Voor de 'Fokko Udema's is nu geen plaats meer.

Geschreven door Johan Staal op . Geplaatst in Columns

De losse opmerking: Toch vreemd, over de plannen van de bond richting het pupillenvoetbal hoor je bijna alleen maar negatieve geluiden en toch is volgens de KNVB 82 % van de clubs voor het invoeren van hun plannen zorgde op Facebook voor aardig wat reuring en waarbij ik maandagmorgen opeens aan Fokko Udema moest denken.
je profielfoto
Fokko was een van de voetballers waar ik in mijn jeugd in Eenrum mee voetbalde. Fokko was een voetballer die een enorme sprintsnelheid tot zijn beschikking had. Zoals Lucky Luke sneller schoot dan zijn schaduw zo rende Fokko bijna sneller dan zijn schaduw. Fokko was iemand waar je het in een sprintduel altijd van verloor. Mijn dorpsgenoot was echter niet iemand waar je in de kleine ruimte wat aan had. Dan was Fokko namelijk stok ongelukkig want hij was een type voetballer die ruimte nodig had. Ruimte die wij vroeger hadden wat de jeugd nu wordt ontnomen. René van der Kerkhof had nooit furore in het betaald voetbal gemaakt wanneer hij was beoordeeld op het spelen in de kleine ruimte. Dan was het sprintwonder bij ‘Bal op dak 27’ terecht gekomen.

Zoals Fokko en René waren en zijn er ook nu nog veel meer actief binnen de voetbalwereld. Spelers die ruimte nodig hebben om hun specifieke kwaliteiten te etaleren. Precies eender dan spelers die in de kleine ruimte beter presteren. Een mooi voorbeeld wat dat betreft is mijn dochter Saskia wat als voetbalster, ze had een aardje naar haar vader, geen loopwonder was. Ze moest de bal in de voeten aangespeeld krijgen voor ze er wat nuttigs mee kon doen. Sas in de diepte aanspelen was echt zinloos. Maar in het E-juniorenteam waar Saskia in voetbalde ook Anne-Jan Ozinga. En Anne-Jan was precies eender als Fokko en René razendsnel. Dus ook die moest in de diepte aangespeeld worden.

Zoals René, Fokko en Anne-Jan lopen er duizenden in Nederland. Precies eender zoals er duizenden ‘Willem van Hanegems’ rondlopen die de bal in de voeten moeten hebben. Want voetballers en voetbalsters hebben we in alle soorten en maten waarbij de een gaat voor de diepte en de ander voor de bal in de voet.

Maar bij alle commentaren die ik op mijn losse kreet las irriteerde mij een reactie mateloos. Het gaat vooral om spelplezier immers. Zorg dat er doordeweeks goede trainers zijn, net als nu.

Het gaat vooral om het speelplezier? Dan hebben wij dus vroeger geen plezier aan het voetballen beleeft. En hebben wij dan een traumatische ervaring aan het direct op een groot veld moeten spelen over gehouden? Ik dacht het toch niet. Iets wat gezien de resultaten van de Nederlandse Club en Oranje in het mondiale voetbal ook zeker niet het geval is geweest. ‘We ‘ deden mee in de top wat nu niet zo is. Iets wat in grote lijnen komt door de macht van het geld.

Maar opeens moet het nu anders en waar je op de sociale media maar weinig positiefs over hoort. En ook langs de lijn worden de voetballiefhebbers niet opgewonden van het idee dat de charme van het pupillenvoetbal ons gaat verlaten. Zes tegen zes op een kwart veld wordt door velen als druk gezien waar de René van der Kerkhof, Fokko Udema en Anne-Jan Ozinga’s van nu het plezier in het voetballen volledig door gaan verliezen. Die hebben namelijk ruimte nodig en kunnen niets met ‘gepruts’ in de kleine ruimte. Maar misschien dat Hans van Breukelen en zijn trouwe volgers ooit gaan begrijpen dat iedere voetballer zijn eigen specifieke kwaliteiten heeft en dat ze daar op getraind moeten worden. Maar gezien de 82% van de clubs die voor het plan is dat ons rond 2026 weer aan de wereldtop moet brengen vrees ik het ergste voor de voetballers en voetbalsters die ruimte nodig hebben om hun acties te kunnen maken…….