Ik fluit hen liever niet meer

Geschreven door Johan Staal op . Geplaatst in Columns

Het verschil in het gebruik van normen en waarden is binnen verenigingen soms verschillend. Dit verhaal van Henk Doppenberg gaat namelijk over een leider die ook als sponsor aan de club verbonden is.


Henk Doppenbergwww.henk-doppenberg.nl

'Met Lesley.' 'Hoi, met Ruud van Fleland. Ik wilde vragen of jij zaterdag de JO11-2 wilde fluiten. Dat is om tien uur.' 'Dat is toch het team van de man met die grote hoed?' 'Klopt. Dat is Ed.' 'Dan doe ik het liever niet.' 'Joh. Wat is er dan met hem?' 'Daar praat ik liever niet over. Ik wil wel een andere wedstrijd fluiten.' 'Dat is goed. Doe dan de JO11-3 maar om negen uur. Wil je trouwens echt niet vertellen waarom je het team van Ed liever niet meer wil fluiten?' 'Nee, vraag het maar eens aan de andere scheidsrechters.' 'Ga ik zeker doen. Tot zaterdag.' 'Doei.'

Ruud is toch wel een beetje geschrokken van het telefoontje en kan zich eigenlijk ook niet goed voorstellen dat er wat met Ed is. De man is namelijk al jaren lid van de vereniging, is zelfs een behoorlijke sponsor en hij heeft verder ook nog nooit iets negatiefs over hem gehoord. Hij gaat er daarom maar van uit dat de schuld van het probleem bij Lesley zelf ligt en besluit de volgende op zijn lijstje te bellen. 'Met Erik.' 'Hallo, met Ruud van Fleland. Heb jij zaterdag tijd om de JO11-2 te fluiten? Dat begint om tien uur.' 'Ik kan zaterdag niet.' 'Dan houdt het op en ga ik verder bellen.' 'Succes.' 'Dank je.'

Als Ruud bij de volgende drie telefoontjes weer te horen krijgt dat de mensen zaterdag niet kunnen, begint hij zich af te vragen of er toch niet iets met Ed is. Daarom besluit hij nu Jaap maar te bellen. Dat is één van de oudere scheidsrechters, die normaal gesproken altijd 's middags fluit en de leiders van de pupillenteams waarschijnlijk niet eens kent. 'Met van Dam.' 'Hoi Jaap. Met Ruud van Fleland. Ik zit met een probleem, want ik kan zaterdagochtend geen scheidsrechter krijgen voor de JO11-2. Kun en wil jij om tien uur dat wedstrijdje doen?' 'Best man en dan doe ik 's middags om half drie het zesde nog wel.' 'Mooi Jaap. Bedankt hoor.' 'Oké. Tot zaterdag.'

Hoewel Ruud zijn probleem nu opgelost is, blijft hij toch over Ed nadenken. Hij kan nog steeds niet geloven dat er iets op die man zijn gedrag aan te merken is, maar vindt het aan de andere kant ook heel raar dat Lesley zijn team niet wilde fluiten en waarschijnlijk die andere vier jongens ook niet. Zij zeiden wel dat ze zaterdag niet konden, maar dat is allemaal eigenlijk net iets te toevallig. Vooral omdat ze er normaal gesproken altijd zijn. Omdat hij toch iets met zijn informatie wil doen, besluit hij op zoek te gaan naar de pupillencoördinator. Die staat op het trainingsveld, maar loopt, als hij hoort waarover Ruud hem wil spreken, gelijk mee naar binnen. 'Lesley heeft gezegd dat hij het team van Ed liever niet meer wilde fluiten, maar ik vermoed dat Edwin, Guus, Jop en Ties er net zo over denken.' 'Waarom?' 'Omdat die jongens er het afgelopen seizoen elke zaterdag waren en nu ineens alle vier niet kunnen. Ik reken er eerlijk gezegd ook op dat ze zaterdagochtend hier gewoon op de club zijn.' 'Als dat zo is, weten we meteen dat er iets met Ed aan de hand is. Ik moet eerlijk bekennen dat ik nog geen enkele wedstrijd van hen gezien heb. Omdat we voor de JO11-1 nog geen trainer hebben, ben ik namelijk tot op heden alleen nog maar met hen mee geweest en komt van andere wedstrijden bekijken niets terecht.' 'Begrijp ik. Ik heb dat team trouwens ook nog nooit zien spelen, want ik ben er altijd pas tegen één uur en dan zijn zij natuurlijk al lang klaar.'

De mannen zitten elkaar even zwijgend aan te kijken, maar blijken allebei wel te begrijpen dat ze deze signalen niet zomaar kunnen negeren. 'Wie fluit hen nu zaterdag?' 'Jaap van Dam.' 'Zou het verstandig zijn om hem over onze vermoedens te vertellen?' 'Ik denk eigenlijk dat we dit beter na de wedstrijd kunnen doen.' 'Want?' 'Omdat we geen situatie moeten krijgen, dat Jaap bevooroordeeld het veld in gaat en meer op Ed dan op de wedstrijd let.' 'Daar ben ik niet zo bang voor, want hij is uiteindelijk de meest ervaren scheidsrechter van de vereniging.' 'Dat is waar. Nou goed, ik ga hem bellen en alles uitleggen.' 'Vraag anders of hij even hierheen komt. Dat praat wat gemakkelijker.'

Jaap is direct bereid om naar de vereniging te komen en is er al binnen tien minuten. Als hij hoort waarom ze hem hebben laten komen, blijkt hij wel wat te weten. 'Toen ik me verleden week aan het verkleden was, hoorde ik één van die jonge scheidsrechters zeggen dat Ed hem van de eerste tot de laatste minuut had staan uitschelden en blijkbaar nogal heftig, want die jongen leek me nog behoorlijk onder de indruk. Al kan die knaap zich natuurlijk ook zenuwachtig hebben gemaakt om niets. Ik merk zaterdag wel of hij echt zo vervelend is, maar in ieder geval goed dat jullie me hebben ingelicht.' 'Wat doe je als hij zich niet gedraagt?' 'Als hij te ver gaat, stuur ik hem weg en leg ik een klacht bij het bestuur neer.' 'Die zullen daar wel niet blij mee zijn, want Ed sponsort hier nogal wat.' 'Dat is mooi, maar geeft hem niet het recht om zich te misdragen.' 'Klopt.'

Als de mannen samen naar de kantine lopen, zijn ze Ed al vlug vergeten en ook de rest van de week denkt Ruud niet meer aan hem. Tot hij 's zaterdagsmiddags op het voetbalveld komt en Jaap van Dam voor de kantine op hem staat te wachten. 'Hij heeft zich keurig gedragen hoor.' 'Zou het dan toch alleen aan Lesley liggen en konden die vier andere jongens vanochtend soms echt niet?' 'Die konden wel degelijk, want ze hebben alle vier de hele wedstrijd bij het team van Ed staan kijken.' 'Zou hij dan alleen maar tegen jonge jongens durven zeuren en niet tegen de ouderen?' 'Dat denk ik.'

Ruud twijfelt nog wat.'Het probleem is dat ik niets kan doen, zonder dat die jongens echt uitgesproken hebben dat Ed zich niet correct gedraagt. Er zit dus niets anders op, dan ze allemaal voor een gesprek uit te nodigen en dan maar te proberen om ze aan de praat te krijgen.' 'Veel anders kun je niet. Moet ik erbij zijn?' 'Doe maar, want jij hebt tenslotte één van hen over Ed horen praten.' 'Ja, dat was een heel lange slungel.' 'Dan zal het Lesley wel geweest zijn. Kun je maandag om zeven uur?' 'Ja.'

Als Ruud en Jaap 's maandags met de jonge scheidsrechters om de tafel zitten en Lesley confronteren met wat hij een paar weken geleden in de kleedkamer over Ed heeft gezegd, vertelt de jongen alles en waar hij hapert, vullen de anderen hem aan. Het is een heel verhaal, waaruit blijkt dat ze alle vijf dit en ook vorig seizoen al meerdere keren op een verschrikkelijke manier zijn uitgescholden en vernederd. Ruud is verbijsterd als hij alles heeft gehoord en vraagt zich af waarom de jongens niet eerder aan de bel hebben getrokken. 'Omdat die man hier in de businessclub zit, dachten we dat zoiets geen zin had.' 'Dat kan ik me wel voorstellen, maar ik beloof jullie dat ik er nu gelijk werk van ga maken. Er is namelijk niemand die jullie zo mag behandelen en hij dus ook niet.'

Vijf minuten later is Ruud al op zoek naar iemand van het bestuur en hij heeft geluk, want ze lopen net de bestuurskamer in om te gaan vergaderen. Als hij de heren zijn verhaal heeft verteld, krijgt hij echter niet het antwoord waar hij op hoopte. 'Dan zit er dus niets anders op, dan Jaap van Dam al hun thuiswedstrijden te laten fluiten.' 'Nee, jullie moeten die kerel aanpakken en hem vertellen dat hij een zielig mannetje is. Het is toch immers niet normaal om als volwassen man zo tegen een aantal jongens van amper zestien tekeer te gaan. Hij kan zijn verontschuldigingen aan komen bieden en anders heb ik voor hem geen scheidsrechters meer.' 'Moeten wij dan iemand regelen die zijn wedstrijden fluit?' 'Als jullie dat gaan doen, bedank ik per direct overal voor. Hij moet aangepakt worden en kan voor volgende week zaterdag zijn excuses aan komen bieden.' 'Je begrijpt dat het voor ons heel moeilijk is om hem daarover aan te spreken.' 'Dat kan me niet schelen, want ik moet ook wel eens een moeilijk gesprek voeren. Nogmaals: hij kan zijn verontschuldigingen aan komen bieden en anders wordt zijn team niet meer gefloten.' Omdat niemand van de bestuursleden meer iets zegt, staat Ruud op om terug naar de kantine te gaan. Daar staat hij eerst nog even met Jaap van Dam te praten, maar een kwartiertje later gaat hij naar huis. Naar aanleiding van zijn gesprek met het bestuur, gelooft hij er niets van dat ze met Ed gaan praten en hij lijkt gelijk te krijgen. Een week later heeft hij namelijk nog niets gehoord en daarom laat hij, als hij zijn lijstje met scheidsrechters voor komende zaterdag inlevert, het vakje achter de JO11-2 vrij. Het lijkt echter wel of de voorzitter hierop heeft gewacht, want een kwartiertje later gaat Ruuds telefoon al. 'Kon je weer niemand vinden voor het team van Ed?' 'Nee, ik heb niet gezocht en jij weet waarom.' 'Is het nu nodig om hier een dergelijk drama van te maken?' 'Ja en het is eigenlijk schandalig dat jij me die vraag stelt.' 'Oké, ik zal Ed bellen. Als hij met sponsoring stopt, verwacht ik echter wel dat jij de schade betaald.' 'Ik reageer maar niet op deze opmerking van je.' 'Ik ga hem bellen.'' Succes en ik hoor het wel.'

Ongeveer twee uur later belt de voorzitter weer om te vertellen dat hij en Ed samen met de jongens hebben gesproken en alles is geregeld. Ruud zegt hier weinig op, want heel veel vertrouwen heeft hij niet meer in de beide mannen. Als hij de vijf scheidsrechters belt en van hen hoort dat het gesprek naar tevredenheid is verlopen, zorgt hij echter alsnog dat er zaterdag iemand is om de JO11-2 te fluiten.