Ik heb gewonnen en zij hebben verloren

Geschreven door Henk Doppenberg op . Geplaatst in Columns

Ook dit verhaal van Henk Doppenberg is zeer herkenbaar. Teamleiders/trainers die alleen  winnen als er gewonnen wordt en hun team zien verliezen waar zij op dat moment geen onderdeel van uitmaken.

Profielfoto van Henk Doppenberg  www.henk-doppenberg.nl

Als Gerard lachend de kantine binnenkomt, weten zijn vrienden Bert en Sjors al genoeg. 'Wat is het geworden.' 'Ik heb met 4-1 gewonnen. Door een fout van mijn linksachter kwamen ze nog wel op een 0-1 achterstand, maar toen ik na tien minuten achterin één op één ging spelen, was het snel gebeurd.' 'Speelden de jongens goed?' 'Ja, maar ik had donderdag met trainen al gezien dat ik alle spelers messcherp had. Als het zo doorgaat, word ik voor het eerst sinds jaren weer eens kampioen.' 'Niet alleen zeker?' 'Hoe bedoel je?' 'Jij hebt het steeds over jezelf, maar gaat toch in eerste instantie om de spelers?'

Gerard kijkt even wat verbaasd, maar slaat niet echt acht op de woorden van Bert. 'Natuurlijk. Als zij doen wat ik ze zeg, komt het absoluut goed. Vooral omdat ik ze inmiddels tactisch zoveel heb geleerd. Dat heeft me dit seizoen al zeker een punt of tien opgeleverd.' 'Volgens mij begreep je net niet wat ik bedoelde.' 'Waarom niet?' 'Omdat je voortdurend over jezelf blijft praten. Het is steeds 'ik' en 'mijn', maar het moet volgens mij 'wij' en 'ons' zijn. Je doet het toch samen met de jongens en niet alleen?'

'Ja, zo bedoel ik het ook. Komen jullie trouwens volgende week bij me kijken? Ik speel om tien uur.' 'Nee.' 'Hebben jullie wat anders te doen?' 'Nee, we zijn gewoon hier. Tenminste dat neem ik aan. We komen echter niet naar jou, maar naar de JO13-1 kijken. Die kinderen voetballen tenslotte en niet jij. Weet je nog?'

Blijkbaar heeft Gerard wel door dat zijn vrienden hem in de maling nemen, want hij trekt een nogal ontstemd gezicht en loopt zonder nog iets zeggen verder. Bert en Sjors kijken hem lachend na. 'Die is boos. 'Geeft niets. Ik hoop dat hij er eens een keer over nadenkt, want dat geklets steeds over zichzelf vind ik hartstikke irritant. Hij is toch verdorie een volwassen vent en geen jochie van een jaar of vijftien. De ouders van zijn spelers zullen ook wel niet zo dol op hem zijn.' 'Nee en het ergste is nog, dat hij niet eens door heeft wat hij doet. Toen jij er net tegen hem over begon, begreep hij volgens mij niet eens wat je bedoelde.' 'Klopt. Hij liep weg omdat hij voelde dat we hem ertussen namen, maar ik weet zeker dat het niet tot hem doordrong waarom we dat deden.' 'Dat denk ik ook niet en eigenlijk is dat triest, want verder is die Gerard een prima vent.' 'Als het niet over zijn team gaat wel.'

Omdat er andere mensen bij komen staan, staken Sjors en Bert hun gesprek over Gerard. Als ze tegen een uur of half één even naar huis gaan om te eten, spreken ze echter wel af om komende zaterdag bij het team van hun vriend te gaan kijken. 'Het is maar te hopen dat ze dan winnen, want anders is meneer doodziek.' 'Ja, daar kun je op wachten. Al zal het waarschijnlijk niet zover komen, want ze spelen tegen de nummer laatst. Als ik het net goed op het prikbord zag, heeft dat team zelfs nog geen wedstrijd gewonnen.' 'Gerard hoeft er dus alleen maar voor te zorgen, dat zijn jongens de tegenstander niet onderschatten.' 'Ja en dat kun je wel aan onze topcoach overlaten.'

Vanwege het onverwachte verlies van de nummer twee op de ranglijst, kan het team van Gerard de volgende zaterdag zelfs al kampioen worden en als de trotse trainer 's middags zijn beide vrienden weer ziet, komt hij hen dat gelijk vertellen. 'De nummer twee heeft vanochtend verloren, dus kan ik zaterdag al kampioen worden. Daarom reken ik er nu zeker op dat jullie komen kijken.' 'We zullen zorgen dat we er zijn.'

Gerard ratelt gelijk door. 'Ik laat mijn spelers om half negen al komen. Dan kunnen we de bespreking dit keer namelijk in de koffiekamer doen. Ik zal zorgen dat er koffie en cake is, dan geef ik mijn jongens echt het gevoel dat ze sterren zijn. Lijkt me geweldig voor ze om een keer mee te maken.' 'Doe nu niet zo overdreven. Daarmee maak je de spelers immers alleen maar zenuwachtig. Als ze stijf van de spanning op het veld staan, verlies je met een beetje pech ook nog.' 'Natuurlijk niet. Ik heb mijn jongens namelijk wel zoveel vertrouwen aangepraat, dat hen dat niet overkomt. Maak je dus maar geen zorgen. Deze jongen is volgende week zaterdag kampioen.'

Sjors en Bert kijken elkaar even kort aan, maar zeggen niets. Bert niet omdat hij het zinloos vindt om er opnieuw met Gerard over te beginnen dat het team niet alleen om hem draait en hoewel Sjors vindt dat Gerard veel te veel spanning op de komende wedstrijd legt, zwijgt hij ook. Als hun vriend een uurtje later even naar het toilet is, steken ze hun mening echter niet onder stoelen of banken. 'Dit gaat fout zaterdag. Door dat gekke gedoe van hem, komen de jongens absoluut stijf van de zenuwen het veld op en daar is nog nooit iemand beter door gaan voetballen.' 'Nee, dat klopt. Eén ding is echter zeker.' 'En dat is?' 'Als ze daardoor verliezen, is het zijn schuld en niet die van de spelers.' 'Daar zal Gerard wel anders over denken.' 'Dat denk ik ook.'

Als de twee mannen de volgende zaterdag een paar minuten voor negen bij de vereniging komen, zien ze Gerard en zijn spelers nog in de koffiekamer zitten. De trainer staat wild te gebaren en te wijzen naar een aantal dingen die hij op het bord heeft geschreven en de spelers zitten hem met gespannen koppies aan te staren. 'Zou hij nu echt denken dat al dit gedoe iets helpt. Hij kan die jongens beter een bal geven en een beetje uit laten razen. Dan zijn ze de spanning met een minuutje of tien wel kwijt, maar nu worden ze steeds nerveuzer.' 'Helemaal mee eens, maar meneer de trainer voelt zich vandaag de man en zal tot het einde van de wedstrijd de hoofdrol voor zichzelf op blijven eisen. Hij moet immers kampioen worden.' 'Ik vind het enorm sneu voor de spelers, maar dit kan gewoon niet goed gaan.'

Bert en Sjors lopen vast naar het veld waar de JO13-1 zo gaat spelen en als ze de spelers daar een kwartiertje later zien verschijnen, verdwijnt ook hun laatste beetje hoop op een goede afloop van de wedstrijd. De jongens zijn namelijk doodstil en staan elkaar net aan te kijken of er over enkele minuten iets heel ergs staat te gebeuren. Als Gerard dit ziet, spoort hij hen luid schreeuwend aan om hun warming-up te doen en natuurlijk doen ze dit ook wel. Het team blijft echter meer op een groep geslagen honden lijken, dan op een clubje jonge kinderen die zo enthousiast om het kampioenschap gaan spelen. Natuurlijk is dit een kwartiertje later ook in de wedstrijd te zien. De jongens schuiven de bal namelijk wat plichtmatig in het rond, komen tot geen enkele fatsoenlijke aanval en voetballen dus eigenlijk meer tegen zichzelf dan tegen de tegenstander. Gerard vuurt zijn team wel luid aan, maar dat geschreeuw werkt eerder negatief dan positief. Na twintig minuten spelen komen ze daarom zeer terecht met 0-1 achter en op slag van rust wordt het tot overmaat van ramp zelfs 0-2. Dit is voor de trainer een reden om nog harder en woester tegen zijn spelers te gaan schreeuwen en als hij in de rust zijn team bij elkaar haalt, gaat hij zelfs zo tekeer dat ze hem aan de andere kant van het veld luid en duidelijk kunnen horen. Alles wat hij doet, blijkt echter zinloos. Het spel van zijn team wordt namelijk steeds slechter en na een uur voetballen komen ze dan ook met een meer dan terechte 0-5 nederlaag van het veld. Gerard briesend van woede en spelers die huilen, net hebben gehuild of op het punt staan om in huilen uit te barsten. Voor Bert en Sjors is dit echter, waar ze vooraf dus al op gerekend hadden.  'Zou Gerard inmiddels beseffen wat hij heeft gedaan?' 'Ik denk het niet. Hij is veel te druk met zijn spelers de schuld van alles te geven om daaraan te denken.' 'Jammer en eigenlijk ook triest dat hij zo raar heeft gedaan. Nu zit hij met huilende spelers en heeft hij zich tegenover iedereen ontzettend belachelijk gemaakt. Het jeugdbestuur zou hem eigenlijk op het matje moeten roepen, want dit van vanochtend leek helemaal nergens op.' 'Ik denk dat er niemand is die iets tegen hem zegt. Ze zijn immers veel te bang dat hij ermee stopt.' 'Als dat zo is, moeten wij hem misschien straks maar even vertellen wat we ervan vinden.' 'Dat was ik toch al van plan. Vrienden moeten elkaar tenslotte de waarheid kunnen vertellen.' 'Mee eens.'

Sjors en Bert hoeven niet lang op Gerard te wachten, want een paar minuten later komt hij al met een gezicht dat nog steeds op zwaar onweer staat naar hen toe.'Wat een stelletje prutsers om zo te verliezen. Ze moeten nog twee wedstrijden spelen, maar als ze dan net zo slecht zijn als vandaag, kan ik het kampioenschap wel vergeten. Ik heb afgelopen week twee keer uitstekend met ze getraind, de tactiek klopte helemaal, we speelden in de normaal gesproken sterkste opstelling, maar de jongens hebben me echt laten zitten. Wat is dit een tegenvaller zeg.'

Bert pakt Gerard bij zijn arm. 'Dat jullie vandaag verloren hebben, is jouw schuld en niet die van je spelers.' 'Waarom?' 'Omdat die jongens door jou toedoen zo ontzettend nerveus waren en ik heb je er verleden week zaterdag al voor gewaarschuwd dat dit zou gaan gebeuren. Die voorbespreking en die koffie met cake had je niet moeten doen en vooral door jouw geschreeuw langs de lijn, gingen ze steeds slechter spelen. Het lag dus niet aan je team, maar aan jou dat deze dag is mislukt. Als je een beetje karakter hebt, ga je ze dat nu ook vertellen. Verder heb ik je vorige week ook al eens verteld dat je moet stoppen met steeds dat gepraat over 'ik'. Voetbal is immers een teamsport, dus gaat het over 'ons' en 'wij'. Plus dat je er eens mee op moet houden om jezelf elke keer zo op de voorgrond te plaatsen. Het kan best zijn dat je het niet met opzet doet, maar het komt op mij wel ontzettend vervelend over. Zeker als je zoals afgelopen week voortdurend loopt te raaskallen van 'Ik word kampioen', nee het is 'Wij worden kampioen'.

Gerard kijkt zijn vrienden eerst even sprakeloos aan en loopt daarna, nog steeds zwijgend, in de richting van de kleedkamers. Hierdoor hebben Sjors en Bert het gevoel dat hij kwaad is. Als ze hem een kwartiertje later  echter  lachend met zijn team in de kantine zien komen, beseffen ze echter dat hun verhaal wel geholpen heeft