Martijn Wietzes: Bauke Mollema kan hoog eindigen

Geschreven door Johan Staal op . Geplaatst in Tafel Gereserveerd

Vorige week mocht ik voor de Ommelander Courant, naast Eduard Zuidema en de broers Duinkerken, ook wielrenner Martijn Wietzes interviewen. Dat werd een interview waarin de amateurwielrenner een paar opvallende uitspraken deed over het gebruik van doping in de topsport. Ik was het helemaal met Martijn eens en vandaar dat ik het interview met Martijn Wietzes ook op Puurvoetbalonline plaats.
1373605213Nmartijn wietzes zuidwolde

Wielrenner Martijn Wietzes      Foto: Herman Spier Bedum

Bron: Ommelander Courant



Martijn Wietzes eindigde op 29 juni in de Ronde van Kloosterburen op een 11e plaats. Dat is een plaats waarvan hij verwacht dat die positie in de Tour de France niet door Bauke Mollema zal worden bezet. De wielrenner uit Zuidwolde denkt namelijk dat een topvijfklassering, maar zeker een plaats bij de eerste tien, er voor de renner van Team Belkin er absoluut in moet zitten. 

Martijn Wietzes is wat betreft de kansen van Bauke Mollema duidelijk. ,, Bauke maakt een goede kans op een plaats bij de beste vijf van deze honderdste editie van de Tour de France. Dan moet alles wel een beetje kloppen, maar dat geldt voor alle coureurs. Maar om de Tour te winnen zal Mollema alle dagen echt top moeten zijn want anders zit een 1e plaats er niet in.”

Zelf maakte de in Zuidwolde woonachtige Martijn Wietzes in 2008 zijn opwachting in het wielerpeloton nadat hij daarvoor meerdere sporten had beoefend.,, Ik begon net als velen met het behalen van mijn zwemdiploma’s maar nadat ik een tijdje lid was geweest van de zwemvereniging Dukdalf besloot ik toch een andere richting te kiezen. Na wat omzwervingen door verschillende sporten kwam ik op 12 jarige leeftijd uiteindelijk bij atletiek terecht. Daar koos ik op een gegeven moment voor de meerkamp met als specialiteit het polsstokhoogspringen. Dat was een fascinerend onderdeel moet ik zeggen. Bij het polsstokhoogspringen komt het namelijk op kracht, snelheid en souplesse aan. Daarnaast zorgde het kiezen van de juiste polsstok voor een extra moeilijkheidsgraad. Want dat luisterde heel nauw met wat voor polsstok je aan wedstrijden deelnam. “

Toen hij 18 jaar oud was werd de atletiek ingeruild voor het schaatsen waarin Martijn Wietzes ook redelijk talentvol bleek te zijn. ,,Ik studeerde in die periode en had redelijk wat tijd om te trainen. Daardoor kwam ik tot bijvoorbeeld een tijd van rond de 41 seconden op de 500 meter. Ik was wat dat betreft een sprinter met veel uithoudingsvermogen want ik heb ook wel marathons gereden. Toen ik vier jaar geleden een baan kreeg als laborant in het UMCG was het afgelopen met de vele uren die ik aan het schaatsen kon besteden. Daardoor besloot ik mij meer op het wielrennen toe te leggen wat ik in de zomermaanden toch al deed als basis voor het schaatsseizoen. Ik ben toen lid geworden van de wielervereniging Cyclesport uit Groningen waar ik nog nooit een seconde spijt van heb gehad. Het is een zeer actieve vereniging die veel voor zijn 138 leden organiseert en waar je voor bijna alle disciplines van de wielersport terecht kan. Er is bijvoorbeeld een specifieke groep die zich op het tijdrijden heeft toegelegd maar de meeste van de leden rijden in de zogenaamde sportklasse. Die rijden echter niet mee in criteriums wat wij als amateur weer wel doen.”

Martijn Wietzes heeft, toen hij eenmaal een baan had, bewust gekozen om als amateur te gaan koersen, hoewel hij van mening is dat hij met meer trainingsuren misschien wel bij de eliterenners zou kunnen aansluiten. ,,Dat zou zeker tot de mogelijkheden behoren maar met de trainingsuren die ik nu maak zou ik achterin het peloton rijden bij een koers voor elite/beloften en amateurs. Ik ben heel eerlijk, dan blijf ik liever bij de amateurs rijden waar ik toch regelmatig bij de eerste tien eindig.”

Zo komt het gesprek op wat renners er tegenwoordig voor over hebben om tot betere prestaties te komen. Daarbij valt natuurlijk het woord doping en de wielrenner uit Zuidwolde komt dan tot een aantal opvallende uitspraken over het gebruik van doping in de topsport. ,,Men moet eens ophouden met alleen maar met het vingertje naar de wielersport te wijzen want dat betekent in mijn ogen dat je er werkelijk niets van begrijpt. Ik ben van mening dat waar topsport bedreven wordt er altijd sporters zullen zijn die grenzen willen overschrijden om tot een bepaalde prestatie te komen. Er moet toch een keer een einde komen aan dat de mens op natuurlijke wijze tot steeds betere prestaties komt. Het plafond moet wat dat betreft toch een keer bereikt zijn. Ik heb eens een tv-programma gezien waarin verteld werd dat mensen die dopingzondaars moeten opsporen qua middelen mijlenver achterlopen omdat die onderzoeken bijna niet te bekostigen zijn. Dat geeft aan dat het gebruik van middelen die tot het verbeteren van prestaties moeten leiden tot in het extreme doorgevoerd worden. Kijk alleen maar wat er een paar jaar geleden in de atletiekwereld gebeurd is. Daar werden veel atleten en atletes betrapt op het gebruik van stimulerende middelen. Maar, en daar stoor ik mij enorm aan, steeds weer wordt alleen het wielrennen naar voren geschoven als de sport die door en door verziekt zou zijn.”

Een duidelijk standpunt van de 29-jarige wielrenner die ook veel bewondering heeft voor de Rabobank  dat als sponsor de amateursport, en het wielrennen in het bijzonder, nog steeds omarmt.,, De Rabobank werd door de gebeurtenissen van de laatste jaren te vaak geassocieerd met het gebruik van doping in de wielersport. Ik had mij goed kunnen voorstellen dat het besluit zou zijn genomen om de wielersport volledig de rug toe te keren. Dat heeft de directie echter niet gedaan wat in mijn ogen een groot compliment verdiend. Want dat het zover niet is gekomen zorgt er namelijk wel voor dat een groot aantal criteriums voor ons op het programma zijn blijven staan.”

Een aantal dat redelijk te noemen is volgens de laborant die, ondanks dat hij ook weekenddiensten in het UMCG draait, toch gemiddeld tot minimaal 15 criteriums per seizoen komt. Een aantal waar soms redelijk wat kilometers voor moeten worden gereden. ,,Voor de mooie wedstrijden moeten wij soms naar Brabant wat het tot een hobby maakt die de nodige euro’s kosten maar, en dat weet iedereen, een hobby kost nu eenmaal geld.” zegt hij met een lachend gezicht waarbij hij aangeeft dat een racefiets tegenwoordig toch minimaal 2000 euro kost. Een bedrag dat de vraag rechtvaardigt of hij na een stevige valpartij niet bang is dat hij een nieuwe fiets zal moeten aanschaffen. ,,Ik ben geen renner die in de koers gauw grote risico’s zal nemen. En inderdaad denk je daar weleens aan maar ook weer niet te lang want dan ben je onderweg met andere dingen bezig en daar worden je prestaties niet beter van.”

Concentratie als een vorm van doping dus voor Martijn Wietzes die regelmatig dingen hoort vanuit de wielerwereld waar hij zich over verbaast, maar stellig in zijn mening is dat onder de 'heksenjacht' op de wielrenners, waar nooit van bewezen is dat ze daadwerkelijk gebruikt hebben, eens een dikke streep getrokken moet worden. ,,Om een voorbeeld te geven, Lance Armstrong is nooit één keer positief bevonden. Dat hij toegegeven heeft dat hij doping heeft gebruikt is iets heel anders. Maar dat zie je nu ook in het programma Avondetappe, waar men er steeds over doorzeurt. Dat programma zorgt er namelijk voor dat een prachtige sport, wat het wielrennen toch echt is, steeds weer in een kwaad daglicht wordt gezet. Dat is gewoon jammer en ook nog eens onterecht als ik kijk naar wat er binnen andere sporten allemaal gebeurt.”