Anton de Vries ( SV Onderdendam/ sportverslaggever OC ): In alle wedstrijden zit een verhaal.

Geschreven door Johan Staal op . Geplaatst in Binnen de lijnen

Naast voetballer van SV Onderdendam is Anton de Vries een van de verslaggevers die met regelmaat voor de Ommelander Courant bij een amateurvoetbalwedstrijd langs de lijn staat. Dat zorgde voor het onderstaand vraaggesprek waarin niet alleen zijn activiteiten langs en binnen de lijnen ter sprake kwamen.

 Profielfoto van Anton de Vries
Anton waar begon het qua voetbal allemaal voor jou en hoe jong was je toen: ‘Dat is ongeveer 25 jaar geleden. Vijf jaar jong en de wei in. Samen met mijn broer ging ik voetballen bij Valken’68, de plaatselijke voetbalclub van Valkenburg aan de Rijn (niet te verwarren met die aan de Geul, dan was ik met een iets zachtere g door het leven gegaan). Mijn oudste broer speelde daar al de nodige jaren zijn wedstrijdjes. Het gezin telt vijf jongens, zet daar een voetbalgekke vader bij en er is maar één onderwerp waarover gesproken wordt. Ik stond met voetbal op en ging ermee naar bed. Met veel plezier kijk ik terug naar het uren voetballen op elk denkbaar stukje gras tot het te donker was om de bal, waar de plastic flappen vanaf bladderde, te onderscheiden van een hoopje jassen. Dat plezier moet je koesteren, want dat komt het dichtst bij de kern van het spelletje.”
Je vertelde dat je moeder van oorsprong uit Roodeschool komt maar jij bent opgegroeid in Katwijk: ‘Dat klopt, mijn vader is een geboren en getogen Valkenburger, inmiddels opgegaan in de gemeente Katwijk, en mijn moeder is opgegroeid in Roodeschool. Ze hebben elkaar tijdens een vakantie ontmoet en hebben zich na hun huwelijk gevestigd in het Zuid-Hollandse dorp. Dat ik me nu weer in de contreien van mijn moeders jeugd bevind heeft natuurlijk iets moois. Misschien dat ik me daarom wel prettig voel onder Noordgroningers. Het is mij allemaal niet vreemd. Dat ik kortgeleden voor de Ommelander Courant een wedstrijdverslag van Corenos mocht schrijven was voor mij ook een bijzondere aangelegenheid. Het was koud en ze werden met 5-0 van de mat gespeeld, maar ik genoot van het op die plek langs de lijn staan.”

Het amateurvoetbal leeft enorm in de Bollenstreek. Waar ligt dat volgens jou aan: ‘Het mooie van het voetbal in de Bollenstreek is dat je op heel weinig vierkante kilometers aanzienlijk veel grote amateurclubs hebt. Allemaal met een flinke achterban. Dit zorgt voor veel derby’s waar veel publiek op afkomt. Goed voor de kassa’s en dus het niveau. Wat je daar niet hebt is binding met een profclub, dat is hier veel sterker met FC Groningen. ADO Den Haag zou veel fans moeten hebben in de Bollenstreek, maar focussen zich veel meer op de stad Den Haag, en China. Het is dus nog wachten op een profclub uit de bollenstreek, zou mooi zijn.”

Wat is het hoogste niveau waarop jij in die contreien hebt gespeeld: ‘Eén keer heb ik in mogen vallen in de eerste klasse, toen nog het tweede amateurniveau in Nederland, maar dat mag geen naam hebben. M’n vader weet vast nog tegen welke club het was. Het was een wissel in de 80e minuut waarin een jeugdspeler nog even mee mag doen omdat er niets meer op het spel staat. Ik was vaste kracht in het tweede elftal (reserve tweede klasse) van Valken’68 en mocht af en toe met het eerste mee, maar heb nooit de ambitie gehad om door te breken. Ik ben uiteindelijk ook door werk en motivatieproblemen op m’n 23e gestopt met voetballen. Ik was het plezier in het spelletje even kwijt.”

Je bent nu teruggekeerd naar het noorden. Vanwaar deze terugkeer: ‘Eigenlijk gewoon toeval. Ik studeerde journalistiek in Ede en wilde na een jaar doorstromen naar de universiteit. De RUG was de enige universiteit waar ik in februari met mijn opleiding kon starten. Vandaar mijn ‘terugkeer’, niet heel spannend, maar ben blij dat ik het gedaan heb.

In Groningen ging je voor SV Onderdendam voetballen. Waarom SVO: ‘Tja, omdat SVO de mooiste club van Nederland is J. Een neef van me komt uit Onderdendam en vroeg me of ik zin had om eens mee te trainen. Volgens mij was ik die avond al lid voordat ik een bal geraakt had. Zo gaat dat bij SVO. We hebben één team, dus de lijntjes binnen de club zijn heel kort. Je merkt gelijk of je ertussen past of niet. Voor mij was het gelijk een match. Bij SVO leerde ik te verliezen en heb ik het plezier weer teruggevonden in het spel. We winnen en verliezen samen, dat kan alleen als je een mooie club bent.”

Jullie staan er met SV Onderdendam goed voor in de competitie. Het kampioenschap nadert …of : ‘Haha, ik houd daarover toch een slag om de arm, maar de punten stromen inderdaad binnen. Een ongekende luxe binnen de club. Vijf jaar hebben we tegen degradatie gestreden in de reserve vijfde klasse en vorig seizoen ging verliezen het plezier in de weg zitten. In de reserve zesde staan we nu fier aan kop en dat geeft de sfeer een enorme positieve boost. Op de platte kar door het dorp zou mooi zijn, maar is in de winterstop nog iets te voorbarig.”

Waarom staat er bij jullie cultheld Harry Visser als omschrijving, allrounder en hebben de overige selectieleden een specifieke taakomschrijving: ‘Omdat Harry als voetballer en als mens een allrounder is. Dat je hem een cultheld noemt zegt al genoeg. Culthelden hebben iets onverklaarbaars over zich, zo ook Harry. De websitebeheerder, die overigens ook in het eerste van SVO voetbalt, heeft dit mooi opgelost met een onverklaarbaar woord als ‘allrounder’. Dat ons sportpark nu zijn naam draagt vind ik ook meer dan terecht. Vergeet ook zijn partner Rennie niet. De meest trouwe supporter van de club, hoe slecht het ook gaat. Twee allrounders die veel betekenen voor SVO.”

Naast voetballer ben je ook een van de verslaggevers die voor de Ommelander Courant langs de lijn staat. Wat is daar leuk aan: ‘In elke wedstrijd zit een verhaal en ik hou van verhalen. Als de lezer van mijn stuk, die erbij was of niet, zich in dat verhaal kan vinden heb ik mijn doel bereikt. Dat gevoel bij mensen opwekken vind ik heerlijk om te doen. Ook word ik nu in verschillende kantines in Noord-Groningen met veel warmte welkom geheten, dat is op zich toch al reden om dit schitterend te vinden.

Heb je in je eerste seizoen al iets bijzonders/eigenaardigs langs de lijn meegemaakt: ‘Bij mijn eerste wedstrijd die ik mocht bezoeken was het gelijk raak. Ik had me op en top voorbereid. Kladblokje bij me. 35 pennen, voor het geval dat. Vanuit de stad met mijn fiets de trein naar Loppersum gepakt en vervolgens trappend naar Zeerijp. De Fivel tegen Onstwedder Boys zou mijn vuurdoop worden. Om 14.30 uur was er alleen in geen velden of wegen een KNVB-scheidsrechter te bekennen. Een half uur na de geplande aanvangstijd werd de wedstrijd afgelast. Een hele rare situatie waar ik uiteindelijk nog wel een stukje over geschreven heb, maar bijzonder was het wel.”

Ik begreep dat je richting de journalistiek een opleiding hebt gevolgd of nog volgt. Ga je daar nog wat mee doen denk je: ‘Ik heb inderdaad mijn propedeuse journalistiek behaald, maar de opleiding volg ik niet meer. Schrijven zal ik altijd blijven doen, of ik er mijn werk van kan maken of niet, dat zit in me. Het zou mooi zijn als er zich ooit een kans voordoet om mij verder te ontwikkelen op dit vakgebied. Daar heb je altijd een beetje geluk bij nodig, maar vooral hard werken en veel schrijven. Ik ga er in ieder geval mijn best voor doen!”

Kijk jij als verslaggever anders naar voetbal op TV dan voor je als verslaggever langs de lijn stond: ‘Voetbal op tv kijk ik meer als voetballiefhebber, maar uitzetten kun je het niet. Het analyseren van een wedstrijd doe ik bij elk duel.”

Wat doe je verder in het dagelijks leven: ‘Ik heb een hele lieve vriendin, die totaal niet van voetbal houdt. Dus dat houdt elkaar mooi in evenwicht. Op het moment werk ik bij Noordhoff Uitgevers, naast de Euroborg. De voetballucht is dus nooit ver weg.”

Wat is Anton de Vries voor een type voetballer:  ‘Pff, lastige vraag, ik denk vooral een hele positieve. Ik probeer altijd wel het positieve uit een moment te halen. Overzicht in het veld houd ik van, dus ik heb het liefst een centrale rol. Vooral af en toe nog lekker de wei in. Daar geniet ik van.”