Pa is weer dronken.

Geschreven door Henk Doppenberg op . Geplaatst in Columns

De verhalen van Henk Doppenberg zijn op waarheid berust. Dat geldt helaas ook voor onderstaand verhaal. Een verhaal over drank, geweld en het plezier van je kind bederven.
Henk Doppenberg www.henk-doppenberg.nl


Hugo wordt net als de meeste zaterdagen, ook vandaag weer ruim voor zes uur met een enorme knoop in zijn maag wakker. Er is vandaag namelijk weer voetballen en op zich vind hij dat schitterend om te doen en hij gaat normaal gesproken ook hartstikke graag naar het voetbalveld. Het probleem is echter zijn vader, want die gaat 's middags altijd naar de kantine en drinkt daar veel te veel. Dat alleen al vindt de jongen ontzettend vervelend, maar hij vindt het nog veel erger dat zijn pa een vreselijk kwade dronk heeft. Als hij rond een uur of zeven thuiskomt, ontstaat er de meeste keren dan ook al snel een enorme ruzie. Hoe goed zijn moeder en hij ook hun best doen om niets verkeerds te zeggen of te doen. Het wordt zelfs steeds erger, want twee weken geleden heeft zijn vader namelijk een deel van het servies op de vloer kapot gegooid en Hugo heeft het vermoeden dat hij afgelopen zaterdag zijn moeder heeft geslagen. Toen hij boven op zijn kamer was, hoorde hij haar namelijk opeens schreeuwen van de pijn en toen hij even later beneden kwam, bleek ze een bloedneus te hebben. Toen hij haar vroeg hoe dat kwam, zei ze echter gevallen te zijn en dat houdt ze nog steeds vol. Hij gelooft alleen helemaal niets van haar verhaal en daarom ziet hij als een berg tegen deze nieuwe dag op, want wie weet wat er vanavond weer gebeurt. Omdat het nog veel te vroeg is om op te staan, pakt hij maar een boek om wat te lezen. Het lukt hem echter met geen mogelijkheid om zijn gedachten erbij te houden en daarom loopt hij om een paar minuten over zeven toch maar naar de badkamer om zich te wassen. Als hij daarmee klaar is en in de keuken komt om te eten, ziet hij dat zijn vader ook al beneden is. 'Ha jongen. Ben je al uitgeslapen? ''Ja. 'Je bent toch niet zenuwachtig voor de wedstrijd van straks?' 'Nee hoor.' 'Is er dan wat anders?'

Even krijgt Hugo het idee om hem alles maar te vertellen en ook te vragen of hij vandaag niet zoveel wil drinken, zodat ze vanavond eindelijk weer eens een keer een rustige avond hebben. Hij houdt zich echter in, want hij weet namelijk heel goed dat het toch niets helpt. Zijn vader wil er immers nooit over praten dat hij een drankprobleem heeft en dat zal deze keer dus niet anders zijn. Daarom verzint hij maar snel een smoesje. 'Nee, er is niets. Ik moest alleen tegen half zeven naar het toilet en daarna kon ik niet meer slapen.' 'Apart, want ik zit hier al vanaf zes uur en heb je niet gehoord.' 'Ik heb heel zachtjes gedaan.' 'Dat kan, maar ik heb je ook niet door horen trekken.' 'Sorry. Vergeten. Doe het nu gelijk.'

Onderweg naar het toilet, besluit Hugo om zo snel mogelijk zijn brood op te eten en daarna meteen door naar het voetbalveld te gaan. Omdat de eerste wedstrijden om half negen beginnen, zal er namelijk al wel iets te doen zijn en alles is immers beter, dan vandaag met zijn vader aan de ontbijttafel te zitten. Als hij terugkomt in de keuken, ziet hij dat zijn moeder er ook is en het valt hem meteen op dat ze er erg netjes uitziet. 'Hoi mam. Ga je weg vandaag?' 'Ja, ik ga een dagje met tante Ellen naar Amsterdam. We komen vanavond pas heel laat terug. Jij mag na het voetballen met Robert mee naar huis en daar kun je ook blijven slapen. Ik heb al wat extra spullen in je voetbaltas gestopt en haal je morgen aan het einde van de middag wel weer op.'

Hugo voelt een schok van opluchting door zijn lijf trekken, want dit betekent immers dat hij zijn vader vanavond niet hoeft te zien en zijn moeder ook geen last van hem heeft. Al wil hij nog niet te voorbarig zijn. 'En papa dan?' 'Ik ga vanmiddag naar het voetbalveld en blijf vanavond lekker thuis. Je moeder gaat immers liever zonder mij.' 'Net of jij op zaterdag mee wil winkelen.' 'We zouden ook op zondag kunnen gaan.' 'Dan wil je uitslapen en voetballen kijken op televisie.' 'Dat hoeft niet altijd.' 'Nou welke zondag zullen we gaan, dan?' 'Laat maar. Je gaat toch liever met Ellen.' 'Ja en jij weet wel waarom. Laten we er echter alsjeblieft over ophouden, want ik heb geen zin om deze mooie dag door jou te laten verprutsen. Ruim jij de tafel even af, dan kunnen Hugo en ik gaan. Je hebt tenslotte tijd genoeg, want voor twee uur krijg je toch geen bier in de kantine.'

Hugo's vader vliegt overeind en even dreigt er op de vroege ochtend al ruzie te ontstaan. Zijn moeder wacht daar echter niet op, want ze loopt meteen naar de gang om haar jas aan te trekken en dat is voor de jongen het teken om ook maar te gaan. Ze zijn tegelijk in de schuur om hun fiets te pakken. 'Fijne dag vandaag en winnen hoor.'

'Ik doe mijn best. Jij ook een fijne dag.' 'Dat zal wel lukken, Hugo.'

De jongen staat zijn moeder even aan te kijken. Hij wil haar namelijk wat vragen, maar durft dat eigenlijk niet. 'Is er nog wat? Je kijkt me zo aan?' 'Ga jij vandaag weg en mag ik naar Robert om vanavond geen last van papa te hebben?' 'Een beetje wel, maar dat is toch niet raar?' 'Nee, want ik vind de zaterdagen echt verschrikkelijk.' 'Binnenkort is het over.' 'Echt? Hoe weet je dat?' 'Omdat dit zo niet elke week kan.' 'Wat ga je dan doen?' 'Weet ik nog niet, maar ik beloof je dat het gedoe met een paar weken voorbij is.' 'Gelukkig.'

Hugo is veertien en moet normaal gesproken niets meer van zoenen hebben, maar nu vliegt hij zijn moeder spontaan om haar nek en zo staan ze een heel tijdje bij elkaar. Tot ze hun man en vader aan horen komen en snel op hun fiets stappen om te vertrekken. Eerst fietsen ze nog een stukje samen, maar dan slaat Hugo af en gaat hij alleen en zingend in de richting van het voetbalveld. Zijn dag die met zo'n triest gevoel begon, kan immers niet meer stuk. Hij twijfelt namelijk geen moment aan de woorden van zijn moeder en hij denkt zelfs al terug aan vroeger toen hij een jaar of acht was en de zaterdagavonden één groot feest waren. Niet dat hij nu nog steeds de hele avond met zijn ouders op de bank zou willen zitten, maar niet meer steeds die ruzie, is voor hem al meer dan genoeg.

Zo ver is het alleen nog niet. Als hij tegen half één met zijn teamgenoten naar het veld loopt, ziet hij zijn vader namelijk in een hoekje tegen de reclameborden aan zitten. Omdat hij gelijk denkt dat er wat met hem is, rent hij er zo snel mogelijk heen. 'Ben je ziek? Waarom zit je hier?' 'Omdat ik moe ben en waar bemoei jij je mee? Mag ik niet naar je komen kijken?' 'Natuurlijk wel. Nou, ik moet naar mijn team.'

Hugo zou het liefst helemaal niet meer voetballen, want hij weet zeker dat zijn vader behoorlijk dronken is en daar schaamt hij zich verschrikkelijk voor. Hij durft echter ook niet naar huis te gaan en begint daarom toch maar aan zijn warming-up. Daar weet hij zich ondanks zijn vreselijk beroerde gevoel nog redelijk doorheen te slaan, maar de wedstrijd wordt één groot drama en dat komt vooral door zijn vader. Die is namelijk overeind gekomen en staat voortdurend op een gigantische agressieve toon tegen iedereen te schreeuwen. Daarom let de jongen meer op hem dan op het spel en komt hij totaal niet aan voetballen toe. De leider besluit hem na een kwartiertje dan ook maar te wisselen. Normaal zou dit een enorme straf voor de jongen zijn, maar nu is hij blij dat hij uit zijn lijden verlost wordt. Dit in tegenstelling tot zijn vader, die luid schreeuwend het veld in rent en de leider te lijf wil gaan. Er zijn echter meteen twee potige mannen die de dronkaard grijpen met de bedoeling om hem mee te nemen naar de zijlijn. Eerst proberen ze dit op een rustige manier te doen, maar Hugo's vader stribbelt fel tegen en daarom gebruiken ze na even toch wat meer geweld. Ook daar krijgen ze hem echter niet rustig mee en daarom besluiten ze na een paar minuten om de politie te bellen. Die is er vrij snel en zo ziet Hugo even later dat zijn vader gearresteerd en meegenomen wordt. Natuurlijk is dit een enorme klap voor de jongen en hij schreeuwt het dan ook uit van ellende. Gelukkig is zijn leider direct bij hem. 'Kom maar vriend. We gaan naar de spreekkamer.'

Omdat hij even compleet lijkt in te storten, komt er snel een vader bij en ondersteund door twee armen komt de ongelukkige knaap daarom uiteindelijk toch naar binnen. Daar zit hij eerst nog een hele tijd te huilen, maar na een paar slokjes cola wordt hij toch wat rustiger en is hij weer in staat om iets te zeggen. 'Waar is mijn vader nu?' 'Ik denk op het politiebureau.' 'Moet hij daar blijven?' 'Misschien een nachtje, maar langer niet. Als hij een tijdje geslapen heeft en weer nuchter is, kunnen ze hem echter ook vandaag nog wel naar huis sturen. Is je moeder thuis?' 'Nee, die is met mijn tante naar Amsterdam.' 'Wanneer komt ze terug?' 'Vanavond laat. Ik slaap bij Robert.' 'Zal ik haar even voor je bellen? Ik heb haar nummer.' 'Graag.'

Als de leider belt, zit Hugo ontzettend gespannen te wachten tot zijn moeder opneemt. Dat doet ze alleen niet, waardoor hij zich opeens enorm alleen voelt en de tranen als vanzelf weer over zijn wangen beginnen te stromen. Zijn leider weet hem echter dit keer vrij snel rustig te krijgen. 'Je moeder belt zo wel terug, joh. Is Robert trouwens ook hier op het voetbalveld?' 'Ja.' 'Nou, ga je dan maar snel douchen en naar hem toe.' 'Ik ga liever weg, want iedereen zal me wel uitlachen om mijn vader.' 'Natuurlijk niet. Jij kunt er toch niets aan doen dat hij straks zo raar deed.' 'Nee, maar het is wel mijn vader.' 'Ik denk dat iedereen het juist heel beroerd voor je vind.' 'Zou het?' 'Ik weet het bijna zeker.'

Hugo zit zijn leider even nadenkend aan te kijken en besluit dan toch maar te doen wat de man hem net voorstelde. Voor hij op kan staan, gaat echter de telefoon van zijn leider en blijkt zijn moeder al terug te bellen. Als zij hoort wat er is gebeurd, belooft ze direct naar huis te komen en drukt ze haar zoon goed op zijn hart dat hij op het voetbalveld moet blijven tot zij er is. Roberts ouders zijn namelijk niet eerder dan een uur of drie thuis en ze wil onder deze omstandigheden absoluut niet dat de jongens alleen thuis of op straat zijn. Ze houdt woord, want Hugo, die de ingang van het complex voortdurend in de gaten heeft gehouden, ziet haar ruim vijf kwartier later al het voetbalveld op komen. Hij rent meteen naar haar toe en natuurlijk zijn ze allebei heel erg blij om elkaar te zien. Ze krijgen echter amper tijd om dat te laten merken, want plotseling staat hun man en vader achter hen. 'Ik dacht dat jij in Amsterdam zat?' 'Klopt, maar ik ben teruggekomen omdat jij je blijkbaar niet kon gedragen. Hebben ze je al weer vrijgelaten?' 'Ja, jammer of niet?' 'Eerlijk gezegd wel en dom ook, want je bent nog lang niet nuchter.' 'O nee, dat zal ik je wel eens laten zien.'

Voor Hugo's moeder beseft wat er gebeurt, krijgt ze van haar man een enorme klap in haar gezicht. Ze verliest hierdoor haar evenwicht en dat geeft hem de kans om op haar te springen en haar nog veel erger te slaan. Gelukkig is dit wel snel voorbij, want er komen direct twee mannen die Hugo's vader nogal hardhandig overmeesteren en opsluiten in het materialenhok tot de politie komt. Zijn moeder krijgt van alle kanten hulp, want er wordt meteen een ambulance gebeld en ruim een kwartier later zijn zij en Hugo al onderweg naar het ziekenhuis. Als ze daar bijna zijn, pakt de vrouw haar zoontje stevig vast en hoeveel ze behoorlijk moeite heeft met praten, zegt ze: 'Dit was de laatste keer dat we last van je vader hebben gehad.'