Als ik een speler bel moet ik hem ook opstellen.

Geschreven door Johan Staal op . Geplaatst in Columns

Als ik een speler bel moet ik hem ook opstellen. Daarom bel ik dus niet achter spelers aan,” vertelde een trainer mij een keer. Een logische opmerking waarmee hij echter een van de weinigen is die in voetballand wonderland zo redeneert.
Johan Staal
Dat clubliefde steeds meer naar de achtergrond wordt verdrongen is geen nieuws. Spelers wisselen tegenwoordig sneller van club dan van onderbroek wordt er wel eens gekscherend gezegd. Iets wat we overigens niet mogen hopen maar begrijpen doe ik de opmerking wel. Waar zijn de selecties die het nieuwe seizoen beginnen met alle spelers waar ze de voorgaande editie mee geëindigd zijn. Die moeten we helaas steeds vaker met een lantaarn zoeken wat alleen maar komt omdat er van’ bovenaf’ begonnen wordt met het trekken aan spelers. Waar de Topklassers gaan ‘shoppen’ bij hoofd en eersteklassers gaat het zo verder naar de lagere regionen. Ook in de kelder van het amateurvoetbal, zoals de vierde en vijfdeklasse door velen genoemd worden, is dat niet anders. Een speler die met zijn kop een beetje boven het maaiveld uitsteekt kan tegenwoordig al snel een telefoontje verwachten. Een spel waar velen zich mateloos aan storen omdat daar de mening leeft dat als een speler hogerop wil hij dan zelf maar actie moet ondernemen. Dat was ook de mening van een oud-voetballer die ik een paar dagen geleden aan de lijn had. De oud-voetballer sprak zijn verontwaardiging uit over de praktijken die tegenwoordig in voetballand wonderland als normaal worden gezien. Als ik maar beter word mag de rest het heerlijk uitzoeken noemde de oud-voetballer het gedrag van trainers of andere personen binnen een vereniging die niet schromen om spelers te benaderen. Een gevaarlijke situatie vond hij want iedereen weet dat een trainer maar een passant is en de vraag die de oud-voetballer stelde was dan ook terecht. Wat gebeurt er als een trainer vertrekt en zijn opvolger andere ideeën heeft over hoe er gevoetbald moet worden en de eigen jeugd gaat denken, en nu zoeken jullie het maar lekker uit. Een opmerking waar een kern van waarheid inzit en helemaal als het onderwerp jeugdopleiding ook nog eens naar voren komt. Toen we het Ommelandergebied als voorbeeld namen was de conclusie dat het achter ons liggend seizoen er niet een was waarin de resultaten geweldig te noemen waren. Het aantal degradanten, De Heracliden, Loppersum, De Fivel, Noordpool en sinds zaterdag ook Godlinze is groot te noemen waar SV Bedum-zondag en Hunsingo zelfs nog bij kunnen komen. Feest was het tot nu toe in Leens waar FC LEO kampioen werd en in Spijk waar Poolster zaterdagmiddag de promotie naar de derde klasse mocht vieren. Wanneer Kloosterburen voor een daverende stunt zorgt door met meer dan vijf doelpunten verschil van ODV te winnen zal het ook daar feest zijn maar verder is het voor de overige verenigingen een seizoen wat zich in een redelijke anonimiteit voltrok. Dat was mijn telefoongast ook opgevallen en hij kwam met de opmerking dat clubs daar maar eens wat meer aandacht aan moesten besteden in plaats van aan elkaars spelers te trekken. Als club moet je zorgen dat je jeugdspelers wat te bieden hebt in de vorm van jeugdtrainers die weten van de hoed en de rand wat betreft het geven van trainingen was zijn mening. Een mening die ik met hem deel omdat iedereen weet dat trainingen bij veel verenigingen gegeven worden door goedwillende vrijwilligers die vaak geen trainerscursus hebben gevolgd. Een training bestaat niet alleen uit het aanbieden van oefenstof. Daar komt meer voor kijken en wat door velen schromelijk onderschat wordt. Dat geldt ook voor een optreden als coach. Het roepen van, doorgaan en niet opgeven, zet geen zoden aan de dijk maar is wel datgene wat je vaak hoort. Laats sprak ik een trainer die vertelde dat hij een cursus/bijeenkomst had bezocht over hoe te werken met onhandelbare jeugd. Dat deed hij niet omdat hij een lastige selectie tot zijn beschikking heeft maar omdat hij als trainer/coach wil weten wat er in spelers omgaat en hoe te handelen mochten er wel problemen zijn. De psyche van de mens is gewoon een belangrijk onderdeel in het uitoefenen van het van vak trainer/leider/coach. Jeugdspelers stimuleren en zorgen dat ze het naar hun zin hebben bij de club waar ze als klein jochie zijn begonnen en waar ze eigenlijk ook zouden moeten blijven. Mochten ze een stap hoger willen maken laat ze daar zelf dan mee komen maar als trainer achter spelers aanbellen zou mijn ding niet zijn zei de oud-voetballer en ik moet zeggen, ik  gaf  hem geen ongelijk.