Sterrenteam: het beste Feyenoord ooit van Leo Verheul

Geschreven door Leo Verheul op . Geplaatst in Even na praten

Aan Leo Verheul, die als journalist aan Hard Gras meewerkt en verder diverse sportboeken heeft geschreven, vroeg ik of hij zijn beste Feyenoord allertijden voor Puurvoetbalonline wilde samenstellen. Leo ging er even goed voor zitten en kwam met een elftal waarin alleen maar plaats was voor Nederlandse spelers. Een topteam dat veel voetballiefhebbers zal doen terugdenken aan de gouden jaren van de Rotterdammers

leo

Leo Verheul

Eddy Pieters Graafland,

“Ernst Happel zette hem in 1969 aan de kant, omdat Eddy PG teveel met zijn sportzaak bezig zou zijn. Toen ging Eddy in het tweede elftal spelen en nog minder trainen. Toen eerste keeper Eddy (Treytel) in het voorjaar van 1970 een paar keer nadrukkelijk blunderde, had Happel een probleem en vroeg hij Eddy PG zich voor te bereiden op de finale tegen Celtic in Milaan. De gekrenkte doelman vroeg toen bedenktijd, joggde een rondje om zijn woonplaats Barendrecht heen en zei toen pas ja. De rest is geschiedenis. Als de tunnelklep in de Kuip openging, vroegen de aanwezig dames zich altijd in koor af welke fijne trui (steevast zelf gebreid door moeders of een van zijn tantes) Eddy nu weer aan had.”

Piet Romeijn,

“Schreef historie door scheidsrechter Van Gemert aan het einde van de uitwedstrijd tegen FC Twente uit te maken voor hondenlul. Daarvan leidden de supporters de voetbalkraker Hi-ha-hondenlul af. Dat was jammer, want de aanzet voor ongelimiteerd schofterig gedrag rond de velden. Het zij hem vergeven. Piet Romeijn was namelijk ook een van de beste rechtsback uit de clubgeschiedenis en zeker de meest succesvolle. Hij veroverde twee KNVB-bekers, drie landstitels, een Europa Cup en een wereldbeker.”

Rinus Israël,

“Staat nog steeds bekend als IJzeren Rinus. Hij was een bikkelharde, vaak zelfs gemene verdediger. En door een loopbaan lang aan dat imago te voldoen, deed hij zichzelf te kort, want de Amsterdammer was een meesterlijke voetballer. Hij had een pass à la Franz Beckenbauer en ook diens soevereine inzicht. Slechts weinig kenners hebben Israël op zijn juiste waarde kunnen schatten. Ik ben er van overtuigd dat als de Feyenoorder in 1974 niet zwaar geblesseerd was geraakt, Oranje in het toenmalige West-Duitsland op zeker wereldkampioen was geworden.”

Theo Laseroms,

“Hij was wel een bikkelharde, vaak zelfs gemene verdediger en meer niet. Maar naast zijn broeder in het kwaad Israël was er verder ook niets nodig. Toen Theo de Tank na een avontuur in Amerika terugkeerde en een schorsing moest uitzitten, raakte hij 15 kilo te zwaar als gevolg van zijn bourgondische inslag. Met boksfanaat Aad Veerman ging de Brabander aan de slag. Na een zomer trainen kon hij bij Feyenoord beginnen waar hij aanvankelijk werd uitgefloten maar uitgroeide tot held.”

Cor Veldhoen,

“De linksback maakte in 1956 als 17-jarige zijn debuut. Hij won 4 landstitels, twee KNVB bekers en speelde 27 interlands. Omdat zijn vriend Coen Moulijn geen meter mee verdedigde maakte Veldhoen wekelijks overuren. Hij kwam zo tot de uitspraak dat Coen hem jaren van zijn loopbaan heeft gekost. Dat viel erg mee, want Veldhoen speelde door tot 1970, maar feit is dat de koek toen net op was. In dat bijzondere laatste seizoen werd hij niet meer opgesteld en miste hij het absolute hoogtepunt van de Europacup-winst in Milaan.”

Wim Jansen,

“Wim Jansen, uit de Bloklandstraat in het Oude Noorden, een volkswijk waar legio topvoetballers vandaan kwamen (Faas Wilkes, Coen Moulijn en vele anderen), was een strateeg. Hij was het type speler dat door de massa niet gauw wordt opgemerkt maar wiens gemis zich laat voelen als hij er een keer niet bij is. In de Europacupsuccessen van Feyenoord was hij het cement tussen de bouwstenen en tijdens de wereldcuptoernooien in West-Duitsland en Argentinië evenzeer.”

Gerardus van Heel,

“Gerardus van Heel, bijgenaamd Puck, was met Bok de Korver van Sparta, de beste Nederlandse voetballer uit de pré-historie. Vóór de gloriejaren zestig kende Feyenoord één ander gouden tijdperk met vier landstitels en het binnenhalen van twee KNVB-bekers en daarin had Van Heel een doorslaggevend aandeel. Hij speelde ook nog eens 64 interlands in een tijd dat het internationale programma een schijntje was van dat van vandaag de dag.”

Willem van Hanegem,

“De beste nummer 10 uit de Nederlandse voetbalgeschiedenis was krom in al zijn vezels. Zijn bijnaam De Kromme slaat zowel op zijn lichaamshouding, zijn passes en zijn gedachtenkronkels. Willem van Hanegem was niet alleen een unieke voetballer maar is ook nog steeds een dwars en bijzonder mens. Van meepraten met de massa krijgt hij vlekken in zijn nek. Van Hanegem is iemand die altijd zorgt voor verrassende uitspraken en is daarom nog steeds een geziene gast in televisieprogramma´s. Over zijn vermeende traagheid als speler deed hij de geniale uitspraak, dat het vooral gaat om op tijd te vertrekken. De snelheid van een speler zit vooral in zijn hoofd...”

Henk Schouten,

“Een van de beste binnenaanvallers ooit. Henk Schouten scoorde ooit negen keer tegen De Volewijckers. Vlak vóór tijd werd een loepzuivere tiende goal van zijn voet afgekeurd vanwege buitenspel. Toen Henk verhaal ging halen bij de scheidsrechter, werd hem verongelijkt toegebeten: “Kom op man, je hebt er vandaag wel genoeg gemaakt...”

Cor van der Gijp,

“Niet alleen omdat ik er genoegen in schep een elftal van pure Nederlanders samen te stellen (Feyenoord is nooit zo afhankelijk geweest van buitenlanders als clubs als Ajax en PSV) maar ook omdat hij beter was dan Ove Kindvall kies ik voor Cor van der Gijp, de beste Feyenoord-spits ooit. Kindvall werd geruime tijd door het legioen uitgefloten en heeft zijn roem vooral te danken aan zijn legendarische en beslissende treffer in de EC-finale tegen Celtic. Cor van der Gijp scoorde altijd en overal. Met 177 doelpunten uit 233 competitieduels is hij veruit de meest produktieve spits van Feyenoord uit de periode van het betaald voetbal.”

Coen Moulijn

“Coen Moulijn is in elk beste-Feyenoord-elftal-ooit een zekerheid. Hij is de meest geliefde speler uit de clubgeschiedenis. De legendarische voorzitter Cor Kieboom zei over zijn oogappel dat als Coen op de middenstip ging zitten klaverjassen de Kuip ook vol zou stromen. Moulijn, die een kast vol prijzen met Feyenoord won, bekende later in een wonderschoon verhaal van Hugo Borst voor Hard Gras hoe hij als voetballer gebukt ging onder de last van de roem. Moulijn wist niet of hij zijn loopbaan over zou willen doen.”