Provinciaal Statenlid Robert de Wit: Politiek en samenleving moeten sporters met een beperking steunen

Geschreven door Johan Staal op . Geplaatst in Binnen de lijnen

Maandag 6 juni stond voor Statenlid Robert de Wit in het teken van een fietstocht ‘van ‘Lauwerszee tot Dollard tou’. Het Provinciaal Statenlid van de CDA wilde namelijk meer aandacht voor de sporters met een beperking. En zijn fietstocht van 6 juni moest er voor zorgen dat er vanuit de politiek meer aandacht kwam voor sporters met een beperking.

Toen Robert de Wit op 6 juni op bezoek was bij FC LEO, een van de voetbalverenigingen is die het voetballen voor spelers en speelsters met een beperking heeft omarmd, werd iedereen direct geraakt door de plannen van het jonge Statenlid. Robert wilde met zijn fietstocht niet alleen geld inzamelen maar nog meer wilde hij zelf horen waar sportverenigingen, zoals FC LEO, tegenaan lopen. De ook als scheidsrechter in het amateurvoetbal actieve Robert de Wit wilde dat namelijk in kaart hebben om er zo voor te zorgen dat het sporten voor mensen met een beperking op de sportnota zou komen.

 Ik was namens de Ommelander Courant aanwezig in Leens toen Robert daar op bezoek kwam. Duidelijk merkbaar was toen dat zijn interesse daadwerkelijk gemeend was. Er zat die maandagmorgen iemand op het terras voor de kantine van de Leenster voetbalclub die zich oprecht wilde inzetten voor de gehandicaptensport in onze provincie.
Ongeveer drie weken geleden kreeg ik een berichtje van Robert met de mededeling dat er op de komende sportnota meer aandacht zou komen voor de gehandicaptensport. En verder de mededeling dat ik van harte werd uitgenodigd voor een gesprek waarin Robert graag nader wilde ingaan op de sportnota. Een paar dagen later trof ik bij aankomst in het gebouw waar naast het CDA meerdere politieke partijen gehuisvest een oprecht blije politicus. Oprecht blij omdat zijn eerste doel, het meer onder de aandacht brengen van de gehandicaptensport, was gelukt. ‘De eerste stap is nu gezet maar dit is nog maar het begin. Dat heb ik ook direct gezegd, meer aandacht voor sporters met een beperking is mooi maar het moet verder gaan dan alleen maar aandacht. Ik ben namelijk geschrokken van de problemen waar verenigingen zoals FC LEO mee te maken hebben. Dan denk ik aan de kosten die er gemaakt moeten worden om het team naar de vaak verre uitwedstrijden te vervoeren. Op dat gebied moet er absoluut wat gebeuren omdat je niet van iedere vereniging kunt verwachten dat ze dat met eigen middelen bekostigen. Die verenigingen beschikken nu eenmaal niet over een groot aantal sponsoren of hebben de steun van FC Groningen. Vandaar dat ik mij ook sterk wil maken voor de sporters met een beperking. We hebben het op de laatste Paralympische Spelen gezien wat sporters met een beperking kunnen. Nederland kwam met 62 medailles thuis en die zijn niet uit de lucht komen vallen. Daar is door de sporters en sportsters hard voor getraind en waar gelukkig geld voor beschikbaar voor was. Maar er moet ook geld voor de breedtesport vrijgemaakt worden en dat is wat nu in onze sportnota staat.”

Duidelijke woorden

Duidelijke woorden van het Statenlid die begrijpt dat er uiteraard sceptisch gekeken zal worden waar het gaat over of het beschikbare geld wel bij de sporters terecht komt. ‘ Dat is een opmerking die ik volkomen begrijp. Want dat is al snel het beeld wat men heeft. Het beschikbare geld zou niet op moeten gaan aan tal van werkgroepen. Ik kan je verzekeren dat ik dat ook heel duidelijk heb aangekaart dat we dat niet moeten willen. Het beschikbare geld hoort daar te komen waar het nodig is en dat is bij de sporters en de verenigingen die de gehandicaptensport hebben omarmd.”

Een helder statement van een bevlogen politicus die ook op ander gebied actief is binnen de voetbalwereld. Want naast scheidsrechter is Robert ook actief als leider van het derde zaterdagteam van Helpman. Wanneer de 26-jarige voetballiefhebber over ‘zijn’ team vertelt voel je direct de genegenheid die hij voelt voor sporters die niet altijd passen in een zeg maar gemiddeld team. ‘Helpman-zaterdag 3 is op geen doorsnee-team. Maar dat spreekt mij juist heel erg aan. Ook niet doorsnee sporters moeten sporten. Dat raakt mij ook in de gehandicaptensport. Dat iedereen moet kunnen sporten vind ik gewoon heel erg belangrijk en waar ik mij graag voor wil inzetten. Ik heb met eigen ogen gezien hoe bevlogen vrijwilligers zijn waar het gaat om de faciliteiten voor sporters met een beperking te verbeteren. Daar hebben ze echter hulp bij nodig, en ik kan het niet vaak genoeg zeggen, die hulp moeten wij hen vanuit de politiek en samenleving geven. “