Wetenschappers en hoogleraren moeten van keepers afblijven.

Geschreven door Johan Staal op . Geplaatst in Nieuwsflitsen

Dat het keepersvak steeds meer niet serieus genomen wordt is helaas geen nieuws meer. Het keepersvak wordt steeds meer ‘vermoord’ door wetenschappelijke benaderingen en een hoogleraar die met de volslagen krankzinnige regel komt dat het beter zou zijn wanneer een doelman de bal niet meer mag vangen. Het is wetenschappelijk bewezen dat het keepersvak niet geschikt is voor kinderen van zes of zeven jaar hoorde ik zaterdagmorgen in Leens. Ik wist niet wat ik hoorde want het werd ook nog eens op een serieuze toon gezegd. Het was dus geen grap en verdomd, ik ging er ook nog over nadenken ook. Zou dat nu echt zo zijn dat het wetenschappelijk bewezen is. Ik besloot te gaan speuren op internet en kwam onderstaande tegen:
je profielfoto
De leerplannen voor keepers zijn uitgewerkt per leeftijdscategorie, waarbij de leerplannen van E- en D-junioren nagenoeg gelijk zijn. Dit omdat de meest geschikte leeftijd om met specifieke keeperstraining te beginnen rond de tien jaar is. In sommige gevallen kan er eerder gestart worden als iemand veel aanleg voor het keepen heeft. Kinderen vanaf een jaar of zes, als de meeste kinderen met voetballen beginnen, vertonen een enorme beweeglijkheid. Zou een kind op die leeftijd alleen maar keepen, dan wordt die beweeglijkheid enorm ingedamd.
Daarom is het verstandig om tussen zes en acht jaar en eigenlijk ook tussen acht en tien jaar niet voor een vaste keeper te kiezen, maar de spelers per toerbeurt te laten keepen. Zo komt ieder kind een keer op doel te staan. Het per toerbeurt laten keepen niet alleen toepassen bij wedstrijden maar ook bij trainingen.

Dit heeft de volgende drie voordelen:
Ieder kind krijgt op deze manier ervaring in het keepen. Daarmee wordt ook voorkomen dat een potentieel talent onopgemerkt blijft. Het gebeurt namelijk wel eens dat iemand toevallig op latere leeftijd keeper wordt. De tijd dat een keeper een bal op de doellijn moest tegen houden is allang voorbij. Tegenwoordig wordt er veel meer van een keeper verwacht dan vroeger. De keeper moet tegenwoordig mee kunnen voetballen en moet daardoor alle voetbalvaardigheden (trappen, koppen, sliding, etc.) beheersen. Het werkgebied van een keeper strekt zich soms tot ver buiten zijn 16 meter gebied uit.

Omdat bekend is dat kinderen tussen acht en twaalf jaar gemakkelijk nieuwe bewegingen aanleren, is het juist dan belangrijk om hun juist dan zoveel mogelijk aan te reiken. Van acht tot tien jaar zijn dat voetbal specifieke vaardigheden en van tien tot twaalf jaar de basistechnieken van het keepen in het algemeen. Mocht blijken dat een kind rond zijn 14e jaar genoeg heeft van het keepen, dan kan hij/zij zonder problemen een positie in het veld innemen. Heeft het kind tussen zijn 6e en 14e jaar alleen maar gekeept dan beheerst het de voetbal specifieke vaardigheden veel minder, omdat het in zijn technische ontwikkeling als speler een grote achterstand heeft opgelopen.

Een kind dat op bijvoorbeeld zijn achtste per se wil keepen, moet je niets in de weg leggen. Maar het is belangrijk om dan tijdens trainingen ook voldoende aandacht te besteden aan de voetbal specifieke vaardigheden.

Tien jaar is dus een prima leeftijd om gerichter te gaan werken met keepers. Tot die tijd heeft het kind een speelse en toch gevarieerde opleiding als keeper/speler achter de rug. Het kind kan dan voor zichzelf ook veel beter keuzes maken omdat al vier jaar (zes tot tien jaar) ervaring is opgedaan als speler en keeper. Probeer dus niet een situatie te creëren waarin het kind op zes jarige leeftijd met keepershirt en keeperhandschoenen naar de training wordt gestuurd omdat de ouders het zo graag willen.

Ik kan niet anders zeggen dat ik dit een beter plan vind om jonge keepers op te leiden dan om daar op latere leeftijd mee te beginnen. En met opleiden bedoel ik, aan het vak van keeper laten proeven en wat voor een vaste keeper kan zorgen. Iets wat ik een groot aantal jaren geleden ook zelf meemaakte. Een van mijn jeugdteams waar ik trainer ben geweest was een team met jongens en meisjes. Een team waar we in eerste instantie geen vaste keeper hadden. Bij toerbeurt op goal was de oplossing. Een oplossing wat voor meer verdriet dan plezier zorgde want het merendeel wilde graag voetballen en liever niet als keeper fungeren. Maar we hadden eentje in het team die het keepen wel leuk vond en dat, bescheiden dat hij was over zijn eigen kwaliteiten, heel voorzichtig liet horen. Wij, leiding en team waren daar blij mee maar nog belangrijker, onze keeper ook !. Want tijdens de keepertrainingen die we samen deden kwam het hoge woord eruit. Onze doelman was als voetballer ongelukkig. Hij was in de achterhoede, middenveld en aanval niet echt goed vond hij zelf. Dan was hij niet blij en als keeper was hij dat wel. Want zo zei hij een keer, het is toch leuk dat iedereen blij is wanneer ik een mooie redding maak. Onze kleine keeper werd steeds enthousiaster en ik vergeet nooit de dag dat hij vertelde dat hij een mooi verjaardagscadeau had gekregen. Hij mocht naar een keepersdag van Frans Hoek. Zoals onze kleine keepers zijn er voldoende maar die nu door de idiote plannen van een bond en dwaas plan van een hoogleraar in het oppompen van een fietsband gedwongen worden om ALLEEN maar te mogen voetballen. Wetenschappelijk bewezen… Wie dat gelooft snapt niet van een prachtig vak waar  kinderen op jonge leeftijd al idolaat van zijn ! ! !