Bestuurders zonder binding met de club.

Geschreven door Henk Doppenberg op . Geplaatst in Columns

Wisselingen binnen een voetbalbestuur gebeuren al sinds de grondlegger van het voetbal in Nederland, Pim Mulier, in 1879 de Koninklijke HFC oprichtte. Een wisseling binnen een bestuur is dus van alle dag. De ene keer gaat dat in goede harmonie waar alle leden mee kunnen leven. Maar soms gaat dat anders waar mensen met de nodige verdiensten binnen de club zich niet mee kunnen verenigen. Daar gaat onderstaand verhaal van Henk Doppenberg over. Een verhaal over een nieuw bestuur dat maar weinig affiniteit met de voetbalclub heeft.

Profielfoto van Henk Doppenberg    www.henk.doppenberg.nl


Ga jij nog naar de jaarvergadering?' 'Ik ga alle jaren, maar had het plan om dit keer over te slaan. Nu ik echter op de agenda heb gezien dat er weer een behoorlijke wisseling in het bestuur komt, heb ik mijn andere afspraak echter afgezegd en ga ik wel.' 'Ik ben al tijden niet meer geweest, maar ga nu wel en om dezelfde reden als jij. Er staan namelijk een aantal kandidaten voor een bestuursfunctie die ik niet eens ken. Twee van de drie heb ik hier wel eens zien lopen, maar of die andere man hier ooit wel eens geweest is, vraag ik me af.' 'Ja precies. Zouden er dan helemaal geen echte clubmensen zijn die zoiets willen doen?' 'Misschien zijn ze niet benaderd. Ik neem tenminste aan dat die andere kandidaten wel gevraagd zijn.' 'Dat denk ik ook. Ik zou het bijna zelf weer gaan doen. Je kunt je immers tot net voor de vergadering aanmelden als bestuurskandidaat.' 'Heb jij dan trek om daar weer in te stappen?' 'Eigenlijk niet, want ik heb voor mijn gevoel al lang genoeg in het bestuur gezeten. Ik heb alleen zo weinig vertrouwen in die andere kandidaten, dat ik er wel over na heb gedacht.' 'Dat kan ik me voorstellen, maar ik raad je toch aan om er niet aan te beginnen.' 'Waarom niet?' 'Ten eerste omdat je er dan weer drie jaar aan vast zit en dat is een hele tijd. Ten tweede omdat je niet meer past tussen al die jongelui en tot slot vraag ik me af of ze je nog wel willen. Als ik de berichten van de laatste tijd een beetje volg, doen ze namelijk hun uiterste best om te stoppen met alles wat oud en vertrouwd is.' 'Je kunt best gelijk hebben, want ergens weet ik ook wel dat ik er niet meer aan moet beginnen. Het probleem is dat ik gek van deze vereniging ben en verwacht dat al die jonge en vooral moderne bestuursleden de hele boel naar de knoppen helpen.' 'Dat is wel zo, maar ik vind dat jij je daar niet verantwoordelijk voor moet voelen. Jij hebt jaren voor de club klaargestaan en nu wordt het tijd om aan jezelf te denken. Je vrouw zal het immers ook niet zo prettig vinden als je weer drie jaar een paar avonden in de week en de hele zaterdag hier op de club bent.' 'Klopt. Ze zal het misschien niet zeggen, maar ze zal er zeker wel van balen. Dat is echter de enige reden waarom ik me nog niet als bestuurskandidaat aangemeld heb.' 'Begrijp ik en dat is netjes van je.'

Renger en Aart zijn niet de enige twee oudere clubleden die zich zorgen maken. De cultuur van hun vereniging, waar ze allebei al bijna vijftig jaar lid van zijn, is in een paar jaar tijd namelijk helemaal veranderd. Dit komt vooral omdat er een totaal nieuw en veel jonger bestuur gekomen is, met allemaal moderne ideeën. Op zich hebben de ouderen daar nog niet zoveel problemen mee, want ze beseffen ook wel dat de vereniging met haar tijd mee moet. Met de manier waarop het gebeurt, hebben ze echter wel problemen. Het gaat de laatste tijd in hun ogen namelijk overal over, maar bijna niet meer over voetballen. Plus dat het echte clubgevoel volgens hen steeds meer verdwijnt. Zij waren er vroeger als bestuurslid bijvoorbeeld elke zaterdag en meestal ook wel een aantal avonden per week, maar de nieuwe generatie denkt hier anders over en is er op een enkeling na alleen bij vergaderingen en de thuiswedstrijden van het eerste elftal. Het ergste vinden de ouderen echter nog, dat hun mening niet meer gehoord lijkt te worden. Als ze eens iemand van de nu zittende bestuursleden aanspreken, hebben ze nog wel het idee dat er naar hen geluisterd wordt, maar weten ze inmiddels zeker dat er niets met hun woorden gebeurd. Er zijn daarom zelfs al een aantal, dat hun club vaarwel hebben gezegd, maar dat is iets waar Renger en Aart niet aan moeten denken. Zij blijven ondanks alles namelijk clubmannen in hart en nieren. 'Hoewel de club heel anders is geworden, kom ik hier nog steeds heel graag.' 'Ik ook. Bij de wedstrijden, maar zeker bij het seniorendiner binnenkort. Vooral vanwege de hoge opkomst, want bijna iedereen die langer dan veertig jaar lid is, is er.' 'Ja, dat is zeker leuk. Toen het bestuur waar ik toen in zat er destijds mee begon, waren er heel veel op tegen. Nu het evenement inmiddels twintig jaar bestaat, wil niemand het echter meer kwijt.' 'Dat is waar. Er wordt door de mensen van onze leeftijd al weken van te voren over gesproken.' ‘Gelukkig maar, want dan heeft men tenminste ook nog iets positiefs. Verder hoor je namelijk bijna iedereen klagen en vaak ook wel terecht.' 'Geef eens een voorbeeld.' 'Ik heb er legio en zal er een paar noemen. Theo van Pannerden was het er niet mee eens dat de kantine 's zaterdagsavonds tot tien uur open blijft. Vooral omdat er al twee keer gevochten is en de mensen die naar huis gaan, veel overlast in de buurt schijnen te veroorzaken. De politie blijkt hier daarom elke zaterdagavond rond te rijden en dat is natuurlijk heel erg slecht voor de naam van de vereniging. Plus dat veel ouders van onze jeugdleden hier ook niet zo blij mee zullen zijn. Toen Theo dit tegen de voorzitter zei, kreeg hij echter als antwoord dat hij maar een e-mail moest sturen, dan zouden ze het veertien dagen later wel op de bestuursvergadering bespreken. Hoe krijg je het verzonnen om zoiets aan een man van dik in de tachtig te vragen. Die voorzitter kan zoiets toch ook even opschrijven. Het ergste is trouwens nog dat Theo er nooit meer iets van gehoord heeft en er nog niets aan de situatie veranderd is.' 'Dat is niet mooi.' 'Nee, precies en wat vind je dan van het verhaal over Gijs, de trainer van het tweede?' 'Heb ik niets van gehoord.' 'Die jongen moet er naar drie seizoenen uit omdat hij volgens de technische commissie te weinig variatie in zijn trainingen had. Dat kan natuurlijk, maar het gekke is dat de heren van de TC nog nooit een training van Gijs hebben gezien en het dus ook geen wonder is, dat ze dit niet eerder in de gaten hebben gehad.' 'Joh, dat meen je niet.' 'Hij heeft het me zelf verteld. Ik heb begrepen dat die jongen van Daatman nu volgend seizoen het tweede gaat doen. Die is docent op het CIOS en heeft dus diploma's, maar nog nooit een voetbalteam getraind. ‘Dat schiet lekker op. Waarom zouden ze zoiets doen?' 'Omdat ze hier momenteel veel te gek zijn op dikdoeners met mooie verhalen. Plus dat het natuurlijk ontzettend stoer staat om een CIOS docent als trainer van je tweede te hebben. ‘Het gaat er toch niet om wat die kerel voor diploma heeft, maar alleen wat hij op het voetbalveld kan?' 'Zo zou het wel moeten zijn en is het ook altijd geweest, maar tegenwoordig niet meer.' 'Het is bij de jeugd trouwens niet veel beter.' 'Waarom niet?' 'Heb je dan niet gehoord dat er in de afgelopen winterstop bijna niet vriendschappelijk door hen gevoetbald is?' 'Nee, is er dan niemand meer om die wedstrijden te regelen?' 'Jawel, maar de heren van het bestuur hebben bepaald dat de leiders en trainers zelf mogen bepalen hoeveel wedstrijden ze willen spelen. Die begeleiders zijn blijkbaar echter allemaal mensen die 's winters liever niet op het voetbalveld staan en dus heeft de meeste jeugd van begin december tot eind januari thuis gezeten. Die jongere bestuursleden vinden dit de normaalste zaak van de wereld, maar ik vind het levensgevaarlijk.'' Dat laatste begrijp ik niet helemaal. ‘Nou, als kinderen op zaterdag thuis zitten, gaan ze wat anders doen dan voetballen. Bijvoorbeeld met hun vriendje mee naar één van de andere voetbalclubs in de stad of naar de sporthal waar wel gesport wordt. De kans dat ze daardoor naar een andere vereniging gaan, zou mij veel te groot zijn. Ik vind juist dat je die kinderen zoveel mogelijk naar de club moeten halen om ze te vermaken met voetballen, trainen of wat anders.' 'Ben ik met je eens. Wij waren altijd bezig om nieuwe leden binnen te halen en de anderen tevreden te houden, maar daar lijken deze mensen dus weinig aandacht aan te besteden.' 'Klopt. Als wij vroeger wat leden verloren, sliepen we bij wijze van spreken een week niet. Nu halen ze hun schouders echter een keer op en gaan ze gewoon weer verder. De binding die wij met deze vereniging hadden, hebben zij gewoon niet en eigenlijk is dat geen wonder.'' Want?'' Nou, ik sprak onlangs die secretaris een keer en die vertelde me dat hij hiervoor in het bestuur van een korfbalvereniging gezeten had en daarvoor vijf jaar bij een wielervereniging betrokken was geweest. Toen ik hem vroeg of hij zelf gevoetbald had, antwoordde hij dat hij tot zijn achttiende lid van een hockeyclub was geweest. Hij is echt een heel aardige vent, maar hij heeft gewoon helemaal niets met voetbal. Dat kun je zo'n man niet kwalijk nemen, maar hij had hier volgens mij nooit in het bestuur moeten komen.'' Nee, dat lijkt mij ook niet.'

De grootste klap komt echter nog voor de heren. Als ze rond twee uur naar de kantine lopen voor een kopje koffie, zien ze namelijk op een aanplakbiljet staan dat het seniorendiner opgehouden heeft te bestaan. Volgens het bestuur heeft dit een financiële reden, maar dat vinden de twee mannen onzin en daarom besluiten ze direct verhaal te gaan halen bij de voorzitter. Die hebben ze namelijk vijf minuten geleden naar de bestuurskamer zien gaan, dus zeer waarschijnlijk is hij daar nu nog. Als ze daar komen, blijkt de man echter geen trek te hebben om met hen te praten. 'Ik heb eigenlijk geen tijd voor jullie, want ik moet om half vier in het concertgebouw ben. Daar treedt mijn vrouw namelijk op.'

'Het gesprek met ons hoeft niet zo lang te duren.' 'Kan het echt niet een andere keer.' 'Nee, we willen ons ongenoegen nu kwijt.' 'Stuur me anders een e-mail, dan stuur ik morgen wel een berichtje terug.' 'Man, kijk eens goed. Wij zijn twee mannen van tachtig en weten niet eens hoe we dat moeten doen. We willen je trouwens ook zelf spreken en het gaat om dat seniorendiner. ''Dat dacht ik al. Jullie hebben toch kunnen lezen dat we daar geen geld meer voor hebben?' 'Ja, maar dat is flauwekul. Zoveel kost dat etentje namelijk niet. Plus dat er volgens mij wel een sponsor voor te vinden is en desnoods lappen we allemaal een tientje of vijftien euro. Als het alleen aan het geld ligt, kun je het besluit om met dat diner te stoppen dus wel terugdraaien.' 'Nee, dat doen we niet.' 'Waarom niet? Je geeft ons nu namelijk het gevoel dat het niet om de financiën gaat.' 'Dat doet het wel, want door het etentje te schrappen besparen we aardig wat geld en dat kunnen we voor iets anders gebruiken.' 'Waarvoor dan?' 'Bijvoorbeeld voor het eerste. Met ingang van volgend seizoen worden alle spelers namelijk apart betaald en dat kost allemaal bij elkaar een hele berg geld. Dus moeten we op andere vlakken bezuinigen.' 'Man, man. Hoe kunnen jullie nu in vredesnaam spelers individueel gaan betalen? Daar hebben we hier toch helemaal het geld niet voor?' 'We hebben een nieuwe sponsorcommissie en die heeft de helft van het benodigde bedrag voor volgend seizoen al binnengehaald. Daar komt nog wel iets bij en het restant moeten we zelf verdienen, door bijvoorbeeld te bezuinigen op dat etentje van jullie.'' Goed, dan heb je het geld voor een jaar binnen. Wat doen jullie echter met de jaren die volgen, want ook dan zal er namelijk een bedrag op tafel moeten komen. En was het niet beter geweest om dit plan eerst eens met de leden te bespreken? Ik voorzie namelijk dat dit ons vrijwilligers gaat kosten. Omdat zij alles voor niets doen, vinden velen van hen namelijk dat de spelers ook niet betaald hoeven te worden. ''Als mensen daarom bij de club willen vertrekken, dan moeten ze maar gaan. De meerderheid van het bestuur heeft namelijk alleen nog aandacht voor de toekomst. We zijn altijd een vereniging uit de onderste regionen van het amateurvoetbal geweest, maar willen omhoog en laten ons niet tegenhouden door allerlei sentimenten uit het verleden.' 'Daarmee zeg je dat vanaf nu alleen het eerste nog telt en de rest, en wij als ouderen dus ook, bijzaak is.'' Ik had het graag wat minder cru gebracht, maar waarschijnlijk hadden jullie me dan niet begrepen.'' Maak je geen zorgen man. Wij zijn wel oud, maar hebben gelukkig ons volle verstand nog. We beseffen dus ook heel goed dat wij hier vanaf nu eigenlijk teveel zijn. We zullen dit gesprek aan de andere oudere leden van de vereniging doorvertellen en reken er maar op, dat niemand jullie dit beleid in dank af zal nemen. Ik tenminste niet, want ik ga nu naar huis om mijn lidmaatschap schriftelijk op te zeggen. Jammer, maar het is niet anders.' 'Ik doe met Renger mee.'

De twee mannen staan op en lopen, zonder dat de voorzitter ook maar een woord zegt, naar buiten. Daar beseffen ze pas goed dat ze net een groot deel van hun leven zijn kwijtgeraakt en die wetenschap zorgt voor meer emoties dan ze eigenlijk willen. Ze denken er echter geen moment over om hun beslissing terug te draaien. Het beleid van de vereniging is immers gebaseerd op de toekomst en daar passen zij niet meer in. 'Aan de ene kant zal ik de club best missen, maar er is elke zaterdagmiddag volop voetbal op tv, dus zal ik me best vermaken.' 'Mee eens Aart. Ik moet trouwens de hele tijd denken aan een uitspraak die ik pas las. Iemand zei namelijk dat een club zonder verleden geen toekomst had en ik ben bang, dat dit voor onze vereniging ook wel eens kan gaan gelden.