'Ik denk dat ze het wel zouden moeten doen maar ik denk dat het te weinig gebeurt.”

Geschreven door Johan Staal op . Geplaatst in Columns

Sinds ik vanaf 20 december met Puurvoetbalonline ‘onderweg’ ben wordt mij met enige regelmaat een vraag gesteld. Soms is dat een vraag of ik een bericht voor het zoeken naar een oefentegenstander wil plaatsen maar soms is dat ook een ‘gewetensvraag’.
je profielfoto
Zo kreeg ik deze week opeens de vraag voorgelegd of ik dacht dat er veel arbiters in het amateurvoetbal actief waren die aan hun conditie werken. De vraag overviel mij en ik vroeg naar de reden van de vraag. Het antwoord was helder, de persoon in kwestie had niet het idee dat er in vooral de lagere klassen van het amateurvoetbal door de heren en dames heel veel werd getraind. Nu weet ik dat er in het noorden arbiters zijn die twee keer per week centraal trainen maar dat zijn er geen tientallen. Dus de rest van de mannen en vrouwen moet het doen met het kunnen opbrengen van de nodige zelfdiscipline. En ik moet dus zeggen dat ik voelde wat de vraagsteller bedoelde. Zaterdagmiddag zag ik een arbiter, Van Werkhoven, die een superfitte indruk maakte. De arbiter zat in Bedum overal kort bij was daardoor heerlijk anoniem en daardoor steengoed. Zo hoort het overal te zijn denk ik dan. Want in het amateurvoetbal zit er geen verschil in de vergoeding die je krijgt voor het fluiten van een wedstrijd. Dus of je in de eerste of vijfde klasse fluit, de centjes zijn gelijk. Nu kent iedereen het gezegde, je krijgt een arbiter van het niveau waarop je voetbalt. Dat klopt helemaal maar het is natuurlijk wel zo dat een gemiddelde vijfdeklasser ook 2x per week traint en wat ook voor een arbiter zou moeten gelden. Want het is prachtig dat je een spelregeltoets met glans van de schans in de wacht sleept maar in het veld een duel goed kunnen volgen lijkt mij een stuk handiger. Want op vijftig meter achter een aanval aanhobbelen zou ik persoonlijk niet willen. Want mocht er een moment komen dat ik een 3 niet meer van een 8 kan onderscheiden dan is het, klaar verslaggeving. Dan wordt het de hoogste tijd om te stoppen en je vrije tijd aan iets anders te gaan besteden. Want iets wat je hobby/passie is moet je wel op de juiste wijze kunnen en willen uitvoeren wil je er het nodige plezier aan beleven. Daarom is mijn antwoord op de vraag een beetje ‘Pippi Langkousiaans’ ‘Ik denk dat ze het wel zouden moeten doen maar ik denk dat het te weinig gebeurt.”