Paniekvoetbal en vreemdelingen krijgen de schuld.

Geschreven door Henk Doppenberg op . Geplaatst in Columns

Het onderstaand verhaal van Henk Doppenberg gaat over ‘paniekvoetbal’. Paniekvoetbal in de zin van een bestuur dat zich na twee duels al met de opstelling gaat bemoeien maar wat uiteindelijk waanzin blijkt te zijn.
Profielfoto van Henk Doppenberg www.henk-doppenberg.nl


Als de trainer donderdags nadat hij zijn selectie voor het komende seizoen bekend heeft gemaakt, in de kantine komt, wordt hij geroepen door één van de bestuursleden. 'Eric, heb je een momentje?' 'Kom eraan. Eerst even een flesje AA pakken.' 'Die hebben we hier ook voor je.'' Ook goed.'

De trainer die wel een vermoeden heeft wat er aan de hand is, loopt nu naar de bestuurskamer en daar ziet hij nog drie andere bestuursleden zitten. Nadat hij iets te drinken heeft gehad, begint de voorzitter te praten. 'Eric, we hebben je selectie voor het komende seizoen bekeken en vroegen ons af waarom je dit niet vooraf met ons hebt besproken.' 'Fred doet toch technische zaken?' 'Ja.' 'Die heb ik begin deze week ingelicht.' 'Echt?' 'Ja, ik zit niet te liegen.' 'Nee sorry, daar zie ik je ook niet voor aan.'

Omdat de bestuursleden nu zwijgen, praat de trainer verder. 'Er is dus blijkbaar iets misgegaan in de communicatie en dat is natuurlijk niet goed, maar dat verandert in mijn ogen niets aan de zaak. Over de selectie valt volgens mij namelijk helemaal niets te zeggen. De beste spelers zitten erbij en dat is toch immers de bedoeling. Of denken jullie hier anders over?' 'We geloven zeker wel dat jij je werk goed hebt gedaan en daar hebben we eigenlijk nog nooit aan getwijfeld. Het punt is alleen dat we met zes spelers van buitenaf zo'n totaal ander team gaan krijgen. Ik neem tenminste aan dat die jongens van Lara'54 allemaal een basisplaats krijgen.'

De trainer begint te grinniken. 'Er is natuurlijk nooit iets zeker in de voetballerij. Als de nieuwelingen blijven spelen zoals ze nu doen, zal ik ze er echter alle zes in moeten zetten.' 'Dat begrijp ik, maar daarmee blijft er weinig meer van ons vertrouwde team over en dat vinden zowel wij als de leden heel erg jammer.' 'Nee, maar ik kan die jongens toch ook slecht in het tweede zetten. Plus dat ik me afvraag of het goed is om je als club zo vast te willen blijven houden aan het verleden. Met de start van die businessclub zijn jullie toch eigenlijk ook een nieuwe weg ingeslagen en daar hoor je niemand over en wat dachten jullie van de premies die de spelers van het eerste krijgen? Nu is iedereen het er blijkbaar mee eens, maar voor een paar jaar terug was daar zeker een behoorlijke rel over ontstaan.'

Hoewel de bestuursleden niets tegen het verhaal van de trainer in kunnen brengen, blijven ze toch een beetje huiverig doen over de behoorlijk gerenoveerde selectie. 'Het punt blijft natuurlijk wel dat we de laatste jaren een eerste elftal met alleen maar jongens van de club hadden en volgens mij vond iedereen het daarom prima dat zij een paar centen aan het voetballen gingen verdienen. De mensen van de businessclub vonden het trouwens ook prachtig dat er alleen maar jongens uit het dorp in het team stonden. Nu we met zes vreemde jongens komen, vrees ik dat ze gaan klagen.' 'Zou het, voorzitter?' 'Ik ben er wel bang voor.' 'Volgens mij valt het mee en komen die lui alleen om zaken te doen, een gezellige middag te hebben en naar een winnend team te kijken. De publiciteit die we daarmee halen, straalt immers ook op hen af en dat is tenslotte hun bedoeling.' 'We zullen zien wat er gaat gebeuren.'

De trainer zucht een keer, want hij vindt deze discussie verre van plezierig worden. 'Ik begrijp ook wel dat zes nieuwe spelers in één jaar best een hele verandering voor de supporters is. Die jongens horen echter, zoals ik net al zei, allemaal in het eerste te spelen en als ik er een paar in het tweede laat, maak ik mezelf dus totaal ongeloofwaardig. Als jullie dat van me verlangen, lever ik dan ook per direct mijn contract in.' 'Nee, dat is niet de bedoeling. We willen ons ook zeker niet met je opstelling bemoeien, maar alleen vertellen dat we wat problemen met onze supporters verwachten.' 'Zijn jullie niet te bang voor je leden?' 'Hoezo?' 'Omdat er toch zo goed als nergens meer een eerste elftal is dat volledig bestaat uit jongens van de eigen club?' 'Dat is ook wel zo en misschien maken we ons inderdaad wel te snel zorgen. Laten we er daarom maar over ophouden en hopen dat we zaterdag de drie punten hier kunnen houden.' 'Dat zou lekker zijn en het scheelt in ieder geval gezeur, want na een overwinning heeft niemand het meer over de nieuwe spelers.' 'Nee, dat denk ik ook niet.'

Omdat de trainer nog even bij zijn selectie wil zitten, loopt hij naar de kantine. Daar is hij het gesprek met de bestuursleden al aardig snel vergeten. Als hij een kwartiertje later naar de bar loopt om een rondje voor zijn spelers te halen, wordt hij er echter direct weer aan herinnerd. De barman blijkt het namelijk helemaal niet met de samenstelling van de selectie eens te zijn. 'Ik verwacht niet dat jullie zaterdag veel publiek zullen trekken.' 'Waarom niet?' 'Omdat de mensen hier een elftal met eigen jongens willen zien en geen leger vreemdelingen.' 'Iedereen die zaterdag speelt is lid van de club, hoor.' 'Dat klopt, maar het zijn geen clubmensen en dat gaat jullie nog wel opbreken.' 'Dat zien we vanzelf.'

De trainer heeft helemaal geen zin om met de man in discussie te gaan en zeker niet in een volle kantine. Daarom loopt hij gelijk terug naar zijn spelers. Als hij weer bij hen aan tafel zit, denkt hij echter nog wel een tijdje over de woorden van de barman na. Alleen niet lang, want hij kan tenslotte niets aan de situatie doen en is dus ook niet van plan om zich er druk over te maken. De beste spelers staan er gewoon is en als ze blijven presteren, gaan ze er dit seizoen niet meer uit. Wat de supporters en het bestuur daar ook van mogen vinden.

Als de trainer 's zaterdags naar het veld loopt, valt hem meteen op dat het zeker niet minder druk is als normaal en dat geeft hem een heel goed gevoel. Ze spelen vandaag namelijk tegen de nummer twee van het afgelopen seizoen en zullen de steun van hun supporters daarom heel goed kunnen gebruiken. Als de wedstrijd even aan de gang is, blijkt er ook helemaal niets aan de hand te zijn. De sfeer langs de lijn is namelijk top en het team speelt uitstekend voetbal. Het wachten is dus op de openingstreffer, maar die valt na heel veel gemiste kansen pas ver in de tweede helft en helaas aan de verkeerde kant. Voor veel supporters is dit de reden om meteen naar huis of naar de kantine gaan en daardoor is er van sfeer ineens geen sprake meer. Er komt alleen nog wat negatief geschreeuw vanaf de zijlijn en dat wordt nog erger als de scheidsrechter voor het einde heeft gefloten en de wedstrijd dus verloren is. Eric wil door dit alles het liefst zo snel mogelijk met zijn team naar binnen, maar onderweg naar de kleedkamer wordt hij staande gehouden door iemand van de krant. 'Wat vond je ervan?' 'We hebben goed gevoetbald, maar zijn helaas vergeten te scoren.' 'Waar lag dat aan? Te weinig kwaliteit van de spitsen?' 'Ik begrijp welke kant je op wil en dat valt me eigenlijk wat van je tegen. Onze voorhoede is namelijk van een heel hoog niveau. Ik durf te zeggen dat ze ontzettend veel pech hebben gehad, want er was vandaag maar één ploeg die het verdiende om te winnen en dat waren wij.' 'Je gaat dus met dit vernieuwde team verder?' 'Op dit soort suggestieve vragen geef ik geen antwoord. Heb je nog wat anders te vragen?' 'Ik wil alleen weten of je het team om gaat gooien.' 'Dat bespreek ik met mijn spelers en gaat verder niemand iets aan. Tot ziens.'

Terwijl hij doorloopt naar de kleedkamers, beseft hij dat het de komende weken wel eens erg moeilijk kan worden. Hij is ervan overtuigd, dat hij met dit team in de top van de tweede klasse mee kan doen. Ze zullen dan echter wel wat minder pech moeten hebben dan vandaag, want na nog één of twee van deze nederlagen zal een groot deel van de club in opstand zijn. Het enige wat hij nu dus moet doen, is ervoor zorgen dat zijn spelers vertrouwen in elkaar en in een goed resultaat blijven houden en daarom stapt hij met een opgewekt gezicht de kleedkamer in. 'Helaas jongens. Er is echt heel goed gevoetbald en we hadden eigenlijk met één of twee doelpunten verschil moeten winnen, maar tegen zoveel pech is geen enkel team bestand. Hoewel de nederlaag dus geen ramp is, is het wel ontzettend vervelend. Vooral omdat we een behoorlijk veranderd team hebben en niet iedereen binnen de club er blij mee is dat er zes eigen jongens teruggezet zijn naar het tweede. Ik heb afgelopen week al iets van die kritiek gehoord en er was net ook al een journalist die erover begon. Jullie zullen dus ook nog wel wat te horen krijgen, maar trek je daar alsjeblieft niets van aan. Na één of twee overwinningen denkt iedereen er immers weer anders over.'

Zover is het alleen nog niet, want na een week vol gezeur en veel negatieve publiciteit in lokale en regionale kranten, wordt ook de tweede wedstrijd verloren en nu gewoon omdat de tegenstander beter is. Mede omdat het tweede team al twee keer afgetekend heeft gewonnen, vindt iedereen dat het elftal van verleden jaar zo snel mogelijk weer in ere hersteld moet worden en daardoor worden Eric en zijn team op een striemend fluitconcert getrakteerd. Als de trainer weer terugkomt bij de eigen vereniging, staat ook het bestuur al op hem te wachten. 'Je begrijpt dat we met je willen praten.' 'Nee, eigenlijk niet.' 'Wil je wel even meelopen naar de bestuurskamer?' 'Dat is goed, maar niet te lang.' 'Waarom niet?' 'Ik wil bij mijn spelers zijn.' 'We zullen het kort houden.' 'Graag.'

Eenmaal in de bestuurskamer besluit Eric om zelf het woord maar te nemen. 'Heren, jullie lijken me in paniek en dat is jammer, want het is zeker niet nodig. Ik ben er namelijk nog steeds zeker van dat de punten wel komen, want ook vandaag hebben we weer prima gespeeld. De tegenstander was alleen beter en dat kan je in het voetballen nu eenmaal gebeuren. Een betere ploeg als vandaag komen we dit seizoen echter niet meer tegen. Laat ons dus maar met rust en ga met je supporters praten, want dat uitfluiten van vanmiddag leek natuurlijk helemaal nergens op. We moeten immers nog vierentwintig wedstrijden en kunnen dus nog tweeënzeventig punten pakken.'

De voorzitter is het niet met Eric eens. 'Roelof heeft in twee wedstrijden vijf keer voor het tweede gescoord en daarom willen we je voorstellen om hem volgende week weer bij jullie in de basis te zetten. Daarmee druk ik me heel voorzichtig uit, want eigenlijk eisen we dat van je.' 'Dan hebben we een probleem.' 'Want?' 'Ik ga nog niemand wisselen.' 'Zeggen die doelpunten van Roelof je dan niets?' 'Niet veel, want het tweede speelt op een veel lager niveau dan wij.' 'Toch willen we dat je hem erbij neemt.' 'Ik zei net al dat ik dit niet doe. Ontsla me dus maar, dan kunnen jullie er een trainer neerzetten die wel met jullie paniekvoetbal mee wil doen.' 'We hebben geen geld om je weg te sturen.'' Dan hebben jullie pech, want ik ga niet zomaar.' 'Denk dan nog eens over ons voorstel na.'' Dat doe ik niet, want ik heb alle vertrouwen in mijn team en dat zouden jullie ook moeten hebben. Het is toch van de zotte om na twee wedstrijden al in paniek te raken. Zeker omdat we beide keren prima gespeeld hebben.' 'We geven je nog één wedstrijd en als je die weer verliest, moet  je echt gaan wisselen.' 'Ik wissel pas op het moment dat ik het nodig vind.'

Omdat niemand van de bestuursleden meer iets zegt, loopt Eric terug naar zijn spelers. De kijken hem vragend aan, maar hij zegt alleen maar: 'Jongens, niet in paniek raken en alle kritiek langs je heen laten gaan. Als wij net zo raar gaan doen als de rest van de club, winnen we namelijk nooit meer een wedstrijd. Aankomende week weer lekker trainen en zaterdag zijn de punten echt een keer voor ons. Wie van jullie heeft trouwens zin om vanavond mee uit eten te gaan? Mijn zwager heeft een restaurant met zalencentrum en vast nog wel ruimte voor ons.'

Iedereen zegt gelijk dat ze komen en dat is voor Eric een teken dat het onderling in ieder geval goed zit. Nu alleen de punten nog, maar die komen een week later. Dan wordt namelijk één van de drie koplopers met 4-0 verslagen en dat is het begin van een schitterende serie met als beloning een plek in de nacompetitie en een schitterende promotie naar de eerste klasse. Over de vele nieuwelingen in de selectie wordt hierdoor al snel niet meer gesproken en de enkeling die blijft zeuren, wordt door zijn omgeving meteen gecorrigeerd.