Puurvoetbalonline in gesprek met Robbie Wentink (Hoofdtrainer Omlandia Ten Boer).

Geschreven door Johan Staal op . Geplaatst in Prietpraat

Robbie Wentink is met ingang van dit seizoen hoofdtrainer van Omlandia Ten Boer. Puurvoetbalonline sprak met de hoofdtrainer van de Ten Boersters die zaterdag met de voorbereiding op het seizoen 2014-20 15 zijn begonnen.
Robbie Wentink
Al een tijdje bezig qua voorbereiding Robbie: ‘. We op zaterdag 2 augustus begonnen met een trainingsdag en trainen vervolgens vier keer per week.
Dat jullie op 2 augustus weer zijn begonnen kon ook wel want ik begreep dat jullie na het seizoen een paar weken hebben doorgetraind: ‘Inderdaad. We hebben na het seizoen toen nog drie weken doorgetraind. Daarom konden we nu ook een week later dan de meeste andere eerste klasser beginnen.”
Ondanks de vakantieperiode De selectie al een beetje compleet: ‘Er zijn al achttien spelers aanwezig dus wat dat betreft mogen we niet mopperen.”
Dat betekent dat jullie het oefenduel-programma ingaan: ‘Qua oefenduels spelen staat er een oefenwedstrijd op het programma. Verder zien we de bekerduels als een goede voorbereiding voor de competitie en niet echt als oefenduels. We hebben met Nieuw Buinen, Viboa en ACV een paar leuke tegenstanders getroffen dus wat betreft hebben we over de duels in de voorbereiding niets te klagen.”
Dat je nu nog niet veel speelt betekent vast dat jullie veel trainen: ‘‘We spelen in 4 weken 4 wedstrijden'. Na een langdurige vakantie van zes weken is er bewust gekozen voor deze start. Het seizoen is lang en zwaar en in iedere wedstrijd zal het uiterste van de spelers worden verwacht.
Dat is jouw conclusie als je naar de competitie-indeling kijkt: ‘Dat klopt en wat verder betekent dat het een zware maar interessante competitie gaat worden. Maar dat is juist een uitdaging. In een zware competitie een goed resultaat neerzetten.”

Wat dat betreft kun je nog geen voorspellingen doen: ‘Nee. De enige conclusie die je kunt trekken is dat in zaterdag 1 E alles mogelijk is en waarbij ik hoop dat wij daar in positieve zin een rol in kunnen spelen.”