De grootste deceptie van mijn sportieve carrière

Geschreven door Johan Staal op . Geplaatst in Columns

Het is vrijdag 19 mei, half 9 in de ochtend. Ik zit in de woonkamer met een bakje koffie. Ik neem de eerste slok, hij smaakt bitterder dan normaal. Vreemd, het zal wel aan mij liggen. Na de eerste hap brood wordt het er niet beter op. Op dat moment besef ik dat de teleurstelling van gisteravond als een bittere nasmaak in mijn mond blijft hangen. Nog een slok koffie, het wordt er alsnog niet beter op.

Profielfoto van Thijs Rietvoort Het onderstaande verhaal is een beleving hoe ik de kampioenwedstrijd heb beleefd. Van begin tot eind.

door Thijs Rietvoort
Ik open mijn laptop en bekijk de berichten die achter zijn gelaten door Johan Staal namens PuurVoetbalOnline en de reacties van verscheidene mensen op social media. Rustig lees ik ze door. Bij de ene raak ik gefrustreerd, van de andere haal ik wenkbrauw op. Ik ben blijkbaar niet de enige die gister met een kater is gaan slapen. En dat zonder een druppel alcohol. Tijdens het typen van de eerste twee alinea’s van dit artikel twijfel ik of ik door moet gaan. Maar toch typ ik door. Voetbal is emotie en emotie moet je kunnen uiten. Gepast wel te verstaan.

Bewust en onbewust was ik er al de gehele week mee bezig. De wedstrijd van het seizoen. De ontknoping die een seizoen van strijden moest gaan afsluiten. Ik denk na over het team waarin ik speel. Ondanks dat ik (samen met een groot aantal anderen) het besluit heb genomen om te vertrekken, ben ik trots. Het elftal waarin ik speel is een goed elftal. Maar vooral ook een leuk elftal. Toen ik vroeger in de jeugd bij VVG speelde vocht je samen om te winnen. ‘Hutjemutje’ voetbal noemde ze dat, maar het plezier was er niet minder om. Strijden tot de laatste minuten, des te blijer was je als je een goal kon maken. Een gulden voor een zakje snoep was daarna natuurlijk mooi meegenomen. De uitwerking is 20 jaar later anders, maar het principe blijft hetzelfde. Week in en week uit ben ik aan het strijden met de jongens van SV Bedum zondag 1 voor dat ene doel, het kampioenschap. Het biertje in plaats van het zakje snoep na elke wedstrijd smaakt er altijd niet minder om.

Twee week geleden leek dat sprookje voorbij. We gingen onderuit bij VVK en het kampioenschap leek gevlogen. ‘Vanaf nu vrij spelen’ was het devies. Niets was minder waar. Blauw – Geel ’15 verliest zijn inhaalwedstrijd tegen Kloosterburen en alles is weer in evenwicht. Wij winnen de laatste wedstrijd van Farmsum en Blauw – Geel ’15 trekt met de hakken over de sloot de laatste overwinning binnen. Conclusie: beslissingswedstrijd. Ten Boer. Donderdag 18 mei. 19.00 uur. Omcirkelen in je agenda.

Zenuwplasje

17.45 uur. Ik arriveer op het sportpark van v.v. Omlandia in Ten Boer. Ik kijk om me heen en meteen naar het gras. Gemaaid. Het ruikt naar m’n jeugd. In de vroege ochtend, met de dauw nog op het gras, de voetbalschoenen aan en dat hele veld omploegen. Heerlijk. Ik schiet een bal in het net. Goede spanning, ook dit klopt. Langzaam lopen mijn medestrijders binnen. De ene lacht, de ander kijkt gespannen. Ik voel het ook aan mezelf. Dit zijn de wedstrijden die er toe doen. Niet de uitwedstrijden, met alle respect, tegen het nummer (voor) laatst, maar hiervoor doe je aan prestatievoetbal. Dit zijn de momenten die je je wilt herinneren.

Tijdens het omkleden peppen we elkaar op. We voelen allemaal dat dit ons moment is. Te lang hebben we nu gestreden om met lege handen te staan. De twijfel ebt weg en is vervangen door frisse moed. Waarom zouden we huiverig zijn? Wij zitten in de goede flow. Wanneer de wil om te winnen groter is dan de angst om te verliezen komt het altijd goed. ‘Tegeltjes wijsheid’, noteer hem maar. Met die instelling loop ik het veld op. Ik kijk om me heen. De bekende gezichten van Blauw – Geel ’15, maar hem zie ik niet. Toch doemt hij op in mijn ooghoek. Spits Kleve. Om nou te zeggen dat ik angst voor hem is een groot woord, maar een gezond portie respect is zeker op zijn plaats. Een gevaarlijkere spits heb ik nog niet moeten verdedigen deze seizoenen bij Bedum. Snel, balvast, kopsterk en bewegelijk. Alles wat een spits nodig heeft. Later zou ik horen dat hij verkast naar de 1e klasse. Verdiend. Ik schud het van me af: ‘do or die’. We lopen weer naar binnen, inloopshirt uit, wedstrijdshirt aan. Even naar de wc: standaard zenuwplasje. Aanvoerder Stuive houdt een speech  en de afsluitende yell is oorverdovend. De motivatie druipt eraf. Tijd om te strijden.

De scheidsrechter fluit en de bal begint te rollen. Het strijdplan is duidelijk. Buffelen voor iedere meter en niemand verzaakt. Onze tactiek heeft effect. Ondanks dat het voetbal niet sprankelend is, beuken we ons naar voren. De eerste corner is een feit, afgeslagen. In de zevende minuut krijgen we wederom een corner. Fokkema draait de bal in en ik zie mijn collega v. Loenen van de Bedumse Luchtmacht al zweven. Hij kopt onberispelijk binnen, 0-1. Ontlading. Schreeuwende jongens die allemaal het gevoel hebben alsof ze weer 7 jaar zijn en net met z’n allen net een wereldgoal hebben gemaakt. En nu door.

Blauw – Geel ’15 recht de rug en komt ook in de wedstrijd. Gevaarlijk is het nog niet, maar ze zijn er. Mijn eerste kopduel met Kleve win ik, een lekker gevoel. Alles is mogelijk. Daarvoor zie ik spits Mol een bal net overschieten, balen! Maar we gaan door! Na 20 minuten zie ik Fokkema achter een bal aan sprinten. Hij is veel sneller dan zijn tegenstander en zet voor. Wal komt ingelopen en schiet de bal met een heerlijke volley binnen, 0-2. YES! Zou het dan toch? Focussen en gaan!

De tegenstander lijkt wakker te zijn en laat zich meer en meer zien voor de  goal. Een aantal scrimmages voor onze keeper loopt met een sisser af, we kruipen door het oog van de naald. Maar dat maakt niet uit. Even later valt dan toch de 1-2, een domper. Maar we zijn niet minder. En we staan voor! Ook zo gaan we de rust in.

Deceptie: Understatement of the Century

We passen twee wissels toe. Een lelijke streep door de rekening, maar het is nodig. De tweede helft start en beide teams lopen kriskras door elkaar heen. Blauw – Geel ’15 neemt het heft in handen en we merken vrij snel dat de counter ons wapenfeit moet zijn. Steeds vaker hoor ik die piep, afkomstig van die man met zijn blauwe shirt aan. Steeds vaker frustreer ik me eraan. Een blessurebehandeling vindt plaats. Ik sta met spitsen Kleve en Klootsema, samen met mijn teamgenoot Wezeman, toe te kijken. “Waar fluit hij nou aldoor voor?” mopper ik. Beide spitsen lachen en knikken dat ze het zelf ook niet snappen. Gedurende de gehele wedstrijd is de sfeer gemoedelijk. Hard en strijdend voor alle meters, maar we praten wat af. Na de hervatting krijgen we snel een corner. Ik meld me voor de goal van tegenstander. Vier keer was ik oppermachtig dit seizoen in de lucht en kon ik juichen. Evenveel keer werd de bal onbegrijpelijk van de lijn gehaald. Fokkema draait de bal in en ik zie dat iedereen verkeerd stapt. Ik draai richting de tweede paal en knik snoeihard binnen. Een halve seconde lang ben ik ervan overtuigd dat ik de derde heb gemaakt, maar ik zie mijn hoop uiteen spatten op de lat. Terug maar weer, we staan nog steeds voor…

De minuten tikken weg. De krachten vloeien weg en met elke minuut die verstrijkt kom ik telkens de man met de hamer tegen. Ik weiger op te geven en ga elk kopduel aan. Minuut 70. Minuut 80. Onze laatste sluitpost Lankman pareert keer op keer en ik geloof er steeds meer in. Dit is ons moment. Tot minuut 103. Hoe de minuten zover heeft weten te komen op de klok van de scheidsrechter zal de historie ingaan als een groot mysterie. Tezamen met Area 51 en waar collega verdediger Wezeman in Hamburg verdwaalt is geraakt. Hoe het vervolgens gebeurt, weet ik niet, maar ik zie mijn keeper de bal stevig in zijn twee handen heeft. In mijn ooghoek zie ik de keeper van Blauw – Geel ’15 een sliding (overtreding) maken waardoor Wezeman tegen Lankman aanbotst. De bal ontglipt hem en rolt het net in. Ik draai al weg van de situatie, aangezien ik een fluitsignaal verwacht voor een overtreding. Ik zet een stap weg. En nog een. En nog een. Ik hoor niks, alleen gejuich. Er knapt iets bij me, het zal toch niet?

De volgende minuten beleef ik in een waas. Ik wil de scheidsrechter aanvliegen. Ik wil de grensrechter aanvliegen. Ik schop de hele wereld kort en klein als het moet. Dit mag ons niet overkomen. En toch ontvouwt het zich voor mijn gezicht. Hij wijst naar de middenstip. 2-2. Onbegrip. Woede. Alle woorden die ik hier niet mag zeggen vliegen door mijn hoofd. Na minuten commotie fluit trappen we gedesillusioneerd af. Hij fluit meteen weer voor het eindsignaal. Ik klap in elkaar. Ik smijt m’n shirt weg. We worden hier bestolen. Zoals de mannen dat in Den Haag en Brussel ook doen, alleen nu zie ik het letterlijk voor mijn ogen gebeuren.

De verlenging gaan we nog in, maar de mentale en fysieke knak was er al. We waren allemaal leeg. Kort hierna maakt Kleve de 3-2, ik kan hem niet stoppen. Voor m’n neus schuift hij de bal langs Lankman. De tweede verlenging ben ik voorin te vinden, samen met alle andere voorwaartsen. Ik probeer alles door te koppen, maar het gewenste resultaat is er niet. In de allerlaatste minuut zie ik Kleve aan de andere kant voor een leeg doel de 4-2 binnenschieten. Het is voorbij. De droom die ik twee uur geleden nog had, is letterlijk weggefloten door een man in een blauw shirt. Gestolen. Ontnomen. Ik val neer op de grond, shirt over m’n hoofd. Ik wil onder de grond kruipen…

In de kleedkamer is er frustratie alom. Geschreeuw, verdriet en onbegrip. Het zal er niet beter om worden aangezien later mij het nieuws bereikt dat de scheidsrechter (en grensrechter) toegeven dat ze een fout hebben gemaakt. Bestolen en de dader geeft het ook nog eens toe. Het kan niet minder…

En nu?

Het gehele jaar probeer ik al zo neutraal mogelijk een verslag te maken van de wedstrijden van mijn team. Wanneer we beter waren heb ik dit gemeld, wanneer we minder waren heb ik dit ook gedaan. Voetballend waren we misschien niet de betere, maar beide teams waren aan elkaar gewaagd. Het was een duel op het scherpst van de snede, waarbij we de tweede helft veelal verdedigd hebben. Maar we hebben vandaag het kampioenschap en de wedstrijd niet verloren van Blauw – Geel ’15, maar van de arbitrage. En daar valt niet van te winnen.

Wat hebben we gewonnen? Ondanks de pijntjes van mezelf en gezien de groepsapp, van het gehele team hebben we het respect gewonnen van het publiek en onze supporters. Zondag wacht SPW. Voor mij part is het FC Barcelona, mét Messi. We gaan winnen, met behulp van onze supporters en dit geweldige team. Geen twijfel mogelijk. Ik hoop u dan te zien! Aanvang 14.00 uur.