Wacht niet te lang met het neerleggen van je functie

Geschreven door Johan Staal op . Geplaatst in Columns

Dit verhaal van Henk Doppenberg is een verhaal hoe het er bij veel verenigingen aan toe gaat. Bestuurders die te lang blijven zitten tot ergernis van hun omgeving maar ook eigenlijk van hem of haar zelf.
Henk Doppenberg   www..henk-doppenberg.nl

Kees loopt hoofdschuddend en met een kwaad gezicht de bestuurskamer uit. Hij is er als lid van het bestuur namelijk totaal niet mee eens dat er een premiepot ingesteld is voor het eerste elftal. Ten eerste vindt hij het de grootste kolder dat amateurvoetballers geld moeten krijgen als ze een wedstrijdje niet verloren hebben en ten tweede vindt hij het een onverantwoorde uitgave, want over een heel seizoen kan het premiebedrag behoorlijk oplopen en zo breed heeft de club het immers niet. Natuurlijk is er wel geld, maar hij vindt dat ze dit beter achter de hand hadden kunnen houden voor financieel mindere tijden. Hij was echter de enige van het bestuur die tegen het voorstel was en daarom zal hij moeten accepteren dat er voor het eerst in de geschiedenis van de vereniging premies betaald gaan worden. Dit gaat alleen niet van harte en daarom loopt hij met een beroerd gevoel de kantine in om een biertje te bestellen. Als hij even alleen aan de bar heeft gestaan, komt de voorzitter bij hem. 'Je kijkt niet vrolijk.' 'Ben ik ook niet.' 'De tijd verandert Kees. Bij bijna alle clubs worden er tegenwoordig premies betaald. Als we de boot niet willen missen, zullen we dus mee moeten doen.' 'Dat kan wel zijn, maar dat betalen is toch onzinnig.' 'Waarom?' 'De spelers van het eerste hebben toch altijd voor niets gevoetbald?' 'Weet ik wel, maar ik zei al dat de tijd verandert. Wat vroeger was, telt niet meer.' 'Nee, dat klopt. Nu moet iedereen worden betaald. Ik vraag me alleen af waarom die spelers wel geld moeten krijgen voor hun inspanningen en de rest van de club niet. Wij zijn bijvoorbeeld op jaarbasis veel meer uren voor de vereniging bezig dan zij.'

De voorzitter pakt Kees bij zijn arm en kijkt hem even doordringend aan. 'Als we als vereniging mee willen blijven tellen, zal ons eerste moeten presteren. Nu koop je met zo'n premiepot geen prestaties, maar het kan voor sommige goede spelers wel een reden zijn om niet naar een andere club te verkassen waar ze wel premies ontvangen. Plus dat een eerste team ook veel geld voor de club kan verdienen. Als zij veel winnen, komt er meer publiek, ontvangen we meer intreegeld, draait de kantine meer omzet en neemt het aantal sponsors toe. Zo'n premiepot is dus eigenlijk gewoon een investering.' 'Dit heb ik je vanavond al vaker horen vertellen en je zult best gelijk hebben. Ik blijf het alleen treurig vinden dat iedereen tegenwoordig moet worden betaald. Vroeger deden we alles puur voor ons plezier en dat was toch veel beter. Of vind jij soms van niet?' 'Of het nu vroeger beter of slechter was, is niet zo belangrijk. Het gaat er om hoe het nu is en ik denk dat we daarom voor de vereniging een heel goede beslissing hebben genomen.' 'Nou, ik niet en mijn mening zal ook nooit veranderen.' Dat is jammer.'

Omdat er andere mensen bij komen staan, staken de twee heren hun gesprek. Het blijft Kees echter wel bezighouden en op zo'n heftige manier dat hij er een paar nachten erg slecht van slaapt. De zaterdag erop gaat hij echter toch weer vol goede moed naar het voetbalveld. Als hij daar een uurtje is, wordt hij echter met een volgend probleem geconfronteerd. De trainers en de leiders van de JO17-1 en de JO15-1 komen namelijk bij hem klagen over de kwaliteit van de trainingsballen. 'De ballen waren altijd goed, maar dit jaar hebben we blijkbaar een andere leverancier en die heeft de club rommel verkocht. Ze lopen veel te snel leeg. Als je ze oppompt, lijken ze wel van beton en de flarden hangen er nu al bij. We hebben zelfs niet eens meer voor elke speler een fatsoenlijke bal om mee te trainen. Omdat het seizoen pas een maand of twee aan de gang is, zouden we dus graag willen dat er snel iets aan gebeurt. We zien het namelijk niet zitten, om de rest van het seizoen met die troep te trainen.'

Kees voelt zich kwaad worden. 'Mannen luister. De club gaat niet twee keer per seizoen nieuwe ballen kopen.' 'Jullie kunnen er toch mee teruggaan naar de leverancier?’ 'Nee, want dat bedrijf is failliet.' 'Kunnen jullie dan niet ergens anders ballen bestellen?' 'Nee. Denk je dat de club geld over heeft?' 'Dat zeg ik niet, maar we moeten toch fatsoenlijke ballen hebben?' 'Jullie moeten niet zeuren. In mijn tijd hadden we per team hooguit vijf of zes ballen om mee te trainen en die waren zo hard, dat je ze amper durfde te koppen. Daar zeurde echter nooit iemand over, dus moeten jullie dat ook niet doen. Volgend seizoen komen er nieuwe trainingsballen, maar niet eerder.' 'Meen je dat.' 'Ja, want anders zei ik het niet.' 'Dan trainen we niet meer. En stoppen wij als leider.' 'Best, dan stoppen jullie er maar mee. Lever jullie spullen maar in bij het wedstrijdsecretariaat. Ik zal het verder wel aan iedereen doorgeven. Er zullen ook nog wel vrijwilligers te vinden zijn die niet zaniken.'

De leiders en trainers lopen met een kwaad gezicht weg, maar Kees haalt zijn schouders een keer op en wandelt naar het hoofdveld. Als hij daar een kwartiertje staat en de voorzitter ziet naderen, besluit hij meteen naar hem toe te gaan om te vertellen dat ze een aantal nieuwe leiders en trainers moeten zoeken. 'Pim, heb je even?' 'Ja, want ik wil jou ook spreken en ik denk over hetzelfde. Er zijn mensen van de JO15-1 en JO17-1 bij me geweest om te vertellen dat ze er volgens jou maar mee moesten stoppen.' 'Klopt, ze hadden wat te zeuren over die ballen en toen heb ik ze verteld dat we vroeger alleen maar goede wedstrijdballen hadden en er nooit iemand was die daar over klaagde. Dat ene ventje begon ook nog dat hij niet voor elke speler een goede trainingsbal had, dus die heb ik verteld dat ze dan maar met z'n tweeën met één bal moesten doen. Zij wilden echter nieuwe ballen en anders trainden ze niet meer en toen heb ik gezegd dat ze dan maar moesten vertrekken. We moeten dus komende week proberen om wat nieuwe mensen te vinden. Zullen we daar maandagavond maar mee aan de gang gaan.'

Pim, de voorzitter, lijkt eerst even niet te weten wat hij moet zeggen, maar dat valt toch mee. 'Kees, volgens mij ben je te ver gegaan. Ik weet dat ze tegenwoordig wel wat snel zeuren over de kwaliteit van de ballen en de sponsorkleding, maar nu hebben de mannen volkomen gelijk. Heb jij die trainingsballen gezien?' 'Nee, eerlijk gezegd niet. Dat is volgens mij ook het punt niet. De vereniging heeft begin dit seizoen helaas een partij slechte ballen gekocht en daar moeten de trainers dit seizoen gewoon genoegen mee nemen. Je kunt toch niet nog eens een keer zoveel nieuwe ballen kopen?' 'Met deze ballen is bijna niet te trainen, Kees. Ga maar eens mee kijken.' 'Dat wil ik wel doen, maar daarmee verandert er niets aan mijn mening. Als we vroeger met slechte ballen konden trainen, kunnen ze dat nu ook best een seizoen doen.'

De voorzitter schudt een keer met zijn hoofd. 'Ik heb je afgelopen week al een keer gezegd dat de tijden zijn veranderd. Vroeger had je altijd slechte ballen en daarom klaagde er nooit iemand over. Tegenwoordig is men echter goede trainingsballen gewend en daarom begrijp ik dat ze nu aan de bel trekken. Plus dat de manier van trainen ook veranderd is en ze gewoon allemaal een goede trainingsbal moeten hebben.' 'Moeten we ons dan in de schulden steken omdat de heertjes niet even met wat mindere ballen kunnen trainen?' 'Volgens de penningmeester is het financieel gezien geen probleem. We hebben voor deze slechte ballen namelijk niet zoveel betaald en als we nu allemaal nieuwe ballen kopen, kunnen we er begin volgend seizoen wat minder bestellen. Het kost de vereniging dus niet veel extra.' 'Dat is dan in ieder geval nog een meevaller, maar ik blijf het ermee oneens.' 'Helaas, maar ik denk wel dat we het moeten doen.' 'Daar leg ik me dan bij neer, want de rest van het bestuur zal het wel met jou eens zijn.' 'Je hebt gelijk. Ik zit trouwens met nog een probleem. Die leiders en trainers voelen zich nogal onredelijk behandeld door jou en willen dat je hen je verontschuldigingen aanbiedt.'

Kees krijgt een kleur als vuur. 'Nou, dat kunnen ze vergeten. Ik ga niet op mijn knietjes voor een stelletje van die snotneuzen. Wat denken ze wel, die zeurpieten. Ze kunnen wat mij betreft gerust blijven trainen als ze dat tenminste willen, maar ik ga ze onder geen beging mijn excuses aanbieden. Ik heb namelijk totaal geen spijt van mijn woorden, want ik blijf het allemaal het grootste gezeur vinden dat er is. Zeg dat dus maar tegen ze.' 'Ik vind eigenlijk dat je wel met ze moet gaan praten.' 'Dat doe ik absoluut niet.' De voorzitter denkt even na. 'Volgens mij moeten wij een keer eerlijk met elkaar praten.' 'Waarover?' 'Dat vertel ik je dan wel.' 'Je maakt me nieuwsgierig. Laten we het daarom gelijk maar doen. Er is immers toch bijna geen voetballen.' 'Dat is prima.'

Als de mannen een paar minuten later in de bestuurskamer zitten, vertelt de voorzitter meteen waarom hij even met Kees wilde praten. 'Vind je het nog wel leuk in het bestuur?' 'Hoezo?' 'Nou, ik hoor je de laatste maanden bijna alleen maar mopperen en roepen dat het vroeger allemaal zoveel beter was. Ik heb daarom het gevoel, dat je het niet meer zo heel erg naar je zin hebt in het bestuur.' 'Pim, ik zal eerlijk zijn. De gezelligheid die ik gewend was, is er niet meer. Ik doe het daarom al een tijdje niet meer met plezier en blijf alleen maar in het bestuur omdat er geen vervangers zijn. Je weet tenslotte zelf, dat er zich al jaren geen kandidaten meer hebben aangemeld. Als ik ermee stop, zitten jullie dus met een probleem en dat wil ik niet.'

Pim denkt even kort na, maar heeft dan de juiste woorden gevonden. 'Ik geloof je, want ik weet dat je een echte clubman bent. Iemand met jou staat van dienst, moet zijn leven echter niet laten vergallen door zijn vereniging en dat ben je nu wel aan het doen. Natuurlijk hebben we een probleem als je ermee stopt, maar dat is onze zorg. Jij hebt je al meer dan lang genoeg druk gemaakt om deze vereniging. 'Je hebt gelijk. Ik lig er regelmatig wakker van en dat moet ik niet meer willen. Dat is me in al die jaren trouwens ook nog nooit gebeurd' 'Moet ik dan de beslissing voor je nemen om ermee te stoppen of doe je het zelf?'

Kees heeft even moeite om zijn plotseling opkomende emoties de baas te blijven, maar staat dan zwijgend op om de voorzitter een hand te geven. 'Bedankt voor je begrip. Je hebt het goed gezien. Ik kan er beter mee stoppen. Maak het maar zo snel mogelijk bekend. Wanneer kan ik eruit?' 'Wat mij betreft nu gelijk. Je kunt dan op de eerstvolgende bestuursvergadering afscheid komen nemen en natuurlijk krijg je een afscheidsreceptie.' 'Best en nogmaals heel erg bedankt.'

Als Kees een paar tellen later de bestuurskamer uitloopt, heeft hij het gevoel dat hij in misschien een kwartiertje tijd kilo's is afgevallen.