Sander heeft meer karakter dan zijn ouders

Geschreven door Johan Staal op . Geplaatst in Columns

Als Sander de kamer binnen komt lopen, zien zijn ouders direct aan zijn gezicht dat hij niet blij is. 'Wat is er aan de hand jongen?'
'Ik zit volgend seizoen in de onder-13-2.'
'Dat meen je niet. Hoe kan dat nou? Zitten je vrienden wel in de onder-13-1?'
'Ja, helaas wel.'
'Dan ga ik nu meteen de club bellen, want dit slaat echt helemaal nergens op. Als je nu slechter kon voetballen dan die andere jongens, maar je was het afgelopen seizoen één van de betere spelers van het team en misschien wel de beste. Ze zullen jou echter wel een groep lager hebben ingedeeld omdat ik geen functie bij de club heb en die andere vaders allemaal wel. Ze zijn bij de club immers altijd al goed in vriendjespolitiek geweest. Weet jij wie ik over dat indelen moet bellen?'
'Nee, dan moet ik op de website gaan kijken.'
'Doe maar niet. Ik rij wel even naar het voetbalveld. Daar zal vast wel iemand van het bestuur zijn en een persoonlijk gesprek werkt immers altijd nog het beste.'
Profielfoto van Henk Doppenbergwww.henk-doppenberg.nl

Sanders vader laat er geen gras over groeien en loopt meteen naar buiten. De jongen kijkt hem nog wel na, maar loopt dan naar zijn kamer. Daar gaat hij met een triest gevoel op bed liggen. Hij vindt het namelijk hartstikke rot dat hij volgend seizoen niet meer met zijn vrienden kan voetballen, maar ergens had hij het wel een heel klein beetje verwacht. De laatste tijd begonnen zijn medespelers namelijk steeds vaker op hem te mopperen en werd hij elke wedstrijd wel één of meerdere keren gewisseld.  Plus dat het met trainen ook niet altijd even leuk was. Vooral als ze moesten hardlopen en sprinten, want hij was veruit de langzaamste van zijn team. Hij is nooit erg snel geweest, maar in de F en de E viel dat nooit zo op. Ten eerste omdat hij altijd een stuk groter en sterker dan zijn teamgenoten was en op kracht dus veel goed kon maken en ten tweede moeten ze nu in de D op een groot veld spelen en dat kan hij gewoon niet belopen. Hij beseft echter heel goed dat hij niet meer terug naar dat kleine veld kan. Dus zal zijn gebrek aan snelheid hem altijd parten blijven spelen en daarom kan hij het voetballen met zijn vrienden het beste voorgoed uit zijn hoofd zetten.

Van deze gedachte gaat hij zich nog triester voelen en als hij zijn vader thuis hoort komen, loopt hij dan ook zonder enige verwachting naar beneden. De mensen van de club zullen hem namelijk echt geen team omhoog doen en dat is immers meer dan terecht. Als hij beneden in de kamer komt, blijkt zijn pa echter nog alle vertrouwen in hem te hebben.
'Ze zijn gek bij de club. Weet je wat die vent van de jeugdcommissie zei? Dat je een prima voetballer was, maar alleen heel veel snelheid tekort kwam. Nou, dat is mij nog nooit opgevallen en dat heb ik tegen hem gezegd ook. Wat mij betreft heb je daarom je laatste wedstrijd daar gespeeld en daar is je moeder het helemaal mee eens. Het is nu te laat, maar morgen gaan we naar SJO om je als lid op te geven. Daar doen ze namelijk vast niet zo aan vriendjespolitiek en kom je dus zeker wel in de onder-13-1. Ik heb op het voetbalveld al gezegd dat ze je konden schrappen als lid, maar volgens die vent moest ik je per mail afmelden en dat zal ik dus zo nog wel even doen.'

Sanders vader is heel zeker van zijn zaak, maar de jongen denkt er anders over. 'Ik blijver liever bij Olympia spelen.'
'Waarom? Ze zijn toch hartstikke oneerlijk tegen je?'
'Weet ik niet.'
'Waarom niet? Vind je soms zelf ook dat je niet snel genoeg bent?'
'Eigenlijk wel.'
'Jongen, je moet je niet in een hoek laten drukken door een stelletje van die domoren. Ik weet zeker dat ze bij SJO ontzettend blij met je zijn en er niet eens over denken om je in de onder-13-2 te zetten.'
'Dat kan best zo zijn, want zij hebben maar twee teams bij de onder-13 en spelen ook nog een heel stuk lager dan Olympia. Plus dat ik hier, ook al speel ik dan niet meer met ze, toch nog wel met mijn vrienden naar het voetbalveld kan en bij SJO helemaal niemand ken. Plus dat ik daar steeds door jou gehaald en gebracht moet worden.'
'Dat heb ik graag voor je over.'
'Ik blijf toch liever bij Olympia.'

De vader van Sander kijkt zijn zoon met een verbaasd gezicht aan, maar blijkt niet van plan om zijn mening zomaar te wijzigen.
'Denk er nog maar eens goed over na, want je ben hartstikke dom als je hier wil blijven voetballen. Ik zou me tenminste niet op zo'n rotmanier laten behandelen. Reken er trouwens ook maar niet op dat je moeder en ik nog bij je komen kijken als je hier blijft voetballen. Die eigenwijze lui zullen mij daar namelijk nooit meer zien. Waar halen ze het lef vandaan om te zeggen dat ik niet objectief naar de prestaties van mijn eigen zoon kijk. Tjonge, jonge.'

Sanders moeder knikt heftig met haar man mee, maar de jongen zegt niets en loopt zwijgend naar boven. Daar staat hij eerst een tijdje door het raam heen naar buiten te kijken, maar dan ziet hij op de klok dat het bedtijd is en kruipt hij onder de wol. Een paar minuten later komt zijn moeder nog even bij hem kijken. 'Doe nu maar wat je vader zegt. SJO is toch immers een veel leukere club dan Olympia en vind je het dan niet fijn om daar in het hoogste team te voetballen?'
'Zo belangrijk is dat toch niet?'
'Je vader en ik vinden van wel en zijn er altijd hartstikke trots op geweest dat je in de F1 en de E1 voetbalde en bijvoorbeeld niet in de E5 of de F5. Papa zei net trouwens dat je nieuwe voetbalschoenen kreeg als je bij SJO ging voetballen. Je mag ze zelf uitzoeken en hoeft niet naar de prijs te kijken.'

De jongen zegt niets, maar draait zich om als teken dat hij gaat slapen. Daar komt de eerste tijd alleen niets van terecht, want hij heeft teveel om over na te denken. Wat hem het meeste bezighoudt, is dat zijn ouders zo graag willen dat hij bij SJO gaat voetballen en ook dat ze altijd zo trots op hem zijn geweest omdat hij in de F1 en E1 voetbalde. Zou dat soms ook betekenen, dat ze nu hij in de onder-13-2 komt niet meer zo blij met hem zijn en willen ze hem daarom soms naar een andere club hebben? Dan moet hij misschien toch maar doen wat ze willen, want hij vindt het nu eenmaal vreselijk om zijn ouders teleur te stellen. Al kan hij wel huilen, als hij eraan denkt dat hij dan nooit meer met de jongens van school mee naar het voetbalveld kan.
Omdat hij heel slecht slaapt, komt hij de volgende ochtend met zijn ogen nog bijna dicht beneden. Gelukkig is het zaterdag en hoeft hij dus niet naar school, maar er is wel voetballen bij Olympia en hoewel zijn vader liever met hem naar SJO zou gaan, fietst hij daar tegen elf uur heen. Als hij op het veld komt, ziet hij dat zijn trainer er ook is en die blijkt al van alles op de hoogte te zijn. 'Hoi Sander.'
'Hallo.'
'Wat hoor ik? Ga je naar een andere club?'
'Dat willen mijn vader en moeder graag.'
'En jij niet?'
'Ik weet het niet. Hier voetballen al mijn vrienden en SJO is veel slechter dan ons. Al vind ik het wel hartstikke balen dat ik volgend seizoen in een ander team kom.'
De trainer slaat zijn arm vriendschappelijk om hem heen en drukt hem even stevig tegen zich aan.
'Ik vind het ook echt hartstikke rot voor je. Al vind ik wel dat het veel beter voor je is om naar de onder-13-2 te gaan. Je bent echt een prima voetballer, maar helaas niet snel genoeg en een team lager gaat het gewoon allemaal wat langzamer.'
'Dat weet ik wel en daarom word ik vast nooit een echt goede voetballer. Ik zou tenminste niet weten hoe ik sneller moet worden.'
'Je kunt erop trainen.'

Sander lijkt opeens helemaal op te leven en kijkt zijn trainer vol verwachting aan.
'Echt?'
'Ja en ik zou dat graag met je willen doen, maar heb daarvoor niet voldoende verstand van hardlopen. Het beste is namelijk dat je een echte looptrainer hebt. Ik zou alleen zo niemand weten die je daarmee kan helpen. Misschien dat je vader iemand weet.'
'Die zal het wel onzin vinden, want volgens hem ben ik snel genoeg.'
'Tja, dan weet ik het ook niet.'
Opeens schiet Sander iets te binnen en daar wordt hij zo blij van, dat hij zonder nog iets te zeggen naar zijn fiets rent. Hun achterbuurman, meneer Pals, heeft namelijk altijd aan hardlopen gedaan en zal hem best willen helpen. Hij gaat het in ieder geval gelijk vragen, want hoe eerder hij kan beginnen des te beter het immers is. Als de man nu maar thuis is, want ze zijn vaak met de camper weg en dan kan het nog wel even duren voor hij er weer is.
Hij blijkt echter geluk te hebben, want als hij even later totaal buiten adem bij de man voor het huis stopt, ziet hij de auto in de garage staan en als hij aanbelt, wordt er bijna gelijk opengedaan.'Hallo jongen. Sander heet je toch? Wat kan ik voor je doen?'
'Kunt u me helpen, meneer? Ik wil graag leren hardlopen, want ik kom nu in de onder-13-2 en moet sneller worden. Mijn vader en moeder willen me naar een andere club doen, maar dat wil ik liever niet. Ik wil alleen wel graag in het team van mijn vrienden blijven voetballen, maar dan moet ik dus sneller worden. Kunt u me daarbij helpen? Alstublieft. Ik zal echt goed mijn best doen.'
'Man, ik begrijp eerlijk gezegd niets van je verhaal. Kom maar mee naar binnen, dan kun je me alles nog een keer vertellen en dan wat rustiger.'
'Graag.'
Eenmaal binnen vertelt Sander zijn verhaal opnieuw en is de buurman gelijk bereid om hem te helpen. Ze spreken af om komende maandagavond te beginnen en dat maakt de jongen zo blij, dat hij een half uurtje later luid zingend thuiskomt. Als hij zijn ouders het grote nieuws heeft verteld, wacht hem alleen een enorme tegenvaller.
'Dat heeft toch helemaal geen zin en wat denk je daar mee op te schieten?'
'Als ik sneller word, kom ik misschien alsnog in de onder-13-1.'
'Denk je dat?'
'Ja, want mijn trainer bij Olympia zei dat ik verder een prima voetballer was.'
'Als hij je zo goed vindt, had hij je in de onder-13-1 moeten laten zetten.'
'Ik ben nu toch niet snel genoeg.'
'Dat ben je wel. Ze nemen je gewoon in de mailing. Luister nu maar naar je vader, want ten eerste ben ik een ervaren voetbalman en ten tweede loop ik al lang genoeg mee om te weten hoe die club in elkaar steekt.'
'Ik wil het toch graag proberen.'
'Je doet je best maar.'
Omdat het door de reactie van zijn vader een verdrietig weekend voor Sander wordt, is hij blij als hij 's maandags weer naar school kan en nog blijer als hij 's avonds voor de eerste keer met zijn buurman kan gaan trainen. Dit gaat meteen vanaf het eerste moment ontzettend goed en dat maakt de jongen dolgelukkig. Als hij een uurtje later thuiskomt, is het echter opnieuw zijn vader die zijn plezier vergalt en daarom besluit hij om vanaf nu thuis zo min mogelijk over het trainen te vertellen. Hij zet echter wel door en met succes, want omdat zijn trainer hem op een andere manier heeft leren lopen, wordt hij steeds sneller en zijn toegenomen snelheid wil hij het liefst zo snel mogelijk aan iedereen laten zien.
Daar krijgt hij op de eerste training alle kans voor, want mede door het mooie weer staan er heel veel mensen te kijken en die zien een totaal andere Sander dan voor de vakantie. Zijn trainer ziet het ook wel, maar die wil nog niet te voorbarig zijn.'Heb je toch een looptrainer weten te vinden?'
'Ja, mijn achterbuurman.'
'Mijn complimenten jongen. Je hebt je schitterend teruggevochten en dat is heel knap, want zoiets lukt alleen heel grote sportmensen. Omdat we vanwege de vakanties zaterdag niet genoeg spelers hebben, mag je met de onder-13-1 meedoen, maar ik beloof je verder nog niets. Ik wil namelijk eerst zien of je sterk toegenomen snelheid ook merkbaar is tijdens de wedstrijden en ik hoop dat je dit begrijpt.'
'Natuurlijk, ik ben al veel te blij dat ik zaterdag weer een kans krijg.'
Onderweg naar huis, denkt Sander eerst om tegen zijn ouders niets over de komende wedstrijd met de onder-13-1 te zeggen. Zijn vader zal immers niets anders doen dan de boel afkraken en die kritiek kent hij nu zo onderhand immers wel. Omdat zijn ouders toch vragen zullen stellen als hij zaterdag met zijn tas naar het voetbalveld gaat, besluit hij echter om het toch maar gewoon te vertellen.
'Ik moet zaterdag voetballen.'
'Jullie beginnen toch volgende week zaterdag pas?'
'Ja, maar ik mag met de onder-13-1 meedoen.'
'En dat doe je?'
'Ja natuurlijk.'
'Ik deed het nooit. Je was toch niet snel genoeg voor ze. Als die andere jongens weer terug zijn van vakantie, schoppen ze jou er weer uit.'
'Omdat ik door het trainen met de buurman een stuk sneller ben geworden, krijg ik een kans in de onder-13-1 en als ik goed speel, blijf ik er voor de rest van het seizoen in.'
'Geloof er maar niets van, want je vliegt er echt weer uit.'
Sander zegt niets meer, want hij weet dat hij het van zijn vader toch niet winnen kan en daarom loopt hij enorm teleurgesteld naar buiten. Wel besluit hij om zaterdag enorm zijn best te doen en er een schitterende wedstrijd van te maken en dat lukt nog beter dan hij vooraf had verwacht. Zijn mooiste moment komt echter vijf minuten voor het einde als er een dieptepass komt en hij zijn tegenstander, die eerst zeker drie meter voorsprong had, er met gemak uitloopt en op een schitterende manier de 3-2 binnenschiet. De trainer vindt dit zo geweldig dat hij hem meteen een publiekswissel geeft en daarom komt hij onder een daverend applaus van het veld. Het allermooiste vindt hij echter de woorden van zijn trainer die zegt: 'Ik twijfel niet meer hoor. Jij speelt dit seizoen in de onder-13-1.'
De laatste minuten van de wedstrijden beleeft hij dan ook als een droom en kan hij het wel uitschreeuwen van geluk, maar als zijn vader na afloop vanuit de verte al luid tegen hem roept: 'Geweldig zoon. Wat heb jij me trots gemaakt. Ik heb echt van je genoten', zou hij echter het liefst hard weg willen rennen.