Goede voetballers en betere prestaties zijn overal welkom.

Geschreven door Johan Staal op . Geplaatst in Columns

Deze vierde column van Henk Doppenberg is er een over het 'calimero-gedrag' van een kleine club die zijn betere jeugdspelers naar een grotere vereniging ziet vertrekken. Maar gelukkig zorgt een frisse wind voor koerswijziging en verdwijnt 'calimero 'uit beeld.
Henk Doppenberg www.henkdoppenberg.nl 
Arie, heb je even?’ ‘Natuurlijk. Zeg het maar.’ ‘Ik werd net aangesproken door de vaders van Thijs Graafman en Mark Diemer. Die jongens zijn benaderd door FC Gelderland en hebben besloten om op dat aanbod in te gaan.’ ‘Lekker. Als we onze talenten steeds kwijt blijven raken, wordt het hier natuurlijk nooit wat. Het valt me van die ouders trouwens behoorlijk tegen. Ik dacht namelijk dat het clubmensen waren, maar ze laten ons nu wel heel gemakkelijk in de steek. Het zal de moderne tijd wel zijn. Clubliefde is een heel raar woord geworden en zo goed als iedereen denkt alleen maar aan zichzelf.’    Ik heb daar een andere mening over. Natuurlijk is de tijd veranderd, maar dat is iets waar wij niets aan kunnen veranderen en zeker niet bij voorbaat slecht. Ik vind het namelijk juist heel goed dat de betere voetballers op zoek gaan naar hun plafond. Dat heeft niets met eigenbelang te maken, maar getuigt van een gezonde prestatiedrang. Daarnaast denk ik dat het voor Thijs en  Mark veel leuker is om op een hoger niveau te voetballen, dan hier bij ons. Die jongens hoeven zich nu nooit echt in te spannen, maar zijn wekelijks wel veruit de beste spelers van het veld en dat wordt bij FC Gelderland anders. Plus dat ze daar ook heel andere trainingen zullen gaan krijgen. Hier moeten de trainers namelijk altijd rekening houden met de soms behoorlijke niveauverschillen binnen een team, maar dat is daar niet aan de orde. Ik kan me dus heel goed voorstellen dat ze voor FC Gelderland hebben gekozen, want daar gaan ze weer uitgedaagd worden en hebben ze de kans om nog betere voetballers te worden.’ ‘Je verhaal klopt natuurlijk wel, maar ik blijf het verschrikkelijk triest vinden dat onze vereniging steeds weer de dupe wordt van ouders en kinderen die zo nodig hogerop willen. Nou ja, we merken het vanzelf of ze het daar redden. Als blijkt dat ze toch tekortkomen voor dat niveau, zien we ze volgend seizoen namelijk wel weer hier op de stoep staan en ze zijn natuurlijk welkom. Al gaan we ze dan  niet als grote helden binnenhalen, want zulke echte clubmensen zijn het nu ook weer niet.’ Theo legt zijn arm op Arie zijn schouder.
‘Man, wees voorzichtig met je uitspraken. Dat die jongens gaan  kijken  hoever ze als voetballer kunnen komen, wil namelijk niet zeggen dat ze niet van onze vereniging houden. Plus dat we er alles aan moeten doen om die knapen hier op een leuke manier te laten vertrekken.’Waarom?’ Jij meent dat de jongens vanzelf weer terugkomen als ze bij FC Gelderland mislukken, maar daar zou ik maar niet zo zeker van zijn. Als ze hier met een naar gevoel weggaan, zie je ze namelijk nooit meer terug en gaan ze absoluut naar een van de andere clubs in de stad. Dat is echter anders als ze wel op een normale manier vertrekken. Plus dat ze het zeker doorvertellen als we negatief tegen ze gaan doen en dat is slecht voor de naam van onze vereniging. Het beste lijkt mij dus om de jongens en de ouders succes te wensen met hun overstap en er verder geen  woorden meer aan vuil te maken.’

‘Dat zal niet meevallen voor me, maar ik denk wel dat je gelijk hebt.’
Volgens mij is het trouwens onze eigen schuld dat we iedere keer onze betere voetballers verliezen.’
Hoe bedoel je dat?’
‘Ik vind dat we hier veel te veel waarde hechten aan de gezelligheid, waardoor het voetbal op de tweede plaats komt en daar zijn zeker de betere spelers niet blij mee. We zijn immers een voetbalclub en geen buurtvereniging.’

Het is toch juist leuk dat het hier altijd zo gezellig is? Plus dat we met onze teams toch nooit op een veel hoger niveau komen te spelen, want daar zijn we niet groot genoeg voor.’
‘Als we allemaal blijven roepen dat we klein zijn en daarom altijd laag zullen blijven voetballen, worden we zeker nooit groter en beter. We kunnen echter ook ambitie tonen en proberen om hogerop te komen.’

Hoe wil je dat dan doen?’
Door heel simpel het beleid van FC Gelderland te kopiëren.’    
‘Je wil dus, net als zij, ook spelers gaan benaderen.’
‘Dat is natuurlijk maar een gedeelte van hun  beleid, maar waarom zouden wij dat niet gaan  doen? Als wij bij lager spelende teams een talent zien lopen, kunnen we hem of haar toch best vragen om hierheen te komen. Wij zijn dan wel geen echte top, maar het is voor zo’n jongen of meisje wel een stap omhoog. Plus dat ambitieuze voetballers bij een ambitieuze club willen horen.’
Arie schudt zijn hoofd ‘Dat moeten we niet doen, want daar zijn wij de vereniging niet voor. Wij drijven al jaren op een helaas wat kleiner wordende groep mensen die alles voor de club over heeft en daar passen die vreemdelingen echt niet tussen. Het is hier al een stuk onpersoonlijker geworden dan vroeger, maar met mensen van  buitenaf wordt dat nog veel erger en daar zit volgens mij ook niemand op te wachten.’

Theo is het oneens met de voorzitter en besluit daar eerlijk in te zijn. Je hebt gelijk dat de mensen hier tegenwoordig anders met elkaar omgaan dan vroeger. Dat ligt echter niet aan onze vereniging en evenmin aan de leden, maar is een maatschappelijk verschijnsel. Wees eerlijk. Heb jij nog net zoveel contact met je buren als vroeger?’
Nee, dat is minder geworden en daar hoor ik veel mensen over.’ ‘Nou, dat bedoel ik dus. De mensen zijn tegenwoordig meer op zichzelf dan vroeger. Daar kun je een heel groot probleem van maken, maar ook proberen om er mee om te gaan. Dat het hier veel onpersoonlijker is geworden, is voor een deel trouwens ook de schuld van de vereniging zelf.’
Arie neemt het meteen voor zijn club op. ‘Je zei toch net dat dit een maatschappelijk probleem was?’ ‘Dat klopt, maar dat betekent niet dat wij daarom niet hoeven te proberen om het probleem zo klein mogelijk te houden.’‘Wat bedoel je precies?’
‘Dat de vereniging tegenwoordig iedereen, dus spelers, leiders, trainers en ook ouders, alleen nog informeert via mail, app, de website of de sociale media. Vroeger riepen we de mensen bij elkaar in de kantine als we ze wat te vertellen hadden en dat was veel beter. De mensen spraken en hielpen elkaar en als club was je veel eerder op de hoogte van wat er speelde dan tegenwoordig. Nu zie je de mensen alleen  nog maar bij wedstrijden en trainingen en dan is er veel minder tijd om even een praatje te maken. Plus dat de mensen zich, vanwege onze digitale communicatie, steeds minder gehoord voelen en daarom toch al vaker zwijgen.’
‘Ja, dat is natuurlijk wel waar.’
‘Hetzelfde geldt voor het sluiten van de kantine op trainingsavonden. Vroeger konden de trainers even een bakje koffie pakken en spraken ze elkaar een paar tellen. Tegenwoordig blijven ze noodgedwongen op het veld en is het onderlinge contact weer wat minder geworden.’Kunnen we daar dan niets aan doen?’
‘Jawel. Er is een heel simpele oplossing.’ De kantine weer opendoen.’
Dat zou het mooiste zijn, maar ik weet dat er geen mensen voor achter de bar zijn en de omzet op die avonden nihil is. Een koffiezee-apparaatje  bij de kleedkamers zou echter al een mooie oplossing zijn.’ Je hebt gelijk. Dat ga ik regelen.’
Ik hoop dat je het voor elkaar krijgt. Toen ik er onlangs een keer vrijblijvend met Jaap van de kantine over sprak, reageerde hij namelijk furieus. Volgens hem leverde dat namelijk alleen maar extra werk op en konden de trainers gemakkelijk een uurtje zonder koffie.’
‘Gelukkig bepaalt het bestuur zoiets en niet de kantinebaas.’
‘Ik zei net trouwens dat het beleid van FC Gelderland uit veel meer bestaat dan alleen spelers van andere verenigingen benaderen.’ ‘Ja, dat klopt. Ga verder dus.’
Doe ik. Ten eerste organiseren zij heel veel en vooral sportieve evenementen, die heel vaak en misschien wel altijd ruim aandacht van de media krijgen. Op die manier houden ze hun huidige ledenbestand op peil en halen ze veel nieuwe leden binnen. Iedereen wil namelijk bij een levendige vereniging horen. Daarnaast zijn ze dus continu bezig met scouten  van talenten uit de regio en komen er ook goede voetballers uit zichzelf naar hen toe, want sterren willen immers bij sterren horen. Ze zitten als club daardoor in een opgaande spiraal. Een  positieve uitstraling levert immers leden en talenten op, waardoor men optimaal kan blijven selecteren. Hierdoor worden de prestaties steeds beter, blijven de mensen positief en de ledenstroom dus op gang. Zoiets zou bij onze club ook kunnen gebeuren. Natuurlijk op een, zeker in het begin, veel lager niveau, maar het is volgens mij wel te realiseren. Natuurlijk heb je daar veel vrijwilligers en een aantal mensen met visie en voetbalverstand voor nodig. Die halen  we niet via de digitale weg binnen, maar zullen we moeten benaderen. Mits er binnen het bestuur natuurlijk voldoende draagvlak is voor de door mij geschetste verandering van het beleid.’
‘Denk je echt dat het zo eenvoudig is?
‘Het beleid op zich vind ik vrij simpel, maar het uitvoeren lijkt me veel minder eenvoudig. Het is namelijk niet iets dat je in tijd van een paar maanden voor elkaar hebt, dus is er doorzettingsvermogen vereist en dat heeft niet iedereen. Plus dat ik nog wat vergeten ben. Ik roep namelijk wel dat we moeten proberen om betere voetballers binnen te halen en het niveau omhoog te krijgen, maar daar hebben we goede trainers voor nodig. Niet dat de mensen momenteel slecht zijn, maar het merendeel mist de kennis en de drang om gericht bezig te zijn. Dat ligt trouwens ook aan de club, want wij horen de trainers aan te sturen en te scholen en dat gebeurt op geen enkele manier. Wat verder belangrijk is, is dat er voldoende aandacht voor de niet-selectieteams blijft. Het is zo af en toe namelijk diep triest om te zien hoe die getraind worden. Dat moet dus echt beter, want die kinderen zijn net zo belangrijk voor de club als de talenten. Natuurlijk krijg ik zoiets nooit alleen op poten, maar met vier, vijf capabele personen moet het lukken. Plus dat het goed is om een hoofd jeugdopleiding aan te stellen die de trainers aanstuurt en het technische gebeuren zowel coördineert als voortdurend probeert te verbeteren.’ Arie is gaan kijken alsof hij water ziet branden.
‘Ik twijfel geen moment aan je verhaal, maar het is niets voor onze vereniging en dat zou jij toch moeten weten. De mensen houden het namelijk graag eenvoudig en moeten echt niets hebben van allerlei duur klinkende plannen en functies. Plus dat men volgens mij ook niet op meer evenementen zit te wachten. Het merendeel van de mensen wil buiten het trainen en voetballen om best af en toe een keer naar de vereniging komen, maar het moet geen gewoonte worden. Plus dat je die extra vrijwilligers gerust kunt vergeten, want er is al jaren zo goed als geen mens te krijgen die iets wil doen. Tot slot ben en blijf ik tegen spelers van andere verenigingen benaderen en hoeven we van mij ook niet groter te worden. Nu kent iedereen elkaar en dat is wel zo gezellig. Als het aan mij ligt, houden we dus alles bij het oude.’ Je hebt het over gezelligheid, maar vindt je de vereniging echt nog net zo leuk als een jaar of zeven, acht geleden?’
‘In mijn kringetje is er weinig tot niets veranderd.’
Dat geloof ik best, maar ga dan ook eens met anderen praten. Bijvoorbeeld met de mensen van de jeugd, de ouders of de wat jongere leden. Als je dat doet, zul je namelijk merken dat veel mensen ontevreden zijn en volgens mij wordt die groep steeds groter.’
‘Is dat dan ook geen maatschappelijk probleem? De mensen doen  tegenwoordig namelijk niets liever dan klagen en zeuren.’
Theo wil eerst stoppen met het gesprek, maar weigert uiteindelijk om voor de gemakkelijkste weg te kiezen.
Dat zal voor een deel wel zo zijn, maar de mensen kunnen ook terecht kritiek hebben en daar moet je als bestuur wel iets mee doen.’
‘Ik zei net al dat ik weinig tot geen negatieve verhalen hoor.’ ‘Dat geloof ik en wat ik nu ga zeggen, bedoel ik echt niet verkeerd, maar met hoeveel mensen binnen de vereniging heb  jij intensief contact? Dat zullen er volgens mij niet meer zijn dan een stuk of tien, vijftien, dus niet meer dan ruim twee procent van alle leden.’
Arie kijkt plotseling wat ontstemd. ‘Dat is waar, maar je gaat me toch niet vertellen dat de mening van de oudjes niet meer telt en zij zich gewoon bij de meerderheid neer moeten leggen? Theo, ik heb altijd gedacht dat jij mijn opvolger als voorzitter zou worden. Ik hoop dus niet dat je de hele vereniging op zijn kop wil zetten.’
‘Nee, dat zeker niet. Mijn doelstelling is om het voor iedereen leuker en  gezelliger te maken dan het nu is. Daarnaast wil ik dus de jeugd groter en beter maken en zorgen dat de senioren sterker worden. Nu speelt ons eerste in de derde klasse, maar die moeten volgens mij zeker één en eigenlijk twee keer promoveren.’ ‘Als je de senioren op een hoger niveau wil krijgen, moet je spelers gaan  halen  en betalen. Wees daar heel voorzichtig mee, want volgens mij is het overgrote deel van de club daar fel op tegen.’
‘Natuurlijk zullen we wat versterking nodig hebben, maar hooguit drie of vier spelers. Op die manier vervreemdt het team namelijk niet van de supporters en verder geloof ik niet dat de spelers hier alleen maar willen komen voor geld. Met ambitie, prestatiedrang, een echte voetbalsfeer, gezelligheid en goede randvoorwaarden, moeten er volgens mij namelijk ook nog wel jongens enthousiast te krijgen zijn.’
Arie staat eerst een heel tijdje voor zich uit te kijken, maar komt dan met een voor Theo wel heel verrassende reactie.‘Theo, ik ken je als een serieuze kerel en vooral een op en top clubman. Ik zeg je heel eerlijk dat ik weinig tot geen vertrouwen in je verhaal heb, maar ik wil ook geen storende factor zijn en daarom geef ik je het voordeel van de twijfel. Laat dit punt daarom maar op de agenda zetten  voor de komende bestuursvergadering. Ik heb dus alle vertrouwen in je en daarom kun je op mijn steun rekenen. Als veteraan wil ik eigenlijk niets veranderen, maar iedereen moet met zijn of haar tijd mee, dus wij ook. Plus dat ik er wel een beetje klaar mee ben om elke keer onze talenten naar de concurrent te zien gaan. De echte toppers zullen het altijd hogerop blijven zoeken, maar de groep die daar tegenaan schurkt, moeten we binnenboord zien te houden. Plus dat bijna iedere vereniging van hoog tot laag spelers van buitenaf haalt en over het verbeteren van de prestaties praat, dus waarom zouden wij het niet doen?’
Theo is nogal onder de indruk van Arie zijn reactie.
‘Bedankt voor het vertrouwen, man. Je zei net dat je in mij je opvolger als voorzitter zag en die functie ga ik heel graag vervullen. Alleen nu nog niet, want iemand met jouw instelling en ervaring kan ik en met mij de hele club nog lang niet missen.’
‘Ik stop er ook nog niet mee, maar toch bedankt voor je mooie woorden. We gaan er met elkaar iets moois van maken.’
Dat doen ze ook. Eerst krijgen ze een flinke meerderheid van het bestuur en de jeugdcommissie achter hun plannen. Daarna wordt er een nieuwe technische commissie geformeerd die eerst afspraken maakt over het technisch beleid en de jeugdopleiding en daarna alles op papier gaat zet. Vervolgens neemt men een hoofd jeugdopleiding aan en tot slot worden de plannen besproken met de leiders en trainers en is er een algemene ledenvergadering. Als allerlaatste ronden ze alle gesprekken af met een ontzettend druk bezochte ouderavond. Natuurlijk is niet iedereen het met de plannen eens en een aantal is zelfs fel tegen. De bezwaren die deze mensen aanvoeren zijn echter voor het grootste deel gebaseerd op geruchten en roddels en kunnen vrij gemakkelijk weg worden genomen. Na een paar maanden worden de gevolgen van het veranderde beleid langzaam zichtbaar. Het aantal vrijwilligers neemt namelijk weer een beetje toe, er worden wat leuke evenementen voor de jeugd georganiseerd en bijna iedereen is vol lof over de nieuwe opzet van de trainingen. Plus dat de vereniging al meerdere keren op een positieve manier in de kranten heeft gestaan.Tegen het einde van het seizoen komt er hierdoor wel een behoorlijke toestroom van nieuwe leden op gang, maar met het binnenhalen van versterkingen gaat het nog niet zo hard. Verreweg de meeste seniorenspelers blijken namelijk toch wel uitsluitend voor geld te willen komen en het niveau van de jeugd is te laag om interessant te zijn voor talenten uit de regio.
Daarom is Theo erg blij dat het 1e team en de JO19-1 via de nacompetitie promoveren, de JO15-1 en de JO13-1 kampioen worden en ook de resultaten van de andere teams erg goed zijn. Plus dat ze op een door de eigen vereniging georganiseerd toernooi met vrij veel teams in de prijzen vallen. Natuurlijk is het niveau nog niet erg hoog, maar de prestaties zorgen voor positieve publiciteit en dat is momenteel heel erg belangrijk. Omdat het aantal leden de volgende seizoenen blijft groeien, komen er meer teams, kan er meer geselecteerd worden en gaat het spelpeil van de selectieteams steeds verder omhoog. Zeker als er ook een aantal behoorlijke talenten van andere verenigingen besluiten om over te stappen.
Het belangrijkste voor Theo is echter dat de vereniging enorm in positieve zin is veranderd en niemand problemen lijkt te hebben met de spelers van buitenaf. Al blijft hij er samen met het bestuur wel alert op dat het aantal vreemdelingen  niet te groot wordt en er echt niemand wordt betaald. Plus dat ze als bestuur voortdurend aandacht hebben voor alle leden van jong tot oud en van het hoogste tot het laagste niveau.