Normen vervagen ....en dat is niet vreemd

Geschreven door Henk Doppenberg op . Geplaatst in Columns

Normen en waarden vervagen staat er als titel van dit verhaal van Henk Doppenberg. Een waarheid als een koe want dat is ook in de voetbalwereld niet anders. Want steeds vaker gaan er mensen met de jeugd op pad waar je van denkt, is dat wel verstandig. Iets wat in dit verhaal van Henk wel heel duidelijk naar voren komt.
Profielfoto van Henk Doppenberg www.henk-doppenberg.nl 
Omdat volgende week het seizoen begint en vv Rasteren voor twee teams nog geen begeleiding heeft, zit de jeugdcommissie van de vereniging voor de zoveelste keer in korte tijd bij elkaar. Een oplossing lijkt echter heel ver weg. Er is namelijk geen enkele ouder bereid om iets te doen en binnen de club zien ze ook geen kandidaten. Simpel omdat er steeds minder mensen een vrijwilligerstaak op zich willen nemen en de mannen en vrouwen die dat nog wel willen, al druk genoeg zijn. Toch moet er wat gebeuren. Bij grote verenigingen stelt men heel simpel dat kinderen zonder begeleiding niet kunnen voetballen en maar naar een andere club moeten gaan, maar vv Rasteren wil en kan daar niet aan mee doen. Zo groot is de vereniging immers niet en de leden die ze nu wegsturen, komen volgend seizoen, als er misschien wel een leider en een trainer is, echt niet terug. Misschien een paar, maar het merendeel zeer zeker niet. Bart, de voorzitter, komt daarom toch nog maar weer met een voorstel. 'Als we de lijst met ouders er nu nog eens bij pakken.' 'Dat hebben we toch al een paar keer gedaan. We hebben die mensen zelfs allemaal hier in de bestuurskamer gehad. Ze hadden stuk voor stuk de mooiste verhalen en de grootste smoezen, maar er was niemand die ook maar iets wilde doen. Wat dat betreft, vraag ik me wel eens af voor wie wij dit allemaal doen. Je bent soms avond na avond druk voor de kinderen van een ander en de ouders vinden het allemaal wel prima.' 'Je hebt gelijk Gert, maar dat is een andere discussie. Wij zoeken begeleiding omdat we geen teams terug willen trekken en dat doen we in eerste instantie voor de vereniging. Tenminste, ik wel. Was iedereen er trouwens toen we die ouders hier bij elkaar hadden?'

Als de voorzitter ziet dat iedereen zijn of haar schouders ophaalt, besluit hij om zijn mening dan toch maar door te drukken. Zo ver komt het alleen niet, want Elma blijkt opeens toch een mogelijke kandidaat te weten. 'Het schiet me plotseling te binnen dat die vader van Richard uit de JO11-1 er destijds niet was. Die man loopt elke zaterdag hier rond en wil misschien wel iets doen. ''Ken jij die kerel?' 'Nee. Alleen van gezicht.' Dat dacht ik al.' 'Waarom?' 'Die man drinkt veel te veel en is een enorme vechtersbaas.' 'We hebben hier bij de vereniging toch nog nooit last van hem gehad?' 'Nee, want 's zaterdags is Richard altijd bij hem. Als de jongen bij zijn moeder is, zet pa de bloemetjes echter buiten en dat is al heel vaak totaal uit de hand gelopen.'

Elma is niet onder de indruk van de voorzitter zijn verhaal. 'Ik geloof meteen dat je gelijk hebt, maar volgens mij moeten we die man toch vragen. We hebben immers geen andere keus. Ja, de jongens naar huis sturen, maar dat willen we niet. We kunnen toch een keer met hem gaan praten. Het is uiteindelijk ook nog eens zijn eigen zaak wat hij buiten het voetballen om doet. Als hij zich rond de wedstrijden gedraagt, is er volgens mij niets aan de hand. We weten van de andere leiders en trainers toch ook niet wat ze allemaal uitspoken?'

De voorzitter blijft zijn bedenkingen houden. 'Ik ben dat tot op zekere hoogte wel met je eens, maar vind niet dat we met vrijwilligers in zee moeten gaan die regelmatig met justitie in aanraking komen.' 'Doet hij dat dan.' 'Volgens de verhalen wel. Als we die man leider of trainer maken, weet ik dan ook zo goed als zeker dat de hele vereniging ontploft.' 'Ben je daar bang voor?' 'Normaal gesproken niet, maar nu vind ik eerlijk gezegd dat de mensen wel gelijk hebben als ze beginnen te klagen. Ik denk bijvoorbeeld niet dat er een ouder is die zijn of haar kind met hem mee zal laten rijden naar een uitwedstrijd. Ze zijn veel te bang dat hij nog niet nuchter is en een ongeluk veroorzaakt.' 'Dat is misschien wel zo, maar dat kan bij andere mensen net zo goed gebeuren. Er komen hier zaterdagsochtends wel eens vaker mensen binnenlopen, die net uit de kroeg lijken te komen.' 'Ja Elma, maar die hebben geen slechte naam en de vader van Richard wel. Als die man een ongeluk of iets anders veroorzaakt, krijgen wij de schuld en terecht. We wisten immers vooraf welke risico's we met hem liepen.'

Elma wil zich nog niet gewonnen geven. 'We kunnen er toch voor zorgen dat hij 's zaterdags niet hoeft te rijden en als die ouders bang zijn dat die man met drank op achter het stuur kruipt, moeten ze zich zelf als chauffeur aanmelden. En we kunnen er toch eerlijk met hem over praten, hoe er in het dorp over hem gekletst wordt? Misschien overdrijft iedereen wel gigantisch en valt het allemaal best mee. Hebben jullie hem ooit dronken gezien of zien vechten?'

Als Elma iedereen met zijn of haar hoofd ziet schudden, gaat ze verder. 'We baseren ons oordeel over die man dus alleen maar op wat anderen van hem zeggen. Wij hebben hier bij de vereniging immers geen enkele negatieve ervaring met hem. Plus dat het feit blijft staan, dat we zonder de hulp van die kerel zeer waarschijnlijk een team naar huis moeten sturen.' 'In dat laatste heb je natuurlijk gelijk, maar dat mag nooit de reden zijn om dan maar een leider te nemen waarmee we een behoorlijk risico op heel grote problemen lopen.' 'Bart, ik begrijp dat je liever geen risico met die man wil nemen. Jij bent immers voorzitter en dus de eerste die aangesproken wordt als er iets gebeurd. Ik heb ook helemaal geen zin om nog een hele tijd over die kerel door te praten, maar zou wel graag willen weten of hij echt nog zoveel drinkt. Daarom blijf ik van mening dat jij en nog iemand van ons met hem moet gaan praten. Wie is dit met me eens?'

Eerst lijkt het of Elma geen enkele medestander heeft, maar dan steekt er toch één zijn vinger op en volgen er al snel meer. Uiteindelijk zijn er vijf van de zeven bestuursleden op voor dat er met de vader van Richard gepraat wordt en daar legt de voorzitter zich direct bij neer. 'Ja mensen, de meerderheid beslist. We gaan dus met hem praten en ik beloof jullie niet bevooroordeeld te zijn. Het probleem is hier echter niet mee opgelost. Als ik ook na het gesprek nog steeds aan de man twijfel, blijf ik namelijk tegen zijn komst. Al zal ik hem wel het voordeel van de twijfel en dus een eerlijke kans geven.' 'Meer kunnen en mogen we niet van je verlangen.' 'Dank je voor het begrip, Elma.'

Bart besluit de vaart erin te houden en belt meteen na de vergadering met Richard zijn vader om een afspraak te maken. Dat is snel gebeurd en daarom zit hij samen met Elma en de vader de volgende avond al in de bestuurskamer. 'Heer van Dralingen welkom. We hebben een paar weken geleden de ouders van het team van uw zoontje hier gehad, maar toen was u blijkbaar verhinderd. Daarom hebben we u nu apart uitgenodigd, want we zoeken nog steeds een leider en trainer voor de kinderen en hopen dat u daar interesse in heeft. Al willen we eerlijk gezegd ook nog over iets anders met u praten en dat is uw privéleven. Ik weet dat wij daar niets mee te maken hebben, maar de verhalen gaan dat u enorm veel drinkt en nogal eens vecht. We willen graag weten of dat echt zo is en ik hoop dat u daar begrip voor heeft. Hoewel we dus, zoals ik net al zei, niets met uw leven te maken hebben, zitten we namelijk niet te wachten op vrijwilligers die om welke reden dan ook regelmatig in opspraak komen. Het klinkt misschien hard wat ik nu zeg, maar ik draai niet graag om zaken heen.'

De vader van Richard reageert een beetje triest. 'Ik heb er alle begrip voor dat jullie niet zomaar iedereen met een jeugdteam op pad sturen. Zeker als het gaat om iemand zoals ik, want er gaan nogal wat verhalen over me. Helaas zijn die voor een groot deel nog waar ook. De mensen vergeten er alleen bij te vertellen dat dit over mijn verleden gaat. Na mijn scheiding heb ik namelijk een slechte tijd gekend en heb ik veel dingen gedaan, waar ik inmiddels heel veel spijt van heb. Sinds ik echter een goede omgangsregeling met Richard heb, ben ik totaal veranderd. Ik ga nog wel eens naar het café, maar drink veel en veel minder dan vroeger en vechten heb ik volgens mij al langer dan een jaar niet meer gedaan. Jullie hoeven je dus nergens zorgen over te maken en ik zou echt heel graag vrijwilliger willen worden.' 'Waarom heb je jezelf dan niet eerder aangemeld. Je wist toch dat we dringend op zoek waren naar mensen?' 'Ik durfde niet goed, want ik vreesde dat jullie me niet wilden hebben.' 'Vanwege de verhalen die er over je gaan?' 'Ja, want die ken ik zelf natuurlijk ook.' 'Dat begrijp ik.'

Bart zijn hersenen gaan als een razende tekeer. Ondanks dat het gesprek best heel positief verlopen is, heeft hij namelijk nog steeds geen goed gevoel over de man. Hij kan echter geen enkele relevante reden bedenken waarom hij de vader niet bij de club wil hebben en daarom besluit hij om de gok dan toch maar te nemen. 'Ik denk dat Elma en ik genoeg weten en volgens mij is er voor ons geen enkele reden om je niet bij de club te willen hebben. Wil je alleen leider zijn of kun je het team ook trainen?'' Als het moet doe ik het allebei, maar ik denk dat ik wel een prima trainer weet.' 'Wie dan?' 'Een vriend van me. Die jongen heeft altijd gevoetbald en al vaker jeugd getraind.' 'Kennen we die man?' 'Geen idee. Hij heet Dick Rammen.' 'Zegt me niets.'

Hoewel Bart zijn gevoel plotseling nog veel slechter wordt, besluit hij niets te laten merken. 'Nou, we zien het wel. Volgende week maandag is er trainen van half zeven tot half acht. Als je er tegen zes uur bent, ben ik er ook en zal ik je wijzen waar de ballen liggen en waar jullie moeten trainen.' 'Best. Ik ben er en ik hoop samen met mijn vriend Dick.' 'Mooi. In ieder geval vast bedankt voor je hulp.' 'Geen dank. Fijn dat ik iets voor jullie kan doen.'

Als de man weg is en de twee bestuursleden samen achterblijven, kijkt Elma de voorzitter lachend aan. 'Ik vind dat je het goed hebt gedaan en ben blij dat die man iets voor de club gaat doen.' 'Ja?' 'Jij niet dan?' 'Eerlijk gezegd niet. Het is dat we geen leiders en trainers kunnen krijgen, maar anders had ik deze man nooit genomen. Niet dat het een verkeerde kerel is. Ik vond hem zelfs wel aardig, maar geloof alleen niet dat hij zich de laatste tijd zoveel beter heeft gedragen.' 'Waarom niet?' 'Geen idee.' 'Dan ben je dus toch bevooroordeeld.' 'Misschien wel.' 'Zullen we er over ophouden en gewoon maar afwachten hoe het gaat?' 'Doen we.'

Bart blijft de hele week over zijn nieuwe leider nadenken en zijn twijfels nemen eerder toe dan af. Als hij 's zaterdagsavonds met zijn vrouw van een visite komt en door het dorp naar huis loopt, blijkt echter dat hij niets te negatief heeft gedacht. Op het marktplein ziet hij namelijk nog net dat Richards vader in de politieauto wordt gesleurd en van omstanders hoort hij, dat de man in beschonken toestand het halve café heeft verbouwd. Plus dat hij nu voor de vierde keer in twee maanden is gearresteerd vanwege vernielingen, twee vechtpartij en een openbare dronkenschap. Dit is voor hem voldoende reden om de man toch niet als vrijwilliger binnen te halen en daar is het hele bestuur het unaniem mee eens. Ze zitten dus uiteindelijk toch nog steeds met een probleem en daarom speelt de voorzitter zijn laatste troef uit. Hij last de training voor maandag namelijk af en begint alle ouders te bellen met de mededeling dat het team opgeheven wordt. Het resultaat is dat hij na vier telefoontjes een leider, een leidster en een trainer heeft en de kinderen gewoon kunnen blijven voetballen.