Thomas Pruim: Een voetballeven lang v.v. Adorp

Geschreven door Johan Staal op . Geplaatst in Tafel Gereserveerd

Voor Thomas Pruim kwam er op 5 juni 2013 een einde aan zijn voetbalcarrière. Door het verdwijnen van de voetbalvereniging Adorp moest hij namelijk besluiten om na ruim vijftig jaar de voetbalschoenen in te ruilen voor hardloopschoenen omdat het sportief bezig zijn een belangrijke plaats in zijn leven inneemt.

image-2014-07-19 1

Bron: Ommelander Courant   Foto: Herman Spier Bedum

Dat er ruim een jaar geleden een einde kwam aan het voortbestaan van de voetbalvereniging Adorp was voor de nu 61 jarige Thomas Pruim, die de laatste vijftien jaar voorzitter was, geen verrassing. ,, Adorp kwam de laatste jaren maar met één elftal in competitieverband uit. Daarom was het standpunt van de gemeente Winsum, om het complex in Adorp te sluiten, aan de ene kant wel te begrijpen. Aan de andere kant maakte het besluit veel emoties los omdat er met het verdwijnen van de voetbalvereniging iets uit een dorp verdwijnt wat niet meer terugkeert. Dat is het nadeel van de kleinere dorpskernen. Daar verdwijnen, doordat er meer bezuinigd moet worden, steeds meer voorzieningen. Zoiets is jammer maar ergens ook wel weer logisch. In het laatste jaar van het bestaan van Adorp hadden we nog maar achttien leden. Daar kun je geen vereniging mee draaiende houden. In het verleden zijn er weleens gesprekken geweest met SIOS uit Sauwerd om tot een samenwerking of fusie te komen. De verschillen tussen beide verenigingen waren echter te groot om dat een succes te laten worden zodat die gesprekken op een gegeven moment afgebroken zijn.”

Op het moment dat een fusie met de buren er niet inzat wist Thomas Pruim dat het einde van de voetbalvereniging, waar hij op 15 jarige leeftijd in het 1e elftal debuteerde, nabij was. ,,Toen wij in 2006 ons 60 jarig jubileum vierden hebben we dat groots gedaan en daar heel Adorp bij betrokken. We wisten namelijk dat er een grote kans inzat dat we tien jaar later niet meer zouden bestaan. Daarom wilden we ons laatste jubileum op een mooie manier vieren wat ons uiteindelijk ook gelukt is.”

De laatste jaren oefende de gemeente Winsum steeds meer druk richting Adorp uit in een poging de voetbalvereniging van het toneel te doen verdwijnen verteld Thomas Pruim. ,,We waren regelmatig onderwerp van gesprek binnen de raadsvergaderingen want een deel van de raad zag ons graag verdwijnen. Wij als bestuur hadden echter iets van, wij willen zelf bepalen wanneer we stoppen. We wilden zelf de regie houden en wat uiteindelijk ook gebeurd is. Op een gegeven moment kwamen we met de gemeente in gesprek en zijn we tot een voor alle partijen aanvaardbare oplossing gekomen. Wij als bestuur wilde graag wat voor de inwoners van Adorp wat terug krijgen in ruil voor het verdwijnen van de voetbalclub. Daar zijn we na goed overleg met de gemeente Winsum op een prima wijze uitgekomen.”

Het verdwijnen van de voetbalclub betekende wel dat alleen nog een boom herinnerd aan wat eens het laatste voetbalveld van de v.v. Adorp was. De laatste jaren werd er namelijk op een nieuw complex gespeeld maar de grootste successen behaalden de Adorpers op het veld tegenover het café ‘t Witte Hoes’.

Als de naam van het café valt begint de oud-voetballer al bijvoorbaat te lachen. Aan zijn gezicht valt af te lezen dat de anekdotes uit die periode talrijk zijn maar voor sommige ‘hoofdpersonen’ maar beter niet in de krant kunnen komen. ,,We moesten ons in die periode ook wassen in ’t Witte Hoes want in toen waren er nog geen douches. Dat zorgde er natuurlijk voor dat de derde helft ook in het café gebeurde en ik kan je verzekeren dat de derde helft in die tijd in Adorp bijna even belangrijk was dan de wedstrijd zelf.”

Dat laatste, de derde helft, zag de als teamhoofd onderhoud voorzieningen in de gemeente Winsum zijnde Thomas Pruim de laatste jaren ook bij Adorp steeds meer verdwijnen. ,,Naast het voetballen schaats ik tijdens het seizoen met een vaste groep iedere week in Kardinge. We schaatsen een vast aantal rondjes en gaan daarna even met elkaar nazitten. Dan liggen er geen mobiele telefoons op tafel. Bij steeds meer voetbalelftallen zie je dat wel. Het eerste wat ze doen is na een wedstrijd kijken of ze wat gemist hebben wat belangrijker is dan het voetballen. Het voetballen heeft namelijk voor velen niet meer dezelfde prioriteit als dat bij onze generatie het geval is. Ik weet wel, vroeger hadden we ook niets anders. Maar ik durf wel te stellen dat ik op mijn 60e de voetbalsport nog precies eender beleefde als toen ik op 8 jarige leeftijd begon.”

Bij het maken van de laatste opmerking van haar man begint echtgenote Gineke te lachen en wijst even haarscherp naar de ‘adoratie’ van zijn voetbalschoenen in verhouding tot de vertroeteling van zijn klapschaatsen. De oud-voetballer begrijpt de hint. ,,Ik heb mijn voetbalschoenen nooit zo behandeld als eigenlijk wel zou moeten. Als ik kijk, en daar heeft Gineke helemaal gelijk in, hoe ik met mijn klapschaatsen bezig ben dan is dat puur het tegenovergestelde. Ik gooide mijn voetbalschoenen na een training of wedstrijd in de hoek van de schuur en pakte ze de volgende keer gewoon weer op. Ik zie een klapschaats namelijk meer als een instrument. Daar heb ik gewoon meer mee. Verder mis ik het voetballen nog alle dagen. Ik weet namelijk zeker dat ik nog steeds gevoetbald zou hebben als Adorp nog had bestaan want een andere vereniging is nooit een optie voor mij geweest. Ik heb het geluk gehad dat ik nooit echt zwaar geblesseerd ben geweest. Daar prijs ik mij gelukkig mee. Ik ben namelijk iemand die veel sporten leuk vind. Naast het voetballen en schaatsen ben ik op een gegeven moment ook gaan hardlopen wat ik nu ik niet meer voetbal verder heb uitgebreid. Ik train nu drie of vier keer per week voor de diverse hardloopwedstrijden waar ik aan deelneem. Zo heb ik al een paar keer een halve marathon gelopen en staat aan het einde van deze maand de volgende, de halve marathon van Lauwersoog naar Ulrum, op het programma.”

Uiteraard kwamen in het gesprek de prestaties van het Nederlands Elftal in Brazilië aan de orde en Thomas Pruim is zo eerlijk om te zeggen dat hij voor de start van het WK weinig vertrouwen in Oranje had. ,,Daar ben ik heel eerlijk in, volgens mijn beleving hadden we weinig in Brazilië te zoeken. Maar Louis van Gaal heeft bijna het onmogelijke gepresteerd door van een groep spelers een hecht team te smeden. Daar bewijst hij mee dat hij een van de beste trainer/coaches ter wereld is. Helaas was de scherpte tegen Argentinië net niet voldoende om de finale te halen en dat was jammer. Qua voetbal deden we niet voor de Argentijnen onder maar enkele spelers bleven onder het niveau van de wedstrijden daarvoor. Maar verder niets dan lof voor Oranje hoor want ze hebben het prima gedaan op het WK en ik denk dat ze de troostfinale tegen gastland Brazilië ook winnend afsluiten. Dat is namelijk een zeer matig elftal.”

Wat geen matig elftal was dat was het team van Adorp dat bijna veertig jaar geleden in de vierde klasse van het zondagvoetbal uitkwam. ,,We hebben nooit hoger dan de vierde klasse gespeeld maar dat vond ik al een prima prestatie. We zijn maar een klein dorp maar in die periode hadden we met doelman Bertus Bolhuis en spelers als Luit Raangs, Johan v/d Luit en Wim Harsema een prima elftal waarin ik als rechtsback fungeerde. Dat vond ik een mooie positie omdat ik graag mee mocht opkomen. Mijn type spel had wel iets van Wim Suurbier en de rechtsback van HSV, Manfred Kaltz. Die mocht ik namelijk graag zien spelen”, aldus Thomas Pruim die een paar keer voor de selectie van de Groninger Voetbal Bond werd uitgenodigd. ,,Dat waren altijd leuke wedstrijden. Zo speelden we keer tegen een tegenstander met Jan Mulder in de gelederen. Mulder stond toen al in de belangstelling van Anderlecht waar hij kort daarna ook naar toe ging. Dat zijn mooie herinneringen maar het echte hoogtepunt gebeurde een paar jaar geleden toen we met Adorp in de reserveklasse twee jaar achtereen kampioen werden. Veel voetballers worden nooit kampioen en daarom ben ik er trots op dat ik dat met de voetbalvereniging uit het dorp waar ik geboren en getogen ben een paar keer heb mogen beleven.”