Goalgetter Harry Zwiers(v.v. Helpman) ook in zijn element als trainer

op . Geplaatst in Tafel Gereserveerd

Harry Zwiers (43) is voor het tweede seizoen trainer van Helpman dat uitkomt in de zondag derde klasse. Zwiers kent een indrukwekkende staat van dienst als voetballer,  op het veld en in de zaal. Hij speelde zestien seizoen bij Helpman zondag en was alle keren topscorer. Daarnaast maakt hij furore in het zaalvoetbal en schopte hij het tot zaalvoetbalinternational. Veertien seizoenen droeg hij het shirt van de Leekster Eagles.

Harry Zwiers (43) is voor het tweede seizoen trainer van Helpman dat uitkomt in de zondag derde klasse. Zwiers kent een indrukwekkende staat van dienst als voetballer,  op het veld en in de zaal. Hij speelde zestien seizoen bij Helpman zondag en was alle keren topscorer. Daarnaast maakt hij furore in het zaalvoetbal en schopte hij het tot zaalvoetbalinternational. Veertien seizoenen droeg hij het shirt van de Leekster Eagles. Menig voetballiefhebber kan zich het spel van Zwiers nog goed voor de geest halen. Met een fraaie beweging draaide hij weg bij zijn tegenstander en liet hij het net weer bollen. En niet zelden op beslissende momenten in de slotfase. Uitmuntend in de vierkante meter, een snelle actieradius, een neus voor de goal.

                                                              pas_ryYUpH

                                                                  Harrie Zwiers: 'Het voetbal heeft mij al veel plezier gebracht."

 

Ik spreek Zwiers voorafgaand aan de competitie. Het voetbaldier en de levensgenieter heeft zin in het komende seizoen en wanneer we terugblikken op zijn carrière als voetballer bij Helpman 1 en de Leekster Eagles valt op dat de liefde voor het spel altijd zijn grootste drijfveer was. Overigens is Zwiers nog steeds actief als voetballer; met oud-eerste voetballers opent hij nu zijn trucendoos in Helpman 4. ‘Ik ben opgegroeid in Paddepoel en kom niet uit een voetbalgezin, mijn drie zussen deden aan turnen. Ik was al wat ouder, 11 jaar, toen ik me meldde ik me bij de voetbalclub Astrea in Selwerd. Ik kwam direct voorin te staan en vond doelpunten maken direct het leukste wat er was. Altijd was ik aan het voetballen met vriendjes, bij de club en na schooltijd. Ik kwam bij de jeugdselectie en speelde daar ook mijn wedstrijden. Op mijn vijftiende kwam ik bij het eerste, we speelden in de vierde klasse op zaterdag. Ik ontdekte in die jaren ook het zaalvoetbal en vond dit ook prachtig. We hadden een soort familieteam met mijn zwagers erbij, onder de naam “the internationals”, met als sponsor discotheek Subway. Ook een geweldige tijd, het was lachen, gieren en brullen met elkaar.’

Helpman

‘Op mijn 20ste heb ik de overstap naar Helpman gemaakt, via mijn vriendin kwam ik daar terecht. Links en rechts werd ik al langer gepolst door clubs die wel in de gaten hadden dat er bij Astrea een klein spitsje rondliep die ze er gemakkelijk inschopte. Bij Helpman kwam ik in de tweede klasse zondag terecht. De overgang viel me mee, ik was er snel op mijn plek. We werden kampioen dat jaar en ik was topscorer, geweldig natuurlijk in zo’n debuutjaar. Daarnaast bleef ik veel plezier houden in het zaalvoetbal en kreeg ik de kans om bij de Leekster Eagles, ere-divisie te gaan spelen. Dat zag ik als een grote uitdaging. Ik heb toen de beslissing genomen, en dit is achteraf de enige beslissing waar ik spijt van heb in mijn voetbalcarrière, dat ik stopte bij Helpman en terugging naar Astrea. Ik dacht dat het te zwaar zou worden, de combinatie van ere-divisie zaalvoetbal en het voetballen in de –omdat we gepromoveerd waren- eerste klasse. Ik wilde niet op twee paarden gokken. Achteraf had ik dit wel moeten doen. De terugkeer op een lager niveau bij Astrea viel me tegen, en Helpman degradeerde uit de eerste klasse. Maar vooral merkte ik dat ik het fysiek prima aan kon, de combinatie van zaal- en veldvoetbal, ook op hoger niveau. ‘

Zwiers keerde daarop na een jaar weer terug naar de Helpenaren om daar tot zijn 36ste in de punt van de aanval te blijven staan. Alle jaren werd hij topscorer, hoeveel goals het zijn geweest, dat weet hij niet precies. Dit geldt niet voor het aantal zaalvoetbalgoals bij de Leeksters Eagles, dit werd door de club bijgehouden. Het zijn er 438, uit 417 wedstrijden.

Leek

Zwiers kijkt met enorm veel plezier terug op de periode als zaalvoetballer in Leek. ‘Het mooiste van alles is dat wij echt een vriendenploeg hadden, we hebben zoveel puur op inzet en wilskracht gewonnen. Ik realiseerde me toen ook vaak; dit maak je nooit weer mee. We hebben wedstrijden gewonnen waarbij je van tevoren dacht dat dit nooit zou kunnen. Maar toch, door slim te spelen kun je in de zaal zoveel bereiken. We hebben veel successen behaald; tweede van Nederland geworden, de Benelux-beker gewonnen. Wat me altijd bij zal blijven is ook de hele entourage eromheen, de volle sporthallen met soms zeer fanatiek publiek.  En de gezelligheid na afloop, de hotelovernachtingen na uitwedstrijden en met elkaar op wintersport. Het waren echt uitjes. Alles was ook altijd erg goed geregeld, je kon je volledig op het voetbal focussen. En we hebben geweldige momenten meegemaakt met elkaar. Mijn maatjes waren Jan Bats en Bas Ludolf, onze bijnaam was de drie musketiers, niet voor niets. Echt jongens onder elkaar met een hechte band doordat je samen zoveel optrekt, en we konden alles tegen elkaar zeggen.  We hebben een hoop gein uitgehaald’, aldus een lachende Zwiers.

Het jaar 1997 is het absolute hoogtepunt  in zijn carrière. Op een dag ligt er een brief op de deurmat; het is een uitnodiging vanuit Zeist; Zwiers wordt opgeroepen voor het Nederlands team. ‘Ja, geweldig natuurlijk. Ik was de eerste noorderling die geselecteerd werd. Het dragen van het Oranje-shirt, het Wilhelmus dat gespeeld werd- echt kippenvel. Twee jaar heb ik erbij gezeten en gespeeld met spelers als John den Bever en Edwin Grünholz. Ik heb er veel indrukken opgedaan en veel van geleerd. Hoogtepunt was het vierlandentoernooi in Padova in Italië, we schopten het tot de finale en verloren net met 2-1 van het gastland Italië.’

‘Wat mij zo aanspreekt in het zaalvoetbal? Ik vind het een prachtig spelletje. Je hebt veel balcontact, het gaat snel, het is kort op de bal, het is lekker veel tikken en is een heel tactisch spelletje, dat ligt mij goed. Bij mij was er toch een verschil tussen het voetballen op het veld en in de zaal en dat is best bijzonder. In de zaal was ik gedrevener;  wilde ik er helemaal voor gaan. Voor de winst, voor het kampioenschap; ik wilde koste wat kost winnen. Ik was ook alle jaren aanvoeder bij Leek. Op het veld had ik die beleving toch iets minder. Dan vond ik het ook vaak prima zoals het ging, dan had ik die drang tot presteren toch wat minder. Ik heb daar zelf ook niet een verklaring voor, zo was dat.’

‘Ik ben regelmatig gepolst bij Helpman door andere clubs om bij hen te komen voetballen en er werden dan soms flinke vergoedingen geboden. Maar dit is voor mij nooit aan de orde geweest, ik had het prima naar mijn zin bij mijn eigen club en het gaf me ook altijd een goed gevoel om nee te zeggen tegen andere clubs. Ik kreeg een vergoeding bij de Leekster Eagles, ik had mijn werk, dus de noodzaak was er niet. Overigens zijn er altijd mensen geweest die dachten dat Helpman ook betaalde, maar dit is bij Helpman nooit aan de orde geweest.’ Dan gekscherend; ‘de club heeft juist veel aan ons verdiend door de gezellige derde helft, het bier en de bitterballen waar wij als groep altijd voor zorgden.’

Spits

‘Mijn kwaliteiten als spits? Dat ik altijd wel ben blijven scoren. Vaak kon ik toch het gaatje wel vinden ook al zat ik minder goed in de wedstrijd. Ik vertrouwde daar zelf ook altijd wel op, die scoringskans die kwam bijna altijd. Dat heeft mezelf ook wel wat verrast, ook als ik een niveau hoger kwam te spelen, ook bij het Nederlands team, dat scoren, dat bleef. De kritiek op mij was ook wel eens op het veld dat ik een wat luie spits was, en dat klopt ook wel, ik wachtte mijn kans soms ook af en moest het niet hebben van mijn loopvermogen. Als ik dan nu mijn zoon zie, ja dan zie ik het verschil; die loopt gemakkelijker.’

Zwiers junior is 13 en voetbalt bij de C-junioren van Helpman. Zijn positie is –jawel; spits. De 16-jarige dochter van Zwiers voetbalt bij de dames van Helpman en zie daar; ook zij is aanvalster. Zwiers is blij met zijn voetbalgezin en de weekenden die daardoor voor een groot deel uit voetbal bestaan. ‘Ik heb het geluk dat mijn vrouw Anita het voetbal van mij altijd gesteund heeft. Gedurende vijftien jaar ben ik toch vijf avonden in de week bezig geweest met het trainen en spelen van wedstrijden bij mijn twee clubs. De support van mijn familie en ook schoonfamilie is belangrijk voor me, hun morele steun of aanwezigheid langs de lijn of op de tribune.’

Het plakboek van Zwiers geeft een treffend beeld van zijn voetballoopbaan.  Als aanvaller was hij vaak gewild object van fotografen. De laatste jaren stond er vaak als onderschrift bij ‘still-going-strong Harry Zwiers’ of ‘good-old Harry Zwiers’. De aanvaller kan hier wel om lachen. Het brengt ons bij het onderwerp dat er tegenwoordig steeds minder dertigers actief zijn in de standaardteams. Ook zijn eigen elftal herbergt een piepjonge selectie. ‘Ja, je merkt tegenwoordig ook dat er veel meer concurrentie is van andere zaken. Bij de jeugd ook, het is niet alleen maar meer voetbal dat telt. Terwijl bij mij was het alleen het voetbal waar het om draaide en dat bleef ook zo. Maar ik heb ook de mazzel gehad dat ik nooit te maken kreeg met ernstige blessures.’

In het plakboek staat verder een column uit het Dagblad van het Noorden. De zaalvoetballer –normaliter wars van al te moderne grillen- speelde die avond op nieuwe –rode- schoenen. En juist die avond wilde het voetballen niet lukken. De oplettende journalist op de tribune wijdde derhalve de maandagcolumn met als titel ‘de rode schoenen’, aan Zwiers, met als boodschap dat een no-nonsense man als Zwiers maar weer gewoon een neutrale kleur schoenen moest dragen. Uiteraard met een vette knipoog.

Hoofdtrainer

Zwiers is dit seizoen voor het tweede jaar als hoofdtrainer verbonden aan Helpman 1. En dat is best bijzonder omdat het trainerschap voor hem geen vanzelfsprekendheid was. ‘Vroeger als speler, leek me dat niks -trainer zijn. Maar ja, hoe gaat dat. Voor het team van mijn zoon werd ik gevraagd als tijdelijke trainer. En even later ben je er voor vast bij. En op een gegeven moment werd ik gevraagd voor het tweede elftal en haalde ik mijn TC 3 en TC 2. En ik moet zeggen dat ik er erg veel plezier aan beleef. Voor een groep staan, met mensen omgaan, mijn voetbalvisie overbrengen. We hebben een erg jonge ploeg en zijn er vorig seizoen net in gebleven. Ik heb veel vertrouwen in de mogelijkheden van deze selectie en onze doelstelling is ook om binnen twee jaar terug te keren naar de tweede klasse, de klasse waar wij vinden dat Helpman in thuishoort.’ Op de vraag of het niet lastig is om hoofdtrainer te zijn bij een club waar je als voetballer persoonlijk zo mee verbonden bent, is de trainer duidelijk. ‘Ik zie hier zelf geen probleem in. Ik stel zelf voorop dat ik naar iedereen eerlijk wil zijn en dat ik  iedereen ook na tien jaar nog- recht in het gezicht kan aankijken. Natuurlijk spelen er bij een club veel verschillende belangen en  moet je soms ook impopulaire beslissingen nemen. Maar mijn ervaring is dat je zolang je eerlijk en open communiceert, en alles met eer en geweten doet, je problemen voorkomt. Over het trainingsvak wordt soms ook wat te ingewikkeld gedaan is mijn mening.  Het is belangrijk dat je verstand van het spelletje hebt en over mensenkennis beschikt, daar draait het om. Als trainer ben je een passant, en dat heb ik ook gezegd tegen het bestuur; kijk ook zo tegen mij aan. Er zal in de toekomst ook een moment komen dat ik een keer bij een andere club wil gaan kijken.’

Zwiers is content met de organisatie van de staf van de selectie. Zoals met de aanwezigheid van de assistent-trainer en trainer van het tweede,  Marco Pesiwarissa. ‘Daarnaast zijn er ook andere oud-spelers bij de selectie betrokken waardoor we veel voetbalkennis van echte clubmensen hebben. Helpman is een hele fijne vereniging met een prima sfeer. Wel hebben we gezegd tegen elkaar, het presteren dat vinden wij ook belangrijk. Soms klonk het namelijk bij Helpman vaak van;  ‘als het maar gezellig is, dan het oké’. En daarvan zeggen wij; natuurlijk mag het gezellig zijn, maar we willen ook presteren. En de voorwaarden die zijn er. We hebben een sterkte lichting spelers, 75%  komt uit de eigen jeugd. De trainingsaccommodatie is prima, we hebben de beschikking over twee kunstgrasvelden, de kleding is goed geregeld, er is een goede geluidsinstallatie, er speelt een jeugdteam voorafgaand aan de wedstrijd van het eerste. En het is de bedoeling dat we  in de winterstop met het elftal op trainingskamp naar Spanje gaan, prachtig natuurlijk voor de groep!’

En hoe kijkt Zwiers aan tegen zaalvoetballende veldvoetballers, iets waar de gemiddelde trainer doorgaans op z’n zachts gezegd geen voorstander van is? ‘Tja, ik kan hier moeilijk op tegen zijn en ik denk dat spelers in het weekend beter met sport bezig kunnen zijn in plaats van laat op stap te gaan. Soms kreeg ik ook wel eens te horen of stond dat in de krant dat ik als ik vrijdag goed had gespeeld in de zaal en op zondag op het veld was het minder, dat dit kwam omdat ik dan kennelijk vrijdag in de zaal alles gegeven had. Daar heb ik me nooit wat van aan getrokken. Dat is gewoon toeval, met voetbal is het nu eenmaal zo, je hebt altijd mindere en betere wedstrijden.’

De voetballer en trainer –die straks ook het TC 1 diploma wil behalen-, blikt met veel plezier terug op zoals hij het omschrijft ‘een rijke carrière’. Veel geleerd, veel gewonnen, veel beleefd, veel genoten. Het geeft een goed gevoel. Zwiers heeft een voetbalhart en verheugt zich daarom ook over wat komen gaat; zo lang hij maar bezig kan zijn met zijn favoriete spel!

 

Ursula Sennema