Wie kent hem niet (deel 1)

Geschreven door Johan Staal op . Geplaatst in Tafel Gereserveerd

‘Wie kent hem niet’ is de titel van het portret over een man die alle voetbalcomplexen in de stad Groningen als zijn broekzak kent omdat hij de vereniging uit zijn geboortedorp Eenrum nog steeds op de voet volgt.

‘Wie kent hem niet’ is de titel van een portret over een man die alle voetbalcomplexen in de stad Groningen als zijn broekzak kent omdat hij de vereniging uit zijn geboortedorp Eenrum nog steeds op de voet volgt.

 KLAAS

Klaas van Erkel, in het midden op de foto, met naast zich Harry Reitsma en Wim Nube en rechts Louwe van der Horn (zittend) en Renze de Vries aandachtig toeschouwer bij het duel Groen Geel-Kloosterburen    foto: Jan Gerdez.


Of het nu om de lagere teams, jeugd, dames of het eerste elftal gaat hij is aanwezig. In weer en wind geleed in T-shirt of sweater, want hij heeft het nooit koud, hoor je Klaas van Erkel van verre aankomen,iedere grap of grol die hij of de persoon waar hij mee in gesprek is maakt, begeleidend met een bulderende lach. Klaas is een type ‘Rene van der Gijp’ waarover zijn vaste kompaan in het TV-programma Voetbal International, Johan Derksen zegt, dat hij de lach aan zijn kont heeft hangen. Die vergelijking gaat in dit geval ook op voor ‘Erk’, zoals hij door velen in Eenrum genoemd wordt. Klaas is Klaas en is, zoals René van der Gijp, helemaal zichzelf gebleven.

‘Plan B”

Sinds mijn activiteiten voor de Ommelander Courant tref ik hem altijd als regenbuien of nog erger, perioden met regen in Nederland weer eens roet in het eten gooit wat het amateurvoetbal betreft en de redactie van de Ommelander Courant plan ‘B” in werking zet.

Dat betekent of er gekeken werd of er ergens nog een eerste elftal op een kunstgrasveld actief is van een vereniging uit het verspreidingsgebied van de regionale krant. Dit seizoen had ik twee keer het geluk dat dit op een bijna voetballoze zondag het geval was en ik naar de wedstrijden SGVV’07-Kloosterburen en, enkele weken later, naar SGVV’07- Eenrum mocht. Bijkomstig voordeel was dat Klaas, of JC zoals hij in Eenrum vroeger ook genoemd werd en wat de initialen zijn van een oud-ajacied, ook tot de toeschouwers behoorde wat minimaal garant staat voor een humoristisch commentaar op het gebodene.

Rollator

Dat was in het eerste duel ook het geval toen hij bij aankomst melde dat Kloosterburen een ‘makkie” aan het zwakke SGVV’07 zou hebben. We geloofden de voetbalkenner graag. ‘Ik heb ze regelmatig zien spelen en ik kan me niet voorstellen dat Kloosterburen dit duel verliest. Ik verzeker je, mocht dit wel gebeuren ik een einde aan mijn leven maak door voor een rollator te springen.”

Die laatste opmerking van Klaas, waarmee hij de lachers op zijn hand kreeg, gaf direct aan dat ‘Erk” nog niet uitgekeken is op het leven want hij zo nog eerder en oude dame helpen oversteken dan voor haar rollator te springen. Die kant van Klaas leerde ik namelijk kennen binnen de muren van het UMCG waar ik hem op de MRI-afdeling zag zitten. ‘Wat moet jij hier” was mijn vraag waar een verrassend antwoord opvolgde.

‘Ik ben hier met mijn, zoals dat genoemd wordt, hospita want die durft niet zo goed alleen naar het ziekenhuis en daarom ben ik even mee.”

Geboortedorp

Dat antwoord is typerend voor Klaas die als je hem ziet lopen het prototype van ‘Ruwe bolster, blanke pit” is. We haalden nog wat oude herinneringen op uit ons beider geboortedorp Eenrum terwijl mijn pieper, waar ik de door mij uit te voeren spoedjes binnenkrijg, de boodschap goed begreep en even een pauze voor zichzelf inlaste. Ruim twintig minuten later moest ik wel verder en was het ‘tot binnenkort op het voetbalveld” wat dus tot 14 oktober zou duren.

Na het duel tegen Kloosterburen liep ik met het idee rond om hem te polsen voor een interview voor Puurvoetbalonline. Er was echter een probleem, Klaas was, en dan druk ik mij zacht uit, een beetje lastig te traceren. Het nummer dat ik via zijn zus Conny en haar man Peter had gekregen werd namelijk niet beantwoord. Maar een ander gegeven nummer bracht redding en via zijn hospita kreeg ik Klaas aan de telefoon. Ik vertelde van mijn plan en Klaas vond het leuk om mee te werken.

Erwtensoep

Daarom spraken we op een woensdagmiddag af in de Bommen Berend, waar ze volgens Klaas heerlijke erwtensoep hadden. Maar alsof de duvel er mee speelde nadat we hadden afgesproken kwam er dusdanig veel regenwater naar beneden dat ik de zondag voor onze afspraak weer op het sportcomplex van SGVV”07 terecht kwam voor een verslag van een duel van de thuisclub tegen Eenrum dat op kunstgras werd gespeeld. Wedstrijden van Eenrum, en van Kloosterburen trouwens ook, bezoeken betekend voor mij dat die in het teken staan van het tegenkomen van een groot aantal bekenden. Martine vraagt dan ook altijd, als ze mij weer thuis ziet komen: ‘en hoe was het op de reünie.” want mijn gezicht spreekt dan boekdelen waar de verhalen echter enkele uren later komen omdat er eerst aan het verslag voor de Ommelander Courant gewerkt moet worden. Tijdens dat duel in de stad was ‘Erk” uiteraard ook present en mooi is dan dat Klaas, en ik gelukkig ook, die middag even weer Eenrumer onder de Eenrumers zijn want het prachtige dorp met de karakteristieke toren blijft natuurlijk altijd het dorp waar we zijn geboren en grootgebracht. De wedstrijd was al snel van hetzelfde niveau dan het duel SGVV’07-Kloosterburen  en Klaas liet voor de zekerheid maar niet blijken dat hij over zou gaan tot dwaze plannen bij een eventueel verlies van Eenrum. Het spel van onze favorieten zag er namelijk niet uit en de kritiek van de trouwe aanhang van Eenrum was dan ook niet mals. Want dat kunnen ze in Eenrum waar coryfeeën als Albert Hofman en Jan Reitsma en Wim Nubé bepaald geen blad voor de mond nemen wat betreft de prestaties van de plaatselijke hoofdmacht. De wedstrijd kabbelde dan ook voort richting  rustsignaal en toen arbiter Theo Beijert na vijfenveertig minuten het rustsignaal gaf toog het hele gezelschap richting kantine van SGVV’07. Een kantine die door Klaas werd geroemd om zijn gezelligheid maar vervloekt werd om zijn bereikbaarheid.

Lastige trap

‘Het is hier altijd erg gezellig maar dat is echter het probleem want je moeten altijd, nadat de kantine sluit die hoge trap af en als je dan redelijk wat bier op hebt donder je soms weleens naar beneden wat je niet wilt meemaken. Maar dat neem ik dan maar op de koop toe want de volgende wedstrijd sta ik hier vrolijk weer. In de rust werd het al gezellig in de kantine waar wij aan de koffie of thee, en Klaas aan de bier, het even over andere zaken hadden dan het voetballen waarbij de serieuze gesprekken de boventoon voerden. Na de verkwikkende thee en andere consumpties begaven we ons naar beneden voor de tweede helft van de wedstrijd die hopelijk meer amusementswaarde zou leidden dan de eerste. Terwijl Klaas en ik ons stonden te verbazen, de overige Eenrumers doen dat al niet meer, over het ‘groot” aantal bestuursleden van Eenrum in Groningen aanwezig was werd er afgetrapt voor de tweede helft waar Niek Nienhuis bij de roodbaadjes Mattheus Nubé was komen vervangen. De broertjes Nienhuis, Jaap en Niek, waren niet fit, en zaten daarom beide op de bank. Er moest echter iets gebeuren om Eenrum, qua voetbal,wat op te krikken vandaar dat trainer Siebrand Solinger tot deze wissel besloot. Het optreden van Niek duurde niet lang want de jongste van de broertjes Nienhuis schopte zijn voetbalschoen aan flarden en moest dus vervangen worden.  Aangezien hij geen tweede paar bij zich had,maar wie heeft dat wel behalve de duur betaalde profs die ze in alle soorten en kleuren in de kast hebben staan, moest broer Jaap als invaller binnen de lijnen komen.

Shirt vergeten

Maar er werd niet gewisseld want Jaap Nienhuis kwam onze kant oplopen en bezorgde Klaas en mij met zijn opmerking een lachbui die zeker vijf minuten duurde. Jaap had namelijk zijn voetbalshirt niet aan want die lag nog in de kleedkamer waarvan in eerste instantie de deur op slot was. We kwamen niet meer bij van het lachen en ook Jaap zag er de humor wel van in en de lachsalvo,s klonken dan duidelijk hoorbaar over het veld. Wat hebben we die middag gelachen waarbij als prettige bijkomstigheid uiteindelijk te melden viel dat de thuisploeg uiteindelijk toch een maatje te klein was voor Eenrum.

Na afloop ging iedereen zijn eigen weg, de Eenrumers naar Eenrum, ik terug naar Ezinge, en Klaas ging richting de door hem zo vervloekte trap. Met een ‘tot woensdag” namen we afscheid toen nog niet wetende dat de middag van 17 oktober een prachtige en bijzondere zou worden wat in deel twee aan de orde komt dat in het weekend van 12/13 februari te lezen zal zijn.