De lange bal: Een machtig wapen op een hotseknotsbegoniavoetbalveld

Geschreven door Johan Staal op . Geplaatst in Columns

Binnen de voetbalwereld zijn er talloze termen waar iemand die in het wereldje niet echt thuis is geen idee van heeft waar je het over hebt. Noem tegen een voetballeek de woorden, dropkick, bloktackle, lange bal. Inschuiven of wegrossen en ze kijken je aan of ze water zien branden. Daarom leek het mij een leuk idee om de diverse woorden eens nader te belichten en waarbij we nu zijn aagekomen bij de lange bal.



                            Afbeeldingsresultaat voor foto de lange bal voetbal

Wanneer ik thuis kom van een wedstrijd is de vraag van Martine vaak, en hoe was de wedstrijd. Dan moet ik niet zeggen dat beide, of een van de teams, met de lange bal voetbalde want daar begrijpt ze niets van. De ‘lange bal’ is een term die veelvuldig voorkomt in de voetbalwereld. Er zijn er die gruwen wanneer er een ploeg is die alleen maar de lange bal speelt. Vanuit de achterhoede de bal naar voren ‘rossen’ en vervolgens hopen dat er daar wat goeds mee gebeurt. Een speelwijze die niet bij iedereen ‘volle zalen’ trekt maar soms wel begrijpelijk is. In de maanden maart en april liggen veel voetbalvelden erbij als een hotseknotsbegoniavoetbalveld, een knollentuin of een stuk grond waar een beetje boerenbedrijf zijn veestapel niet laat lopen. Dan weet je als een beetje ‘kenner’ dat combinatievoetbal een lastig verhaal wordt. Het ‘tikkie-takkie-voetbal’ kun je dan vergeten. Voor trainers is het dan zaak om voor plan ‘LB’, de lange bal. De lange bal is namelijk een machtig wapen wanneer je spelers in huis hebt die dat wapen beheersen. Tegenwoordig raken ze, zeker in het amateurvoetbal, steeds dunner gezaaid de spelers die over veertig meter een bal op de ‘stropdas’ kunnen leggen. Jammer want op velden die verre van egaal zijn is het een machtig wapen. Vroeger waren Rinus Israël en Ruud Krol mannen die een pass over veertig meter konden geven. Dan hoeven we maar even te denken aan de pass die Israël op 6 mei 1970 verstuurde richting Ove Kindvall en die Feyenoord toen  de  Europa Cup  1 opleverde.

Maar zoals gezegd, er zijn er die gruwen als we het hebben over de lange bal als wapen om de drie punten binnen te halen. Een tijdje terug sprak ik een trainer die zijn team had ‘uitgefoeterd’ omdat ze verzuimden om op een knollentuin de lange bal te hanteren. Zijn team ‘breidde’ lekker door met als rendement… helemaal niks. Soms kan het niet anders maar wat voor ploegen die veelvuldig op kunstgras spelen lastig schakelen is. Maar voor ploegen die een hotseknotsbegoniavoetbalveld, een knollentuin of een stuk grond waar een beetje boerenbedrijf zijn veestapel niet laat lopen gewend zijn, is de lange bal een machtig wapen wanneer ze een of meerdere spelers in de gelederen hebben die een ‘stropdasbal’ kunnen geven.