Vinden we het voetballen nog wel leuk.

Geschreven door Johan Staal op . Geplaatst in Columns

Henk Doppenberg beschrijft in dit verhaal op fraaie wijze hoe er binnen veel verenigingen met de te spelen wedstrijden wordt omgegaan

Henk Doppenberg www.henk-doppenberg.nl

Als Wubbe op een avond een collega van een andere vereniging aan de lijn heeft en van hem hoort dat hij het oefenprogramma voor de winterstop al klaar heeft, voelt hij zich gelijk wat zenuwachtig worden. Hij heeft er zelf namelijk nog niets aan gedaan en het probleem is, dat hij er deze week ook geen tijd meer voor heeft. Morgen en donderdag heeft hij vergadering, woensdag heeft hij een gesprek over de komende toernooien en op vrijdag doet hij uit principe nooit iets voor het voetballen. Hij kan dus sowieso niet eerder dan zaterdagochtend mee beginnen, maar eigenlijk moet hij dan de tuin doen. Misschien dat het dan toch beter is om er volgende week maandag maar aan te beginnen, want het is uiteindelijk pas oktober en daarom zullen de clubs echt hun programma nog niet allemaal voor elkaar hebben. Die oefenwedstrijden blijven hem echter zo bezighouden dat hij vrijdags een uurtje eerder vrij neemt en een e-mail klaarmaakt om naar alle verenigingen in de regio te sturen. Zoals altijd werkt dat ook nu weer perfect, want een uurtje later heeft hij de eerste reactie al binnen en snel daarna komen er nog meer. Het verloopt zelfs zo voorspoedig, dat hij donderdags erna het hele programma al klaar heeft en alles met een tevreden en toch ook wel trots gevoel naar de diverse leiders en leidsters kan sturen. Wanneer hij 's zaterdags bij de vereniging komt, blijkt echter dat niet iedereen tevreden is met het oefenprogramma. Als hij het veld oploopt om een wedstrijdje te gaan bekijken, wordt hij namelijk meteen aangeschoten door de leider van de JO11-1. 'Hoi. Heb je even?'' Jawel. Wat is er aan de hand?' 'Kun je onze wedstrijden van 24 en 31 januari afzeggen? 'Waarom?' 'De ene week ben ik op wintersport en de andere week hebben we een teamuitje.' 'Dat vind ik geen redenen om de wedstrijden af te zeggen. Als jij met vakantie bent, kan er namelijk best een keer een ander met het team mee en dat teamuitje kan ook 's middags of anders 's zaterdags voor de Kerst, want dan is iedereen vrij. Je weet tenslotte dat er in januari altijd oefenwedstrijden zijn.'

De leider is blijkbaar niet van plan om zich zomaar bij de mening van Wubbe neer te leggen. 'Dat teamuitje kan ik niet meer verzetten. We gaan samen met alle ouders een weekendje naar de sneeuw in Winterberg en hebben daar al een hotel geboekt.'

'Waarom meld je dat dan niet eerder? Dan had ik die wedstrijd niet voor jullie af hoeven spreken.' 'Sorry vergeten.'

'Ja, dat is lekker gemakkelijk. Stel dat ik nu eens zou vergeten om oefenwedstrijden voor jullie af te spreken.' 'Dat was voor ons dit jaar niet zo'n probleem geweest, want we kunnen van de vier wedstrijden die je hebt afgesproken er toch maar twee spelen.'

'Ik zei je net al, dat je voor die ene zaterdag maar een vervanger moet zoeken.' 'Het heeft toch helemaal geen zin om het team te laten voetballen als ik er niet ben?' 'Waarom niet?' 'Omdat ik de jongens scherp weet te houden, ze de juiste tactische aanwijzingen geef en ze erop aanspreek als ze hun taken niet correct uitvoeren.' 'Onzin. Daar heb je de rest van het jaar tijd genoeg voor en als je het team echt zo belangrijk vindt, had je niet op vakantie moeten gaan. Het gaat erom dat de jongens voetballen en ik niet nog een tegenstander af hoef te zeggen. Er kan toch wel iemand van de ouders mee?' 'Ik zal het vragen.' 'Succes.' 'Die andere wedstrijd zeg je dus af.' 'Ja, die zeg ik af.'

Als Wubbe verder loopt, krijgt hij al snel zijn volgende ergernis te verwerken. De trainer van de JO13-1 wil namelijk ook een wedstrijd afgelast hebben.  'De jongens doen 24 januari bijna allemaal mee aan een prestatieloop van de atletiekvereniging. De vader van Joost Geerding is daar voorzitter en die heeft iedereen gevraagd.' 'Dan moet je ze zeggen dat zoiets niet kan. Ze zitten toch immers op voetbal.' 'Als ik had geweten dat ze zich voor dat evenement op gingen geven, had ik dat ook wel gedaan. Het is echter allemaal buiten mij om gegaan. Een stuk of zeven, acht vaders en moeders zijn zelfs vrijwilliger bij die loop. Je begrijpt dus hoop ik, dat ik iedereen tegen me in het harnas jaag als ik ze nu verbied om mee te lopen. Ik vraag me zelfs af of ze zich wat van zo'n verbod aan zouden trekken. Vooral omdat hun ouders ook bijna allemaal bij die loop betrokken zijn.' 'Dan moet je ze schorsen.' 'Het hele team?' 'Desnoods.' 'Dan moet je de oefenwedstrijd voor 31 januari ook afzeggen.' 'Je hebt gelijk. Nou, dan zal ik die wedstrijd wel afzeggen. Probeer er echter op te letten dat ze dit volgend jaar niet nog eens doen.' 'Best man.'

Er lijkt geen einde te komen aan de ellende van Wubbe. Als hij een uurtje later bij de wedstrijd van het eerste staat te kijken, komt de leidster van de JO9-3 namelijk bij hem. 'Ik heb gisteren je overzicht voor de winterstop gehad, maar daar ben ik eerlijk gezegd niet echt heel gelukkig mee.' 'Want?' 'Je gaat toch in januari en februari niet buiten voetballen met die kleine kinderen?' 'Waarom niet?' 'Stomme vraag. Dan is het toch veel te koud voor ze.' 'Als het echt te koud is, gaat het niet door en als er sneeuw ligt ook niet. In alle andere gevallen kan er door de kleintjes best gevoetbald worden. Ze zitten toch thuis ook niet de hele dag bij de kachel?' 'Dat is heel anders.' 'Waarom?' 'Thuis kunnen ze iets warms aantrekken en hier lopen ze op hun korte broek en in zo'n dun shirt.' 'Onzin, want ze kunnen best hun voetbalkleding over hun trainingspak heen aantrekken.' 'Kan wel zijn, maar ik vind het te koud.' 'Dan heb je pech, want er moet wel gevoetbald worden.' 'Reken er dan maar op dat we niet genoeg spelers hebben.' 'Dan leen je ze maar van een ander team.' 'Ik zal wel eens aan de andere leiders van de JO9 vragen, wat die ervan denken. Waarom huren jullie in de winter geen zaal voor de kleintjes?'

'Omdat zoiets ten eerste veel geld kost en we ten tweede de laatste jaren geen echt koude winters meer hebben gehad.' 'Dat weet ik niet meer, maar ik hoor van de ouders, dat het verschrikkelijk is om in die tijd buiten te voetballen.' 'O, nu begrijp ik het. Het gaat jullie niet om de kinderen, maar om jezelf. Jullie hebben zelf geen zin om in de kou te gaan staan.' 'Ook niet, maar voor de kinderen is het echt te gek en daarom zeg ik je nu vast dat we dan niet voetballen.' 'Ik ga dit probleem met het jeugdbestuur bespreken en dan hoor je wel van hen.' 'Best, dan loop ik ook wel even bij het bestuur langs.'

Wubbe heeft inmiddels zo gigantisch de balen van alles, dat hij even denkt om meteen naar de jeugdvoorzitter te lopen en zijn functie neer te leggen. Waarom zou hij zich immers nog druk over die wedstrijden maken, als de meeste leiders en trainers toch liever geen oefenwedstrijden meer spelen. Als hij hier even over na heeft staan denken, besluit hij echter om toch nog maar niet te bedanken. De vereniging zit immers al niet zo dik in de vrijwilligers en uiteindelijk zijn er ook nog genoeg leiders en trainers die wel graag zoveel mogelijk willen voetballen. Hij besluit echter wel om zijn onvrede bij de voorzitter kenbaar te maken, zodat die in ieder geval weet wat er binnen de jeugd speelt.

Omdat hij de man niet op zaterdagmiddag lastig wil vallen, besluit hij hem te bellen en een afspraak voor komende maandag te maken. Als hij tenminste kan. Gelukkig is dat geen probleem en daarom loopt Wubbe, na een paar dagen, vanwege nog meer afzeggingen, uitvoerig over het probleem te hebben nagedacht, tegen zeven uur de kantine in. Omdat hij van de barman hoort dat de voorzitter al in de bestuurskamer is, loopt hij meteen door. 'Hoi Wubbe. Kom binnen. Wat kan ik voor je doen?' 'Het gaat me om die oefenwedstrijden, maar dat had je waarschijnlijk al begrepen.' 'Ja, dat dacht ik al. Zeg het eens.''De laatste dagen heb ik meerdere keren op het punt gestaan om ermee te stoppen. Ik had donderdag alle leiders keurig een overzicht gestuurd van de wedstrijden die ik in de winterstop voor ze afgesproken had en zaterdag kon ik al een paar wedstrijden afzeggen, vervolgens kwamen er daar zondag via de mail nog drie bij en vandaag belde ze van de JO17-3 dat die jongens in de winterstop gingen werken en dus geen enkele van de vier afgesproken wedstrijden konden voetballen. Eerlijk gezegd, is de lol van het wedstrijden regelen er hierdoor voor mij wel behoorlijk af. Het is dat ik de vereniging niet in de steek wil laten, maar het liefst zou ik er dan ook mee ophouden.'

De voorzitter knikt begrijpend. 'De tijden zijn veranderd Wubbe en daar zal je mee om moeten leren gaan. Jij en ik komen nog uit een tijd dat je altijd wilde voetballen. Al vroor het dat het kraakte en was het bij wijze van spreken midden in de nacht. Wij gingen zeker niet op vakantie als er voetbal was, maar daar heeft tegenwoordig bijna niemand het meer over. Dat de oudere jeugdspelers op zaterdag gaan werken, is ook niet meer tegen te houden. Al ben ik het wel met je eens, dat we als jeugd beter met jou moeten communiceren. Die uitjes en dat die jongens op zaterdag gaan werken, had namelijk heel gemakkelijk eerder aan jou doorgegeven kunnen worden en als een leider een keer niet kan, kan hij best een vervanger zoeken. Dat gezeur over die kou is trouwens helemaal onzin, want vorig jaar winter heeft het bijna niet gevroren.'

Wubbe is opgelucht dat de voorzitter begrip voor hem heeft. 'Ik begrijp heel goed dat de tijd veranderd is en ik niet meer van de ouders, leiders en trainers mag verlangen, dat ze net zo denken als wij vroeger deden. Ze slaan nu, voor mijn gevoel, echter door naar de andere kant en dat lijkt me niet goed.' 'Dat ben ik met je eens en daarom heb ik een voorstel.' 'Vertel.' 'We hebben komende maandag leidersvergadering. Als jij nu eens langskomt om je probleem uit de doeken te doen. Dan kunnen zij zeggen wat ze op hun hart hebben en jij ook en met een beetje geluk levert het wat op.' 'Best. Hoe laat moet ik er zijn?' 'Is half negen goed?' 'Prima. Ik ben er.'

De vergadering wordt een heel groot succes. Iedereen krijgt meer dan voldoende de kans om zijn of haar mening te zeggen en het belangrijkste is nog, dat er heel veel wederzijds begrip is en er hier en daar beterschap wordt beloofd. Wubbe gaat daarom aan het einde van de avond met een tevreden gevoel naar huis en blijft vol enthousiasme bezig met het regelen van wedstrijden.