Wilco stottert en durft eigenlijk niet op voetbal

Geschreven door Henk Doppenberg op . Geplaatst in Columns

Weer een fictief verhaal van Henk Doppenberg. Een verhaal over een stotterende jongen die geen lid van een voetbalclub durft te worden omdat hij stottert.
Profielfoto van Henk Doppenbergwww.henk-doppenberg.nl
'Moet je niet buiten gaan spelen?'  'Nnee, gggeen zin.'

 'Wat is er dan? Het is toch prachtig weer? Zijn er soms weer jongens die je plagen?'  'Jjja en Freddie is mmmet zijn mmmoeder weg.'

 'Ach jongen. Moet ik met je meegaan naar buiten om die helden eens goed op hun nummer te zetten?'  'Nnnee, doe mmmaar niet. Anders pppakken ze mme mmorgen weer.'

 'Zijn het er veel?'  'Vvvier.'

Wilco's moeder loopt over van medelijden en zou alles wel willen doen om haar zoontje te helpen, maar ze weet alleen niet hoe. Hij heeft namelijk gelijk. Als zij naar buiten gaat om tegen de jongens te zeggen dat ze hem niet zo moeten plagen, dan helpt dat best even. Alleen niet voor lang, want de volgende dag gaan ze weer vrolijk verder en meestal op een nog veel heftigere manier. Ze kan de jongen echter ook niet aan zijn lot overlaten, want in zijn eentje redt hij het gewoon niet en dat is steeds beter te merken. Hij heeft één vriendje, maar verder speelt hij met niemand en ook met Freddie speelt hij nooit op straat, want hij is gewoon veel te bang om gepest te worden. Als hij alleen is, komt hij zelfs het huis bijna niet uit. Natuurlijk moet hij naar school, maar verder zit hij voor de televisie of speelt hij achter in de tuin, waar niemand hem ziet, met zijn hondje.

Omdat ze toch iets wil doen, besluit ze de directeur van Wilco's school maar eens te bellen. Die man weet immers dat de jongen heel erg stottert en doet er ook alles aan om ervoor te zorgen dat hij op school zo min mogelijk wordt gepest, dus zal hij hem misschien ook verder wel kunnen en willen helpen. Omdat ze niet wil dat Wilco hoort wat ze zegt en eigenlijk gelijk wil bellen, pakt ze haar mobieltje en loopt ze naar buiten. Voor ze op het tuinbankje kan gaan zitten, wordt ze echter zelf al gebeld. 'Met mevrouw Talink.'

 'Goedemiddag. U spreekt met Luyten van de Koning Willem Alexanderschool. Kan ik even met u over uw zoontje Wilco praten?' 'Natuurlijk. Gaat het niet goed met hem?'

 'Dat wilde ik eigenlijk aan u vragen. Hij was namelijk altijd zo goed als de beste leerling van de klas, maar de laatste tijd lijkt hij steeds meer moeite te krijgen om zich te concentreren en de resultaten zijn ook een heel stuk minder geworden.'

 'Ik heb geen idee wat de reden kan zijn dat het ineens een stuk minder met hem gaat. Als ik iets moest noemen, zou ik echter zeggen dat het wat met zijn stotteren te maken had. Hoewel hij ons niet alles vertelt, heb ik namelijk het idee dat hij steeds meer last krijgt van dat gepest. Hij zat vijf minuten geleden namelijk met zo'n triest gezicht voor de televisie, dat ik heel graag een potje bij hem was gaan zitten huilen.'

 Omdat de emoties Wilco's moeder even wat teveel worden, zwijgt ze een aantal momenten om haar neus te kunnen sluiten.  'Er moet iets gebeuren, maar wat? De jongen is gewoon bang voor zijn omgeving en op die manier mag ik hem niet op laten groeien.'

 'Zit hij niet op een sportvereniging?'  'Ze hebben me bij het maatschappelijk werk al wel eens aangeraden om hem op een vereniging te doen, maar ik ben bang dat ik het daarmee nog veel erger voor hem maak. Nu wordt hij immers alleen maar op school gepest, maar dan namelijk ook nog op de vereniging. Die kans is tenminste heel groot.'

 De man van school is dit niet helemaal met Wilco's moeder eens.   'Als we met de klas gaan sporten, is het me al meerdere keren opgevallen dat Wilco ontzettend goed kan voetballen. Tijdens onderlinge partijtjes wordt het zelfs een totaal ander kind. Hij loopt dan namelijk voortdurend iedereen aanwijzingen te geven en het lijkt soms wel of zijn medespelers hem als de leider van hun team zien. Ik had u hier al lang eerder een keer over moeten bellen, maar dat voetballen bezorgt hem op de één of andere manier heel veel zelfvertrouwen en dat is natuurlijk heel goed voor hem.'

 Wilco's moeder heeft geen idee wat ze met de informatie van de onderwijzer moet. Natuurlijk vindt ze het wel ontzettend leuk dat haar zoon erg goed in voetbal blijkt te zijn, maar het gaat haar te ver om hem gelijk lid van een vereniging te maken. Ze ziet het namelijk al voor zich, dat die hele club haar zoon pest omdat hij moeite heeft met praten. Dat mag ze die jongen gewoon niet aandoen.

 'Mevrouw Talink, bent u daar nog?'  'Ja, sorry. Ik zag Wilco in gedachten al op het voetbalveld lopen en kreeg het even Spaans benauwd toen ik er aan dacht hoe ze hem daar zouden kunnen plagen.'

 De onderwijzer denkt even na, maar doet Wilco's moeder dan een voorstel. 'Ik ben leider en trainer bij de voetbalclub hier in het dorp en heel toevallig van een team met jongens en meisjes van Wilco's leeftijd. Als ik hem nu eens meeneem naar het voetbalveld en u beloof dat hem echt niets zal gebeuren en er niemand zal zijn die hem pest.'

 'Ik vertrouw u volkomen en weet zeker dat uw bedoelingen goed zijn, maar vind het wel doodeng. Mag ik er daarom eerst met mijn man over praten en u morgen terugbellen.' 'Natuurlijk. Dat is prima. Ik wil desnoods ook wel een keer komen praten als uw man erbij is.'

 'Dat is goed, maar ik praat eerst zelf wel met hem en bel u in ieder geval morgen terug.' 'Afgesproken en tot morgen dan maar.'

 'Ja tot morgen en bedankt voor uw telefoontje.' 'Graag gedaan, hoor.'

 Wilco's moeder heeft opeens zoveel om over na te denken, dat ze in gedachten verzonken voor zich uit gaat zitten staren. Ze is zelfs zover weg, dat ze haar zoontje niet eens de tuin in hoort en ziet komen.  'Mmmam, mmag ik naar Ffreddie?'

 'Natuurlijk, maar hij was toch weg?  'Hij is wweer tthuis.'

 'Best, ga dan maar.'

 'Bbreng jij mmme even? Ik mmag trouwens ook bblijven eten.'

 'Je gaat toch anders ook altijd alleen?' 'Wwil je mmme echt nnniet bbrengen?'

 'Ben je bang voor kinderen die je plagen?' 'Jjja.'

 Omdat Wilco's moeder weet dat ze het door te huilen alleen maar beroerder voor haar zoontje maakt, slikt ze haar tranen weg en slaat ze een arm om het ventje heen. 'Ik ga met je mee kerel en sla iedereen plat die iets tegen je durft te zeggen. Doe jij de deuren maar even op slot, dan gaan we meteen.'  'Ggoed.'

 Als Wilco's moeder een kwartiertje later terugkomt, begint ze meteen aan het eten en als ze daar bijna mee klaar is, komt haar man thuis. 'Is Wilco er niet?'

 'Nee, die is bij Freddie en hij blijft er ook eten, maar dat komt mooi uit.' 'Want?'

 'Dan kunnen wij even met elkaar praten. Het gaat namelijk niet goed met hem en ik ben straks gebeld door zijn meester, want op school doet hij het ook niet meer zo best. Ik moest hem trouwens naar Freddie brengen, want alleen durft hij niet meer.'

 'Die jongen heeft zo geen leven en daar moeten we iets aan doen.'

 'Dat vond zijn meester ook en daarom had hij een voorstel.' 'Vertel.'

 Wilco's moeder vertelt haar man nu alles wat de meester heeft gezegd en als ze uitgesproken is, wacht ze met spanning op zijn reactie.  'Tja, wat moet ik daarop zeggen?'

 'Of je wel of niet met Wilco naar het voetbalveld wil.' 'Wat vindt jij?'

 'Ik wil eerst jouw mening horen.'

 'Die meester zegt niet zomaar wat en misschien heeft hij wel gelijk. Al zou ik uit mezelf nooit met die jongen naar de voetbalclub zijn gegaan.'

 'Nee ik ook niet en ik moet je eerlijk bekennen, dat ik er ook enorm tegenop zie om daar met hem heen te gaan. Al denk ik wel dat we het moeten doen, want zoals het nu gaat heeft het ventje ook niets aan zijn leven.' 'Dat ben ik met je eens.'

 'Zal ik zijn meester dan maar bellen?  'Goed.'

 Als Wilco's moeder de meester aan de lijn heeft, blijkt dat morgenavond de eerste training al is. Dit gaat haar aan de ene kant wel veel te snel, maar aan de andere kant weet ze dat uitstellen ook niets aan de zaak verandert en daarom zegt ze maar toe. Al krabbelt ze tegen het einde van hun gesprek nog wel weer iets terug. 'We moeten natuurlijk nog wel afwachten wat Wilco ervan vindt om te gaan voetballen.'

 'Hebben jullie het er nog niet met hem over gehad?'

 'Nee, hij is momenteel bij Freddie spelen en we zouden hem daar rond zeven uur ophalen.' 'Dan hoor ik morgen wel definitief of hij komt.' 'Afgesproken.'

 Wilco kijkt nogal verbaasd als hij thuiskomt en zijn ouders vragen of hij bij hen aan tafel komt zitten. Zoals bijna altijd in dit soort gevallen neemt zijn moeder ook dit keer het woord. 'Ik hoorde vanmiddag van je meester dat jij zo goed kunt voetballen.' 'Ggaat wel.'

 'Vind je het wel leuk om te doen?' 'Ja, hhartstikke.'

 'Zou je op de club willen om echte wedstrijden te spelen?'

Wilco's gezicht betrekt direct en hij kijkt zijn ouders met een verdrietige blik in zijn ogen aan. 'Ik zzou heel ggraag willen, mmmaar dan ggaan ze mmme vast wweer pppesten.'

 'Daar hoef je niet bang voor te zijn, want meester Luyten is trainer en leider en zorgt ervoor dat je van niemand last hebt.' 'Echt?'

 'Ja, hij wil je morgenavond zelfs wel op komen halen om te gaan trainen.' 'Ddan is het ggoed, mmmaar kkomen jullie ddan nnniet?'

 'Jawel, wij komen alleen wat later en je gaat dan met ons weer mee naar huis.' 'Bbest.'

 'Ik kan de meester dus bellen dat je komt?' 'Jja.'

 Wilco's vader en moeder drukken hun zoontje van emotie even stevig tegen zich aan. Alleen niet lang, want de jongen blijkt al helemaal met zijn gedachten bij het voetballen te zitten. 'Kkrijg ik ook vvoetbalschoenen?'

 'Ja, die gaan we morgenmiddag kopen.'

 'En wwanneer mmmag ik dan een wwedstrijd sspelen?'

 'Misschien zaterdag en anders waarschijnlijk volgende week, maar dat hoor je morgen wel van de meester.' 'Bbest.

 'Ben je dan niet bang meer dat ze je op het voetbalveld gaan plagen?'  'Nnnee, de mmeester helpt mmme wel.'

 In tegenstelling tot Wilco die zich geen zorgen lijkt te maken, zien zijn ouders en vooral zijn moeder wel heel erg tegen morgen op. Ondanks al hun angsten besluiten ze echter wel door te zetten en daarom zien ze de volgende avond met een brok in hun keel hoe de kleine jongen bij zijn meester in de auto stapt.  'Ik hoop toch zo dat het vanavond geen drama voor hem wordt.' 'Over anderhalf uur weten we meer.'

 'Was ik er maar nooit met je over begonnen.'  'Straks ben je er misschien blij om.'

 'Denk je?' 'Kan toch?'

 'Zeker. Laten we trouwens maar gaan.' 'Het is pas net zes uur.'

 'Kan me niet schelen, dan rij je maar iets zachter of een rondje. Thuis word ik ook gek.' 'Nou, kom maar op dan.'

 Hoewel Wilco's vader met een slakkengangetje rijdt en ze eerst een rondje om het dorp heen rijden, zijn ze toch voor kwart over zes al op het voetbalveld. Daar gaan ze direct op zoek naar hun zoon en als zijn moeder hem helemaal alleen een eindje uit de buurt van een groep kinderen ziet staan, wil ze meteen naar hem toe gaan. 'Zouden ze hem nu al gepest hebben?' 'Nee joh. Zijn meester is er toch bij. Als ze zo beginnen met trainen, gaat hij wel naar de anderen toe.'

 'Ik hoop het maar, want anders is het vanavond gelijk de laatste keer geweest dat hij heeft getraind.' 'Laten we nu maar niet te voorbarig zijn.'

 'Oké, maar ik let wel goed op hem.' 'Natuurlijk.'

 Een minuutje of tien later blijkt dat Wilco's vader het wel goed heeft gezien. De trainer roept namelijk eerst alle kinderen bij elkaar, daarna gaat hij op de grond met ze zitten praten en voor ze uiteindelijk beginnen te trainen, geven ze Wilco eerst allemaal een hand. Als hij ze daarna allerlei oefeningen laat doen, zien zijn ouders al snel dat hun zoon vol geestdrift aan alles meedoet en langzaam krijgt hij ook steeds meer contact met de andere kinderen. Natuurlijk zien zijn ouders dit ook en daarom zouden ze het wel uit willen schreeuwen van blijdschap. Dat wordt nog erger als ze de afsluitende partij gaan spelen en Wilco door zijn voetbaltalent ineens het middelpunt van de groep is.  'Had jij dit verwacht?'

 'Nee, ik kan wel janken van geluk.'

 'Niet doen, want daar maak je het alleen maar moeilijk mee voor hem.' 'Is zo, maar dit is toch hartstikke fijn.'

 'Zeker. Ik kan wel aan hem zien, dat hij het zelf ook leuk vindt. Hij zal straks vast wel grote verhalen hebben.' 'Ik hoop het. We gaan na afloop wel even met hem naar de kantine voor een glaasje of een flesje limonade.'

 'Best en ik heb thuis ook nog een lekker ijsje voor hem in de vriezer.'

 Als de training even later afgelopen is, komt Wilco als een overgelukkig kereltje van het veld, want het trainen vond hij super en hij heeft nu eindelijk eens kinderen gevonden die hem niet plagen. Het nieuws dat hij zaterdag al een echte wedstrijd mag spelen, maakt hem daarom helemaal dolblij. Als hij samen met zijn ouders thuiskomt, moeten daarom eerst de beide opa's en oma's worden gebeld en natuurlijk moeten de buren ook allemaal uitgenodigd worden om naar zijn debuutwedstrijd te komen kijken.

 Zoals zijn meester afgelopen week al voorspelde, doet Wilco het enorm goed met voetballen en daarom duurt het niet heel lang voor hij naar een hoger team gaat. Natuurlijk vinden zijn ouders dit wel leuk, maar ze vinden het veel fijner dat het voetbal hem als kind zo heeft veranderd. Waar hij vroeger angstig en teruggetrokken was, wordt hij nu steeds vrijer en laat hij zich echt niet meer in de hoek drukken.  Hij begint zelfs wat beter te praten, maar het allergrootste bewijs dat het een stuk beter met hem gaat, komt een maandje of twee later. Dan ziet zijn moeder hem namelijk op een middag na schooltijd met een enorm kwaad gezicht en een schram op zijn wang de kamer binnenkomen. 'Wat is er? Heb je gevochten?’ 'Jja.'

 'Waarom en met wie?' 'Mmmet Ruud. Hij zei ddat ik nniet goed kon ppraten.'

 'En wat heb jij toen gedaan?'  'Ggezegd dat hij nniet kon vvoetballen en ik wel.'

 'En toen?' 'Toen bbegon hij te vvechten en heb ik tteruggeslagen.'