Een goede voorzitter heeft geen vrienden

Geschreven door Henk Doppenberg op . Geplaatst in Columns

Dit verhaal van Henk Doppenberg gaat over dat een voorzitter die geen vrienden heeft en er wel heel kortzichtig gereageerd wordt wanneer er binnen de club gevochten wordt


Henk Doppenberg      www.henk-doppenberg.nl

De wedstrijd van het vierde verloopt al bijna vanaf het begin erg rommelig. Er zijn veel overtredingen in het veld, de spelers hebben voortdurend commentaar op de leiding en langs de lijn gaat het er ook al niet zo vriendelijk aan toe. Een kwartiertje voor het einde loopt het tot grote schrik van voorzitter Tjerk zelfs helemaal uit de hand. Dan ontstaat er, door een onterecht vlagsignaal van de grensrechter, in de buurt van de cornervlag namelijk een flinke vechtpartij. De politie die gelijk wordt gebeld, is snel ter plaatse en na nog wat getrek en geduw, hebben zij de mensen weer vrij snel rustig. Ze brengen echter wel iemand naar het bureau om verhoord te worden en tot leedvermaak van een aantal supporters en grote schrik van de voorzitter, is dat zijn beste vriend Mark. Omdat hij zich totaal niet voor kan stellen dat zijn kameraad iets uitgevreten heeft, is hij echter al vrij snel weer redelijk rustig. Op het bureau zal namelijk snel blijken dat de arrestatie van Mark onterecht is geweest en met een uurtje of anderhalf zal hij er daarom wel weer zijn. Als Tjerk een uurtje later met de rest van het bestuur en twee agenten na zit te praten, blijkt alleen dat hij zich gigantisch vergist heeft. Zijn vriend blijkt volgens de spelers namelijk de grote aanstichter van alles te zijn geweest en hij wordt ook aangewezen, als de persoon die de scheidsrechter heeft geslagen. Hier schrikt Tjerk behoorlijk van en hij vindt het ook gigantisch beroerd, want dit had hij nooit van zijn beste vriend verwacht. Nadat hij met de agenten afgesproken heeft om maandagavond tijdens de bestuursvergadering contact met hen op te nemen om de verdere gang van zaken door te spreken, loopt hij daarom zwaar balend naar de kantine. Als hij daar bij de barman een glas cola besteld, wordt zijn stemming er echter niet beter op. 'Die Mark wordt zeker niet geschorst.' 'We gaan maandagavond als bestuur de zaak verder bespreken en we wachten natuurlijk het onderzoek van de politie af. Ik heb dus nog totaal geen idee wat er verder gaat gebeuren.' 'Zal best, maar ik durf te wedden dat Mark vrijuit gaat.'

'Als hij niets gedaan heeft, wel.' 'De politie heeft hem toch niet voor niets meegenomen?' 'Als volgens het onderzoek van de politie blijkt dat hij schuldig is, dan zullen we als bestuur bepalen wat er verder met hem gaat gebeuren.' 'Hij komt er dus mee weg, want jij gaat je vriend echt niet schorsen.' 'Dat zijn jouw woorden, maar ik geef je de garantie dat er niemand de hand boven het hoofd gehouden wordt. Zeker de persoon niet die de scheidsrechter heeft geslagen, want dat lijkt natuurlijk nergens op en al helemaal niet omdat die man ook nog eens een vrijwilliger van de club is.'

Er zijn inmiddels meer mensen bij komen staan en die zijn het allemaal met de barkeeper eens. Vooral Wout een speler van het achtste en hoewel Tjerk heel goed weet dat hij nu niet met de man in discussie moet gaan, doet hij het toch. 'Mark en ik zijn al vrienden vanaf de lagere school, maar dat heeft helemaal niets met deze zaak te maken. Als hij schuld heeft, wordt hij dus op dezelfde manier bestraft als we een ander zouden doen.' 'Dat zeg je nu, maar dat gelooft toch niemand. Jij bent namelijk net zo corrupt als de meeste bestuurders. Toen je zoon een week of vijf geleden rood kreeg, werd hij in tegenstelling tot anderen bijvoorbeeld ook niet geschorst. Zeg dus maar niet meer dat jij zo goudeerlijk bent.'

Tjerk maakt zich kwaad, maar weet zich in te houden. 'Ik vind het prima dat je me beschuldigt, maar je moet geen onzin vertellen.' 'Doe ik dat dan?' 'Ja, want wij schorsen nooit spelers naar aanleiding van een rode kaart. Dat doet de KNVB.' 'En wat wil je daarmee zeggen?' 'Dat mijn zoon mazzel heeft gehad, want ze hebben die scheidsrechter na afloop zover gekregen dat hij de kaart niet door gaf.' 'Dan had de club hem zelf moeten schorsen.' 'Dat heb ik ook voorgesteld, maar volgens de rest van het bestuur was daar op tegen.' 'Ik geloof je niet.' 'Dat is jammer, maar daar kan ik niets aan doen. Ik wil je alleen nog wel een keer duidelijk stellen, dat voor mij alle leden gelijk zijn.' 'Tjerk, je kletst. Het is dat wij er nu over begonnen zijn, maar anders had jij en ook je bestuur nooit meer over dat gedoe met Mark gesproken.'

Hoewel Tjerk er enorm van baalt dat de mensen zo negatief over hem en zijn bestuur blijken te denken, besluit hij toch niet verder op hun woorden in te gaan. 'Als jullie het niet erg vinden, loop ik verder mannen. Dit gesprek heeft immers toch geen zin.' 'Klopt, want wij hebben gelijk en dat wil jij niet toegeven.' 'Tot ziens heren.'

Als Tjerk verder loopt, komt hij bij twee mensen van de jeugdcommissie. 'Je vriend heeft zich aardig misdragen, voorzitter. Wordt hij nu net als die jongen uit de JO19 ook voor een jaar geschorst of gelden er dit keer andere regels?' 'Mannen, wees niet bang. Ik heb wel vrienden, maar daar zal niemand iets van merken.' 'Dat hopen we dan maar, want de jeugd wordt normaal gesproken altijd veel zwaarder gestraft dan de ouderen. Na die vechtpartij van een jaar of zeven geleden bij het vijfde, heeft de vereniging immers ook alles door de vingers gezien.' 'Daar hebben wij niets mee te maken gehad, want toen zat er een ander bestuur.' 'Is er veel veranderd dan?' 'Ik vind van wel en het is jammer dat jullie er als jeugdbestuursleden blijkbaar anders over denken.' 'Als jij dit keer de zaak naar behoren oplost, zal je van ons nooit meer een kwaad woord horen.' 'Daar hou ik jullie aan.'

Tjerk heeft zo onderhand schoon genoeg van alle verdachtmakingen en gaat op zoek naar zijn collega's van het bestuur. Het verhaal dat hij van de secretaris te horen krijgt, maakt hem echter helemaal moedeloos. 'Het is beroerd om te zeggen, maar volgens mij denkt iedereen binnen de club dat je gaat proberen om Mark vrij te pleiten en in ieder geval onder zijn straf uit te laten komen. Die jongens van het vierde maakten het helemaal bont. Zij eisten namelijk dat Mark hard aangepakt zou worden en vonden dat we het zeker niet moesten accepteren dat jij hem zou helpen. Desnoods moesten we dan maar een bestuurscrisis forceren.' 'Denken jullie dat dit nodig is?' 'Nee, natuurlijk niet. Wij vertrouwen je blindelings.' 'In ieder geval bedankt voor het vertrouwen. Over dat geklets van de mensen maak ik me niet zo druk, want zulke dingen gebeuren nu eenmaal. Ik baal er alleen wel gigantisch van dat Mark zich zo heeft misdragen, maar hij zal zijn verdiende straf krijgen en als dat het einde van onze vriendschap betekent, dan is dat maar zo. Laten we echter eerst maar afwachten wat de politie maandag te vertellen heeft.' 'Dat ben ik met je eens.'

Als Tjerk zich 's avonds heeft gedoucht en de trap af loopt naar beneden, hoort hij de voordeurbel en als hij de deur opent, ziet hij Mark staan. 'Mag ik binnenkomen?' 'Heb ik je al eens ooit buiten laten staan?' 'Nee, maar je zult wel kwaad op me zijn.' 'Ik ben niet echt boos. Je bent me alleen wel enorm tegengevallen. Hoe heb je nu die scheidsrechter kunnen slaan? Dat is toch niets voor jou. Je bent juist altijd zo rustig.'' Kunnen we even rustig praten?' 'Jazeker. Loop maar door. Mijn vrouw en kinderen zijn er vanavond niet.'

Eenmaal in de kamer, komt Mark met een wel heel grote verrassing. 'Ik heb niets gedaan.' 'Dat zou ik geweldig vinden, maar de politie heeft je neem ik aan niet zomaar gearresteerd.' 'Nee, dat klopt. Ik stond tussen de vechtende mensen in en heb ook een paar flinke klappen gehad, maar heb me alleen verweerd en geprobeerd om de scheidsrechter te beschermen. De politie dacht echter dat ik die man geslagen had, maar toen men hem straks aan de lijn had was het probleem snel opgelost.' 'Jouw arrestatie vond ik eerlijk gezegd erger dan al die andere problemen van vanmiddag bij elkaar. Vooral omdat ik me niet voor kon stellen, dat mijn beste vriend tot zoiets in staat was. Weet je trouwens of ze al wel weten wie de echte dader is?' 'Ik heb geen idee wat zij weten, maar ik weet wel wie de daders zijn en de spelers moeten ook alles gezien hebben.' 'Wie zijn het dan?' 'Dat zeg ik niet. In ieder geval nog niet. Ik hoop dat de politie er binnen een paar dagen achter is, want dan hoef ik tenminste niemand te verraden.' 'Dat vind ik correct. Zeker omdat de daders jou wel onschuldig hebben laten meenemen. Als de politie er niet uitkomt, wil ik je echter wel kunnen bellen.' 'Dat is goed.' Als Mark weg is, piekert Tjerk zich suf wie toch de daders van deze vechtpartij zijn. Binnen een uur krijgt hij echter al antwoord, want dan staan er opeens twee agenten voor de deur. 'Goedenavond meneer. We komen u even bijpraten.'' Geweldig. Kom erin.' 'Zoals u waarschijnlijk al weet, hebben we vanmiddag eerst een onschuldig iemand gearresteerd.'' Ja, Mark is bij me geweest om alles te vertellen.' 'Zei hij ook wie zich wel misdragen hadden?' 'Nee, dat hij wilde hij aan jullie overlaten.' 'Correct van hem, maar we weten inmiddels gelukkig alles. Volgens meerdere getuigen van beide verenigingen zijn er over en weer wel een paar flinke klappen gevallen, maar zijn er twee mensen die het echt veel te bont hebben gemaakt. Zij hebben ook samen de scheidsrechter tegen de grond geslagen.' 'Mag ik weten wie het zijn?' 'Ja, de heren zitten inmiddels op het bureau en hun namen zijn Toornbrug en Kaakman.'

Tjerk schrikt behoorlijk van dit antwoord. 'Dat zijn de spits en de leider en die laatste is tevens mijn broer.' 'Daar hadden we al rekening mee gehouden. Sorry.' 'Jullie hoeven je verontschuldigingen niet aan te bieden hoor, want het is zijn eigen schuld en van die speler trouwens net zo goed.' 'Dat vinden wij ook, maar mooi dat we het met elkaar eens zijn.' 'Wat gaat er nu verder gebeuren?' 'Ik denk niet heel veel, want de scheidsrechter heeft geen aangifte gedaan. Al gaan we zo nog wel even bij hem langs om te vragen of hij dit alsnog wil doen.' 'Hij heeft er in overleg met de tegenpartij en geheel tegen mijn wil in ook niets van op het digitale wedstrijdformulier gezet.' 'Dan ontlopen de heren dus hun welverdiende straf.'' Ik denk het niet, want wij gaan maandag als bestuur bespreken wat we met de mannen gaan doen en dat kon wel eens op een lange schorsing voor de mannen uitdraaien.' 'Dat zou ik wel op zijn plaats vinden.'

Als het bestuur 's maandagsavonds bij elkaar in de bestuurskamer zit, zijn ze het al snel met elkaar eens. De beide heren wordt voor twee jaar de toegang tot het terrein ontzegd en deze beslissing levert de bestuursleden heel veel kritiek op. Ook Wout, de speler van het achtste, is het er weer niet mee eens en dat komt hij Tjerk even op zijn eigen manier vertellen. 'Jullie zijn een lekker bestuur om twee trouwe clubmensen voor twee jaar weg te sturen. Ze hadden keurig met de tegenpartij geregeld dat het niet op het formulier hoefde te komen en dan flikken jullie dit. Als ik in het vierde speelde, zou ik ervoor zorgen dat het hele elftal niet meer voetbalde.' 'Vind jij dat vechten dan normaal en waarom moest die scheidsrechter klappen krijgen?' 'Ach er gebeurt toch overal wel eens wat.' 'Ja, dat is waar. We moeten het alleen niet tolereren, want anders is het einde zoek. Ik vraag me trouwens af waarom ik mijn vriend Mark volgens jou wel lang moest schorsen en die jongens uit het vierde niet. Zijn die twee vechtersbazen soms vrienden van je?' 'Ja, eerlijk gezegd wel. Het kan trouwens ook best zijn dat je gelijk hebt. Als we scheidsrechters gaan slaan, wil er binnenkort helemaal niemand meer fluiten. Vergeet maar wat ik tegen je gezegd heb.' 'Doe ik man. Zand erover.'