De kleedkamer

Geschreven door Johan Staal op . Geplaatst in Columns

Ik heb het nooit begrepen. Hockeyers (meisjes, jongens, dames, heren) die in volledig tenue vanuit huis op de fiets of in de auto stappen; op weg naar de wedstrijd. En ook daarna, soms na lekker wat aan de bar te hebben staan brallen, in dat zelfde tenue (dus ongewassen) en soms met een handdoek om de hals gewikkeld, weer huiswaarts keren. Smerig vind ik het. Zo heurt het natuurlijk niet.
Thijs Rietvoort

En weet u wat nou zo opvallend is? Je ziet het tegenwoordig ook bij het voetbal. Bij de niet-selectieteams van de jeugd vooral. Op zaterdagochtend, hoe vroeg ook, stappen die gassies, in vol ornaat dus met de voetbalschoenen al aan, bij de poort de auto uit of vanaf de bagagedrager. En ja, soms zie je ze ook kant-en-klaar op de fiets richting het sportpark fietsen. Geen gezicht.
Eenmaal op de club zien ze de kleedkamer niet. Ze wippen, hop, zo het veld op, spelen hun potje en stappen er na zo, hop, in voetbaluitrusting, de kantine binnen. Daar wachten pa's of ma's hen op met een broodje frika(n)del met mayo, of een patatje met dito klodder en natuurlijk een flesje mierzoete sportdrank.
Met de vette hap en flesje hartritmeverstoorder gaan ze zo, hop, weer de auto in of achter op de fiets. Pa of ma draagt de voetbaltas (waarom hebben ze die eigenlijk nog bij zich?) want zoon of dochterlief heeft zijn handen vol aan de versnaperingen. Dat het bij de club eigenlijk verplicht is te douchen, zijn al die ouders vergeten.
Dat allemaal was vroeger wel even anders. Je pakte zelf je tas in, droeg die ook, was een uur voor aanvang van de wedstrijd of vertrek naar de tegenstander al op de club om te tafeltennissen of tafelvoetballen met je teammaten. Je hoefde niet te worden gebracht. Kom zeg! En veel te vroeg zat je dan in de kleedkamer. De kleedkamer. Het woord zegt het al. Daar kleedde je je om. Daar werd je door de leider toegesproken, daar werd teamgeest gekweekt. En in de rust dronk je daar thee. En werd je weer toegesproken door de leider. En na de wedstrijd kwam je weer in de kleedkamer. Om te douchen (douchen?) en opnieuw te verkleden. Daar in de kleedkamer gebeurde het. De lucht van onbewust meegenomen graspollen, de stoom van de douches en de ondergelopen vloer (omdat het putje altijd verstopt was) maakten het compleet. Er werd door het hele team gezongen als was gewonnen, gezwegen als was verloren. En onder de douche was het keten geblazen. Met de slang koud water op je teamgenoot spuiten als hij met zijn ogen dicht zijn haar in de shampoo stond te zetten. Of jouw eigen shampoofles ongemerkt leegspuiten op het hoofd van je medespeler die maar niet begreep waar al dat schuim vandaan bleef komen. Lol maken met zijn allen.

Voetballen is voor mij het spelletje beleven met je maten. Voor de wedstrijd, tijdens de wedstrijd en erna. Mijn vader hoefde het niet in zijn hoofd te halen mij gelijk na de wedstrijd mee naar huis te willen nemen.

Maar nu? Nu is het alsof de (meeste) spelers de wedstrijd er even snel tussendoor willen doen maar in elk geval wel naar de club komen omdat het broodje del en het AA’tje zekerheidjes zijn. Zo gaat dat tegenwoordig, ouwe zak,'' hoor ik nu velen denken. Oh ja? Nou, dan dragen die waarschijnlijk ook de tas van hun zoon. Zelf heb ik nog geen kinderen, maar ik zou het niet gedaan hebben kan ik u verzekeren. 'Pas als je in het Nederlands elftal speelt, draag ik je tas,'' zou ik zeggen Tot die tijd, blijft de kleedkamer humor het mooiste wat er is.