Jasper en Janique Drijfhout vormen met pa een crossteam

Geschreven door Johan Staal op . Geplaatst in Binnen de lijnen

In 2013 was de nu bijna 23-jarige Jasper Drijfhout wel klaar met de grasbaansport en stapte hij over naar de motorcross. Een discipline waar twee jaar later ook zijn 25-jarige zus Janique actief in werd zodat er mede door de inbreng van vader Douwe bijna van een ‘team Drijfhout’ kan worden gesproken.

jasper

 Jasper in actie 
Bron: Ommelander Courant

Het is geen officieel team maar Janique en Jasper Drijfhout doen sinds ze beide dezelfde hobby beoefenen eigenlijk alles samen. ,,Toen Jasper nog aan grasbaanracen deed ging ik altijd wel mee omdat ik dat gewoon leuk vond. Ik was in die periode zelf actief in de paardensport, vertelt Janique. ,,Toen mijn broertje in 2013 overstapte naar de motorcross veranderde dat niet. In tegendeel moet ik zeggen want ik kreeg zelf ook steeds meer interesse om die sport te gaan beoefenen. Uiteindelijk heb ik toen mijn paard verkocht en ben mij in 2015 definitief op de motorcross gaan richten.” Dat laatste was een keuze die Jasper al twee jaar eerder zeer bewust had gemaakt. ,,In 2012 reed ik in de ST2 nog een prima seizoen. Maar toch kreeg ik steeds meer het gevoel dat ik wat anders in de motorsport wilde gaan doen. Mijn gevoel zei mij een beetje dat ik in het grasbaanraces niet echt verder kwam en dat zorgde daardoor misschien wel voor een verminderde motivatie. Ik heb dat toen met mijn vader besproken en liet daarbij doorschemeren dat ik graag naar de motorcross wilde overstappen. Vervolgens heb ik in 2013 nog op de grasbanen gereden maar trainde ik ondertussen al voor de motorcross.”

janique
 Janique in actie 

Trainingen die absoluut nodig waren vertelt de 22-jarige motorcrosser uit Feerwerd. ,, Deelnemen aan grasbaanraces of meedoen aan een motorcross zijn twee disciplines die totaal niet met elkaar zijn te vergelijken. Een manche bij grasbaanraces moet je zien als een sprint die nog geen vier minuten duurt. Bij een motorcross duurt een manche twintig minuten en twee ronden. Dat laatste zorgt daardoor ook voor een totaal andere benadering. Waar een coureur in de grasbaansport er eigenlijk direct volle bak in moet vliegen is het bij een cross gewoon meer een kwestie van met je verstand rijden. Daar bedoel ik mee dat je soms in de tweede helft van een manche bij een cross nog goede zaken kunt doen waarbij het nemen van grote risico’s niet nodig is. Ik weet bijvoorbeeld via de rondetijden dat ik een wat langzamere starter ben en mijn winst in het tweede gedeelte moet pakken. Maar wanneer je langzaam start bij de grasbaanraces ben je in negen van de tien keer al geklopt voordat je echt bent begonnen. ”vertelt Jasper die nu dus voor het derde seizoen echt actief is als motorcrosser. Iets wat nog niet geldt voor Janique die in 2015 voor het eerst echt op een motor klom. ,,Ik reed weleens op de reservemotor van Jasper maar twee jaar geleden had ik iets van, als ik wat wil dan moet ik nu doorzetten. Dat betekende dat ik bijvoorbeeld ook techniektrainingen moest gaan volgen wilde ik iets in de motorcross bereiken. Daar bedoel ik overigens niet mee dat ik dan in de damesklasse direct even om de bovenste plaatsen mee zou gaan doen. Zo werkt het namelijk niet in een sport waarin je naast techniek ook over een portie durf, en de nodige conditie en kracht moet beschikken. En dat laatste heb ik natuurlijk minder dan mijn vader en Jasper. Conditioneel kan ik ook nog wel groeien maar dat komt ook omdat ik begin dit jaar een woning in Ezinge heb gekocht waar natuurlijk ook het nodige moest gebeuren. En verder werk ik op een accountantskantoor van EY en doe daarnaast nog een studie. Daardoor kan ik op dit moment ook wat minder uren aan trainingen besteden dan Jasper dat doet.“

En inderdaad wanneer de trainingsarbeid van haar broer, die een HBO-opleiding Bedrijfseconomie doet, ter sprake komt blijkt dat Jasper op dat vlak bepaald niet stilzit. ,,Ik weet dat wanneer je iets wilt bereiken in je sport daar wat voor moet gebeuren. Maar ik heb het probleem dat ik daar soms iets te ver in ga. Wanneer ik bijvoorbeeld ga hardlopen dan doe ik dat zo intensief dat ik er na vijf weken helemaal klaar mee ben. Dan kies ik vervolgens een aantal weken voor het fietsen of de sportschool om daar met toestellen aan mijn kracht en conditie te werken.” Wanneer het laatste onderwerp, het trainen in een sportschool, ter sprake komt valt opeens de naam van zijn op 9 december bij een verkeersongeluk om het leven gekomen vriend Carlo IJff en valt Jasper even stil om vervolgens te vertellen wat de op 20 jarige leeftijd overleden Winsumer voor hem betekende. , Carlo en ik waren heel close en gingen altijd samen naar de sportschool. We wisten wat we aan elkaar hadden en daarnaast konden we elkaar in de wedstrijden of in de sportschool oppeppen naar betere prestaties. Dan hadden we echt onderlinge wedstrijdjes met als enige doel om elkaar beter te maken. Ik moet ook eerlijk zeggen dat ik Carlo nog alle dagen mis.” En weer valt er even een stilte die gelukkig niet lang duurt wanneer de jonge inwoner uit Feerwerd de vraag krijgt wat voor snelheid hij met zijn motor kan bereiken. ,,Dat is lastig te zeggen. Dat hangt namelijk heel erg van de ondergrond af waarop je rijdt. Op een zandbaan is het nu eenmaal lastiger rijden dan op een harde kleibaan. Maar een gemiddelde van rond honderd kilometer per uur moet absoluut haalbaar zijn,” vertelt een enthousiaste Jasper die daarmee uiteraard sneller is dan zijn zus, en die dat ook volmondig beaamd. ,,Naast dat ik veel later met de motorsport in aanraking ben gekomen heeft  Jasper ook meer talent. Wanneer ik kijk naar de progressie die hij in een paar jaar heeft gemaakt is dat echt knap. Zo ver ben ik nog niet omdat er nog teveel ‘handigheidjes’ zijn die ik nog onvoldoende onder de knie heb. Een voorbeeld is bijvoorbeeld een bult in het parcours nemen. Dan gebeurt het mij nog weleens dat ik niet op mijn achterwiel maar op mijn voorwiel neerkom. Dat betekent dan weer dat ik dan niet direct voldoende snelheid kan maken. Maar wat het belangrijkste is dat we het alle drie, want onze vader is een belangrijke schakel in de begeleiding, een prachtige sport vinden. Als Jasper moet rijden doet mijn vader de tijdregistratie en schrijf ik de tijden op om die vervolgens aan Jasper te laten zien. En samen doen zij het dan weer als ik mijn wedstrijden moet rijden. En heel af en toe klimt mijn vader ook zelf nog op de motor en ook dat is leuk. En verder is het mooi dat ik alles dichtbij huis kan vragen omdat ik graag meer kennis van de motor zelf wil krijgen. Wanneer ik bijvoorbeeld wil gaan trainen wil ik niet steeds dat mijn vader of Jasper mijn motor klaar moeten zetten. Natuurlijk zijn er dingen op het technisch vlak die zij beter beheersen dan ik ooit zal leren. Maar daarvoor zorg ik vaak dat de motoren weer schoon zijn en waar ik volgens de mannen soms een pietje precies in kan zijn. Maar in ruil maak ik vaak de motoren schoon. Dat vind ik nu eenmaal belangrijk dat een motor na een race niet onder de modder of zand op een volgende race of training staat te wachten. Dan moet alles in mijn ogen tip top in orde zijn en doen we op die manier alles samen.”