De ‘notoire zeikerd’ heeft een hart van goud voor zijn club

Geschreven door Johan Staal op . Geplaatst in Columns

Dit weekend gaan we weer los is al een paar keer gezegd, We gaan weer los op de diverse complexen die weer speelklaar zijn gemaakt voor de duizenden wedstrijden die er ook dit seizoen weer gespeeld gaan worden.

Gisteren kreeg ik een aantal foto’s uit Eenrum waar een groep vrijwilligers bezig was om het sportcomplex op te knappen. Foto’s van mannen die druk aan het snoeien, lijnen trekken, timmeren of met andere werkzaamheden bezig waren. Foto’s die ook op andere complexen gemaakt hadden kunnen zijn want niet alleen in Eenrum is een groep vrijwilligers actief om het sportcomplex van de plaatselijke voetbalclub weer netjes te maken. Dat geldt namelijk voor veel meer verenigingen. Verenigingen die zonder uitzondering blij zijn met deze groep mensen die met hart en ziel van hun club houden en veel uurtjes van hun vrije tijd in het vrijwilligerswerk steken. Het mooie aan deze groep vrijwilligers is, en dat geldt zeker niet alleen voor de groep vrijwilligers van Eenrum, dat als ze bij een wedstrijd van het eerste elftal aanwezig zijn ze heerlijk kritisch kunnen zijn. Dan wordt er weleens gesproken in een sfeer van vroeger was alles beter. Iets wat in mijn beleving mag omdat de meeste vrijwilligers ook nog eens hun sporen als voetballer hebben verdiend. Door de huidige generatie wordt dat echter niet altijd op waarde geschat. Dan wordt er weleens gezegd dat die ouwe lullen negatief zijn. Natuurlijk komt dat zo over wanneer je in niet misverstane woorden te horen krijgt dat het niks is wat je als individu of team laat zien. Maar toch zie ik dat anders en waar ik zonder namen te noemen een voorbeeld van heb. Een aantal jaren geleden mocht ik een man interviewen die gerust als een icoon binnen zijn club gezien mag worden. Speler, hoofdsponsor, trouwe supporter, alles was op deze persoon van toepassing. Maar ondanks dat hadden velen het beeld van een ‘notoire zeikerd’ die alleen maar liep te schelden en het deed voorkomen dat het nooit wat met zijn club zou worden. Dat intrigeerde mij omdat ik het beeld had dat achter die ‘notoire zeikerd’ een warme gevoelige man zat. Een beeld dat klopte want wat volgde was een interview dat ik nog steeds koester. Dat doe ik omdat het een interview was met iemand die echt alles voor zijn club over had en,  de zeventig ondertussen  al ruim gepasseerd,  nog steeds  heeft. De persoon uit dat interview staat daarom symbool voor de vele en vaak al wat oudere vrijwilligers. Vrijwilligers die kritisch zijn omdat ze het beste voor hun club willen. Ik vergeet nooit meer dat moment toen ik met een bejaarde supporter een sportpark afliep en hij vroeg of het echt zo was dat ‘zijn’ club was gedegradeerd omdat daar nog wat onduidelijk over was. Het antwoord dat ik gaf zorgde er voor dat er een zakdoek gepakt werd om zijn tranen weg te vegen. Een ontroerend moment van een ruim tachtigjarige die nog iedere week op het complex van zijn club te vinden is. Daarom: huidige generatie ouders waar nog te veel het niet heel erg nauw nemen met het uitvoeren van een vrijwilligerstaak, aan deze categorie vrijwilligers kunnen jullie nog een voorbeeld nemen. Iets wat ook geldt voor de voetballer van tegenwoordig. Natuurlijk is het niet leuk om steeds te horen ‘vroeger was alles beter’. Maar bedenk dat het geroepen wordt vanuit een hart voor de voetbalclub waar ze intens van houden en vele uren aan vrije tijd in steken.