Nog net gered.

Geschreven door Henk Doppenberg op . Geplaatst in Columns

Financiële wantoestanden binnen voetbalclubs kwamen er jaren geleden veelvuldig voor. En nog gebeurt het dat er clubs zijn die door het ‘onderhouden’ van eerste team bijna aan de latten komen te hangen. Over dat onderwerp gaat dit verhaal van Henk Doppenberg
Profielfoto van Henk Doppenberg  www.henk-doppenberg.nl  
Als Klaas met Tony, op een zolderkamertje bij de penningmeester, bezig is de boeken van de vereniging te controleren voor de komende jaarvergadering, valt hem opeens iets op. 'Ik heb altijd begrepen dat de A-selectie betaald werd door de sponsors.' 'Is dat niet zo dan?' 'Voor een deel wel, maar volgens deze cijfers komt er ongeveer twintig procent uit de vereniging. Simpel gezegd worden de spelers dus voor een vijfde deel betaald met contributiegeld en de opbrengst van de kantine.'

'Dat is niet de bedoeling en ik begrijp nu ook wel waarom het crediteurensaldo van de club zo is toegenomen. Met geld dat ze aan de spelers geven, kunnen ze nu eenmaal niet de rekeningen betalen.' 'Klopt, maar ik vind dit nogal alarmerend.' 'Anders ik wel.' 'Wat zullen we doen?' 'Ermee stoppen en de penningmeester erbij halen?' 'Is goed.' 'Ik kijk even of hij beneden is.' 'Oké.'

Klaas is al snel samen met de penningmeester terug. 'Wat is er aan de hand jongens?' 'Nou, het gaat om het eerste team. Andere jaren werden die jongens betaald door sponsors, maar nu zie ik dat er ongeveer twintig procent uit de club komt. We zijn dus erg benieuwd waarom dat is. Zeker omdat de financiële positie van de vereniging door de uitgaven aan de spelers veel minder rooskleurig is geworden. We hebben nog niet alles in beeld, maar vermoeden zelfs dat we op deze manier binnen nu en een jaar of anderhalf in de geldproblemen komen. Ik heb door de jaren heen al diverse keren de boeken gecontroleerd, maar bijvoorbeeld nog nooit zo'n lange lijst met nog door ons te betalen rekeningen gezien.'

De penningmeester denkt even kort na, maar komt dan met een verklaring. 'Omdat het aantal sponsors de laatste jaren enorm is afgenomen, kon het eerste niet meer met het sponsorgeld worden betaald. Daarom heb ik na overleg met het bestuur besloten om het op deze manier te doen. Misschien had ik jullie hier vooraf over in moeten lichten, maar dat is niet gebeurd. Sorry.' 'We vinden het niet zo erg dat dit ons niet is verteld, maar wel dat jullie op deze manier het probleem hebben opgelost.' 'Wat hadden we anders moeten doen?' 'De premies van het eerste halveren?' 'Dat kan niet, want dan lopen alle spelers weg.' 'Ja, maar nu helpen jullie de hele vereniging naar de knoppen.' 'Dat valt wel mee. De verwachting is dat de sponsoring weer aan zal trekken en als dat gebeurt, is er echt niets meer aan de hand.' 'Dat geloof ik, maar er is geen enkele garantie dat de vereniging weer meer sponsors gaat krijgen. Plus dat de club op vrij korte termijn geld nodig heeft, want op deze manier is de bodem van de kas binnen niet al te lange tijd in zicht. Ik mis in de administratie trouwens ook wat afdrachten aan de belastingdienst.' 'Dat klopt, want daar lopen we iets mee achter.'

Klaas en Tony kijken elkaar nogal geschrokken aan. 'Is die achterstand groot?' 'Behoorlijk, maar ik ben de achterstand aan het inlopen.' 'Heb je een betalingsregeling met hen afgesproken?' 'Nee, ik betaal aan het einde van elke maand wat ik kan afdragen.' 'Kun je ons al je administratie van de belastingdienst laten zien?' 'Dat moet ik eerst met de voorzitter bespreken.' 'Waarom?' 'Omdat we dit zo hebben afgesproken.'

Tony blijkt er klaar mee te zijn. 'Laat die belastingpapieren maar zitten. Wij zullen een rapport maken van wat we hier in je boekhouding hebben aangetroffen en dat komt dan bij de ledenvergadering wel ter sprake.' 'Mogen wij als bestuur vooraf lezen wat jullie gaan rapporteren?' 'Nee. We brengen het ter sprake tijdens de vergadering, zodat iedereen erop kan reageren en we dus vanzelf merken wat de leden van jullie financiële beleid vinden. Ik raad je alleen wel aan om met een goed verhaal te komen en geen onzin te vertellen, want wij laten onze mooie vereniging niet door jullie kapotmaken.' 'Best mannen. Ik ga zo de voorzitter bellen en jullie zie ik weer bij de vergadering.' 'Oké. Tot ziens.' 'Ja, tot dan.'

Als Tony en Klaas een paar minuten later in de auto stappen, kijken ze elkaar een beetje beduusd aan. 'Ik had alles verwacht, maar dit zeer zeker niet.' 'Nee, ik ook niet. Moeten wij buiten het rapport dat we gaan maken nog iets doen?' 'Ik denk dat we het bestuur de kans moeten geven om actie te ondernemen. Als ze niets doen en hun financiële verhaal er op de één of andere slinkse wijze doorheen proberen te drukken, moeten we echter wel ingrijpen. Ik denk alleen dat het niet zo ver komt, want de bestuursleden zijn allemaal echte clubmensen en zullen dus geen spelletjes met de leden gaan spelen.'

Klaas is er nog niet gerust op. 'Het probleem is dat er altijd heel weinig mensen op de vergadering komen en het merendeel amper naar de cijfers kijkt. Er zijn er volgens mij ook maar heel weinig die er een beetje kijk op hebben. Ik ben daarom bang dat ze alles voor zoete koek aannemen wat het bestuur zegt en het voor ons heel moeilijk zal worden om iedereen duidelijk te maken dat de club een vet financieel probleem heeft.' 'Dat zou best eens kunnen. Ik heb trouwens wel een idee.'' En dat is?' 'Als we nu eens een gesprek met het voltallige bestuur aanvragen om over de financiën te praten.' 'Wij samen?' 'Nee. Het lijkt me goed om Van Baalen en Jansen mee te vragen. Dat zijn immers twee ervaren accountants die weten waar ze over praten.' 'Goed idee en zullen we Oolen ook vragen?' 'Hoezo?' 'Die man is erevoorzitter en heeft vast nog wel invloed op het zittende bestuur.' 'Daar had ik niet aan gedacht, maar je hebt gelijk. Zullen we gelijk maar bij de mensen langs gaan om ze te vragen? Dan hebben we dat tenminste vast gehad.' 'Doen we.'

De gesprekken zijn niet gemakkelijk, want de drie mannen kunnen eigenlijk niet geloven dat het bestuur van hun vereniging er zo'n rommeltje van heeft gemaakt. Omdat Tony en Klaas hun verhaal met de gegevens die ze voor het financiële rapport hebben verzameld hard kunnen maken, beseffen ze echter al snel dat het wel degelijk niet goed gaat met hun club. Daarom willen ze alledrie graag bij het gesprek met het bestuur aanwezig zijn en gesterkt door die steun, besluit Klaas net even voor tien uur om nu gelijk maar met de voorzitter te bellen. 'Met Roems. Goedenavond.'

'Hallo, met Klaas Landringa. Ik neem aan dat je vanavond contact heb gehad met de penningmeester.' 'Is dat belangrijk voor jullie?' 'Nee, het is alleen maar even ter informatie. We zijn namelijk van mening veranderd.' 'Want?' 'Omdat we bang zijn dat we tijdens de jaarvergadering te weinig kans krijgen om ons verhaal te vertellen, willen we een gesprek met het hele bestuur. We komen niet alleen, want we hebben de heren Van Baalen, Jansen en Oolen bereid gevonden om ook mee te praten.' 'Jullie zijn dus bezig om het probleempje meteen maar aan de grote klok te hangen.' 'Nee, de drie mannen hebben ons beloofd om er met niemand over te praten en ik kan me niet voorstellen dat jullie die mannen niet op hun woord geloven.' 'Dat wel, maar ik begrijp niet zo goed waarom we moeten praten.' 'Ik denk dat je nu een spelletje met me probeert te spelen, want na de gesprekken met Jansen en Van Baalen beseffen we dat de problemen nog groter zijn dan we al dachten.' 'Nou goed. Wij hebben komende maandag vergadering. Als jullie er om half acht zijn, maken we tijd voor jullie.' 'Afgesproken.'

Als Klaas de verbinding verbreekt, kijkt hij Tony met nogal ontstemd aan. Die heeft alles echter gehoord en begrijpt heel goed dat zijn collega woest is. 'Waarom zou die vent zo moeilijk doen? Hij kan zich beter schamen voor de rommel die er onder zijn leiding van is gemaakt. Zouden ze soms echt nog denken dat het probleem meevalt?' 'Dat is niet te hopen voor ze, want dan krijgen ze maandag een vervelende verrassing te verwerken.' 'Juist ja.'

's Maandagsavonds blijkt dat de voorzitter heel goed beseft wat er met zijn vereniging aan de hand is. Hij meent de zaak echter nog wel te kunnen redden: ‘Heren, goedenavond en welkom. We zouden het vanavond hebben over de financiële situatie van onze club. Door de teruggelopen sponsorinkomsten zijn we namelijk in de problemen gekomen bij het eerste. De jongens kunnen niet meer door de businessclub worden betaald en daarom is de vereniging bijgesprongen. Hierdoor zijn we zelf echter niet meer in staat om onze crediteuren op dezelfde vlotte wijze te blijven betalen dan men van ons gewend was. Vervelend, maar we werken aan een noodplan. We hebben uitstel gekregen bij de belasting en de sponsorcommissie uitgebreid, dus gaan die inkomsten weer stijgen. Plus dat we de kantineprijzen tussen de vijf en tien procent verhogen en we tijdens de komende vergadering aan de leden toestemming gaan vragen om de contributie omhoog te doen. Verder gaat de penningmeester alle uitgaven tegen het licht houden om te kijken waar en hoeveel er bezuinigd kan worden. Er komen dus meer inkomsten en minder uitgaven, waardoor de problemen in de loop van het volgende seizoen voorbij zullen zijn.'

Tony en Klaas hebben elkaar tijdens het verhaal van de voorzitter al een paar keer aangekeken en ze weten zonder woorden van elkaar wat ze denken. Dit hadden ze namelijk al verwacht. Het bestuur probeert om de zaak heen te draaien en iemand die niet echt wat met cijfertjes heeft, trapt daar absoluut in. De heren Van Baalen en Jansen alleen niet. 'Voorzitter, ik weet niet wat de bedoeling van je verhaal was?' 'Om jullie in te lichten en gerust te stellen.' 'Bij leken zou dat wel lukken, maar bij collega Jansen en mij zeker niet. Dat bezuinigen zal jullie best lukken, maar bij de rest heb ik mijn vraagtekens. De contributie en de prijzen in de kantine verhogen, zal jullie door de meeste leden namelijk niet in dank worden afgenomen. Velen van hen hebben het door alle faillissementen in de buurt financieel namelijk niet gemakkelijker gekregen. De contributie is nu bijvoorbeeld al niet laag en kan bij een verhoging best een reden voor mensen zijn om te stoppen met sporten of iets anders te gaan doen. Plus dat ik van die prijsverhoging in de kantine ook niet zo heel veel verwacht. De meeste mensen gaan namelijk echt niet meer geld uitgeven, maar nemen gewoon een biertje of een patatje minder. Ik vraag me trouwens ook af of je de rekening van een te dure selectie bij de leden neer moet leggen. Het is voor jullie de gemakkelijkste weg, maar ik zou als bestuurslid niet trots zijn op zo'n maatregel.'

Van Baalen kijkt voor hij verder praat eerst iedereen even aan. 'De volgende twee punten maken me echter helemaal ongerust. Dat is ten eerste die sponsoring. Jullie denken dat een grotere sponsorcommissie meer geld binnen haalt en dat kan zo zijn, maar is absoluut geen zekerheid. Ik zei net namelijk al dat het hier in de buurt zakelijk gezien niet best gaat en daar komt nog bij, dat de andere grote verenigingen in de buurt ook heel veel sponsorgeld binnenhalen. Een ondernemer kan zijn sponsorbudget nu eenmaal maar één keer uitgeven en zal zich trouwens liever aansluiten bij een club uit de tweede of derde divisie dan bij een hoofdklasser. Zeker de bedrijven die niet echt een binding met onze vereniging hebben. Dan de belasting. Jullie hebben nu een jaar uitstel gekregen, maar er moet nog wel betaald worden. Plus dat het niet zeker is dat je volgend jaar weer uitstel krijgt. De kans is dus aanwezig dat je dan twee aanslagen in één jaar moet betalen en je opnieuw in de problemen komt. Ik zie de zaak dus niet zo zonnig in als jullie het blijkbaar doen en verzoek jullie daarom met klem om snel actie te ondernemen.' 'Wat adviseer je ons te doen?' 'Stoppen met een eerste elftal dat alleen maar uit vreemdelingen bestaat en verder gaan met voetballers hier uit het dorp. Dat scheelt je ten eerste veel geld en ten tweede zullen de eigen leden dan ook weer wat meer binding met het team krijgen.' 'Dat kan niet. Met alleen maar eigen jongens in het eerste voetballen we niet hoger als de tweede klasse, dus moeten we halen en betalen.' 'Onzin. Die tweede klasse is hoog genoeg. Zeker als we de financiële problemen ermee oplossen en de vereniging er gezelliger op wordt.'

De voorzitter blijkt niet van plan om dit zomaar toe te geven. 'We hebben nog nooit in de geschiedenis op zo'n hoog niveau gevoetbald als nu. Daarom willen we als bestuur niet zomaar bij de eerste de beste tegenslag alles opgeven en weer tegen al die kleine clubjes van vroeger gaan spelen. Ik zou volgens mij ook niet zonder de hoofdklasse kunnen.' 'Waarom niet? Gaat het je om het voetballen of bedoel je de manier waarop je door die grote clubs ontvangen wordt en het gehang daar in die bestuurskamers?' 'In de eerste instantie het voetballen, maar de rest is ook leuk.' 'Bedoel je het niet andersom?'

De voorzitter kijkt eerst even heel boos, maar vervolgt dan zijn verhaal. 'Het kan trouwens ook niet, want de spelers hebben allemaal een contract.' 'De verplichtingen die daar in staan, moet de club nakomen. Hoe lang lopen die contracten?' 'Een jaar.' 'Allemaal?' 'Ja.' 'Mooi, dan kun je volgend seizoen dus zonder of met sterk verlaagde premies verder.' 'Dat zou kunnen, maar daar gaan we als bestuur nog niet mee akkoord. We willen zeker onze beste spelers namelijk heel graag behouden.' 'Best. Dan breng ik dit punt in op de ledenvergadering en laten we de leden beslissen wat er gaat gebeuren.' 'Je zet ons voor het blok.' 'Nee, ik probeer mijn club te redden van een zeker faillissement.' 'Mag ik daar anders over denken?' 'Zeker.'

Omdat de stemming wat vijandig wordt, besluit de voorzitter een einde aan de bijeenkomst te maken. Hij heeft echter toch wel goed geluisterd, want op de jaarvergadering blijkt dat het bestuur de adviezen van Jansen en Van Baalen volledig heeft overgenomen.