Een glaasje prik bij Van Hanegem

Geschreven door Erik de Graaf op . Geplaatst in Columns

De voorzitter van de voetbalvereniging Warffum, Erik de Graaf, is een voetballiefhebber met een prachtige pen. In onderstaande column neemt hij ons namelijk mee naar een tijd dat de spelers van topclubs nog gewoon nog benaderbaar waren en je van een bij winnaar van de Europa Cup 1 in de huiskamer een glaasje limonade mocht meedrinken.

1368173628N167637 103054429768892 4998456 n

Het is 6 mei, tijd voor een volgende herdenking met een plaatje uit mijn plakboek uit 1970. Het is vandaag 43 jaar geleden dat Feyenoord als eerste Nederlandse voetbalclub de Europacup voor landskampioenen won. Na verlenging werd in Milaan met 2-1 van Celtic Glasgow gewonnen. Doelpunt van Bengt Ove Kindvall (spreek uit: Oewe Tsjintwal). Televisiecommentator Herman Kuiphof (spreek uit: HerrMann Tsjuiphof) riep: “Hoe is het mogelijk, hoe is het mogelijk?

 Het was mogelijk. Waar Ajax een jaar eerder niet in geslaagd was (ik kan het toch even niet laten daar aan te memoreren) lukte Feyenoord wel. De Europacup I kwam voor het eerst naar Nederland. De volgende dag stonden 140.000 fans op de Rotterdamse Coolsingel voor de huldiging van de kampioenen. Bijna iedereen was er voor mijn gevoel, behalve ik. Ik mocht niet van mijn moeder. Ze vond het niet verantwoord om een jongen van twaalf naar die drukte te laten gaan. En mijn vader kwam niet op het idee om me te begeleiden op die dag van mijn leven. Veel vergelijkbare voetbaldagen zijn er sindsdien niet geweest. Toegegeven.

 Twee dagen na de overwinning der overwinningen vierde ik mijn eigen feestje. Op vrijdag 8 mei 1970 fietste ik met mijn vriendje Gerco Visser vanuit Vlaardingen dwars door Schiedam en Rotterdam naar Zuid. Uiteraard zonder dat ik dat mijn moeder verteld had. Uit Topclub Feyenoord Jaarboek No. 1 had ik de adressen van mijn favoriete spelers uit mijn hoofd geleerd. Eerst reden we naar de Immanuel Kantstraat, waar mijn held van het winnende doelpunt in een flat op nummer 236 woonde. Het duurde even voor de lift beneden was om ons naar de (in mijn herinnering) zevende of achtste verdieping te brengen. Toen de liftdeur openging stond daar niemand anders dan “kein geloel” Ernst Happel, waarvan ik al wist dat hij op nummer 348 woonde. Happel nam onze hartelijke felicitaties op karakteristieke wijze brommend in ontvangst.

 Boven aangekomen belden we aan. Ove [Oewe] deed persoonlijk åpen [open]. We feliciteerden hem, kregen een handtekening en vertrokken tevreden naar onze volgende held. En daar laat mijn geheugen me een beetje in de steek. In mijn herinnering woonde Van Hanegem in dezelfde Immanuel Kantstraat, maar volgens mijn roemruchte Topclub Feyenoord woonde hij een paar straten verder aan de Molenvliet op nummer 76. Waarschijnlijk was ik een poosje verdoofd door de ontmoeting met de matchwinner. We zijn dus blijkbaar nog vijfhonderd meter naar de Molenvliet gefietst.

Mijn geheugen functioneert weer vanaf het moment dat we op nummer 76 aanbelden. Truus van Hanegem opende de deur. Keurig netjes vroegen we of meneer Van Hanegem thuis was, omdat we hem wilden feliciteren met het winnen van de  Europa Cup. Aanvankelijk bleven we voor de deur staan, maar toen we op Truus haar vraag antwoordden dat we helemaal uit Vlaardingen waren komen fietsen moesten we binnenkomen. “Helemaal uit Vlaardingen, Willem”, riep ze door de gang. Alsof Vlaardingen achter Milaan lag. Vol respect voor onze prestatie ontving de kersverse Europees kampioen ons in zijn huiskamer. Na een glaasje prik, een koekje, een handtekening en veel aardige woorden van Wim (zoals hij toen nog heette) en Truus fietsten we het hele stuk terug naar Vlaardingen.