Alles komt goed

op . Geplaatst in Columns

Het seizoen is bijna voorbij. Ik sta achter de goal en kijk naar een training van mijn zoontje bij de F-jes. Een jongetje huilt; hij wil niet langer op keep staan. De trainer loopt naar hem toe en moedigt hem aan om nog even door te gaan, de training duurt nog maar tien minuten. Het ventje blijft nog even keeper, het is alweer opgelost. De training eindigt met een partijtje, de jongens en twee meiskes zijn fanatiek en willen beslist niet verliezen. De training is afgelopen, mijn zoontje loopt mijn kant op en ik zie in één oogopslag aan zijn gezicht; er is wat. Verloren met partijtje en mama had niet achter de goal moeten gaan juichen, want dat brengt geen geluk. Groot verdriet. Op de fiets naar huis, en niet te veel tegen hem zeggen. Je weet; over vijf minuutjes zijn we thuis en zitten we op de bank met ranja en cake en alles is weer goed.

Het seizoen is bijna voorbij. Ik sta achter de goal en kijk naar een training van mijn zoontje bij de F-jes. Een jongetje huilt; hij wil niet langer op keep staan. De trainer loopt naar hem toe en moedigt hem aan om nog even door te gaan, de training duurt nog maar tien minuten. Het ventje blijft nog even keeper, het is alweer opgelost. De training eindigt met een partijtje, de jongens en twee meiskes zijn fanatiek en willen beslist niet verliezen. De training is afgelopen, mijn zoontje loopt mijn kant op en ik zie in één oogopslag aan zijn gezicht; er is wat. Verloren met partijtje en mama had niet achter de goal moeten gaan juichen, want dat brengt geen geluk. Groot verdriet. Op de fiets naar huis, en niet te veel tegen hem zeggen. Je weet; over vijf minuutjes zijn we thuis en zitten we op de bank met ranja en cake en alles is weer goed

Op het trainingsveld beginnen de A-junioren met warmlopen en inschieten. Het zijn grote jongens geworden. Een jaar of acht geleden was ik bij ze thuis voor een interviewtje van de pupil van de week. Vol verwachting en enthousiasme deden ze toen de deur open, soms een beetje zenuwachtig. Profvoetballer bij hun favoriete club, dat wilden ze bijna allemaal worden. Trots droegen ze het shirt van FC Groningen of Feyenoord en ze vertelden over de eerste keer naar het stadion en over hun slaapkamers behangen met voetbalposters.

Ik hoor ze nu praten over de ontknoping in de Eredivisie. Nog steeds het hart vol van voetbal en nog steeds kameraden van elkaar. Maar er is van alle bijgekomen. Uitgaan, meisjes, bijbaantjes, eindexamens. En profvoetballer worden? Tja, das war einmal. Tussen negen en elf jaar blijkt er van alles te veranderen in het kinderbrein. Van magisch denken naar realiteitszin. De E-pupillen zien zichzelf in het stadion en op tv voorbijkomen. De D-pupillen weten inmiddels in de meeste gevallen; dan had ik nu niet hier bij deze club in dit dorp gevoetbald. Zoon van elf sprak twee jaar geleden met het vuur in de ogen dat hij winnende goals in de Arena zou maken en zo een transfer naar Barcelona zou afdwingen. En jazeker zou hij in Camp Nou toegangskaartjes voor ons laten klaarleggen en even naar ons wuiven als hij het veld opkwam. Maar nu zegt hij iets heel anders. Hij glimlacht en zegt; “het lijkt mij heel mooi om later met mijn vrienden in de kantine te zitten, net als papa.” Of op een ander moment; “denken jullie dat ik later in het eerste kan komen?” En wij weten zo onderhand dat daar geen antwoord op te geven is, het enige dat telt is plezier houden.

De competitie loopt dan wel ten einde, maar het voetballen gaat gewoon door. De toernooitjes, een weekend weg met het team, zomeravondvoetbal en het voetballen na schooltijd. Zoon glundert bij het ontbijt; “ik hoop dat het droog blijft, dan kunnen we in de pauze weer voetballen tegen groep acht, gisteren werd het 1-1.”Het is zichtbaar lente in zijn hoofd.

De A-junioren draaien lekker, ze schoppen het tot de na-competitie. Het is ze aan te zien. Ook in hun hoofden is het lente, en je ziet de belofte van: het beste moet nog komen. Dan de jongens van het tweede, ze kennen een sterk seizoen- een eindklassering die boven verwachting is. Je hoeft ze niet te vragen hoe het gaat, hun lichaamstaal zegt genoeg. Vol vertrouwen en de borst vooruit, kom maar op. Het contrast met de jongens van het eerste, degradatie na een jaar eerste klasse. Veel gegeven, het bleek niet genoeg. Je ziet ze daar zitten na de laatste thuiswedstrijd, met een biertje in de hand, de koppies naar beneden. Maar je hoeft ze niet te troosten, want: ze hebben elkaar. Bij winst en dus ook bij verlies, bij kampioenschap en dus ook bij degradatie. En je weet; komend seizoen zal het weer heel anders zijn. Op een nieuw podium, met herwonnen zelfvertrouwen, zal er weer gezegevierd worden. Geen mens die dat betwijfelt. Er gaat ouderwets goed gevoetbald worden en er gaan prachtige goals vallen. Maar nu eerst dit even verwerken. Eerst het zuur, dan het zoet. En alles komt weer goed.

Ursula Sennema