Hij had beter eerder kunnen stoppen

Geschreven door Johan Staal op . Geplaatst in Columns

Weer een herkenbaar verhaal van Henk Doppenberg uit de wereld van het amateurvoetbal. Een verhaal dat deze keer gaat over een ongeleid projectiel wat als jeugdtrainer/leider een schot in de roos blijkt te zijn

 
Profielfoto van Henk Doppenberg  www.henk-doppenberg.nl 
Als Ton zijn tegenstander voor de zoveelste keer met een smerige overtreding onderuit haalt, vliegt Aalt, zijn leider, met een kwaad gezicht het veld in. 'Houd toch eens op met dat geschop, man. Dat is toch nergens voor nodig. Dit is de laatste keer geweest, hoor. Als de scheidsrechter je niet wegstuurt, haal ik je er zelf uit.'
'Zeur niet man. Ik doe niets.'
'Dat doe je wel. Iedereen ziet toch hoe je loopt te schoppen.'
'Nou best. Haal me er dan maar uit. Je hebt niet eens een wissel, maar dat is jouw probleem. Ga maar lekker met tien man verder. Dan verlies je tenminste zeker met dubbele cijfers.'

De leider denkt niet na en grijpt direct in. 'Goed. Jij je zin. Kom er maar uit.'
'Wil je echt met tien man verder?'
'Ja. Alles is namelijk beter dan dit gezeur van jou.'
'Ik wil er wel helemaal mee stoppen, hoor.'
'Ga je nu maar douchen, dan kan ik me tenminste nog even met de andere jongens bezighouden.' 'Best. Bekijk het maar.'

Als Ton in de richting van de kleedkamers loopt, ziet Aalt de leider van de JO17-1 staan en omdat hij er natuurlijk nog wel een elfde speler bij wil hebben, loopt hij direct naar de man toe.' Hoi. Heb jij nog iemand voor me die de tweede helft mee kan doen?'
'Jawel, maar wat is er met Ton?'
'Die heb ik eruit gehaald en wat mij betreft, hoeft hij niet meer terug te komen.' 'Is hij zo vervelend?' 'Ja, ik had hem eigenlijk al eerder weg moeten sturen. Hij traint bijna nooit en als hij er is, loopt hij de kantjes eraf. Plus dat hij zo goed als iedere wedstrijd ruzie heeft en het is dat die scheidsrechters hem allemaal zo goed gezind zijn, want anders was hij er al wel vijf of zes keer uitgestuurd. Plus dat ik schoon genoeg heb van zijn grote mond.' 'Ik begrijp het en zal Erik een seintje geven dat hij zich gaat verkleden.' 'Bedankt man.'

Ton, die zich van geen kwaad bewust is, komt net voor de kleedkamers de jeugdvoorzitter tegen. 'Ben je geblesseerd?'
'Nee, ik mocht niet meer meedoen van Aalt.'
'Waarom niet?'
'Omdat ik mijn tegenstander wat te stevig aanpakte.'
'Was het weer zover en natuurlijk had je ook weer een grote waffel tegen je leider.' 'Viel wel mee.' 'Dat is dan voor het eerst, want normaal gesproken ben je fanatieker met vervelend doen dan met voetballen.' 'Ik mag toch zeggen wat ik vind?' 'Jawel, maar je moet ook eens leren om normaal te doen en niet steeds ellende te veroorzaken. Ga je eerst maar douchen en als je daarmee klaar bent, wil ik je spreken.' 'Ik wil eigenlijk naar huis.' 'Als je de tweede helft had moeten voetballen kon je ook niet naar huis, dus ik zie je straks in de bestuurskamer.'

Eerst wil Ton nog wat zeggen, maar dan kijkt hij de voorzitter in zijn ogen en besluit hij toch maar te zwijgen. Voor zijn gevoel heeft dit namelijk toch geen zin. De man is namelijk een vriend van Aalt, zijn leider, en heeft net als veel andere volwassen mensen binnen de vereniging altijd iets op de jeugdspelers aan te merken. Nou, hij zal het zo wel horen. Al neemt hij zich voor om niet alles te pikken wat die voorzitter zegt. Als het hem te gek wordt, stopt hij vandaag nog met voetballen en zoeken ze het hier maar lekker uit. Om zo snel mogelijk van het, in zijn ogen, gezeur af te zijn, besluit hij haast te maken met douchen en loopt hij een klein kwartiertje later de bestuurskamer in. Daar zit de voorzitter al op hem te wachten. 'Kom binnen jongen en ga zitten. Je team staat inmiddels met 2-1 voor.'
'Leuk voor ze.' 'Kan je dat niets schelen?' 'Weinig.' 'Hoe komt dat dan?'
'Weet ik niet.' 'Waarom stop je eigenlijk niet met voetballen?' 'Hoezo?' 'Omdat ik me niet kan voorstellen dat je het leuk vindt. Of vind je het soms grappig om elke week weer met iedereen ruzie te maken en ben je er blij mee dat steeds meer mensen binnen de vereniging zo onderhand schoon genoeg van je hebben? Ik heb het dan nog niet eens alleen over volwassen mensen, want ook je medespelers zien je liever gaan dan komen.'

Ton schrikt gigantisch en is eerst even sprakeloos, want dit had hij niet verwacht.
'Geef nu maar eens antwoord.' 'Wat moet ik zeggen?' 'Eigenlijk niets. Je kunt namelijk alleen maar toegeven dat iedereen gelijk heeft, want je hebt er een enorme puinhoop van gemaakt en dat is jammer. Buiten het veld ben je namelijk best een aardige jongen. Ik begrijp daarom ook echt niet wat er met je gebeurt als de scheidsrechter voor het begin van de wedstrijd heeft gefloten, want dan ben je voor geen enkele reden meer vatbaar.'
'Ja, dat is wel zo.' 'Hoe komt dat dan?'

De jongen zit even zwijgend voor zich uit te kijken, maar geeft dan antwoord op een toon die de voorzitter nog niet eerder van hem heeft gehoord.
'Ik wil graag een goede voetballer zijn, maar dat ben ik niet en daarom probeer ik volgens mijn om op deze manier op te vallen.'
'Meen je dat?' 'Ja, ik denk tenminste dat het zo is.'
'Ik vind het heel goed van je dat je dit eerlijk zegt, maar zou je dan niet beter per direct kunnen stoppen met voetballen?'
'Liever niet, want voetbal is mijn enige hobby.' 'Dat begrijp ik en ik wil je ook zeker niet van de club sturen. Ik vraag me alleen af of je niet veel beter jeugdleider of -trainer kunt worden. Misschien vind je dat wel veel leuker dan zelf voetballen. Of je moet ook elke week ruzie gaan maken met de kinderen en hun ouders, maar dat zie ik je eerlijk gezegd niet doen.'

Ton begint te lachen, want het voorstel van de voorzitter is best een hele opluchting voor hem.
'Ik wil het hartstikke graag proberen, want eerlijk gezegd ben ik dat zelf voetballen ook wel een beetje zat. Vooral elke keer die ruzies en opstootjes, want eigenlijk houd ik daar helemaal niet van. Ik heb me ook al heel vaak voorgenomen om het niet meer te doen, maar in het veld lukt het me gewoon niet om rustig te blijven. Plus dat ik ook geen echte sportman ben en een verschrikkelijke hekel aan trainen heb.  Daarom denk ik dat het beter is om de knoop maar door te hakken en per direct te stoppen met voetballen. Wel wil ik dus heel graag wat bij een jeugdteam gaan doen.' 'Ik vind dit een heel goede beslissing van je en weet bijna zeker dat je hier geen spijt van krijgt.' 'Dat hoop ik ook niet. Ik ben in ieder geval heel blij dat ik niet meer hoef te voetballen. Bedankt dus voor het aanbod en ook dat je met me gesproken hebt.'
'Goed man.'
De jongen blijkt wel héél blij met zijn genomen besluit te zijn.
'Bij welk jeugdteam kom ik nu?' 'Ik dacht aan de JO9-1, maar moet eerst nog even met die andere leider overleggen.' 'Wanneer doe je dat?' 'Heb je zo'n zin om eraan te beginnen?'
'Ja, eigenlijk wel.' 'Daar ben ik echt heel blij mee. Volgens mij komt Leen daar trouwens net aan. Als je even wacht, dan ga ik hem halen.' 'Mooi.'

Leen is enorm blij dat hij er een hulpje bij krijgt en daarom wordt Ton per direct zijn assistent. Dit is voor de jongen het begin van een schitterende periode. Hij voelt zich namelijk als een vis in het water bij zijn jeugdteam en al gauw merkt iedereen binnen de vereniging dat hij een totaal andere jongen is geworden. Van de agressie die hem als actief voetballer zo typeerde is namelijk niets meer over en hoewel hij er zelf altijd met de pet naar heeft gegooid, doet hij er nu alles aan om de kinderen zo veel en goed mogelijk te laten trainen. 

Als zijn spelers wat ouder worden en op een gegeven moment beginnen te puberen, staat hij zich echter nog wel eens in stilte langs de lijn te schamen. Niet voor zijn jongens, want die weten dat hun leider geen rare dingen accepteert en gedragen zich daarom voorbeeldig. Wel voor zichzelf, want hij denkt er nog vaak aan terug wat hij allemaal als actief voetballer op het veld heeft uitgevreten. Hij wordt echter steeds blijer dat hij destijds gestopt is met voetballen en beseft nu, dat hij dat beter nog veel eerder had kunnen doen

Gepersonaliseerde kinderboeken
Kijk op www.henk-doppenberg.nl voor alle informatie
.