Hoofdklasserniveau- een uitlaatklep is. Het moet dus – ondanks de professionele aanpak- plezierig zijn. Ik houd van mijn twee schatten van kinderen. Met de spelers heb ik gewoon een goede band. Heel verschillend dus in mijn optiek.’’

Hoe diep gaat het contact met je spelers. Wil je bijvoorbeeld weten wat ze verder bezighoudt ‘’Ik weet veel van mijn spelers, soms zelfs heel veel. Het is zaak daar op een goede manier mee om te gaan. Spelers weten ook dat ze me alles kunnen vertellen. Van iedere speler in de selectie weet ik wat ze in het dagelijks leven doen. Dat moet ook. Als je langer met elkaar samenwerkt zie je op een gegeven moment gewoon of hem iets dwars zit.’’

Voor Johan Cruijff was het 4-3-3 systeem heilig hoe denk jij daarover Ik denk niet in systemen, maar in de mogelijkheden van een selectie. Zonder goede buitenspelers is het 4-3-3 systeem erg beperkt. En wat als je twee uitstekende centrumspitsen hebt? Je hebt tegenwoordig zoveel systemen. Speel je met hangende mensen op de vleugel, dan wordt het bijvoorbeeld al snel een soort van 4-3-2-1 systeem. Ik hang niet aan systemen. Het gaat er om dat je het beste elftal in het veld brengt.’’

Wat is er mooi aan trainer zijn. ‘Het mooiste is om de ontwikkeling van een selectie of een individuele speler te zien. Verder is het bedenken van wedstrijdgerelateerde oefenvormen erg leuk. De wedstrijdspanning is bovendien iets dat ik niet graag zou missen, de adrenaline die elke zaterdag weer opspeelt. Trainer zijn is een ideale uitlaatklep.’’

Louis van Gaal deed de uitspraak dat geen enkele speler groter is dan het team. Deel jij die mening? ‘In principe wel. Dat zie je op elk niveau. Ook de betere spelers die het verschil kunnen maken hebben altijd een team nodig. Wel is het in het amateurvoetbal zo dat de betere spelers vaak iets meer krediet hebben en krijgen, ook omdat je weet wat hij in (in potentie) z’n mars heeft. Daar hoop je dan vaak op, op die ene bevlieging. Elk team heeft ‘buitenbeentjes’ nodig, dat is helder. Een team zonder ‘bijzondere’ spelers is vaak een heel saai team. En daar houd ik helemaal niet van.’’

Co Adriaanse zei ooit eens dat de houdbaarheidsdatum van een trainer drie jaar is. Wat vindt jij van die uitspraak ‘Daar zit wel iets in. Op een bepaald moment kennen spelers je ‘truukje’, weten ze wat je gaat zeggen en kunnen ze voorspellen hoe je bepaalde dingen aanpakt. Het verschilt uiteraard wel per club. Neem O.N., daar heb je toch elk jaar weer een tamelijk nieuwe selectie. Dan wordt het dus ook een ander verhaal. Na drie jaar met dezelfde spelersgroep kan ik me voorstellen dat er een verzadigingspunt bereikt wordt.’’

 Welke collega springt er voor jou uit als trainer. Wie vindt jij erg goed? ‘Niet één in het bijzonder. Een kruising van Albert Koops, Bert Vos en Bart van Veen zou ideaal zijn. Koops om zijn inzicht, bevlogenheid en fanatisme, Van Veen om zijn uitstekende veldwerk en Vos om zijn inspirerende praatje voor een wedstrijd.’’

 Moet je bepaalde karaktertrekken hebben om trainer te zijn? ‘Je moet tegenwoordig in elk geval verbaal goed zijn. Je moet op ons niveau beslissingen durven nemen. Uiteraard moet je ook verstand van voetbal hebben, want anders prikken geroutineerde spelers zo door je verhaal heen. Verder moet je goed met mensen om kunnen gaan – dat wordt steeds belangrijker- en moet je ‘veld’ en ‘kantine’ kunnen scheiden. Bert Vos was daar meester in. Die kon bij wijze van een speler op het veld een speler tot op het bot toe afbranden, om vervolgend en half uur later met dezelfde jongen te gaan pokeren. ‘’

Wat is iets dat je als trainer nooit moet doen. Wat is de zogenaamde beginnersfout? ‘Te snel willen. Te snel willen laten zien wat je kunt. Overdreven geldingsdrang. Meteen je stempel willen drukken op bepaalde zaken. Ik had vaak de neiging me overal mee te willen bemoeien. Ook met zaken die me eigenlijk niets aangingen. Een trainer mag ook fouten maken, vind ik. Net als ik van mening ben dat je je als trainer best kwetsbaar op mag stellen. Niemand heeft het spelletje immers uitgevonden. Ik vind dat je als trainer altijd moet luisteren naar je selectie. Zij moeten het immers doen op het veld.’’

Hoe lang werkt een nederlaag bij je door? ‘’Volgens het thuisfront veel te lang, al is het door de geboorte van de kinderen wel anders geworden. Als ik chagrijnig thuiskwam na een nederlaag en mijn zoontje Mika stond bij het hek te wachten, dan was je de nederlaag toch zo weer vergeten. Dan weet je dat de wereld niet vergaat na een nederlaag. In mijn hoofd kan een nederlaag echter heel lang blijven hangen. Nog steeds.’

Moeten spelers je als trainer aardig vinden?‘Het wordt wel steeds belangrijker. Trainer zijn is steeds meer het managen van een groep mensen. In mijn optiek is het belangrijker om harmonie en sfeer te hebben, dan alleen maar uitstekende veldtrainingen te geven. Hebben de spelers geen klik met je, dan zie je dat terug in het veld. Ik heb wel eens een hele matige trainer gezien, die alleen maar partijspel gaf. Toch gingen de spelers elke zaterdag voor hem door het vuur. Wat is dan beter?  Stel je je als trainer tegenwoordig hard en rechtlijnig op, dan krijg je problemen. Dat is nu eenmaal de maatschappij. Als je daar niet in mee kunt, dan is het steeds moeilijker om als trainer goed te functioneren.’’