Gaan we fuseren?

Geschreven door Henk Doppenberg op . Geplaatst in Columns

Deze keer een verhaal van Henk Doppenberg over het wel of niet gaan fuseren. Iets wat  nu al met regelmaat aan de orde komt en wat er  richting de toekomst alleen maar meer gaat worden.
Profielfoto van Henk Doppenberg www.henk-doppenberg.nl

Als het bestuur van VCP voor een vergadering bij elkaar zit, neemt de voorzitter met een nogal ernstig gezicht het woord. 'Mannen goedenavond. Ik wil deze vergadering beginnen met een punt dat ik niet op de agenda heb laten zetten. Dit heb ik bewust gedaan om niet vooraf al allerlei discussies op gang te brengen. Het punt is namelijk dat ik een gesprek gehad heb met de wethouder van sport en die wil dat wij samen met SLO gaan onderzoeken of het mogelijk is om binnen twee jaar tot een fusie te komen. Voor de gemeente is het namelijk goedkoper, tenminste dat zei hij, om één grotere vereniging te ondersteunen dan twee kleintjes. In het plan zoals het er nu ligt, is het de bedoeling dat wij hier weggaan en op het complex van hen gaan spelen. Over zaken als de invulling van de besturen, het tenue waar we in gaan spelen, een nieuwe verenigingsnaam en een aantal andere organisatorische details, moeten we zelf met onze eventuele fusiepartner tot een akkoord proberen te komen. Ik besef dat deze mededeling voor jullie als een donderslag bij heldere hemel komt, maar we zullen er toch wel iets mee moeten, want de gemeente verwacht binnen twee maanden een antwoord van ons. Wie wil hier dus wat over zeggen?'

De bestuursleden kijken elkaar eerst wat ongelovig aan en het blijft ook heel even stil, maar dan geeft Fred, die sinds vorige maand in het bestuur zit, antwoord. 'Ik vind het een heel goed plan en denk zeker dat we erover moeten gaan praten. Hier zitten we namelijk met een oud complex, een bijna lege kas, amper sponsorinkomsten, weinig leden en een groot gebrek aan vrijwilligers, maar daar kunnen we een nieuwe start maken. Ook financieel, want ik neem aan dat het de bedoeling van de gemeente is om ons complex te kopen als we gaan verhuizen. Het lijkt me hier namelijk een ideale plek voor hen om woningen te bouwen.' 'Ben jij helemaal gek geworden? We gaan hier nooit weg en zeker niet fuseren met SLO. Ik ben bijna vijftig jaar lid en trots op alles wat wij hier met elkaar hebben opgebouwd. Plus dat ik verzot ben op ons gele shirt met de zwarte V en daarom ben ik er fel op tegen om hier te vertrekken. Alle gezelligheid en saamhorigheid die we hier samen hebben, is dan namelijk weg. Verder wil ik ook niet elke keer naar de andere kant van het dorp, want dit hier is ons plekje en hier hoort VCP thuis.' 'Ik ben het helemaal met Aart eens. Volgens mij raken we trouwens een heleboel leden kwijt als we gaan fuseren. Er zijn hier namelijk best wel veel mensen die niets van SLO moeten hebben. Andersom is dat volgens mij trouwens hetzelfde, want als we tegen elkaar moeten spelen is het immers altijd trammelant. Zelf bij de kleinste pupillen.'

Fred geeft zich echter niet meteen gewonnen. 'Als de kinderen, en ook de volwassen, willen voetballen zullen ze weinig anders kunnen dan met ons meegaan naar het nieuwe complex. Het geschreeuw van leden dat ze gaan bedanken, moeten we daarom volgens mij niet al te serieus nemen. Als er veranderingen komen, heb je trouwens altijd een hele partij mensen die er meteen op tegen zijn.' 'Ik denk dat ze wel degelijk iets anders kunnen. Hier in het dorp is geen andere club, maar ik vermoed dat er veel spelers naar Lankeren gaan als we fuseren. Met hen heeft VCP namelijk al jaren een heel sterke band en die is er met SLO zeker niet. Piet zei het net in mooie woorden, maar veel leden zien die club als de vijand.' 'Aart, het is toch onzin wat je zegt. Vijand. Het gaat maar om voetbal hoort en niet om oorlog.' 'Natuurlijk gaat vijand wat ver en zelf denk ik absoluut niet zo extreem, maar ik heb begrip voor de mensen die dat wel doen. Blijkbaar begrijp jij daar niets van en dat neem ik je helemaal niet kwalijk. Jij woont namelijk pas een paar jaar hier in het dorp en hebt een totaal andere binding met de vereniging als de mensen die hier hun hele leven al lopen.' 'Dat geloof ik wel, maar wij en ook onze leden moeten toch met de tijd meegaan. Het is inmiddels 2016, dus moeten we al die ouderwetse clubsentimenten maar eens vergeten.' 'Als je zo praat over de gevoelens die veel leden voor onze vereniging hebben en er evenmin rekening mee wenst te houden, vind ik niet dat je waard bent om nog langer in het bestuur te zitten. Je kunt dus kiezen. Of jij vertrekt of ik ga.'

De voorzitter voelt dat hij in moet grijpen. 'Stop mannen. Laten wij hier nu nog geen ruzie over een eventuele fusie maken. Fred, ik ben het trouwens wel met Aart eens. Niet dat je uit het bestuur moet, maar wel dat we de mening en de gevoelens van al onze leden moeten respecteren en ik vind het ook een slechte zaak om zo denigrerend over hen te praten. Zij zijn namelijk wel de mensen die er al jaren voor zorgen dat deze club blijft bestaan.' 'Sorry voorzitter. Ik heb zeker respect voor de mening van de leden, maar vind het gewoon enorm overdreven hoeveel een voetbalvereniging voor mensen betekent. Volgens mij mag het geen probleem zijn als ik dat hier in de bestuursvergadering zeg.' 'Daar heb je gelijk in, maar misschien kun je een dergelijke boodschap in het vervolg beter op een wat andere manier brengen. Je kunt er namelijk ook je collega's van het bestuur mee kwetsen, maar dat heb je net zelf gemerkt. Hou je mening verder alsjeblieft wel voor je, want het praten over een eventuele fusie zal voor mijn gevoel sowieso al stof genoeg doen opwaaien.' 'Waarom zouden we het dan in vredesnaam doen? Je kunt de gemeente toch melden dat het bestuur tegen de fusieplannen is.' 'Dat zeg jij. Ik denk namelijk niet dat ik de enige ben die voor is.'

Aart kijkt Fred met een verstoord gezicht aan. 'Best. Jij je zin. Dan gaan we stemmen. Kan dat voorzitter?' 'Wat mij betreft wel. Willen jullie een schriftelijke stemming? Nee? Prima, dan doen we het door onze hand al dan niet op te steken. Wie is er voor om met de leden over een fusie te gaan praten? Ik zie vijf vingers, dus dat is een meerderheid. Zijn jullie ook echt allemaal voor een fusie?'

'Ik zeker niet.' 'Mag ik dan vragen waarom je wel voor hebt gestemd.'

Erwin knikt een paar keer met zijn hoofd. 'Jawel. Ik vind dat we de leden op de hoogte moeten brengen van de wens van de gemeente.'' Waarom?' 'Nou, omdat ik vrees dat de wethouder geen genoegen zal nemen met alleen de mening van ons als bestuur. Als wij weigeren, zal hij het namelijk best via zijn politieke vriendjes gaan spelen en dan komt het toch in de publiciteit. Als onze leden de berichten in de krant lezen, ontstaat er absoluut een partij onrust en daarom kunnen wij ze volgens mij beter nu zelf inlichten. We kunnen dan tenminste ook peilen hoe zij erover denken, want het is altijd gemakkelijk om dat bij de vervolggesprekken met de gemeente te weten. De politiek kun je immers alleen maar met feiten overtuigen en dat zal voor mijn gevoel al een hele klus worden. We moeten er trouwens wel rekening mee houden, dat de meerderheid van de leden er ook best op voor kan zijn dat we met SLO gaan fuseren. Ik denk niet dat het zo'n vaart zal lopen, maar als dat toch zo is, moeten we hun mening zeker respecteren. De leden zijn immers de baas van de vereniging.'

Hoewel Aart zuinig blijft kijken, kan hij niet anders dan het hier mee eens zijn. 'Je hebt gelijk. We moeten open kaart tegenover de leden spelen en als zij willen fuseren, zullen wij ons daarbij neer moeten leggen. Tenminste de mensen die tegen een fusie zijn. Erwin zijn mening hebben we net gehoord, maar ik ben heel benieuwd hoe de anderen over het samengaan met SLO denken.' 'Ik ben voor.' 'En ik ook.' 'Maar, ik ben tegen.' 'En ik ook.' 'Ik natuurlijk ook en hoewel ik weet dat het enorm voorbarig is, meld ik nu vast dat ik bij een fusie met onmiddellijke ingang mijn functie neer leg.'

Aart knikt tevreden en de voorzitter voelt dat het tijd wordt om dit onderwerp af te sluiten. Daarom stelt hij een datum voor waarop een bijzondere ledenvergadering kan worden gehouden, vraagt hij de secretaris om de uitnodiging klaar te maken en te versturen en gaat hij verder met de vergadering. Die verloopt echter toch wat anders dan normaal, want er is tussendoor steeds wel een bestuurslid dat terugkomt op de fusieplannen en Aart en Fred lijken opeens gezworen vijanden. De voorzitter doet hierdoor zijn uiterste best om de agendapunten er zo snel mogelijk doorheen te jagen en is voor de eerste keer in de geschiedenis, blij dat hij tegen tien uur de vergadering kan beëindigen. De ledenvergadering die drie weken later plaatsvindt, gaat gepaard met heel veel onenigheid. Er zijn veel tegenstanders, maar de meeste jongere leden zijn voor. Als het erop begint te lijken dat zij het zelfs gaan winnen, voelt Aart zich als oudste bestuurslid geroepen om het woord te nemen. 'Als ik jullie allemaal zo hoor praten, ben ik ontzettend bang dat het vandaag de zwartste dag van mijn leven gaat worden. Jullie willen mijn vereniging VCP, waar ik als jongetje van twaalf jaar lid van ben geworden, namelijk weggeven. Ik roep jullie echter één voor één op om het niet te doen en eens goed diep na te denken over wat deze vereniging jullie de laatste jaren gebracht heeft. We hebben een schitterend vijftigjarig jubileum gevierd. Er zijn een paar prachtige kampioenschappen geweest. We zijn samen op begrafenissen en crematies geweest, maar we hebben ook met elkaar feest gevierd. Waarom? Omdat er iets is wat ons al die jaren elke week weer bij elkaar bracht. Namelijk de naam VCP, de geweldige leden van deze club, de perfecte sfeer die hier altijd hangt en zeker dat mooie gele shirt met die zwarte V. Als we nu zo voor een fusie met SLO stemmen, is alles voorbij en willen jullie dat? Als het antwoord 'ja' is, dan heb ik spijt van elk uur dat ik in deze vereniging heb gestoken. Ik heb namelijk altijd gedacht dat ik het voor vrienden deed en dat zijn jullie dan dus niet. Wanneer het antwoord 'Nee' is en dat hoop ik met heel mijn hart, dan ga ik misschien wel huilen van geluk. Daarna zal ik me echter weer voor deze vereniging in gaan zetten op een manier zoals ik nog nooit gedaan heb. We gaan nu stemmen en het lot van deze geweldige vereniging, ligt dus in jullie handen. Bedenk echter dat je niet meer op je stem terug kunt komen en deze club dus over enkele minuten verleden tijd kan zijn.'

Als Aart terugloopt naar zijn plaats, worden de briefjes uitgedeeld en kan de stemming beginnen. Dit zijn spannende minuten en vooral voor Aart. Gelukkig voor hem valt het echter allemaal heel erg mee. Het overgrote deel van de leden is namelijk tegen een fusie en dat bezorgt hem eerst wat tranen van geluk, maar daarna denkt en praat hij al snel weer over de toekomst van de vereniging. Die is echter niet zo rooskleurig als hij dacht, want de verschillende meningen over de fusie hebben voor veel tweespalt binnen de club gezorgd en van de door Aart zo geroemde is dus al snel geen sprake meer.