Roelof Hovius: Binnen FC LEO is het G-voetbal niet meer weg te denken

Geschreven door Johan Staal op . Geplaatst in Binnen de lijnen

In 2014 werd FC LEO uit Leens benaderd met de vraag hoe men binnen de voetbalvereniging dacht over het voetballen voor voetballers met een beperking. Een vraag die kwam vanuit de Kameleon, de woonvorm in Leens waar een groep mensen met een beperking sinds enkele jaren woont. Binnen de voetbalvereniging werd direct positief gereageerd op de vraag of er ruimte was voor een G-voetbalteam. Een van die personen was Roelof Hovius die sinds de start van het G-voetbal binnen FC LEO als trainer van het team fungeert

image 2016 08 12

 Bron: Ommelander Courant   Foto: Herman Spier Bedum
De 44-jarige Roelof Hovius was direct enthousiast toen hij hoorde over de plannen om het voetballen voor mensen met een beperking binnen FC LEO te integreren. ,,Toen ik hoorde van die plannen om het mogelijk te maken dat ook voetballers en voetbalsters met een beperking bij onze vereniging terecht konden was ik inderdaad vol lof over dat idee. Ik vind het namelijk belangrijk dat er voor iedereen de mogelijkheid bestaat om te kunnen sporten. Voorzitter Arjen Fledderman en penningmeester Henk Bruinius hebben er toen veel tijd ingestoken om het G-voetbal binnen FC LEO echt goed van de grond te krijgen. Toen de plannen vervolgens echt concreet werden kwam al snel de vraag of ik het G- team zou willen trainen. Daar hoefde ik niet lang over na hoeven denken maar ik had wel een voorwaarde. Ik wilde het niet alleen doen. Het trainen van een G-voetbalteam is namelijk duidelijk anders dan een willekeurig jeugdteam of een tweede seniorenselectie trainen. Spelers of speelsters met een beperking kunnen nu eenmaal anders reageren dan je bij senioren of jeugdteams gewend bent. Daarom verzorg ik samen met Koos Reitsema de trainingen waarbij we ondersteuning krijgen van Justin Fledderman. Justin studeert sport en bewegen en is daardoor een welkome assistent. Daarnaast hebben we nog een aantal vrijwilligers waar we een beroep op kunnen doen. Dat zorgt dat we op de maandagavond, dat is onze vaste trainingsavond, qua trainers en begeleiders goed bezet zijn,’’ vertelt Roelof Hovius die zelf al op jonge leeftijd moest stoppen als voetballer. ,,Op  19 jarige leeftijd raakte ik als doelman van de A-junioren van FC LEO geblesseerd aan mijn rechterknie. Een blessure die ernstiger was dan verwacht en er uiteindelijk voor zorgde dat het voetballen er voor mij niet meer inzat. Vorig seizoen heb ik het nog wel even geprobeerd in het 7:7 voetbal maar ook dat werd geen succes.”

Nadat het zelf actief zijn er niet meer inzat rolde de als dakdekker werkzame Roelof Hovius eigenlijk direct het ‘trainersvak’ in. ,,Toen ik besloot om een punt achter mijn actieve periode te zetten had ons D-elftal geen trainer. Omdat ik wel graag binnen FC LEO actief wilde blijven besloot ik om die taak op mij te nemen. Een taak die ik samen deed met Tjipco Werkman. Na de D-junioren heb ik meerdere jeugdteams van FC LEO getraind maar daar kwam na het seizoen 2011-2012 een einde aan. Door een versnelde doorstroming van A-junioren naar de senioren verdween voor het seizoen 2012-2013 het A-elftal. Dat vond ik echt jammer waardoor er even wat ruis op de lijn ontstond,’’ vertelt Hovius met een olijke knipoog. Ruis op de lijn wat al snel weer verdween toen de vraag kwam of hij niet wilde terugkeren om het tweede team van de Leensters te gaan trainen. Een vraag waar Roelof Hovius niet lang over hoefde na te denken. ,, Ik was nog met regelmaat op het sportpark aanwezig omdat onze beide zoons, Giovanni en Milan, ook bij FC LEO voetballen. Dan hoorde en zag je weleens wat en een van die dingen was hoe het er bij het tweede team getraind en gevoetbald werd. Om heel eerlijk te zijn, dat team hing er maar wat bij en zag ik het als een leuke uitdaging om met de tweede selectie aan de slag te gaan.” Naast trainer van de tweede selectie kwam daar voor aanvang van het seizoen 2015-2016 het trainerschap van het G-team vervolgens bij en wat de vraag doet oproepen wat het grootste verschil is. ,,Allereerst is dat het niveauverschil. Bij het G-team geven we totaal andere oefenvormen dan bij de oudere jeugd of senioren. Maar het grootste verschil is de wijze waarop onze G-voetballers hun sport beleven. Dat is totaal anders dan hoe het er soms bij het tweede maar ook bij het eerste elftal aan toegaat. Ik weet best dat we het over amateurvoetbal hebben maar dat geldt ook voor de spelers van het G-team. Om een voorbeeld te geven. Ze zijn altijd op tijd voor een training of wedstrijd. En verder is hun enthousiasme aanstekelijk. Je ziet aan alles dat ze heel veel plezier aan hun hobby beleven. En ik moet zeggen, dat zorgt er ook voor dat wij als trainers en begeleiders, waar de vaste begeleiders Henk Bruinius en Marieke van der Sluis zeker niet onbenoemd bij mogen blijven, automatisch meegetrokken worden in het enthousiasme van het team.”

Een team dat volgens de Leenster nog wel wat aanvulling kan gebruiken. ,,Qua ledenaantal schommelt het een beetje. Dat komt doordat er wat spelers zijn verhuisd en er zijn die de eigen bijdrage helaas niet op kunnen brengen. Dat is iets wat ik jammer vind. We leven in een maatschappij waarin er veelvuldig gesproken wordt over dat het actief sporten voor iedereen bereikbaar moet zijn. Helaas komt daar in de praktijk niet altijd wat van terecht. En wanneer dat dan ten koste van een groep enthousiaste voetballers, zoals wij het binnen FC LEO hebben, gaat bevreemdt mij dat wel,” aldus de trainer het G-team die vervolgens heel nadrukkelijk het sociaal aspect benoemt. ,,Een van onze spelers hier bij de supermarkt. Wanneer je daar toevallig moet zijn wanneer hij moet werken is daar altijd wel even een moment voor een praatje. Dat is ook belangrijk. Want mede door het voetbal zijn ze nu nog beter in Leens geïntrigeerd en is het G-voetbal binnen FC LEO niet meer weg te denken. Daarom is het ook goed dat aan het begin van de zomer provinciaal Statenlid Robert de Wit bij FC LEO op bezoek is geweest. De Wit wil meer aandacht voor de gehandicaptensport en dat zou een prima zaak zijn. Maar een ding hoop ik niet. Het onder de aandacht brengen van de gehandicaptensport moet niet tot oeverloos overleg leiden. Wanneer het geld daar aan gespendeerd wordt zijn we namelijk verkeerd bezig. Het moet daar terecht waar het nodig is. En dat zijn de sporters met een beperking en de verenigingen die dat mogelijk maken.”