Een voorstopper met nummer 10 kan echt niet

Geschreven door Johan Staal op . Geplaatst in Even na praten

Enkele jaren geleden was ik bij de voetbalvereniging Noordwolde voor een verslag van het duel Noordwolde-CSVH. In de bestuurskamer vroeg ik om de opstellingen van beide teams want voor een verslaggever is het wel handig om te weten wie en onder welk rugnummer hij speelt.
oad-vites2 small
In de bestuurskamer was nog geen opstelling was nog geen opstelling voorradig maar toenmalige Noordwolde-trainer Marco IJzer noemde wel de elf namen die namens Noordwolde zouden beginnen. Daar voegde hij aan toe, het zijn dezelfde jongens als drie weken wat betekent dat je de nummers nog wel moet weten. Ik schreef de namen en nummers op en ik zag dat de Noordwolde-trainer stiekem meekeek. Ik had alle nummers goed begreep ik en dat verbaasde mijn niet. Want een van de dingen die ik van mijn vader heb geërfd is een goed geheugen.

Tegenwoordig gebeurt het steeds vaker dat ook in het amateurvoetbal met vaste nummers gewerkt wordt maar er zijn ook trainers die nog steeds vasthouden aan het principe, mijn basiself speelt met 1 t/m 11. Voor beide is wat te zeggen moet ik bekennen waarbij mijn eigen voorkeur zou uitgaan naar vaste nummers omdat je daar ook direct andere zaken aan vast kunt koppelen.

Noordpool is bijvoorbeeld een vereniging waar trainer Willem Kluin met vaste nummers werkt. Althans dat begreep ik van Michel Dries die nog twee stappen verwijderd is van zijn favoriet rugnummer. De middenvelder speelt dit seizoen met 8 dus kan iedereen raden wat Michel zijn favoriet nummer is.

Rugnummers hebben voor veel spelers iets magisch, zo wil de een nooit met 13 op zijn rug spelen en was ook 11 een shirt wat in trek was. Een nummer moet in mijn beleving wel bij een bepaalde positie passen want een voorstopper met nummer 10 hoort niet zo. Een nummer 10 staat geen voorstopper.

In de gouden jaren van Ajax, en dan praten we over de periode tussen 1970-1975 droegen de spelers ook vaste nummers. Stuy 1, Suurbier 3, Blankenburg 12, Hulshoff 4, Krol 5, Mühren 9, Neeskens 7, Haan 15, Rep 16, Cruyff 14 en Keizer 11 was vaak de basis en als Rep niet speelde stond Sjaak Swart met nummer 8 binnen de lijnen.

Stuk voor stuk rugnummers die bij de spelers als persoon pasten. Geen Suurbier met 14 of een Keizer met 2 maar gewoon een nummer waarvan je dacht, dat klopt. Met vaste nummers werken in het amateurvoetbal wordt wat lastiger als je ziet wat het aantal spelers is wat ieder seizoen zijn opwachting maakt in een 1e elftal van welke amateurclub dan ook.

Maar het levert ook weer extra, huiswerk’ op voor de media want waar je in het betaald voetbal de nummers waar een speler bijna zijn hele carrière mee voetbalt, is dat in het amateurvoetbal toch anders. Daar worden de nummers ieder seizoen weer op een bult gegooid, en waar ik met Michel Dries even een aardig twitter-gesprek over had, en krijgen de spelers opeens een ander nummer.

Geen 7 maar een 8, geen 12 maar opeens 10 en meer van dat soort grappen zorgen er voor, het wordt de komende weken extra scherp zijn langs de lijn. Nummertjes in mijn kop prenten want laat dat een tik zijn, noem een nummer en ik weet de speler die er bij zijn club meevoetbalt. Maar bij Noordpool wordt het even weer oefenen op de nummers maar ik wel hoop wel dat er niet opeens een voorstopper met nummer 10 speelt ….