Vragen we niet te veel van vrijwilligers?

Geschreven door Henk Doppenberg op . Geplaatst in Columns



Het verhaal van Henk Doppenberg gaat deze keer over vrijwilligers die steeds maar weer de shit mogen opruimen wat door anderen binnen de club wordt gemaakt

Henk Doppenberg  www.henk-doppenberg.nl
Zoals elke maandagavond zijn Peter, Erik en Fred ook vanavond weer bij hun vereniging. Ze lopen meestal eerst een uurtje op het veld om met leiders, trainers en ouders te praten en daarna gaan ze naar de bestuurskamer om wat lopende zaken door te nemen. Als ze daar een kwartiertje zitten, gaat opeens Peter, de jeugdvoorzitter, zijn telefoon. Het is wel een anoniem nummer, maar toch neemt hij op. 'Met Peter.' 'Hallo, met Schaafstra. Ik loop net langs kleedkamer veertien en daar ruik ik een enorme brandlucht. Misschien goed dat iemand van jullie even gaat kijken.' 'Best. Doen we meteen.'

Peter vliegt direct overeind. 'Er belt iemand dat hij brand ruikt bij kleedkamer veertien.' 'Waarom kijkt die kerel dan niet even?' 'Weet ik niet. Kom we gaan er heen.''Best. Zal ik dat brandblusapparaat meenemen?' 'Doe maar.'

De drie mannen zetten flink de spurt erin en als ze bij kleedkamer veertien komen, ruiken ze duidelijk dat er echt iets brand. Daarom grijpt Peter snel de meegenomen brandblusser en rent hij met een vaart naar binnen. Daar ziet hij in één oogopslag wat er aan de hand is. De jongens hebben namelijk een flink aantal rollen closetpapier in de brand gestoken en dat is blijkbaar iets uit de hand gelopen, want ze hebben een behoorlijk vuur. Peter denkt er direct aan wat er had kunnen gebeuren als Schaafstra hem een paar minuten geleden niet had gebeld en ontploft van woede. 'Jullie kleden je zo snel mogelijk aan en dan zie ik jullie allemaal in de bestuurskamer.''Ik heb niets gedaan.' 'Dat kan me niet schelen. Ik wil het hele team daar zien.' 'Ik moet naar huis.' 'Bel je vader en moeder maar dat jullie geprobeerd hebben om de boel in de brand te steken en het daarom wat later wordt.'

Peter wacht niet af of er nog meer reacties van de jongens komen, maar draait zich om en loopt met zijn collega's van de jeugdcommissie weer terug naar de bestuurskamer. 'Het is toch niet te geloven. Met een beetje pech was alles afgebrand.' 'Moeten we de ouders van die jongens nog bellen?' 'Ik dacht de daders te schorsen en maak zo wel even een brief die we ze straks mee naar huis geven. Hun vaders en moeders reageren dan waarschijnlijk uit zichzelf wel.' 'Ook prima.'

Als de jonge voetballers een minuutje of tien later in de bestuurskamer zitten, besluit Peter om ze maar eens flink aan te pakken. 'Zo helden. Hoe krijgen jullie het in vredesnaam verzonnen om al dat wc papier in de fik te steken. Alle kleedkamers en ook de kantine hadden wel af kunnen branden door dat stomme gedoe. Hoe kwamen jullie trouwens aan zoveel rollen? Ik neem aan dat die niet van thuis ben meegebracht. Is er trouwens wel iemand van jullie die erover nagedacht heeft wat zo'n vuurtje voor schade aan kan richten of vinden jullie dit normaal en steken jullie het closetpapier thuis ook in huis in brand? Wie van jullie zijn er trouwens verantwoordelijk voor deze brandstichting?'

Peter kijkt de jongens één voor één aan, maar er is niemand die iets zegt. 'Het is heel gemakkelijk mannen. Als de daders zich niet melden en jullie elkaar niet willen verraden, wat ik trouwens wel waarderen kan, dan voetbalt jullie hele team de komende drie weken niet. Waarschijnlijk gooit de KNVB jullie dan uit de competitie en voetballen jullie tot de Kerst helemaal niet meer, maar dat is dan niet anders. Aan jullie dus de keus. Als ik geen daders krijg, geef ik jullie allemaal de schuld. 'Ik heb niets gedaan. 'En ik ook niet.' 'Ik ook niet.' 'Het kan me niet schelen wie het niet gedaan hebben. Ik wil weten wie het wél gedaan hebben en als ik dat niet te horen krijg, schors ik jullie dus allemaal.' Het blijft eerst nog even stil, maar dan steekt er toch een jongen zijn vinger op. 'Ik heb het gedaan, maar niet alleen.' 'Nou jongens. Wie heeft hem geholpen? 'Ik.' 'En ik.' 'Waren er nog meer bij?' 'Nee.' 'Nou, dan kunnen de anderen naar huis gaan en blijven jullie nog even zitten.'

Peter loopt eerst even naar de computer om een brief voor de drie brandstichters hun ouders te tikken en gaat dan weer terug naar de jongens. 'Dit kunnen jullie aan je vader of moeder geven, zodat ze kunnen lezen wat jullie gedaan hebben en ook dat jullie drie wedstrijden zijn geschorst. Doe dit nooit meer jongens, want dan volgen er echt strengere straffen en denk er nog eens over na wat er allemaal had kunnen gebeuren. Als de boel echt afgebrand was, waren jullie namelijk niet blij geweest en jullie ouders evenmin. Ga nu maar naar huis, want daar zal jullie ook nog wel iets te wachten staan.'

Als de jongens de deur uit zijn gelopen, kijken Peter, Fred en Erik elkaar nog steeds een beetje geschrokken aan. 'Het is echt onvoorstelbaar. Hoe krijgen ze het in hun hoofd en hoe zouden ze trouwens aan vuur zijn gekomen?' 'Ja, dat had ik eigenlijk aan ze moeten vragen. Laten we trouwens eerst die rommel maar even op gaan ruimen, want anders moet de werkploeg het morgen doen en die zijn al druk genoeg. Eigenlijk had ik ze dat zelf moeten laten doen, maar dat is niet gebeurd.'

Het is voor de drie mannen van de jeugdcommissie nog een heel klusje om alles op te ruimen, de vloer schoon te krijgen en de brandlucht te verdrijven. Als ze daarmee klaar zijn, is het dan ook al bijna kwart over negen. 'Jongens, het is mooi geweest. We gaan aan de bar nog even wat drinken en dan naar huis. Ik mis trouwens mijn telefoon. Hebben jullie die soms ergens gezien?' 'Toen je straks met die jongens aan het praten was, zag ik dat je hem voor je op tafel legde. Met een beetje geluk ligt hij daar dus nog steeds.' 'Nou, dat hoop ik dan maar. Ik ga gelijk even kijken. Bestel maar vast een biertje voor me.' 'Prima.'

Terwijl Peter naar de bestuurskamer loopt om zijn telefoon te zoeken, gaan de andere twee mannen naar de kantine. Als ze daar wat te drinken hebben besteld, komt hun voorzitter er ook al gauw aan. 'Lag je telefoon er nog?' 'Ja, gelukkig wel. Ik heb alleen twee oproepen gemist, maar ik heb geen zin om die nu nog terug te bellen. Met een beetje pech zijn het de ouders van die geschorste jongens en die kunnen best tot morgen wachten. We hebben immers vanavond al genoeg gedoe gehad. ''Goed bekeken.' 'Zeg dat wel.'     

Als Peter de volgende dag uit zijn werk komt, besluit hij eerst de twee gemiste oproepen even terug te bellen. 'Met Lanekamp.' 'Hallo, met Peter Schorm. U had mij gebeld.' 'Klopt. Ik ben de vader van Sjoerd en ik ben het er niet mee eens dat jullie hem drie weken hebben geschorst.' 'Vindt u het dan normaal dat ze vuurtje stoken in de kleedkamer?' 'Nee, maar waarom zorgen jullie niet dat er een leider bij is als de jongens zich gaan verkleden? Met een ouder iemand in de buurt was er namelijk niets gebeurd en daarom vinden de vaders van de twee andere jongens en ik dat jullie ook schuld hebben aan dit voorval.' 'Jullie draaien nu de zaak om meneer. Natuurlijk was er met een ouder iemand in de buurt niets gebeurd, maar de leider kan nooit op maandag en de trainer was zijn volgende groep aan het trainen.' 'Als een leider geen tijd heeft om bij de trainingen te zijn, dan had hij niet met deze functie moeten beginnen.'

Peter voelt zich laaiend worden, maar weet zich te beheersen. 'Beste man. Wij en ook de kinderen mogen blij zijn dat hij leider wil zijn, want een andere kandidaat was er niet. U had die rol trouwens ook op u kunnen nemen.' 'Ik heb geen tijd.' 'Nee, dat heeft niemand en daarom mogen we blij zijn dat er toch nog mensen zijn die leider willen worden. We dwalen echter af. Het gaat om jullie zonen die brand gesticht hebben en dus terecht zijn geschorst.' 'Dat zegt u, maar wij zijn het daar dus niet mee eens en willen dat u deze beslissing terugdraait.' 'Ik denk er niet over.' 'Dan zal ik de andere ouders inlichten en kunt u vanavond bericht verwachten dat de drie jongens hun lidmaatschap opzeggen.' 'Jammer, maar ook dat verandert niets aan de zaak. Ze blijven geschorst.' 'Dan zijn we uitgepraat.'

Peter wil nog iets terugzeggen, maar de man heeft de verbinding al verbroken. Trillend van kwaadheid stuurt hij daarom zijn collega's Erik en Fred een berichtje of ze vanavond rond zeven uur op de vereniging kunnen zijn en ze antwoorden gelijk dat dit goed is. Even heeft hij nog hoop dat het allemaal wel mee zal vallen en de jongens toch niet bedanken, maar een uurtje later krijgt hij een telefoontje van de secretaris dat ze hun lidmaatschap wel degelijk hebben opgezegd. Daarom loopt hij tegen zeven uur met een kwaad gezicht de kantine van zijn club in en daar zitten de andere leden van de jeugdcommissie al op hem te wachten. 'Nou, ze hebben alle drie al bedankt.' 'Dat meen je niet.' 'Echt waar. Leo belde net.' 'En nu?' 'Ja, we hebben een probleem. De JO15-1 heeft namelijk nog maar elf spelers.' 'Dan moeten er dus twee van de JO15-2 omhoog.' 'Ja en dat kan wel, want die hebben nu vijftien spelers. De leiders zullen er alleen wel niet zo blij mee zijn. Laten we hen daarom gelijk maar gaan bellen.'' Best.'

Al snel blijkt dat Peter zijn voorgevoel juist was. De leider wil namelijk zijn beste spelers niet kwijt en dreigt te stoppen als leider. Daarom vragen ze of hij naar de vereniging wil komen en daar bereiken ze na veel onaardige woorden, ontevreden ouders en balende kinderen uiteindelijk toch een akkoord met de man. Op zich wel iets waar ze als jeugdcommissie blij mee zijn, maar hun frustraties over al het negatieve en vaak onredelijke gezeur worden steeds groter. Zeker als rond een uur of half tien, de leider van de JO13-1 bij hen komt zitten. 'Ik heb een probleem. Afgelopen weekend was ik er niet en nu krijg ik net te horen dat mijn collega, zijn broer, die bekend staat om zijn drugsgebruik, als chauffeur mee heeft genomen. Er is gelukkig niets gebeurd, maar die ouders zijn woedend en dat begrijp ik heel goed.' 'Ja, ik ook en wat zegt je collega ervan?' 'Mark is zich van geen kwaad bewust, want volgens hem had zijn broer zaterdag niets gebruikt en is hij sowieso al aan het minderen met die rommel.' 'Dan kan best zo zijn, maar daar hebben die ouders natuurlijk geen boodschap aan. Als er wel iets gebeurd was, hadden ze ons aan de hoogste boom opgehangen en terecht ook.'

'Dat ben ik met je eens, maar nu? Jullie zullen hier volgens mij namelijk wel iets mee moeten doen.' 'Je hebt gelijk en dat moet dan morgenavond maar. Als Erik en Fred tenminste kunnen.' 'Ik wel. Geen probleem.' 'Mooi, dan praten we om zeven uur eerst met jou en Mark als leiders en om acht uur met de ouders. Kun jij regelen dat die mensen dan hier zijn?' 'Best.'

De gesprekken verlopen de volgende avond redelijk voorspoedig. Nu leider Mark nog eens goed over de situatie heeft nagedacht, beseft hij namelijk ook wel dat hij een grote fout heeft gemaakt en hij biedt iedereen daarom meteen zijn excuses aan. Hoewel een paar ouders nog wel de garantie willen dat hij zijn broer niet nog eens zal laten rijden, valt er hierdoor weinig tot niets meer te bepraten en kan Peter tegen kwart voor negen een einde aan de bijeenkomst maken.

Als hij samen met zijn collega's Erik en Fred nog even na zit te praten, valt hem na een paar minuten op dat ze het bijna alleen maar over allerlei problemen hebben. 'Als ik eraan denk hoeveel avonden we de laatste tijd hier geweest zijn en hoe vaak ik overdag over de club wordt gebeld, dan vraag ik me af of het niet allemaal veel te veel wordt. We zijn de laatste weken immers meer avonden hier geweest dan thuis.' 'Klopt en ik krijg ook regelmatig te horen of ik hier niet kan blijven slapen.' 'Dat is bij mij thuis net zo. Toch blijf ik het wel heel leuk vinden. Tenminste meestal wel, want ouders die hun kinderen van de club halen omdat ze bestraft worden voor brandstichting, moet ik niet teveel tegenkomen.'

Peter knikt een keer. 'Dat ben ik met je eens. Voor echte problemen kunnen ze me altijd bellen en voor positief ingestelde mensen wil ik alles doen, maar mensen die alleen maar aan zichzelf en hun kinderen denken, kunnen me gestolen worden. Ik denk dat onze leiders, trainers en goedwillende ouders ook steeds meer last van deze zeurpieten krijgen. Laten we daarom maar heel zuinig zijn op de mensen die nog wel wat voor de club en hun kinderen willen doen, want als we deze vrouwen en mannen ook nog eens kwijtraken, hebben we helemaal een probleem.' 'Ik ben het helemaal met je eens.' 'Anders ik wel.'

Opeens gaat Peter zijn telefoon en als hij uitgepraat is, kijkt hij Fred en Erik grijnzend aan. 'Kunnen jullie morgenavond?' 'Je gaat ons toch niet vertellen dat er weer een probleem is.' 'Toch wel. Anton, de trainer van de JO19-2 heeft vanavond ruzie gehad met drie spelers en hij wil ze niet meer bij de groep hebben.' 'Kan hij dat zelf niet oplossen?' 'Blijkbaar niet, want die ouders hebben zich er ook al mee bemoeid en natuurlijk hebben ze meteen gedreigd dat ze hun kinderen zullen adviseren om naar een andere club te gaan.' 'Dat zou balen zijn, want bij de JO19 hebben we eigenlijk al één of twee spelers tekort.' 'Juist en daarom denk ik dat we morgenavond toch ook maar weer aan de club moeten besteden.'

Erik en Fred knikken een keer als teken dat ze het met hun voorzitter eens zijn en een paar minuten later lopen de mensen lachend naar de kantine om daar nog een tijdje na te praten.