Dick Dijk( v.v. Stedum): Een warme verteller met een duidelijke mening.

Geschreven door Johan Staal op . Geplaatst in Tafel Gereserveerd

iDick Dijk vindt zichzelf een beperkte voetballer. Een uitspraak die de speler van Stedum 3 deed tijdens het gesprek dat Puurvoetbalonline met hem had. Een gesprek met de vader ook van de Stedumers Jolien, Tiemen, Marieke en Diederik Dijk waarin voetbal, muziek, jeugd, talent en discipline uitgebreid ter sprake kwamen.
image-2015-02-09 2
De 56e jarige Dick Dijk is een druk bezet man met een functie in het team planning en productie van het Noord Nederlands Orkest en het dirigeren van koren en orkesten. Toch had hij de ruimte en tijd om als voetballende vader van vier ook voetballende twintigers mee te werken aan een interview voor Puurvoetbalonline. Een interview waarin de rechtsback van Stedum 3 met een aantal verrassende uitspraken komt. Uitspraken die stof tot nadenken geven omdat alles wat de muziekliefhebber vertelt eigenlijk wel stof tot nadenken gaf.
Discipline: ‘Bij het woord discipline denk ik terug aan mijn periode dat ik nog thuis woonde. Ik had orgelles waar ik bepaalde oefeningen voor moest doen Dan moest ik een bepaalde oefening bijvoorbeeld zes keer spelen. Ik weet nog goed dat mijn moeder er op toekeek dat ik de oefening ook echt zes keer volbracht. Eerder werd er bijvoorbeeld niet gevoetbald. Ik moet zeggen dat heeft mij wel gevormd richting dingen die ik nu doe.”
Dorp: ‘We wonen nu ongeveer vijftien jaar in Stedum. Daarvoor was Beijum de plek waar de Dijkjes woonden. We vonden toen dat we als gezin naar een dorp moesten verhuizen. Dat vonden we beter voor de kinderen omdat op een dorp de saamhorigheid groter is dan in de stad. Ik moet wel zeggen dat het wel wat aanpassing vergde. Zo werd er, althans dat vond ik, in het dorp te hard gereden. We voetbalden namelijk hier op een veldje tegenover en dan werd dat weleens op de straat voortgezet. Dan kon het zijn dat er ‘opeens’ een skelter op de straat stond zodat er langzamer gereden moest worden. Dat viel natuurlijk niet altijd in goede aarde maar daar had ik echt maling aan. Als je een dorp leefbaar wilt houden met spelende kinderen zal iedereen een beetje water bij de wijn moeten doen.”
Muziek: ‘Muziek is de rode draad in mijn leven. Dat is ook wel zichtbaar gezien de hoeveelheid CD’s en Dvd’s die ik bezit. Mijn keuze is niet puur op een genre gericht maar mag als zeer divers worden gezien. Maar ik moet zeggen dat klassieke vaak mijn voorkeur heeft. Maar dat kan ik heel gemakkelijk afwisselen met een CD van bijvoorbeeld Herman Brood of wie dan ook. Wat de muziek betreft probeer ik onze kinderen ook iets van mee te geven. Ze hoeven niet alles mooi te vinden wat ik leuk vind maar ze bepaalde muzieksoorten leren kennen kan nooit kwaad.“
Lezen: ‘Dat is een andere passie en hoort bij mijn vast ritueel voor het slapen gaan. Een mooie CD op de achtergrond en een goed boek zijn voor mij de ingrediënten voor een mooie avond en wat ik mijn kinderen ook probeer mee te geven. Niet alleen kijken naar niets zeggende Tv-programma zoals Boer zoekt vrouw. Maar je ook verdiepen in een mooie film of documentaire. Dat naar nietszeggende programma’s kijken noem ik pure verspilling van mijn tijd. Sterker nog, op mijn eigen kamer in ons huis staat een TV waar ik alleen maar Dvd’s op kan afspelen. “
Kranten: ‘De krant zie ik nog steeds als een toegevoegde waarde. Een tijdje terug viel opeens de naam van Joop den Uyl. Een van mijn kinderen zat bij mij aan tafel en had werkelijk geen idee wie Joop den Uyl was. Toen ik de naam van Ruud Lubbers ook nog noemde werd er weer gekeken met een blik van, waar heeft hij het over. Toen heb ik min of meer de afspraak gemaakt dat ze ’s morgens eerst de krant lezen voordat ze zich in alle hevigheid op de sociale media storten. Want daar heeft de jeugd van tegenwoordig uren de tijd voor, waarbij het lezen van de krant of het volgen van het journaal als onbelangrijk wordt gezien.”
Voetballer:’ Ik zie mij als een beperkte voetballer. Toen ik hier in Stedum ging voetballen was ik de veertig al gepasseerd. In mijn jeugdjaren heb ik nog een jaar bij De Pelikanen gespeeld maar om nu te zeggen dat dit een groot succes was kan ik niet zeggen. Als je in sneltreinvaart van D1 naar D4 verhuisd is dat niet omdat je overloopt van talent. Daarom bleef het bij een seizoen en ik voor het volleyballen koos. Maar hier in Stedum heb ik de draad van het voetballen weer opgepakt wat mede kwam doordat onze kinderen het voetballen ook omarmd hadden.”
Straatvoetbal: ’‘Ik zeg vaak, voetballen leer je op straat en pleintjes. Ik voetbalde graag en veel met Jolien, Marieke, Diederik en Tiemen hier op straat en als er meer liefhebbers waren was dat alleen maar leuk. Dan werd er soms stevig gespeeld en bijvoorbeeld Tiemen heeft op straat beter leren voetballen. In zijn jongere jaren was hij wat terughoudend en ook technisch wat minder. Maar dat heeft hij later aardig bijgeleerd.”
Ambitie: ‘Persoonlijk vind ik het mooi als iemand een bepaalde ambitie heeft. Als iemand in een van koren veel in zichzelf wil investeren kan ik daar oprecht blij van worden. Ik moet zeggen dat ik dat mis bij de huidige generatie. Kijken waar bijvoorbeeld je top als voetballer ligt. Ik snap wel dat zoiets vaak gevoelig ligt binnen de gemeenschap waar je woont maar wat is er mis met ambitie. Op de vraag hoe ik daar richting mijn eigen kinderen naar kijk? Ik denk dat Marieke als ze fit is zeker een stapje hoger kan maken maar dat is iets wat je zelf ook moet willen. Dat geldt natuurlijk ook voor Jolien en de beide jongens. Je mag best kijken waar je top als sporter of in wat dan ook ligt.”
Straffen: ‘Als ik kijk hoe clubs er mee omgaan als een speler door bijvoorbeeld een rode kaart een aantal weken wordt geschorst stuit mij dat tegen de borst. Als club ben je in mijn ogen verplicht om een speler ook zelf te straffen door ze in die weken een taak te laten uitvoeren. Nu zie je vaak dat een geschorste speler op de zaterdagen wat staat te dollen langs de lijn of, en wat iedereen weleens hoort, stiekem meespeelt in een lager team. Ik moet zeggen daar kan ik heel slecht tegen want dat is in mijn ogen een van de reden dat de jeugd van tegenwoordig te weinig geconfronteerd worden met de stommiteiten die ze hebben begaan.”
Teamspeler: ‘Zowel in de muziek als in het voetballen ben je een teamspeler. Als dirigent, trainer, koorlid of voetballer streef je allemaal naar hetzelfde doel. Een puike teamprestatie neerzetten. Althans zo denk ik maar wat zeker in de voetbalwereld anders is. Daar zijn het toch meer de egootjes die bepalen wat er gebeurt. De voetbalwereld kent natuurlijk een machocultuur die bijna ten koste van alles in stand moet worden gehouden. Ik zie dat niet zo maar helaas vaak is het wel de realiteit. In ieder team heb je wel een speler die vroeger zijn sporen meer dan verdiend heeft. Dat was vroeger denk ik dan en is niet gebaseerd op prestaties van nu. Daar heb ik weleens moeite mee gehad als ik daar als beperkte voetballer hinder van ondervond. Dan wilde ik steun zoeken bij mijn overige teamgenoten want ik begreep domweg niet wat er bedoeld werd. En dat bedoel ik dan ook met een teamspeler. Als dirigent, koorlid, trainer of speler help je een ander maar brandt je niet af. Wat dat betreft zit er geen verschil tussen een voetbalteam en een koor of orkest, de samenwerking moet kloppen.”
Roken en drinken: ‘Ik ben geen man van de derde helft. Ik voetbal omdat ik de sport leuk vind maar niet om mij tijdens de derde helft vol te gooien met bier. Dat is iets wat ik niet kan en wil omdat het mijn ding gewoon niet is. Ik ben zuinig op mijn lichaam en doe iedere ochtend trouw mijn Yoga-oefeningen. Ik ben absoluut geen zwever maar merk wel dat ik veel leniger ben dan voordat ik met de oefeningen begon.”
Verdiepen in de jeugd: ’Waar ik mij in de voetbalwereld over verbaas is dat er heel veel talent verloren gaat. Jongens die op jonge leeftijd in een eerste elftal debuteren om het vervolgens na een of twee seizoenen wel best vinden. Clubs moeten daar anders mee omgaan. Er wordt te vaak gedacht van, jammer dan laat maar gaan. Dat is in mijn ogen een foute gedachte. Als club of trainer moet je daar wat mee doen. Dan moet je iemand durven opzoeken om te vragen waar het probleem ligt. Dat zie je ook in Stedum. Hier lopen ook jongens die aardig kunnen ballen maar die ‘lastig’ op hun voorhoofd hebben staan. Mensen mogen van mij anders denken want dat werkt overal zo. Overal heb je mensen die ‘lastig’ zijn maar wat in de praktijk vaak reuze meevalt.”
Fuseren: ‘Sportief gezien ben ik van mening dat een fusie tussen bijvoorbeeld SC Loppersum, De Fivel en Stedum helemaal geen slechte zaak zou zijn. Ik weet als je dit zegt mensen zich afvragen of ik gek geworden ben. Maar sportief gezien zou het een prima zaak zijn. Een stevige jeugdafdeling onder een seniorentak waar voldoende groeimogelijkheden in zitten zou sportief gezien prachtig zijn. Dat bij een fusie emotie een rol speelt snapt iedereen maar clubs die op termijn het loodje leggen omdat het aantal leden drastisch daalt, is toch ook niet iets wat we willen.”

Met deze laatste woorden kwam er een einde aan een gesprek met een man met een heldere kijk op wat er zich binnen en buiten de voetbalwereld afspeelt. Een prachtige verteller ook omdat de onderwerpen die Dick in het gesprek bracht omlijst werden met tal van anekdotes die in sommige gevallen maar mooi off the record moeten blijven. Anekdotes vanuit de muziek, over zijn grote verzameling aan boeken of over zijn kinderen waar hij zonder uitzondering trots op is Maar ook over andere zaken waar Dick een duidelijke mening over heeft. Dick Dijk, een warme man die anders denkt dan een  gemiddelde amateurvoetballer maar op 56-jarige leeftijd nog bijna zijn debuut in het eerste van de Stedumers had gemaakt maar wat niet doorging omdat zijn voetbalschoenen in Stedum waren achtergebleven…..