Ik kan niet meer tegen alle kritiek.

Geschreven door Henk Doppenberg op . Geplaatst in Columns

Een verhaal van Henk Doppenberg is meestal gebaseerd op iets wat Henk in de signaleert in de wondere wereld van het amateurvoetbal. Een verhaal wat deze keer gaat over een jeugdvoorzitter die door een paniekaanval zijn functie neerlegt
Henk Doppenbergwww.henk-doppenberg.nl
De leden van het jeugdbestuur van Schepelingen lopen de bestuurskamer in en gaan tegenover elkaar aan de grote vergadertafel zitten. Er wacht hen vanavond een bijzondere vergadering, want er moet een nieuwe voorzitter worden gekozen. Al is kiezen eigenlijk een verkeerd woord, want niemand van de bestuursleden blijkt interesse te hebben in deze functie. Toch moet er iemand komen en daarom neemt de secretaris, die het langste in het bestuur zit, het woord. 'Dames en heren. Allemaal van harte welkom. Goed dat jullie er zijn. Zoals jullie weten is dit vanavond een bijzondere vergadering, want er moet een voorzitter komen. Toen we daar de laatste keer over spraken, had niemand van ons de ambitie om die functie op zich te nemen. Zelf ben ik nog niet van mening veranderd, maar hoe staan jullie erin? 'Ik moet er ook nog steeds niet aan denken om die spreekwoordelijke kar te gaan trekken.' 'Voor mijn gevoel ben ik er totaal ongeschikt voor.' 'Ik heb niet het idee dat het voor mij wél wat is.' 'Als ik voorzitter moet worden, stop ik als bestuurslid. 'Ik heb ook geen trek.'

Hans is de enige die geen antwoord geeft en dat is voor de secretaris blijkbaar een reden om de druk op hem een beetje op te voeren. Er zal namelijk toch iemand voorzitter moeten worden. 'Hans, jij zegt niets. Is dat omdat jij wel interesse in die functie hebt? Voor mijn gevoel ben je er zeker geschikt voor en je zou ons en de vereniging er een heel grote dienst mee bewijzen.' 'Het lijkt me ontzettend leuk om te doen en ik heb er ook wel tijd voor, maar wat denken jullie van mij als voorzitter. Ik wil me namelijk absoluut niet opdringen. We kunnen namelijk ook nog proberen om een voorzitter van buitenaf te krijgen.'

De andere bestuursleden kijken elkaar een keer aan en de secretaris geeft weer antwoord. 'Ik zie een voorzitter van buiten deze groep niet zo zitten. Aan zo'n iemand moeten we namelijk eerst weer wennen en we weten nu met dit bestuur precies wat we aan elkaar hebben. Je hebt daarom mijn steun als je voorzitter wil worden en ik verwacht dat de anderen er net zo over denken. ''Ik steun je ook, Hans.' 'Mijn steun krijg je eveneens.' 'En van mij ook.' 'Van mij natuurlijk ook.' 'En ik blijf niet achter.'

Piet, de secretaris, besluit meteen spijkers met koppen te slaan. 'Nou Hans, wat ons betreft is het dus voor elkaar. Als jij definitief toezegt, ben je vanaf nu de nieuwe jeugdvoorzitter van Schepelingen.' 'Akkoord Piet. Ik ga het doen en bedank jullie voor alle toegezegde steun. Samen gaan we er iets moois van maken. Als we zo open met elkaar blijven communiceren dan we tot nu toe gedaan hebben, moet dat zeker lukken. Ik zal trouwens meteen maar met mijn nieuwe functie starten. Heeft iemand van jullie nog iets wat dringend besproken moet worden, want anders spreken we nu een vergadering voor volgende week maandag af en zorg ik dat er een agenda is.'

Omdat niemand iets dringends heeft, wordt besloten om volgende week voor de eerste keer officieel te vergaderen en er nu maar een gezellig avondje van te maken. Dat lukt heel goed en mede daardoor krijgt Hans steeds meer zin in zijn nieuwe functie. Als hij tegen een uur of tien thuiskomt, schrijft hij dan ook eerst een artikel voor de website om bekend te maken dat hij de nieuwe voorzitter is. Dit wordt blijkbaar door velen gelezen, want als hij de volgende avond bij de vereniging komt, wordt hij gelijk door één van de jeugdleiders aangesproken: 'Ik heb op de website gelezen dat jij de nieuwe voorzitter van de jeugd bent geworden.' 'Dat klopt.' 'Jammer, want ik had liever iemand van buitenaf gezien.' Waarom?' 'Omdat er dan misschien eens een einde komt aan die vriendjespolitiek.' 'Hoe bedoel je dat?' 'Weet je dat niet?' 'Nee.' 'Kom Hans. Wil jij soms zeggen dat het normaal is, dat jullie kinderen allemaal in de selectieteams zitten?' 'Ik kan je in alle eerlijkheid vertellen dat wij ons niet met de indelingen hebben bemoeid. Je weet trouwens zelf ook, dat dit een zaak van de trainers, leiders en de technische commissie is.' 'Ja en jullie kijken over hun schouders mee.' 'Echt niet en als je me niet gelooft, haal ik er iemand van de t.c. bij.' 'Niet nodig, want die lui liegen toch met jullie mee.'

Hans wil nog wat terugzeggen, maar de leider wacht dat niet af en loopt naar buiten. Omdat hij zich gigantisch oneerlijk behandeld voelt, wil hij hem eerst achterna gaan om hem alsnog te overtuigen dat zijn beschuldigingen niet terecht waren. Als hij Piet, de ervaren jeugdsecretaris, binnen ziet komen, verandert hij echter weer van gedachte en besluit hij de zaak eerst maar met hem te gaan bespreken. 'Wat een gezeur, joh.' 'Hoezo? 'Die Ad komt net bij me dat hij liever een jeugdvoorzitter van buiten het bestuur had gezien. Volgens hem waren wij namelijk één vriendenkliek en zouden wij ervoor gezorgd hebben dat onze kinderen allemaal in een selectieteam voetballen.' 'Ach, laat die vent toch kletsen. Hij kan het gewoon niet hebben dat zijn zoon daar niet voor in aanmerking komt. Trek je daar maar niets van aan, want er lopen nog veel meer van die zeurpieten.'

Hoewel Hans heftig knikt en net doet of de kritiek hem niet raakt, blijft hij er toch voortdurend over nadenken. Hij zegt daarom weinig meer en ook thuis tegen zijn vrouw, heeft hij het met geen woord over de beschuldigingen van de jeugdleider. Het blijft hem echter zo bezighouden, dat het hem een heel groot deel van zijn nachtrust kost en hij de volgende ochtend als een half mens wakker wordt. Hij beseft meteen dat dit geen goed begin van zijn voorzitterschap is en hij besluit dan ook stoer, om zich niet nog langer wat van het gezeur van die jeugdleider aan te trekken. Dit blijft helaas bij goede voornemens, want het duurt zeker twee dagen voor Hans weer na kan denken zonder dat zijn gedachten voortdurend teruggaan naar zijn gesprek met de leider. Zelfs de volgende zaterdag blijkt hij er nog niet vanaf te zijn. Als hij de man de kantine in ziet komen, gaat hij hem namelijk gelijk achterna om nog eens over de kwestie te beginnen. Na een paar meter komt hij echter tot inkeer en loopt hij om nog een paar slapeloze nachten te voorkomen, naar buiten om een wedstrijdje te gaan bekijken. Helaas voor hem, ontloopt hij de problemen hier alleen niet mee. Als de wedstrijd tien minuten aan de gang is en Schepelingen JO17-1 door een paar domme fouten met 2-0 achter staat, komt er namelijk een vader naar hem toe. 'Wanneer schoppen jullie die trainer eruit?' 'Want?' 'Die vent kan er toch helemaal niets van. Als hij het team blijft trainen, voorspel ik je dat ze weinig tot niets winnen en op zeker degraderen. Wie heeft die trainer aangesteld?' 'De technische commissie regelt voor elk team een trainer.' 'Dan snappen zij er weinig van, want er zijn veel betere trainers. Jullie maken als bestuur trouwens ook een ontzettend grote fout.' 'Hoezo?' 'Stomme vraag, want jij weet ook dat jullie verantwoordelijk zijn voor alles wat er fout gaat bij de jeugd. Als die t.c. een verkeerde trainer aanstelt, moeten jullie dus meteen ingrijpen. Daar hebben jullie echter het lef niet voor, want stel je voor dat die technische commissie ermee stopt.'

Hans begint met de minuut meer te balen. Vooral als Schepelingen nog twee doelpunten tegen krijgt en met een 0-4 stand moet gaan rusten. Omdat hij zo snel mogelijk van de man af wil, besluit hij daarom maar een eind aan het gesprek te maken. 'Ik zal je opmerkingen met het bestuur en de technische commissie bespreken.' 'Je bent al een echte voorzitter. Alle kritiek wegwuiven met de kreet dat je erover gaat praten en er vervolgens niets meer mee doen. Houd er rekening mee dat dit gedoe je leden gaat kosten, hoor. De jongens zijn hun trainer nu al zat en gaat echt niet nog een jaar met hem verder.' 'Jouw zoon ook niet?' 'Die heeft die sufferd al teruggezet naar de JO17-2.' 'Vind je het daarom zo'n waardeloze trainer?' 'Ook, want iedereen kan zien dat mijn zoon een vaste plaats in de JO17-1 verdient, maar jullie dus blijkbaar niet.'

Gelukkig voor Hans krijgt de man een telefoontje en loopt hij eindelijk verder. Als hij hem nakijkt, besluit hij zich dit keer niet zo druk over het gesprek te maken dan de vorige keer en als er een paar goede vrienden bij hem komen staan, lijkt hem dat ook wel te lukken. Dat is echter maar voor tijdelijk, want als de jongens verder lopen en hij alleen achterblijft, ziet hij de boze vader namelijk gelijk weer voor zich. Dit levert hem een beroerde avond en opnieuw een bijna slapeloze nacht op. Plus dat hij ook de hele zondag aan bijna niets anders kan denken en daarom begint hij zich tegen de avond opeens af te vragen of hij echt wel geschikt is om voorzitter te zijn. Even denkt hij zelfs om zijn functie gelijk neer te leggen, maar dat vindt hij bij nader inzien toch te gemakkelijk. Daarom prent hij zich op een gegeven moment maar in, dat op een goede manier met kritiek omgaan, iets is wat hij door ervaring moet leren. Deze gedachte geeft hem ook wel wat rust en omdat er de eerste weken weinig schokkends op de club gebeurt, krijgt hij zelfs steeds meer vertrouwen in zichzelf. Dat wordt echter al snel weer minder, want er zijn net als bij elke vereniging natuurlijk altijd wel mensen die het ergens niet mee eens zijn en daar de voorzitter over willen spreken. Veel van deze gesprekken verlopen in een goede sfeer, maar er zijn ook mensen die om niets enorme drama's veroorzaken en daarom blijft Hans slecht slapen. Hij gaat zelfs slechter eten en zijn humeur is de meeste dagen ver beneden peil. Hij heeft ook totaal geen plezier meer in het besturen van de vereniging, maar toch wil hij nog steeds niet besluiten om zijn functie er dan maar aan te geven. Tot hij 's maandagsavonds een keer op het voetbalveld komt en hoort dat er net een enorme vechtpartij tussen vier jongens uit één team heeft plaatsgevonden. Eerst denkt hij ze alle vier een aantal weken te schorsen, maar dan blijkt dat het om twee daders en twee slachtoffers gaat. Daarom worden er geen vier, maar twee spelers geschorst en zijn het heel toevallig de kinderen van bestuursleden die vrijuit gaan. Het duurt dan ook niet lang voor de vaders van de twee geschorste spelers op het voetbalveld staan en die mannen schelden Hans op een niet mis te verstane wijze zijn huid vol, betichten hem ervan dat hij de kinderen van zijn medebestuursleden voortrekt en beginnen hem op een gegeven moment zelfs te bedreigen. Hij houdt samen met de rest van het bestuur nog wel zijn poot stijf en maakt de schorsingen niet ongedaan, maar als hij 's nachts rond twaalf uur naar huis rijdt, gebeurt wat er al langer aan zat te komen. Eerst krijgt hij het verschrikkelijk warm, dan voelt hij een enorme druk op zijn borst, vervolgens meent hij geen lucht meer te krijgen en stopt hij aan de kant van de weg om zijn vrouw te bellen. Die is er binnen een paar minuten en de ambulance niet veel later. Gelukkig valt het allemaal mee en zijn het geen hartproblemen maar een paniekaanval. Voor Hans is dit echter wel de druppel en daarom legt hij de volgende dag gelijk zijn voorzittersfunctie neer.