'Tuukie'

Geschreven door Thijs Rietvoort op . Geplaatst in Columns

Er reed een kudde buffels op kop. Ze stampten alles plat wat ze tegenkwamen. Polletjes, spelers, muurtjes, materiaalmannen, journalisten, toeschouwers - wie of wat zich niet uit de voeten maakte werd vertrapt. De kudde heette Tuuk. Christian van der Tuuk.

image 2015 11 30 2
 door : Thijs Rietvoort

Van der Tuuk is een peloton, in zijn eentje. Zondag rende hij weer van start tot finish op kop. Net zolang totdat er niemand meer in zijn spoor zat. Achter hem renden ze kop over kop hun ballen uit hun broek om hem terug te pakken. Maar dat was als een gemiste trein proberen in te halen door erachteraan te rennen.

Ze zagen van der Tuuk pas terug bij de eigen doellijn- toen hij al gedoucht, gehuldigd en gemasseerd was. Hij had wederom in zijn uppie een achterste linie verdedigers gedegradeerd tot figuranten. Het is voor de achterhoede van vele clubs uit de vijfde klasse D een situatie om een potje ongenadig hard bij te gaan janken.

Het kon niet, wat Van der Tuuk zondag deed. Maar dat is Tuukie’s specialiteit, dingen doen die niet kunnen. Je kunt niet in je eentje vijf man voor blijven - maar Christian deed het toch. Je kunt niet een half veld op volle sprint oversteken en niet verzuren - maar juist daarom deed Tuukie het. Je kunt niet als iemand van 1.65 m vervolgens 20 cm boven iemand uitspringen die 2 meter groot is, maar toch deed hij het. Je kunt niet een bal van 20 meter snoeihard, in een rechte lijn, in de winkelhaak koppen. Maar, je raad het al, toch deed die het.

Tuukie is een vreemde speling van de natuur: half mens, half kudde buffels. Kijk maar eens goed: hij heeft een buffelreet en een buffellip. De buffelversnelling die hij rent is zó groot dat het een mirakel is dat zijn enkels niet breken. Dat hij zijn enkels niet in tweeën trapt is misschien nog wel een groter mirakel.
Luizen
Eigenlijk heeft Tuukie de pech dat het bij voetballen verplicht is om in een team te spelen. Als samenwerken en overspelen verboden was zou hij vrijwel iedere wedstrijd winnen. Dan had hij al acht keer de Ballon d’Or gewonnen en stonden er honderdachtennegentig topscoorderstitels op zijn palmares.

Nu moet hij eerst nog al die luizen in zijn pels afschudden voordat hij aan zijn sprint naar de goal kan beginnen. En dat is nogal lastig als al die luizen weten dat ze Tuukie geen tien meter voorsprong mogen geven. Het is dat het er niet altijd elegant uit ziet, met die lubberende onderlip van hem, maar anders zou het kunststukje dat hij in elke wedstrijd opvoert niet misstaan aan de wand van een museum, met een klein bordje erbij: Kudde Buffels, C. van der Tuuk, SV Bedum (2015). Want Tuukie rent niet. Hij verplettert.