Gastcolumn Thijs Rietvoort(SV Bedum-zondag): 'Toen was alles beter."

Geschreven door Johan Staal op . Geplaatst in Columns

Bij Bedum kijken we regelmatig naar de wedstrijden voor het eerste aan, maar het valt vooral hoe de jeugd rondom het veld dartelt. Wat is dat toch eigenlijk mooi, die onbezorgde leeftijd!
Thijs Rietvoort
Een bal hebben we nodig. Geen dure, nieuwerwetse, maar een bal dat al een beetje is versleten. Er moet fijn een naadje los zitten, of een hele flap, en het is erg belangrijk dat de bal niet te hard is opgepompt, want dan kun je ‘m het lekkerst in de kruising schieten. Trek je voetbalschoenen aan. Fel gekleurde, vooruit, want als tienjarig voetbaljongetje mag dat tegenwoordig. Strik stevig je veters, want je moet nog de hele dag.

Nee, luister even niet naar je moeder, die vanuit de bijkeuken roept dat het te koud is voor een korte broek. Niet zeuren, ma. Het is helemaal niet te koud voor een korte broek. Wat zeg ik: het is juist een perfecte dag voor een korte broek. Trek je favoriete voetbalshirtje uit de wasmand, ook al stinkt-ie nog een beetje. Geeft niks man. Ruikt niemand.

Vijf euro in de zak van je trainingsjack is genoeg. Daar kun je precies voor kopen wat je vandaag nodig hebt, namelijk: een snoepzak, een broodje kroket en een AA’tje. Misschien sta je er zelf niet bij stil, maar dit is het klassieke, generaties overstijgende voetbaljongetjesdriegangenmenu: een snoepzak, een broodje kroket en een AA’tje. Je moeder kan nog wel een lunchpakket en een appel meegeven, en dat is goed bedoeld natuurlijk, maar daar heb je vandaag helemaal geen tijd voor.
 
Hup, spring op die fiets van je. En fiets een beetje voorzichtig.
Moest je eerst zelf een wedstrijd voetballen vandaag? Mooi, dan ben je er lekker op tijd, maar begrijp goed: dit weekend is niet alleen de zaterdagochtend. Dit wordt het mooiste nazomervoetbalweekend van het jaar. Het wordt niet te warm, niet te koud, en ’s ochtends ligt er wat dauw op het gras. Het blijft heerlijk voetbalweer tot zondagavond, zeven uur. Pas dan is de tijd aangebroken om televisie te kijken op de bank. Ajax en PSV spelen, vooruit, maar die wedstrijd kun je prima in de kantine zien. Mooi moment om je broodje kroket te eten, met een AA’tje erbij, en twee banaantjes uit je snoepzak.

Laat je inspireren door de profs. Niet door al die balletjes breed, maar door de stiftjes van Fischer en de slimheid van Guardado. Echte voetbaljongetjes hebben dat: die kunnen een wedstrijd maar met moeite uitzitten, want dan willen ze zelf alweer naar buiten. Foeballe. Partijtje. Latje trap. Tienen. Omhalen maken.

Je snapt dat nu nog niet, voetbaljongetje, maar wij, de senioren het amateurvoetbal, zouden allemaal willen zijn zoals jij. Er bestaat geen fijnere leeftijd dan de jouwe. De leeftijd van voetballen en verder niets, de godganse dag, van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat.

Opgedroogde modder op je knieën. Vermoeidheid in je benen. Tussendoor even bij de wedstrijd van je grote broer kijken, of bij de grote jongens van het eerste. Lekker achter het doel, leunend tegen een reclamebord in het gras, in kleermakerszit met je vrienden. En dan weer door. Nóg een partijtje.

Je hoeft daar verder niet over na te denken hoor, maar jullie voetbaljongetjes gaan straks het Nederlandse voetbal redden. We kunnen allerlei theorieën verzinnen en moeilijke plannen maken, maar uiteindelijk begint het gewoon bij jullie.

Bij de jongens in korte broek, op straat en op de voetbalvelden. Jongens die elkaar leren voetballen. Die elkaar af en toe tegen het gras schoppen, en trucjes leren, en oeverloos ballen in de kruising staan te mikken, de hele zaterdag en de hele zondag lang. Fuck die hele voetbalcrisis, de voetbaljongetjes gaan ons redden.