Zuinig op de spullen van de club

Geschreven door Henk Doppenberg op . Geplaatst in Columns

Vernielingen en vandalisme bij sportverenigingen komen helaas steeds vaker voor. En daar gaat het onderstaand verhaal van Henk Doppenberg deze keer over.
Profielfoto van Henk Doppenbergwww.henk-doppenberg.nl
Als Jan 's avonds bij het trainen van zijn twee dochters staat te kijken, wordt hij aangesproken door Klaas, de man die de leiding over de schoonmaakploeg heeft. 'We hebben vanochtend een poging gedaan om de kleedkamers schoon te krijgen, maar dat viel weer eens niet mee. Alles zat onder de modder, overal lag doorweekt toiletpapier, we hebben een stuk of tien, elf lege shampooflessen op moeten ruimen, er is een spiegel gesneuveld en er zit een deurklink helemaal scheef.'
'Zo, dat is een hele waslijst. In welke kleedkamer of kleedkamers was dat?’ 'Negen en elf.'
'Weet je al wie daar ingezeten hebben?' 'Ja, in de ene heeft de onder-17-2 gezeten en in de andere de onder-13-3.'
'Weet je dat zeker?' 'Ja, maar kijk voor alle zekerheid zelf ook even op het programma.'

De heren lopen nu samen naar het prikbord waar het programma van afgelopen zaterdag nog hangt, maar daar is gelijk duidelijk dat Klaas het wel goed heeft gezien. 'Ik ga meteen die leiders bellen. Heb je een idee hoeveel schade we hebben?'
'Nee, eerlijk gezegd niet. Die deurklink kunnen we nog wel repareren, maar ik zal even moeten kijken wat die spiegel kost. Duurder als een paar tientjes zal zo'n ding echter niet zijn.'
'Kijk het maar na en geef me dan even de exacte prijs door alsjeblieft. Het lijkt me namelijk niet meer dan logisch dat de jongens van de onder-17 samen die spiegel betalen.'
'Best. Ik kijk even als ik straks thuis kom en dan bel ik je.''Afgesproken.'

Terwijl Klaas op weg naar huis gaat, loopt Jan naar de telefoon om de leiders te bellen. Hij begint met Edward die leider van de onder-17-2 is. 'Hallo, met Edward.'
'Hoi, met Jan Sparrenman van Hielderense Boys. Ik heb een minder leuke boodschap voor je. Jouw team heeft zaterdag namelijk een enorme puinhoop van kleedkamer negen gemaakt. Plus dat ze een spiegel hebben vernield en de deurklink uit de deur hebben proberen te trappen. Je kunt je voorstellen dat we daar niet blij mee zijn.' 'Weet je zeker dat wij daar ingezeten hebben.'
'Jazeker, en dat weet je zelf toch ook nog wel?'
'Ik ben er zaterdag niet geweest.' 'Misschien dat ze er daarom een rommeltje van hebben gemaakt.'
'Zou kunnen, want ik heb altijd als gewoonte om na de wedstrijd nog een keer door de kleedkamer te lopen. Normaal gesproken kan er dus niets gebeuren zonder dat ik het zie. Al hebben we daar nu natuurlijk niets meer aan. Wat gaan we eraan doen? We trainen morgenavond. Zal ik de jongens dan maar bij elkaar roepen in de bestuurskamer en heb je al een idee wat de schade is? Het lijkt me namelijk niet meer dan normaal dat de dader daarvoor opdraait en als niemand het gedaan blijkt te hebben, betalen ze gewoon samen.'
'Die deurklink kon volgens de technische mensen nog wel gemaakt worden en ik hoor zo wat een nieuwe spiegel kost. Morgenavond weet ik dat dus wel. Hoe laat trainen jullie?' 'Kwart voor acht.'
'Dan ben ik er ook. Tot morgen.''

De volgende leider die Jan belt, is Fred van de onder-13-3. 'Met Dijkerink.'
'Hoi met Jan Sparrenman van Hielderense Boys. Er is afgelopen zaterdag een gigantische puinhoop van kleedkamer elf gemaakt en volgens het programma hebben jouw jongens daar als laatste ingezeten. Ik wil daarom deze week nog even met ze praten, want dit kan natuurlijk niet.'
'Je belt de verkeerde, want het was al een zwijnenstal toen wij in de kleedkamer kwamen. Ik neem dus aan dat je de onder-13-2 moet hebben, want die zaten er voor ons in.'
'Waarom heb je dat zaterdag dan niet even gemeld in het wedstrijdsecretariaat? Dan hadden we tenminste gelijk actie kunnen ondernemen.' 'Sorry, maar dat ben ik vergeten.'
'Nou ja, niets meer aan te doen. Ik ga de leider van de onder-13-2 bellen.'

Een paar tellen later heeft Jan de leider al aan de telefoon. 'Jouw team blijkt zaterdag een verschrikkelijk rommel achter te hebben gelaten in kleedkamer elf en daar wil ik deze week nog even met de jongens over praten, want dit is natuurlijk niet de bedoeling.'
'Je beschuldigt de verkeerde, want ik ben zaterdag nadat iedereen klaar was met douchen nog in de kleedkamer geweest en toen zag het er brandschoon uit.' 'Fred Dijkerink van de onder-13-3 is er met zijn team na jullie ingekomen en zegt dat het een verschrikkelijke puinhoop was toen ze binnenkwamen.'
'Dat liegt hij dan, want ik weet honderd procent zeker dat wij alles keurig netjes achter hebben gelaten.'
'Ik weet natuurlijk niet wie van jullie de waarheid spreekt, maar als jullie het niet hebben gedaan en de onder-13-3 niet, wie dan wel?'
'Misschien hebben er kinderen uit andere teams rondgelopen. Toen wij eruit gingen, is de onder-13-3 er namelijk niet gelijk ingekomen. ''Dat zou kunnen natuurlijk, maar ik vind het wel heel raar allemaal.'
'Zeg het alsjeblieft als je me niet gelooft, want dan stop ik per direct als jeugdleider. Ik heb namelijk geen zin om door jou als leugenaar te worden gezien.''Rustig maar, want zo bedoel ik het zeker niet. Ik vertel je alleen wat Fred Dijkerink tegen me heeft gezegd.'
'Ja oké. Sorry. Ik had niet zo tegen je uit moeten vallen.' 'Best. Geen probleem.  Ik ga Fred Dijkerink weer bellen en dan hoor je nog van me.' 'Goed. Tot kijk.'

Als Jan de verbinding heeft verbroken, besluit hij niet Fred Dijkerink maar Karel Looman, die afgelopen zaterdag de tegenstanders heeft ontvangen, te bellen. De ontvangstkamer is namelijk voor bij de kleedkamers en zij moeten het dus gezien hebben als daar andere kinderen hebben gelopen. Dit telefoontje maakt het probleem voor Jan echter alleen nog maar groter. Karel beweert eerst namelijk stellig dat er nooit anderen bij de kleedkamers komen dan alleen de jongens en meisjes die een wedstrijd moeten spelen, maar zegt later weer dat hij natuurlijk ook niet alles kan zien en beëindigt zijn verhaal met nog meer slecht nieuws.'Ik geloof het meteen dat ze een rommeltje in die kleedkamers maken, want je moet 's zaterdags voor de gein eens komen kijken hoeveel troep er in de gang ligt. Wij lopen er rond twaalf uur een keer door om alles op te ruimen, maar aan het einde van de middag is het weer een bende.' 'Waarom weet ik daar niets van?'
'Omdat we er verleden jaar mee gestopt zijn om dit te melden.''Waarom?'
'Omdat het bestuur er toch  nooit iets aan deed.' 'Ik beloof je om er nu wel iets aan te gaan doen.'
'Nou, succes.'
Het humeur van Jan wordt door deze nieuwe boodschap nog slechter dan hij al was en bereikt helemaal een dieptepunt, als hij de volgende avond met de jongens van de onder-17-2 en hun leider Edward zit te praten. Zij geven namelijk wel meteen toe dat ze een puinhoop van de kleedkamer hebben gemaakt, maar ontkennen bij hoog en bij laag dat ze ook maar iets met het vernielen van de spiegel en de deurklink te maken hebben gehad. 'Jongens, die spiegel knapt niet uit zichzelf kapot en die deurklink gaat ook niet zomaar scheef in die deur hangen. Ik kan me best voorstellen dat jullie aan het dollen zijn geweest en het per ongeluk is gebeurd, maar wees alsjeblieft wel zo sportief om het te zeggen.'
Rick, die aanvoerder van het team is, kijkt Jan met een brutaal gezicht aan. 'Toen wij in de kleedkamer kwamen was dat al zo en u kunt trouwens niet bewijzen dat wij het hebben gedaan. Voor ons zat de onder-11-1 erin en die kunnen die spiegel ook wel kapot hebben gemaakt.'
'Alles kan jongen en ik heb inderdaad geen enkel bewijs dat jullie het hebben gedaan. Al kan ik bijna niet geloven dat die kleine kinderen verantwoordelijk zijn voor de vernielingen en ik zou niet weten wie het anders moet hebben gedaan. Ik ga het echter navragen en hoop niet dat jullie me een stuk voor hebben zitten liegen, want dan hebben jullie allemaal een heel groot probleem. Als ik weer hoor dat jullie zo'n rommel in de kleedkamer hebben gemaakt, gaan jullie je trouwens maar een maand buiten omkleden en thuis douchen.'
'Meneer, we zullen geen rommel meer maken, maar met de rest hebben wij niets te maken. Ik vind het daarom hartstikke oneerlijk dat u ons zomaar verdenkt. Het kan wel iemand van de schoonmaakploeg zijn geweest die tegen de spiegel heeft gestoten.' 'Als dat zo zou zijn, dan hadden ze het wel gezegd.'
'Dat denkt u, maar dat weet u niet zeker. Gelooft u hen soms wel omdat zij oud zijn en wij jong?' 'Dag jongen. Ga maar lekker trainen en bewaar je grote mond maar voor thuis.'
De knaap zegt nog wel iets terug, maar Jan loopt met een kwaad gezicht de kleedkamer uit en hoort niets meer.
Hoewel hij heel weinig van het gesprek verwacht, belt hij toch even met Peter, de leider van de onder-11-1. Die vertelt direct dat zijn spelers nooit alleen in de kleedkamer zijn en het dus niet gedaan kunnen hebben. Als Jan daarop zegt dat hij dan toch weer teruggaat naar de onder-17-2, probeert de man hem echter op andere gedachten te brengen. 'Je moet het zelf weten, maar ik zou de zaak laten rusten.' 'Waarom? Als die jongens het gedaan hebben, moeten ze toch aangepakt worden?' 'Zeker, maar je hebt geen enkel bewijs.'
'Dat is waar. Ik weet zo goed als zeker dat één van hen het gedaan heeft, maar de dader meldt zich natuurlijk nooit en elkaar verraden doen ze ook niet. Het enige wat ik zou kunnen doen is ze samen een nieuwe spiegel laten betalen, maar ik blijf ermee zitten dat ik niets kan bewijzen. Als één van de ouders begint te zeuren, heb ik dus geen poot om op te staan en het gaat uiteindelijk maar om een paar euro de man.'
'Precies. We kunnen denk ik alleen de leiders opdragen om hun team niet alleen in de kleedkamer te laten en we kunnen 's zaterdags om de beurt een paar keer door die gang lopen, maar verder kunnen we niets aan het probleem doen. Je moet er net één op heterdaad betrappen, maar dat zal zo snel niet gebeuren.'
'Het is te triest voor woorden, maar ik geloof ook dat dit het beste is. Het is voor die kwajongens alleen niet te hopen dat ik ze ooit betrap als ze iets aan het vernielen zijn, want dan zijn ze namelijk nog niet klaar met me.'
'Wees voorzichtig Jan, want je hebt tegenwoordig zo een rechtszaak aan je broek.'
'Dat weet ik.'
De mannen praten nog wel even na, maar Jan zijn stemming wordt steeds beroerder en daarom verbreekt hij al snel de verbinding om naar huis te gaan. Als hij zijn auto thuis in de garage heeft gezet en naar binnen wil lopen, krijgt hij echter een telefoontje dat hem helemaal razend maakt.
'Met Jan Sparrenman.'
'Goedenavond. U spreekt met meneer Karspelen. Ik bel u om mijn ongenoegen te uiten over het feit dat u mijn zoon Rick vanavond op het voetbalveld vals heeft beschuldigd. ''Hoe weet u dat zo zeker?'
'Hij heeft mij verteld dat hij niet bij de vernieling betrokken is geweest.' 'En u gelooft hem?'
'Ja, want hij liegt nooit tegen me en zal ook zeker geen spiegel vernielen.'

Jan is even sprakeloos, maar herstelt zich snel. 'Ten eerste heb ik hem niet persoonlijk beschuldigd, maar tegen het hele team gezegd dat ik hen van de vernieling van die spiegel verdenk en ten tweede zou ik er maar niet zo zeker van zijn dat uw zoon een heilig boontje is. Ze hebben namelijk wel met elkaar een gigantische bende in die kleedkamer gemaakt.'
'Dat hebben de anderen gedaan, maar hij niet. ''Heeft hij dat ook tegen u gezegd?'
'Ja.'' Nou gefeliciteerd met zo'n zoon en tot ziens.'
Als Jan de telefoon op tafel heeft gegooid en nog steeds enorm chagrijnig naar buiten loopt, beseft hij dat dit de grootste teleurstelling uit zijn periode bij de vereniging is. Hij houdt namelijk van eerlijke jongens en die mogen best eens wat uitvreten, maar niet van dit achterbakse gedoe en al helemaal niet van zo'n rare vader.