Jelmer wil plezierig voetballen en verder niets

Geschreven door Johan Staal op . Geplaatst in Columns

Voetballers op jonge leeftijd moeten met plezier voetballen. Dat is de kern van weer een verhaal van Henk Doppenberg.
Profielfoto van Henk Doppenberg www.henk-doppenberg.nl 
De JO13-1 speelt vandaag een thuiswedstrijd en zoals meestal, staat er ook vandaag weer een behoorlijk aantal mensen langs de lijn. Op zich is dat niet raar, want het team speelt ontzettend leuk voetbal en ook op een goed niveau. Ze voetballen dit jaar namelijk in de derde divisie en dat is nog niet eerder in de clubgeschiedenis voorgekomen. Jelmer is een nieuwkomer in het team, want vorig seizoen speelde hij nog in de E1. Daar stak hij echter met kop en schouders boven zijn teamgenoten uit en daarom heeft de technische commissie besloten om hem vervroegd een leeftijdsgroep omhoog te doen. Hier is vooral zijn vader heel erg blij mee. Al is hij dit seizoen eerlijk gezegd nog niet zo gelukkig met het spel van zijn zoon, want voor zijn gevoel kan de jongen veel beter. Hier laat hij tegen de andere mensen bij de club echter niets van merken, want hij meent dat dit puur een kwestie van wennen is en het dus binnenkort vanzelf beter gaat. De jongen is trouwens zo goed, dat hij op driekwart van zijn kunnen toch tot de beteren van dit team hoort en tot groot geluk van zijn vader, zien de andere ouders dit ook. Bijvoorbeeld Adrie, die naast ouder ook trainer van de JO19-1 is. 'Nou Pim. Die jongen van je kan er wel wat van.' 'Ja toch. Ik vraag me wel eens af waar dit zal eindigen.' 'Hoe bedoel je?' 'Dat hij waarschijnlijk niet heel lang meer hier zal voetballen. Er zijn al scouts van Heerenveen, FC Twente en FC Utrecht bij ons thuis geweest en ik verwacht dat er nog wel meer zullen komen. Zeker omdat hij nu ook een vaste plaats in het regioteam van de KNVB heeft.' 'Is hij al bij één van die profclubs geweest?' 'Nee, daar wil hij liever nog even mee wachten.' 'Is dat een gebrek aan zelfvertrouwen of hoeft dat gedoe met die profclubs niet voor hem?'

Jelmers vader lijkt te schrikken en reageert wat geprikkeld. 'Waarom vraag je dat? Hij voetbal toch goed? Volgens mij hoort hij bij de beste spelers van het team.' 'Dat weet ik wel en ik bedoel er ook niets mee, maar ik vind hem niet meer zo vrij voetballen als bij de E. Je ziet hem ook heel weinig lachen in het veld. Net of hij het niet helemaal naar zijn zin heeft.' 'Ik begrijp niet waar je het over hebt. Hij is verzot op voetbal, traint hartstikke graag en stond vanochtend bijvoorbeeld al voor acht uur klaar om naar het voetbalveld te gaan.' 'Dat is geweldig en dan heb ik het gewoon verkeerd gezien.' 'Als iedereen vertrouwen in de jongen houdt, komt het best goed.'

Pim, Jelmers vader, heeft zijn laatste woorden nogal hard uitgesproken en loopt zonder verder nog iets te zeggen met grote passen naar de andere kant van het veld. Dat Adrie, de man met wie hij stond te praten, hem met een verbaasd gezicht achterna kijkt, ziet hij niet. Het dringt ook niet tot hem door dat hij net behoorlijk raar deed, want hij is enorm geschrokken. Hij heeft zelf namelijk ook al een aantal weken het gevoel dat zijn zoon het voetballen helemaal niet leuk meer vindt. In tegenstelling tot vorige jaren moet hij hem tegenwoordig namelijk bijna naar het voetbalveld sleuren en hij heeft zich al ontelbare keren afgevraagd wat daar toch de reden van kan zijn. Het is in ieder geval jammer, want de jongen kan door het voetballen namelijk absoluut een schitterende toekomst voor zichzelf opbouwen. Misschien wel als prof in de eredivisie, maar als hij dat om welke reden dan ook net niet haalt, is er in de klassen daaronder eveneens behoorlijk te verdienen. Hij zal dan echter wel fanatiek met de sport bezig moeten blijven en omdat Pim daar niet echt heel veel vertrouwen in heeft, besluit hij daar straks na de wedstrijd toch maar eens met de jongen over te beginnen. Hij weet alleen niet goed hoe hij dit het beste kan doen, maar als ze een uurtje later onderweg zijn naar huis, maakt Jelmer het hem wel heel gemakkelijk. 'Volgende week zaterdag zijn we lekker vrij.'

'Wil je dan niet graag elke zaterdag voetballen?' 'Een keer een vrije dag is toch ook leuk?' 'Ik vond het altijd vreselijk als ik 's zaterdags geen wedstrijd had. Vind je het voetballen soms niet meer zo leuk?' 'O, jawel.' 'Echt?' 'Ik zeg toch dat ik het wel leuk vind.'

Omdat de jongen wat geprikkeld reageert, wil Pim eerst met het gesprek stoppen. Dan beseft hij echter dat het voor de jongen zijn voetbaltoekomst heel belangrijk is om te weten wat er aan de hand is en zet hij toch door. 'Waarom moet ik je dan tegenwoordig steeds naar het trainen sturen, terwijl je vroeger altijd uit jezelf ging? En volgens mij had je vanochtend ook helemaal geen zin om te gaan voetballen.' 'Weet ik niet en ik had vanochtend echt wel zin om te voetballen.' 'Kom Jelmer, je weet best dat ik gelijk heb.' 'Echt niet. Ik vind voetbal nog hartstikke leuk.' 'Waarom heb je dan steeds geen zin om te gaan?' 'Ik heb wel zin.' 'Jelmer, je kunt mij alles vertellen en ik vind het verschrikkelijk naar als jij geheimen voor me hebt.' 'Nou, goed dan. Ik vind het team niet leuk.'

Hoewel Pim ontzettend blij is dat Jelmer eigenlijk zegt wat er is, schrikt hij wel verschrikkelijk van de jongen zijn woorden. Voor zijn gevoel is het namelijk een heel leuke groep waar zijn zoontje in speelt en hij zal het sowieso nog een aantal maanden met deze spelers en begeleiding moeten doen. 'Waarom vind je het niet leuk? Zijn de jongens onaardig? Ligt het aan de trainer of de leider of aan allebei? Word je gepest? Vind je die andere ouders soms vervelend? Zeg het maar. Ik zal mijn uiterste best doen om het probleem voor je op te lossen.'

Als Jelmer antwoord geeft, heeft Pim het gevoel dat zijn wereld plotseling totaal instort.' Ik wil weer bij mijn vriendjes voetballen.' 'Jongen, dat is toch zonde.' 'Waarom? In de E1 was het altijd hartstikke gezellig, maar in dit team hebben ze het alleen over winnen en kampioen worden en verder nergens over. Ze hebben het er zelfs over om binnenkort drie keer per week te gaan trainen, maar dat doe ik echt niet.' 'Ik zou het wel doen. Er zijn nu al een paar profclubs voor je geweest en waarschijnlijk komen er nog meer. Als je goed je best blijft doen, zou je dus over een aantal jaren zomaar prof kunnen worden en dat is toch geweldig. Natuurlijk omdat je dan heel veel geld gaat verdienen en vaak op televisie komt, maar ook omdat je dan in alle grote stadions van Nederland en misschien wel Europa gaat spelen. Het zou zelfs best kunnen dat je in het Nederlands elftal komt.'

De woorden van zijn vader maken geen enkele indruk op Jelmer. 'Ik wil geen profvoetballer worden, maar dierenarts en ik wil het liefst in een leuk team, zoals de E1, voetballen.'' Denk er nog maar eens rustig over na. Om dierenarts te worden, moet je namelijk heel veel studeren.'' Ik heb er op school al met de meester over gepraat en hij zei dat ik dit best zou kunnen.' 'Blijf voorlopig toch maar in de JO13-1 voetballen. Als je daar nu mee stopt en over een paar jaar blijkt dat je toch geen dierenarts kunt worden, heb je namelijk niets meer en dat zou toch vreselijk zijn.'

Jelmer knikt een keer, maar zegt niets meer en gaat met een treurig gezicht naar buiten zitten kijken. Als ze thuis zijn, loopt hij gelijk door naar boven en natuurlijk valt zijn moeder dit meteen op. 'Wat is er met hem? Hebben ze verloren of ben je soms boos op hem geweest?' 'Geen van beide. Hij heeft me net alleen verteld dat hij het liefst weer terug wil naar zijn team van vorig seizoen. Die JO13-1 vindt hij niets, want het gaat hem veel te serieus. Verder zegt hij geen profvoetballer te willen worden, maar dierenarts. Hij heeft het er op school zelfs al met zijn meester over gehad.''Nou, dat is toch geen probleem.' 'Vind je? Het is toch zonde dat hij het voetballen opgeeft. Hij heeft namelijk de kwaliteiten om zich miljonair te voetballen. Zoiets laat je toch niet lopen voor je studie? Als hij een jaar of tien, vijftien op topniveau speelt, kan hij immers de rest van zijn leven flierefluiten.'

Jelmers moeder begrijpt de keuze van haar zoon wel. 'Ik ben er juist trots op dat hij niet kiest voor het geld, maar voor zijn ideaal. Hij wil gelukkig worden in zijn werk en dat is toch geweldig mooi. Zo leuk is die keiharde voetbalwereld trouwens ook niet en hij kan over een paar jaar wel zo geblesseerd raken, dat hij nooit prof wordt.' 'Kan die studie niet mislukken dan?' 'Jawel en hij hoeft van mij geen dierenarts te worden. Het kan trouwens best zijn, dat hij over een jaar of wat een totaal andere richting uit wil en daar moeten we dan geen probleem van maken. Nu geeft hij echter aan dat hij het voetballen in JO13-1 of bij de profs niet ziet zitten, dus moeten we iets anders voor hem regelen.' 'Ik wil er eerst nog wel eens rustig over denken.' 'Prima, maar ik wil wel dat je iets doet.' 'Ik vind het heel gevaarlijk om hem nu naar zijn oude team terug te doen, want daar staat hij stil in zijn ontwikkeling. Als hij zich volgend seizoen bedenkt en wel weer voor het voetballen wil gaan, loopt hij dit jaar stilstand namelijk nooit meer in.' 'Dat kan best zijn, maar mijn kind moet niet ongelukkig worden door het voetballen.' 'We hebben het er nog wel over.' 'Wel snel, want ik wil dit niet door laten sudderen.'

Pim heeft geen zin meer om nog langer met zijn vrouw te praten en besluit daarom maar weer naar het voetbalveld te gaan. Als hij daar even bij een wedstrijdje staat te kijken, komt zijn buurman en tevens de vader van Jelmers beste vriend bij hem staan.' Ha die Pim. Alles goed?' 'Met mij is het prima, met jou ook.' 'Ja, gelukkig wel. Hoe is het thuis en ik bedoel eigenlijk met Jelmer.' 'Goed, maar waarom vraag je dat?' 'Omdat we ons eigenlijk een beetje zorgen om hem maken. Waarom weten we niet precies, maar hij is niet meer de vrolijke Jelmer die hij altijd is geweest. Hij heeft er echt nooit een woord over tegen ons gezegd, maar we zien gewoon aan hem dat hij niet gelukkig is. We hebben trouwens wel het idee, dat het iets met de voetbalclub te maken heeft. Als we het over de vereniging hebben, zie je zijn gezicht namelijk meteen betrekken.' 'Bedankt buurman. Ik ga nu eerst even wat dingen doen, maar kom in de loop van de dag even bij je langs om alles te vertellen.' Pim loopt eerst bij de voorzitter van de jeugdcommissie langs en die blijkt alle begrip voor het probleem te hebben. Hij trommelt namelijk gelijk wat andere commissieleden op en samen beslissen zij dat Jelmer per direct terug naar zijn oude team kan. Zijn vader vindt dit eerst nog wel wat vervelend, maar als hij even later thuis ziet hoe gelukkig zijn jongen hiermee is, voelt hij dat dit absoluut de enige juiste beslissing is geweest.