Achttien jaar geleden maar vergeten doe je het nooit.

Geschreven door Johan Staal op . Geplaatst in Columns

Iedereen heeft wel een of meerdere dagen die voor hem of haar speciaal zijn. Dagen waarop mooie dingen gebeurden of dagen die je leven voor altijd deden veranderen.
je profielfoto
Maandag 28 september 1998 zal ik nooit meer vergeten. Ik reed rond in het tunnelcomplex onder het UMCG toen er een collega aan kwam rijden met de mededeling dat ik direct naar mijn ouderlijk huis moest komen omdat mijn vader een ongeluk had gehad. Meer werd er op dat moment niet gezegd zodat ik in nog redelijke rust naar Eenrum reed. Onderweg bedacht ik mij dat de activiteiten die in de planning stonden als jeugdcoördinator binnen de v.v. Kloosterburen even naar de achtergrond konden want mijn vader kennende lieten ze mij niet voor een schrammetje naar Eenrum komen. Maar bij aankomst in de Plantsoenstraat bleek dat er een leugentje om bestwil was gepleegd. Mijn grootste fan was namelijk ongeveer drie kwartier eerder overleden. Maar om te zorgen dat ik niet als een dolle, en overmand door emoties, richting het ouderlijk huis zou rijden was er besloten om te zeggen dat er een ongeluk was gebeurd. Een beslissing die ik prima begreep. Want de band met mijn vader was hecht. Nu achttien jaar later haal ik nog steeds dat beeld terug van zijn laatste groet bij het hek van het sportpark in Eenrum. Twee jaar geleden was daar het moment dat ik voor het eerst op mijn vader zijn sterfdag op het sportpark in Eenrum kwam. Dat was een emotioneel moment omdat ik nog steeds wel een paar keer per week in gedachten terug ga naar mijn vader. Dan denk ik terug aan de momenten dat hij thuis bij mooi weer onder een boom zat om verkoeling te zoeken. Dan denk ik terug aan die momenten dat ik even mee mocht doen met klaverjassen met vrienden omdat mijn moeder nog even bezig in de keuken was. Dan denk ik terug aan de verhitte discussies tussen een vader, een fervent Feyenoord-supporter en een zoon die meer hield van het spel van Ajax. Maar nog vaker denk ik dan terug aan al die keren dat hij als vader/supporter bij zijn voetballende zonen langs de lijn stond. Iets waar ik oprecht van heb genoten en veel waardering voor had. Mijn vader was er altijd toen ik weer als voetballer in Eenrum terugkeerde. Ik huldigde het principe dat je in het dorp moest voetballen waar je woonde. Dat deed ik toen ik naar Kloosterburen verhuisde en waar ik een aantal jaren met veel plezier heb gespeeld. Maar toen ik, na een uitstapje van twee seizoenen naar Zeester-zondag 3, terugkeerde naar waar het allemaal was begonnen was een iemand blij. Mijn trouwste fan was blij dat ik terugkeerde op het oude nest. Nu achttien jaar geleden overleed mijn trouwste fan die ik een dag eerder voor de laatste keer in levende lijve zag. Daar was de  groet bij het hek waarvan we beide niet wisten dat het de laatste keer zou zijn. Een moment waar ik vanmorgen aan moest denken en waarbij het gezegde ‘een man mag niet huilen’ natuurlijk dikke bullshit is. Waarom zou dat niet mogen wanneer je iemand achttien jaar na zijn dood nog steeds mist en waar je nog graag veel mee had willen delen. Want natuurlijk had ik mijn vader, mits zijn gezondheid als nu 86-jarige dat had toegelaten, zeker met regelmaat meegenomen naar een voetbalwedstrijd waar ik voor de Ommelander Courant langs de lijn mocht staan. Ik weet dat hij daar van zou hebben genoten omdat mijn vader iemand was die bijna overal in onze regio wel iemand kende. Ik moest daar vroeger weleens om lachen maar nu is het voor mij herkenbaar en merk ik dat ik in steeds meer het evenbeeld wordt van mijn trouwste fan en waar ik nu achttien later heel erg trots op ben.