Laat geen spelers uit een hoger team meedoen!!

Geschreven door Johan Staal op . Geplaatst in Columns

Weer een door Henk Doppenberg geschreven voetbalverhaal die helaas veelvuldig voorkomt in voetballand wonderland. Een verhaal over het meedoen van jeugdspelers in een team waarin ze niet horen.
Profielfoto van Henk Doppenbergwww.henk-doppenberg.nl

Als Erik op donderdagavond de kantine binnenkomt, hoort hij gelijk dat iemand zijn naam roept en als hij omkijkt, ziet hij Wouter, de leider van de D4, aan een tafeltje zitten. Omdat hij duidelijk aan Wouters gezicht ziet dat het hem niet erg naar zijn zin gaat, loopt hij even naar de man toe. 'Wat is er aan de hand?'

 'Ik kom er voor zaterdag weer eens een paar tekort.'

 'Veel.'

 'Ja, vier.'

 'Zo, dat is mooi waardeloos. Zijn ze ziek?'

 'Nee, ze hebben allemaal weer dingen die ze veel belangrijker vinden dan voetballen. Tenminste zo denken die ouders erover. Je kent het wel.'

 Erik, die sinds een paar maanden voorzitter van de jeugdcommissie is, knikt een paar keer. 'Ik weet helaas precies wat je bedoelt. Kun je lenen van andere teams of moeten we de wedstrijd proberen te verzetten naar een avond?'

 'Laten we zaterdag maar gewoon gaan voetballen, want de eerste drie, vier weken kan ik 's avonds niet vanwege mijn werk.'

 'Leen je spelers van de E1?'

 'Nee, dat was ik niet van plan. OBL staat namelijk stijf bovenaan. Als ik dan met vier E spelers ga voetballen, verliezen we zeker met dubbele cijfers en daar heb ik geen zin in. Zeker omdat ik die leider van hen een vreselijke kwal vind en we er de wedstrijd bij hen in zijn gefloten.'

 'Waar haal je dan je spelers vandaan?'

 'De D1 en D2 zijn allebei vrij en ik krijg van beide teams twee spelers.'

 'Die zijn toch veel te goed voor jullie.'

 'Weet ik, maar mogen wij ook eens een wedstrijdje winnen?'

 De voorzitter weet duidelijk niet wat hij met de situatie moet. 'Natuurlijk mag je van mij winnen, maar liever niet op deze manier. Hoeveel spelers heb je voor zaterdag?'

 'Met die vier van de D1 en 2 erbij heb ik er twaalf.'

 'Waarom neem je dan ook nog niet twee jongens van de E mee? Als je die eveneens een tijdje laat spelen, valt het namelijk niet zo op dat je er vier spelers uit een hoger team bij hebt. Jullie mogen immers de hele wedstrijd doorwisselen. Plus dat je op die manier niet alleen spelers uit een hoger team, maar ook uit een lager team bij je hebt en dat komt net even wat sportiever over.'

 'Ben je soms bang dat we van ze winnen?'

 'Nee, maar ik denk aan de naam van onze vereniging.'

 'Goed, jij je zin. Ik bel zo die leider van de E1 wel voor twee spelers.'

 'Klasse man, bedankt.'

 Bij OBL hebben ze spelers genoeg en dat is logisch. Als ze winnen zijn ze zaterdag namelijk kampioen en daar wil iedereen immers bij zijn. Zeker omdat het team van Velandia op de één na onderste plaats staat en de wedstrijd normaal gesproken op een klinkende overwinning voor hen uit zal draaien. Daarom zijn ook alle ouders opgetrommeld om samen een 'platte kar' te versieren en is er een uitgebreid feestprogramma voor de rest van de middag in elkaar gedraaid. Erik denkt geen moment meer na over zijn gesprek met Wouter. Als hij vrijdags op internet ziet dat OBL bij winst morgen kampioen is, besluit hij wel bij de wedstrijd te gaan kijken en namens de vereniging een bos bloemen voor de kampioenen mee te nemen. Wanneer hij de volgende ochtend rond kwart voor tien op het sportpark komt, ziet hij dat de ouders van de tegenpartij rondom het veld slingers hebben opgehangen, er diverse flinke spandoeken aan het hek zijn geknoopt en hoort hij dat ze een grote trom bij zich hebben. Op de één of andere manier bezorgt ook hem dit een feestelijk gevoel en daarom loopt hij met een grote grijns op zijn gezicht naar het veld.  Als hij daar het team van zijn eigen vereniging ziet, is het echter heel snel gedaan met zijn goede humeur. Het dringt namelijk direct tot hem door dat Wouter geen enkele E speler bij zijn team heeft, maar wel vier jongens uit de D1 en twee uit de D2. En stuk voor stuk allemaal goede tot zeer goede voetballers. Hij overlegt even met zichzelf of hij hier nog wat aan kan en moet doen, want ten eerste is dit niet volgens afspraak en ten tweede vindt hij dus niet dat ze dit kunnen maken ten opzichte van de tegenstander. Dit laatste is voor hem ook de reden om toch maar opheldering bij zijn leider te gaan vragen. 'Ik dacht dat we met elkaar afgesproken hadden dat je er twee E spelers bij zou nemen?'

 'Dat zou ik ook doen, maar ik kon hun leider niet bereiken.'

 'En de trainer ook niet?'

 'Dat ben ik vergeten. Sorry.'

 'Je kunt nu die leider van de E ook nog bellen. Vraag desnoods maar drie of vier spelers. Dan kun je hen de tweede helft laten spelen, want jullie zullen nu wel veel te sterk zijn voor OBL.'

 'Ik heb geen tijd meer om te bellen, want over tien minuten beginnen we.'

 'Dan bel ik zelf wel even, want dit kan echt niet zo. Als jij een tegenstander treft die met vijf, zes spelers uit een hoger team speelt, schreeuw je namelijk ook moord en brand. Zeker als op die manier je kampioenswedstrijd zou worden verknald.'

 'Zie maar wat je doet.'

 'We spreken elkaar na de wedstrijd nog wel.'

Erik die opeens het vermoeden krijgt dat Wouter hem in de maling heeft genomen, is woest en loopt met grote stappen naar binnen om te bellen. Dat is snel gebeurd, want de leider is direct bereid om mee te werken en meld verder ook nog dat hij de afgelopen dagen gewoon bereikbaar is geweest. 'Ik kan alleen in gesprek zijn geweest, maar dan had hij het een paar minuten later nog eens moeten proberen. Hij had me trouwens ook een berichtje kunnen sturen.'

 'Weet ik en in ieder geval bedankt dat je alsnog een paar spelers stuurt.'

 'Dat is geen probleem, maar je moet me alleen wel beloven dat ze minimaal twintig minuten mee mogen doen.'

 'Daar zorg ik voor. Het zal me wel een ruzie met Wouter opleveren, maar dat heb ik er graag voor over.'

 Als Erik een paar tellen weer naar buiten loopt, twijfelt hij wel even of hij niet wat te ver is gegaan. Hij heeft nu namelijk beloofd dat de vier E spelers allemaal twintig minuten of nog langer mogen voetballen, maar Wouter is leider en hij natuurlijk niet. Misschien dat hij dit dus toch beter even met hem had kunnen overleggen. Als hij bijna bij het veld is en ziet dat de linkerspits van Velandia D1 scoort en dit na drie minuten spelen volgens het scorebord de 2-0 al is, beseft hij het echter toch goed te hebben gedaan. Zeker als hij hoort dat de ouders van OBL het al door hebben wat er aan de hand is en laaiend zijn dat ze op deze manier bedrogen worden. Wanneer hij door een oude bekende wordt herkend, komt er zelfs een man naar hem toe om zijn beklag te doen. 'Ik had nooit verwacht dat jullie bij Velandia zo onsportief zouden zijn. Heb jij ook iets met dit team te maken?'

 'Ja, ik ben sinds een tijdje jeugdvoorzitter.'

 'Waarom grijp je dan niet in?'

 'Dat heb ik al gedaan, maar jullie moeten even geduld hebben. Na de pauze komen er spelers uit de E bij en gaan de beste voetballers van nu eruit.'

 'Ja, dan is het te laat. Het is immers al 3-0 en daar heb je nummer vier. Als het zo doorgaat, staan we bij de rust al met dubbele cijfers achter.'

 'Sorry, namens de hele vereniging. Ik kan er nu alleen even niets aan doen.'

Omdat de man naast Erik net als de andere ouders steeds luidruchtiger begint te schelen en hij de linkerspits heel snel achter elkaar 5-0 en 6-0 ziet maken, loopt hij uit schaamte naar de overkant waar Wouter staat. 'Haal er maar vast een speler uit.'

 'Waarom zou ik dat doen?'

 'Heb je dan niet door hoe onsportief je bezig bent? Hup 7-0! Het is toch ook niet leuk om op deze manier te winnen. Ik sta me hier gewoon te schamen voor mijn eigen vereniging en dat lijkt me niet de bedoeling?'

 'Je moet je niet zo snel ergens iets van aantrekken, want bij OBL zijn ze ook niet altijd even eerlijk.'

 'Dat kan best zo zijn, maar is dit dan een wraakactie van je? Als wij op deze manier proberen om de wedstrijd te winnen, mogen we trouwens ook nooit meer iets over een andere vereniging zeggen. Na de rust is het echter over, want daar komen vier jongens uit de E1 aan en die gaan in de tweede helft alle vier spelen.'

 'Bepaal jij dat?'

 'Normaal gesproken niet, maar jij bent op een verschrikkelijke manier bezig en daarom grijp ik nu in.'

 'Als jij dat doet, ben ik vertrokken en zie je me nooit meer terug.'

Erik schrikt wel even van deze woorden, maar als hij het voor de pauze nog 8-0 en 9-0 ziet worden, beseft hij dat het zijn taak is om het onsportieve gedrag van zijn leider recht te zetten en de eventuele gevolgen daarvan maar gewoon te accepteren. Zeker als hij nog weer even naar de woedende reacties van de ouders van de tegenpartij luistert, want hij vindt dat de mensen groot gelijk hebben. Als de scheidsrechter voor de rust heeft gefloten, loopt hij daarom geheel zeker van zijn zaak met de vier E spelers naar de anderen van Velandia.

Daar spreekt hij eerst Wouter nog even aan. 'Doe me alsjeblieft een lol. Zet die vier E spelers erin en maak de wedstrijd af. Dan praten wij er na afloop of anders volgende week wel verder over.'

 'Nee Erik. Als jij op mijn stoel wil gaan zitten, dan is hier voor mij niets meer te doen en bedank ik én als vrijwilliger én als lid.'

 'Wouter, wees nu niet zo eigenwijs. Je bent misschien al wel twintig jaar jeugdleider en dat laat je toch niet op deze manier eindigen.'

 'Dat komt door jou. Jij wilt mij de les lezen en dat pik ik niet.'

 'Daar gaat het niet om. Ik wil alleen dat we ons als vereniging sportief gedragen.'

 'Prima, maar moet ik daar de dupe van worden?'

 'Daar kies je toch zelf voor.'

 'Ik vind van niet.'

 Erik beseft dat ze zo niet verder komen en besluit daarom een einde aan hun gesprek te maken. 'Ik vraag je nog één keer om die vier E jongens mee te laten doen en gewoon te blijven.'

 'Daar denk ik niet over.'

 'Ga dan maar.'

 'Best.'

 Als Wouter zonder nog iets tegen zijn spelers te zeggen wegloopt, zit er voor Erik niets anders op dan de leiding van het team op zich te nemen en dat doet hij dus ook. Hij begint ermee om de spelers uit te leggen dat de 9-0 voorsprong niet op een sportieve manier tot stand is gekomen en dat er daarom nu vier andere spelers in het veld komen. Vervolgens prent hij ze in, dat dit niet betekent dat ze de wedstrijd nu alsnog gaan verliezen, maar wel dat de tegenstander nu zeer waarschijnlijk een stuk sterker zal zijn. De kinderen knikken allemaal alsof ze het begrepen hebben, maar of dat ook echt zo is, weet Erik niet. Wel merkt hij dat de ouders van beide teams heel veel respect voor zijn beslissing hebben en dat doet hem ontzettend goed. Ondanks de goede bedoelingen van Erik, kan er vandaag geen kampioenschap worden gevierd. Hoewel OBL de tweede helft dus wel veel sterker is, weten ze namelijk niet verder terug te komen dan 9-7. Gelukkig voor hen hebben ze echter zoveel voorsprong op nummer twee, dat er nog drie kansen komen om kampioen te worden. Als alle spelers en ook de ouders na afloop samen aan één tafel zitten en door Erik, namens Velandia, worden getrakteerd op een hapje en een drankje, wordt het zelfs gezellig en daarmee krijgt een trieste wedstrijd toch nog een mooi einde.