Voetbal: hoofdzaak of bijzaak

Geschreven door Thijs Rietvoort op . Geplaatst in Columns

Voetbal: hoofdzaak of bijzaak

Het had net geregend. De stenen waren nat en er lag een grote plas in een van de doelen. Maar dat was niet erg, zei een van de jochies die aan het voetballen waren. Want als je nat werd, dan droogde je heus wel weer een keer op.
Profielfoto van Thijs Rietvoort
Ze waren met zijn vieren. En ze waren een jaar of zes, zeven oud. Ze speelden partijtjes. Om de paar doelpunten wisselden ze van samenstelling. Jamal en Kees tegen Max en Mo, of Kees en Max tegen Jamal en Mo. Max en Jamal mochten niet samen, want die waren te goed, en dat was niet eerlijk.
Ik zat op het bankje naast het trapveldje, wachtend tot mijn patatje klaar was bij de cafetaria. Ik dacht ondertussen aan onze verloren wedstrijd tegen Froombosch afgelopen weekend. Doffe ellende, slecht veld, onsportief publiek, maar vooral het feit dat het de vierde nederlaag op rij was voor ons. Na een veelbelovende eerste seizoenshelft is het een grijs seizoen geworden, iets wat hard door dreunde. Ik ben er echt het hele weekend ziek van geweest.
Maar hoe langer ik op het bankje zat, hoe meer mijn blik naar de voetballende jochies getrokken werd. Het had iets kalmerends, vier ventjes en een voetbal. Ze waren niet bezig met verliezen, of met de vraag waar het probleem lag op het veld. De enige discussie die ze voerden ging over de kwestie of Max nu wel of geen hands had gemaakt. Volgens Mo liep het strafschopgebied tot aan de pingpongtafel, maar volgens Kees was het strafschopgebied gewoon drie stappen vanaf het doel. De oplossing was snel gevonden: beide partijen een pingel. Dat was volkomen logisch.
Toen het begon te schemeren kwam de vader van één van de gassies langs met een fles sinas en een paar plastic bekertjes. De jongetjes onderbraken heel even hun partijtje. Terwijl ze hun sinas achterover klokten hadden ze het heel, heel even over de verloren wedstrijd van FC Groningen tegen Ajax.
Mo: ,,Zag je die goal van El Ghazi, de mooiste van allemaal!”
Max: ,,Echt niet, die van Hoesen was nog mooier. Ben je blind”?
Jamal: ,,Ja dat vond ik ook, echt cool!”
Mo: ,,Nee, nee! Ik laat het je wel zien!”
Kees: ,,Nou, gaan we de hele tijd staan te lullen of gaan we weer verder?”
Daarna voetbalden ze weer door, want de bal rolt altijd verder. Ze juichten om elk doelpunt, ze probeerden elkaar door de benen te spelen, ze haalden de bal van het dak door op elkaars schouder te gaan staan en toen de lantaarnpalen aangingen speelden ze nog even verder - ook al wisten ze dat ze eigenlijk naar huis moesten. Pas toen het echt té donker werd, vertrokken ze naar huis. Ze zwaaiden naar elkaar, zeiden doei en tot morgen.
En ook al was het inmiddels donker: toen ik even later met mijn zakkie patat naar huis liep, leek de hemel net even lichter dan een paar uur daarvoor.